Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geheime circulaires

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geheime circulaires

9 minuten leestijd

De volgende geheime circulaires van het reeds lang verwachte driemanschap werden ons ter inzage verstrekt. Wij deelen ze onzen lezers mede, opdat zij zullen zien, dat er in de wereld niets verandert. David had een zoon Absalom. Caesar een Brutus. De Hervormde Gereformeerden een driemanschap, zooals ook Mozes heeft ontmoet, dat de ware volksbelangen om eigen belang bestreed. Deze drie heeren waren lang bekend als geheime propagandisten voor de belangen der „Gereformeerde kerken" en V.U. Zij zijn nu gelukkig door zichzelven openbaar geworden.

Januari 1936.

L.S.,

Ingesloten hebben wij de eer U, strikt vertrouwelijk, te doen toekomen den ontworpen tekst eener circulaire, welke wij gaarne, voorzien van vele handteekeningen, zouden verspreiden onder de Antirevolutionairen in den lande, die behooren tot de Ned Herv. Kerk. De bedoeling van die circulaire en van haar verspreiding zal l i uit den tekst duidelijk zijn.
Mogen wij U beleefd verzoeken, met de onze. Uw handteekening er onder te stellen? In dat geval zal prijs worden gesteld op duidelijke uitdrukking van naam, voorletters en woonplaats, terwijl het ons aangenaam zal zijn het hier ingesloten exemplaar, aldus van Uw handteekening enz. voorzien, van U te mogen terug ontvangen, zoo mogelijk vóór 1 Februari a.s. aan het adres van het Bureau Centraal Comité, Dr. Kuyperstraat 3, Den Haag.
Met vriendelijken groet hoogachtend,
Uw dw., M. VAN GRIEKEN
L. F. DUYMAER VAN T W I ST
J. SEVERIJN.

AFSCHRIFT.

Strikt vertrouwelijk.

Aan de Antirevolutionairen, die behooren tot de Nederlandsche Hervormde Kerk.

L.S., Ondergeteekenden hebben met leedwezen vernomen, dat een nieuwe afbrokkeling de Antirevolutionaire Partij bedreigt. Op de Utrechtsche vergadering, dd. 23 November j.1. waarvan de bladen melding hebben gemaakt, heeft Prof. Visscher gesproken over de politieke positie der Hervormde Gereformeerden. Daarbij heeft hij erop gewezen, dat het niet zonder bezwaar is „in tijden als deze de mogelijkheid te stellen van uit elkander te gaan".
Hier is dus sprake van de mogelijkheid van uit elkander gaan, hetgeen weliswaar nog eenige hope laat, dat men elkander vinde. Toch heeft Prof. Visscher inmiddels zijn lidmaatschap van de Antirevolutionaire kiesvereeniging te Zeist opgezegd. Ondergeteekenden betreuren dit feit in hooge mate.
Desniettemin heeft Prof. Visscher in zijn zooeven genoemde rede ernstig op de bezwaren eener nieuwe afbrokkeling gewezen, gelijk uit een enkele aanhaling kan blijken: „Immers zoo ooit, dan moest nu het Christenvolk één zijn." ,,In de tweede plaats", zoo hield hij zijn gehoor voor, „moeten wij wel doordrongen zijn van de verantwoordelijkheid, die ermede samengaat. Indien wij als Hervormde Antirevolutionairen ons politiek zelfstandig organiseeren, dan wordt daardoor het aantal partijen en partijtjes met wederom een partijtje vermeerderd." l)
Ziedaar enkele argumenten: de eisch der Christelijke gemeenschap, de moeilijke tijdsomstandigheden, de gevaren der versplintering, de verantwoordelijkheid om daartoe mede te werken.
Wie het gewicht dezer argumenten gevoelt, kan het zeker niet gemakkelijk vallen de Antirevolutionaire Partij te verlaten. Ja. hij zal daarin juist om het gewicht dezer argumenten moeten blijven, omdat deze partij, ondanks alles wat men tegen haar heeft, in de geschiedenis van ons land en volk van zoo onmiskenbare beteekenis is geweest en nog is voor de politieke beginselen, welke wij belijden.niet gemakkelijk vallen de Antirevolutionaire Partij te verlaten. Ja. hij zal daarin juist om het gewicht dezer argumenten moeten blijven, omdat deze partij, ondanks alles wat men tegen haar heeft, in de geschiedenis van ons land en volk van zoo onmiskenbare beteekenis is geweest en nog is voor de politieke beginselen, welke wij belijden.
Het zal bovendien voor ieder duidelijk zijn, dat een verdere versnippering van krachten van de reeds zoozeer verdeelde Gereformeerden, niet alleen de staatkundige positie van de Antirevolutionaire Partij sterk zal kunnen benadeelen, maar ook die van het Protestantsche Christenvolk als geheel gevoelig zal treffen. Daarmede is niet slechts een Antirevolutionair partijbelang, maar ook een volksbelang van hooge waarde gemoeid.
Men heeft te erkennen, dat de Antirevolutionaire Partij sedert lang niet meer verkeert in de positie van een opkomende beweging, welke zonder de lasten van en de verantwoordelijkheid voor het regeerbeleid te dragen, ongestoord uitsluitend aan haar principiëele stelling kan arbeiden.
Zij heeft gedurende een reeks van jaren deelgenomen aan de practische politiek en in samenwerking met andere partijen vaak de regeeringsverantwoordelijkheid mede gedragen. Dat zij daarvan den invloed onderging en niet het minst in de moeilijke tijdsomstandigheden, waarin wij thans verkeeren, kan bezwaarlijk worden ontkend. Zou zij echter den weg, welken de eisch van het beginsel voorschrijft, hebben gegaan, wanneer zij geweigerd had die verantwoordelijkheid te dragen?
In het dragen van verantwoordelijkheid voor het Regeeringsbeleid ligt zeker ook voor de partij een gevaar met betrekking tot het zuiver houden van de beginselen. De practische staatkunde leidt er in een land als het onze steeds toe, dat lang niet alles kan worden verwezenlijkt, wat het beleden beginsel vraagt. De partij heeft zich daarom steeds met ernst af te vragen, wat het handhaven, het zuiver houden van de beginselen vraagt. Zij moet nauwkeurig acht geven op de principiëele gevaren, welke in haar boezem opkomen tegen haar beleid en haar voordeel doen met de waarschuwingen, welke daarin besloten liggen.
Zonder twijfel worden onder de Antirevolutionairen, die behooren tot de Nederlandsche Hervormde Kerk, grieven en bezwaren over achterstelling en beginselverslapping vernomen. Niettemin blijven velen ter wille der eenheid en met het oog op de belangen, waarop boven werd gewezen, hun steun aan de Antirevolutionaire Partij geven. Op zichzelf reeds kan dit de leiding niet onverschillig zijn, maar voor de instandhouding van een gezond en krachtig partijleven is het noodig, dat deze grieven en bezwaren, indien zij ter kennis van het Centraal Comité worden gebracht, worden behandeld en, voor zoover juist, uit den weg geruimd.
In het besef van den ernst der zaak en in het licht der genoemde omstandigheden wekken ondergeteekenden de Antirevolutionairen, die behooren tot de Nederlandsche Hervormde Kerk, met klem op tot eendrachtige medewerking met de partij. Zij mogen dat met vrijmoedigheid doen in de zekerheid, dat de leiding bereid is haar volle aandacht aan de bezwaren te geven, welke tot haar kennis worden gebracht.
Zij doen een beroep op allen, die met leedwezen de versplintering onzer krachten zien en de beginselen willen hoog houden. Zoo daar sprake moet zijn van beginselverslapping, zij „terug naar de beginselen" onze leus.
De tijden zijn zwaar en de toekomst is donker. Daarom te meer moge het Antirevolutionaire volk zijn roeping verstaan heeft en met elkander te zoeken op den hechten grondslag der beginselen, welke rust in het geloof. Die roeping moge werkzaam worden als een eisch des geloofs, opdat bijeen vergaderd worde, wat dreigt uit elkander te vallen. Indien er geloof is, kan er verwachting zijn, dat de krachten vernieuwd worden, wijl de God des geloofs niet laat varen de werken Zijner handen. Januari 1936.

L. F. DUYMAER VAN TWIST
Ds. M. VAN GRIEKEN
Prof. Dr. J. SEVERIJN.


1)Zie pag. 6 van de in druk verschenen rede.


Zie hier, hoe deze heeren de waarheid verdoezelen.
Onder de Hervormde Gereformeerden zijn er altijd geweest, die het eerstgeboorterecht hunner Kerk verkoopen. Dus was het te verwachten, dat zoodra er uit het Gereformeerde volk zelf eene beweging geboren werd om zich eindelijk te verlossen van het jarenlang met onwil gedragen juk der A.R. partij, die haar karakter verloor en wezenlijk verliberaliseerd, „kerkelijk gereformeerd" was geworden, er ook weer in het verborgen zouden opstaan om die actie te breken. De drie Hervormde onderteekenaars zijn de eenige Hervormden in het Centraal Comité, die ons aller belangen moesten verdedigen. Zij verzonden nu dit ultra-geheime document, dat eindigt met: „indien er geloof is". Ja, als de heeren dat maar hadden, dan zouden zij luisteren naar den God des Woords in plaats van naar den „God huns geloofs". Dit is genoeg. We behoeven er niet meer van te zeggen.
O, wat zijn zij rijk in beloften! Prof. Visscher heeft ervaren, hoe zij die vervullen. Trouwens, het stuk oordeelt zichzelf. Het is alleen maar eene verzuchting, geslaakt in het geheim aan den boezem van het Gereformeerde volk in de Herv. Kerk: Ach! blijft toch antirevolutionair stemmen. Wij zijn er echter zeker van, dat geen beslist Gereformeerde man of vrouw zich zal laten verleiden. Integendeel, zij zullen er door geprikkeld worden met des te meer ernst op te komen voor de beginselen van Gods Woord.
Deze geheime „streverij" dringt des te krachtiger tot hernieuwde inspanning. Zelfs als er eenige predikanten zijn, die hunne namen er onder zetten — en wij weten, dat er zulken zijn — dan zal dit voor een volk, dat God vreest, geen oorzaak zijn om de beproefde beginselen, maar wel om zulke leidslieden los te laten.
Zij meenen zich op Prof. Visscher te kunnen en te mogen beroepen in dit werk der duisternis. Doch daarom zegt diezelfde Prof. Visscher: Broeders en Zusters! gelooft dit zoet gefluit niet. Denkt aan het woord van den apostel, die ook te doen had met menschen, die zich op hem beriepen om hunne eigene doeleinden en belangen te dienen en daarom waarschuwde, dat zij niet haastelijk bewogen zouden worden van verstand of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief als van hem geschreven. Hij wees op den afval, die komen moest. Welnu, de dagen van den afval zijn nu. En deze verschijnselen zijn als de teekenen, die wijzen op eene naderende catastrophe, waaruit geene redding daagt dan alleen, wanneer wij luisteren naar het Woord van God.
Daaraan hangt de toekomst van ons volk, doch allerminst aan de A.R. Partij. Als wij Hervormden dan toch moeten worden ingedeeld, dan kan dat ook nog bij andere bestaande partijen, waar wij beter passen dan in het kader dezer afgescheiden politieke groep. Trouwens de ervaring leert, dat deze A.R. zeer wel met de liberalen harmonieert en met de Vrijz. democratie koek en ei is. Ons schijnt het juist geen landsbelang daarbij te blijven ondergebracht. Integendeel, van belang is de aaneensluiting van het volk der Hervormde Gezindheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 januari 1936

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Geheime circulaires

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 januari 1936

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken