Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De N.S.B. en wij. - VII.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De N.S.B. en wij. - VII.

8 minuten leestijd

De N.S.B. heeft in haar sociale idealen dus veel, dat niet nieuw is, dat vele tientallen van jaren reeds nagestreefd werd door de sociale reform beweging, die in het midden der vorige eeuw in onderscheidene landen opgekomen is. En met zekerheid kan gezegd, dat deze idealen, welker vervulling zij in het uitzicht stelt, ook door haar niet zoo maar met een machtwoord werkelijk kunnen worden.
Het zijn dus deze idealen zelve niet, die ons tegenstaan, ons bezwaar is slechts, dat wij niet kunnen inzien, hoe deze nationaal socialistische beweging deze verwerkelijken kan alleen door ze te decreteeren.
En zoo zijn wij ook wel van oordeel, dat „een krachtig, in dienst van het algemeen staand Staatsgezag, onafhankelijk van geldmagnaten, kerkelijke overheden en volksgunst", van groot belang is. Wij hebben daar steeds naar gestreefd. En al zal ik niet ontkennen, dat er aan alle politieke partijen wel iets ontbreekt, noch ook dat zij alle even aanbevelenswaardig zijn, zoo meen ik toch, dat er duizenden burgers in ons vaderland zijn, die door hunne partijen naar bevordering van het algemeene volksbelang hebben gestreefd en zulks nog doen. Gelukkig zegt het program der N.S.B.: „Het zou onbillijk zijn om niet volmondig te willen erkennen, dat ook op dezen regel", dat is dan op de afhankelijkheid der partijen van geldmagnaten en kerkelijke overheden, „uitzonderingen zijn".
Ik heb nu van 1891 af in de politieke actie meegedaan en hoewel ik volstrekt niet behoord heb bij de „tevreden blatende schapen", en ook allerminst mij steeds heb kunnen vereenigen met wat er als vrucht van eene politieke actie bereikt werd, heb ik toch nimmer daarin iets bespeurd van geldmagnaten. Ik heb'wel gezien, dat het voorkwam, dat af en toe een geheel onbeduidende strever zich op eene plaats wist te wurmen, waar hij naar de gaven, die hij ontvangen had, niet behoorde. Ik heb ook wel eens gezien, dat er voor zeer bijzondere belangen misbruik ge- / maakt werd van door de politieke partijen verworven invloed, maar als nu de N.S.B. zoo stout verzekert, dat zij „een zeer radicale verandering" in dit alles zal aanbrengen „door de karaktervolste en bekwaamste krachten te brengen „op de verantwoordelijke posten", welke waarborgen zijn er dan, dat zij, die daarin de lakens zullen uitdeelen, naar dezen idealen stelregel zich zullen gedragen, dat zij zich in hunne keuze nooit zullen vergissen? Het spreekwoord zegt: Wie het dichtst bij het vuur zit, .warmt zich het best.
Dat is onder menschen steeds zoo geweest en er is geenerlei waarborg, dat het onder de opperheerschappij der N.S.B. anders wezen zal, al wil ik voor mij gaarne aan" nemen, dat hare leiders thans met de beste bedoelingen bezield zijn.
Om nu haar doeleinden te bereiken wil de N.S.B.: „Herziening van het kiesrecht, onder uitschakeling van den steeds onzedelijker, onnutter wordenden kiesstrijd".
Zooals wij reeds opmerkten, zijn wij allerminst bewonderaars van het thans vigeerende kiesrecht.
Wij hebben dit trouwens jarenlang beleden en als er gelegenheid voor was, naar ons beste vermogen mede gestreden voor een gezonder kiesstelsel. Het bezwaar, dat aan het tegenwoordige algemeen stemrecht kleeft en door de N.S.B. wordt aangeduid, met te wijzen op de willekeur van den kiezersleeftijd, wordt door ons gedeeld en ook het beginsel der evenredigheid bewonderen wij niet. Integendeel wij hebben het steeds afgekeurd, dat menschen, als b.v. communisten of canaille, dat met alle staatstaak behalve dan met steunbedeeling spot, gedwongen wordt op te gaan om den kiesplicht te vervullen. Ja, het scheen ons steeds eene geweldige tegenstrijdigheid, dat de Staat zelve menschen, die van alle staatswezen en staatsgezag de groote vijanden zijn, zooals zulks bij alle radicale anarchisten het geval is, dwingt om te gaan stemmen en alzoo hen zelfs in de gelegenheid stelt hun staat-verwoestend werk te volbrengen.
De schampere critiek, die het program der N.S.B. op dit kiesrecht oefent, willen wij dus, afgezien van den vorm, waarin deze gekleed werd, overnemen. Toch kunnen wij de conclusie, waartoe zij komt, niet geheel deelen. Deze conclusie luidt aldus: „De geheele z.g. kiesstrijd is niets dan een wassen neus. Waarom komen het dozijn heeren, die er over te zeggen hebben dan niet overeen om de vertooning om de 20 jaar te houden? Eenvoudig om den schijn op te houden, alsof „koning kiezer" iets in te brengen zou hebben." Nu schijnt mij deze conclusie niet geheel juist. Wij leven tot nu toe in Nederland onder eene staatsinrichting, waarbij, en ik moet zeggen gelukkig, geene sprake is van eene onverantwoordelijke regeering. En ik geloof volstrekt niet, dat het in het waarachtig belang des volks is, zoo maar van onze constitutioneele staatsinstellingen afstand te doen. Het is zeker nuttig, als wij van de gebreken van het bestaande worden verlost, maar het zal hoogst schadelijke gevolgen hebben zonder meer het kind met het badwater weg te spoelen. En tot mijn leedwezen vind ik in het program der N.S.B. geenerlei aanwijzing van den weg, waarlangs en de wijze, waarop zij zich nu voorstelt tot wegneming van hetgeen verkeerd is te komen.
Ook hier weer worden wij eenvoudig afgescheept met eenige woorden, die ons volmaakt in het duister laten over hetgeen wij allereerst moesten weten. Hare geheele conclusie aangaande ons constitutioneele stelsel is deze: „Het resultaat is droevig. Het zou zeer schoon zijn, indien vooruitgang verkregen zou kunnen worden door het voortdurend houden van redevoeringen over zaken, waarvan men geen verstand heeft.
Maar jammer genoeg voor de producenten van de „handelingen", is dit niet het geval." (blz. 27 v. h. Program). En als zoo ons geheele constitutioneele stelsel is afgemaakt, dan volgt er: „Wezenlijke vooruitgang is alleen te bereiken door in juiste banen geleiden arbeid. De domste partij-obligatiehouder meent alle zaken het best te kunnen beoordeelen; de knapste werker oordeelt alleen over de enkele zaken, waarvan hij ter dege op de hoogte is. Wij nationaalsocialisten willen onzen toekomstigen staat bouwen op het stevige fundament van den arbeid en niet op de vooze steunpunten, gevormd door redevoeringen van betweters". Ik begrijp heel goed, dat wie uitsluitend let op de publieke redevoeringen, die in de Kamer gehouden worden, tot zulk een minachtend oordeel over den arbeid der Kamer komt. Er wordt zeker meer en ook dikwijls zeer noodeloos herhaald. Er worden ook wel eens dingen gezegd, die getuigenis afleggen van eene zeldzame oppervlakkigheid. Doch dit is de buitenkant. Er wordt ook serieus gewerkt door de Kamerleden, er wordt in het belang van ons volk dikwijls nuttige en deskundige arbeid verricht. Maar het schijnt wel eens, zooals wij nu b.v. niet minder dan 26 redevoeringen aanhoorden over de 60 millioen, die de regeering voor werkverruiming besteden wil, dat er veel geredeneerd wordt, waarbij niet altijd de hoofdzaak onder de loupe wordt genomen.
Maar 't spijt mij, van oppervlakkigheid gesproken, dan is dit program der N.S.B. vooral niet degelijker bewerkt.dan menige kamerrede. Met eenige schimpende phrasen wordt heel ons constitutioneele staatsrecht, zooals dit zich in den loop van een eeuw heeft ontwikkeld, afgewezen, zonder dat dit N.S.B. Program daarvoor ook maar het minste in de plaats te stellen heeft. Ja, dit Program geeft blijk van eene groote verwarring in het denken van de staatslieden, die het opstelden. Immers, als het ons constitutioneele staats, recht heeft weg geschimpt, dan zouden wij eene andere staatsrechtelijke theorie mogen verwachten.
In de plaats daarvan springt deze constructeur van het N.S.B. Program zoo maar over op economisch gebied. De nationaal socialistische staat, zegt het Program, „willen wij bouwen op het fundament van den arbeid en niet op de vooze steunpunten, gevormd door redevoeringen en betweters." Dat ons maatschappelijk leven met den arbeid en de arbeidsverdeeling ten nauwste saamhangt, staat vast.
Maar het staat niet minder vast, dat staat en maatschappij, ik zou bijkans zeggen van het begin van alle staatswezen, in de cultuurgeschiedenis onderscheiden zijn en ieder een eigen functie hebben. Dit N.S.B. Program verwart deze zoo maar door en met elkander. Dit nu schijnt mij een zeer bedenkelijk element, daar de consequentie ervan moet zijn de bolschewistische Staat. Ook deze zet de maatschappij om in eene groote alomvattende industrieele onderneming, die de massa des volks noodzakelijk tot slavernij doemt, tot een slavernij, waarin de communistische „partijbonzen" de heeren zijn. Ik geloof niet, dat het ons in en tot vrijheid geroepen volk onder nationaal- socialistische „partijbonzen" aangenamer zal zijn. Wij staan hier dus voor een groot bezwaar, een principieel bezwaar tegen deze N.S.B. Het schijnt gering, maar het is een zeer ernstig gebrek in dit nationaal-socialistisch program, dat het zonder meer staat en maatschappij in elkander laat opgaan. Voor ons Calvinistisch volk moet daarin een onoverkomelijk bezwaar liggen, daar onze belijdenis in art. 36 van een geheel eigen, van het maatschappelijk leven onderscheiden, staatsmacht uitgaat, die de roeping heeft door de bestelling van het recht het maatschappelijk leven mogelijk te maken. Onze belijdenis spreekt dit uit op grond van Gods Woord, dat ons de ordinantieën Gods voor het menschelijk leven in zijn geheel openbaart.
Voeg daar nu bij, dat dit N.S.B. Program ons niet zegt, hoe het dit diep ingrijpend plan denkt te verwezenlijken, dat het dit zich niet denkt te verwezenlijken door toepassing van het constitutioneele recht, dan blijft alleen maar over, dat het zich deze verwezenlijking slechts kan denken door gewelddadige handelingen, dus dat de revolutie haar eigenlijk doel is. Gewelddadige omverwerping dus der bestaande orde. Indien deze conclusie niet juist is, dan is dit een gevolg daarvan, dat het Program er over zwijgt. En dan is nieuwe toelichting absoluut noodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 12 May 1934

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De N.S.B. en wij. - VII.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 12 May 1934

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken