Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pluriformiteit of Schisma.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pluriformiteit of Schisma.

5 minuten leestijd

De Kerk van Christus openbaart zich in overeenstemming met de groote verscheidenheid, die de menschheid zelve vertoont, in veelheid van vormen. Hoewel zich in die veelvormigheid de zuurdeesem der zonde, evenals op elk ander gebied, in zeer diep gaande mate doet gelden, is toch het verschijnsel der veelvormigheid op zichzelve in Gods schepping zelve gegrond. De strekking ervan was Gods wonderen rijkdom in de veelheid Zijner gaven en in de onuitputtelijkheid der levensvormen, waarover Hij beschikt, tot openbaring te brengen. De bedoeling ervan was Gods glorie te doen blinken, omdat de schepping Zijn gewrocht is, gewrocht als openbaring van Gods eigen Wezen. De hemelen vertellen immers Gods eer en het uitspansel Zijner handen werk. In de schepping heerscht nergens doode éénvormigheid, maar overal straalt het leven de verscheidenheid van Gods gaven uit. En dus de kerk kan niet eenvormig zijn, al heeft Rome de eeuwen door hetgeen mogelijk was gedaan om de eenvormigheid haar op te leggen door haar te gorden in een keurslijf van eenzelvigheid, dat den schijn gaf van eenheid. Immers, waar men ook komt, in het barre Noorden of in het zoele Zuiden, waar de Roomsche kerk is, daar kent zij ééne kerkformatie slechts, het ééne zelfde hiërarchische juk, dat „ultra montes", in de stad, die in het boek der Openbaringen vergeleken wordt met het groote Babyion, de moeder der hoererijen en der gruwelen dezer aarde, zijn draagpunt heeft. Het is ééne kerkformatie, ééne liturgie, ééne taal, de kunsttaal ontleend aan het oude Romeinsche rijk der Caesaren. Doch onder dat alles tiert als onder een groote stolp de verscheidenheid van levensvormen, die er door worden bedekt niet alleen, maar ook worden gedrukt, worden belemmerd in hunne vrije ontplooiing. En daaruit werden dan ook de spanningen geboren, die moesten voeren tot de groote conflicten, waarvan de geschiedenis der Kerk verhaalt en die ten slotte tot de Reformatie moesten brengen, omdat de natuur, de levenswetten door God in Zijne schepping ingelegd, gaan boven de leer en de kunstgrepen der menschen, hoe geweldig zij ook mogen schijnen. De Reformatie brak dan ook principieel met deze hiërarchische eenvormigheid voor alle kerkelijk leven. Toen zij tot openbaring kwam, drongen de innerlijke verscheidenheden, die de volken kenmerkten, tot de formatie van een eigen kerkelijk leven, dat zich aanpaste bij de behoeften der volken zeiven. En zoo zien wij dan ook, dat zich bij de onderscheidene volken van Europa, voor zoover zij onder den invloed der Reformatorische bewegingen kwamen, het kerkelijk leven op eigen wijze ontwikkelt, zich eigen nieuwe levensvormen schept. Alle Reformatoren grrijpen naar Gods Woord als naar de nieuw ontdekte levensnorm voor het persoonlijke en kerkelijke leven saam. En toch brengt elk volk een kerkelijk leven voort, dat het voor zich alleen geschikt achtte. Dat was dus geen vrucht van willekeur, niet opzettelijk zoo ingericht, maar het werd alzoo ononder den druk der omstandigheden, der bijzondere volksbehoeften in verband met de politieke en sociale en economische voorwaarden, waaronder zij leefden. Zij hebben allen Gods Woord gehad, het beleden als voortgebracht niet door menschelijken wil, maar als gesproken door de heilige mannen Gods, gedreven door den Heiligen Geest. En toch hebben zij er niet allen precies hetzelfde in gelezen en dus ook geen formatie voor hun kerkelijk leven kunnen nastreven, die overal ter wereld voor allen dezelfde moest zijn. En zoo leert dan ook de geschiedenis, dat overal waar de Reformatie doordrong, zich nieuwe en geheel eigen kerkformaties ontwikkeld hebben, die in de onderscheidene landen, ook zeer verre, dikwijls uiteen liepen. En zooals ik vroeger reeds opmerkte, onze Vaderen hebben dit begrepen niet alleen, maar er ook mede gerekend, al waren zij voor zichzelven overtuigd, dat zij Calvijn volgende, een dieper inzicht hadden in de waarheid van Gods Woord dan b.v. Luther of Zwingli dit hadden ontvangen. En zoo hebben zij ook, ondanks de eigenlijk Roomsche organisatie der Engelsche Staatskerk, er toch niet op tegen gehad vertegenwoordigers der Anglicaansche kerk de eereplaats te geven op de Dordsche Synode.
Dat er dus eene pluriformiteit der kerk is, kan niemand ontkennen dan alleen hij, die meent, dat zijn kerkje alleen het eenige is op de gansche aarde, dat op dien naam mag aanspraak maken. En zulken zijn er wel, maar hun aantal is gering, zóó gering, dat zij nauwelijks geacht kunnen worden mede te tellen. Dat de kerk van Christus pluriform bestaat en altijd pluriform bestaan heeft, is een onwedersprekelijk feit. En deze pluriformiteit is dan ook geen vrucht van menschelijke willekeur, maar gegrond in Gods scheppende daden, zoodat zij ook nimmer tot eene eenvormigheid komen kan, zelfs al zou zij dit willen. Het zou haar alsdan vergaan als de Torenbouwers van Babel, die bij elkander wilden blijven en wier sprake de Heere verwarde, opdat zij de gansche aarde zouden vervullen, bebouwen en bewonen.
Doch hoe waar dit nu ook zijn moge, toch zou hij dwalen, die meende, dat de kerkelijke verwarringen, waarin wij leven, dat de steeds zich vermeerderende afgescheiden kerkjes, die als paddestoelen uit den grond komen, door deze pluriformiteit worden veroorzaakt en daarin eene verontschuldiging vinden. De splijtzwam, waarop de Nederlandsche Gereformeerden gelijken, heeft met de pluriformiteit der kerk niets uit te staan. Immers, zij, die in deze scheidingen en scheuringen heil zoeken en meenen te vinden, worden daarbij gedreven niet door den druk van bijzondere levensomstandigheden, niet door verschil van inzicht inzake de leer en de waarheid Gods, want zij beroepen zich allen op de belijdenis der Vaderen, zijn dus feitelijk van éénen zelfden levensvorm. Dit is geene pluriformiteit, maar de scheurzucht, het schismatieke, dat de zonde voortbrengt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juli 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Pluriformiteit of Schisma.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juli 1932

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken