Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Federatie van Ned. Bonden en vereenigingen op G.G.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Federatie van Ned. Bonden en vereenigingen op G.G.

Referaat door Ds. J. H. v. d. Wal over: „De Kerk". (Slot)

9 minuten leestijd

Groen, die de afgescheidenen verdedigde, heeft de afscheiding veroordeeld. Waarom?
Omdat hij bleef pleiten voor herstel van recht voor de Hervormde gezindheid.
Niet de reglementaire organisatie van 1816, maar de Belijdenis der martelaren is het kenmerk der Gezindheid.
Mijn eisch was (Ned. Ged. IV, pag. 291) zelfstandigheid van de Kerk, met den Staat onderworpen aan God en Zijne eeuwige wet. Het Publiek regt der gezindheden (deze conditio sine qua non van godsdienstvrijheid) is, in de sfeer van bestuur en wetgeving schier in vergetelheid geraakt."
„De Gezindheden hebben hier te lande een historisch bestaan; zij zijn niet getolereerd bij de genade der Grondwet.
Indien ge het regt van de Gezindheden, ter regeling van de openbare instellingen, waar Godsdienst te pas komt, niet aanneemt, huldigt ge het revolutionair systeem van den absoluten Staat, die een eigen Godsdienst heeft of zich aan ongodisterij overgeeft, en wiens vrijgevigheid zich bepaalt tot het toelaten van hetgeen, in den beperkten kring van bijzondere inrigtingen, aan den Staat niet hinderlijk is." (Ned. Ged. V, pag. 224).
Daarom maakt Groen de juiste opmerking: alleen in de herleving der Hervormde Kerk ligt tegen Liberalisme en Ultramontanisme genoegzame kracht. Alleen in de belijdenis, gelijk ze door het bloed van vele martelaren was bezegeld, eer ze in de symbolische Schriften opgeteekend werd. Alleen in de kruisbanier. Alleen in de offerande, eenmaal op Golgotha volbragt." (Ned. Ged. I, pag. 127).
Nog altijd wacht het kerkelijk vraagstuk op zijn oplossing. Scheiding en Doleantie hebben geen oplossing gebracht, maar integendeel het geschonden recht der Hervormde Kerk bestendigd.
De groote verdeeldheid ook dergenen, die zich van de Hervormde Kerk hebben losgemaakt, vindt, dunkt me, ook hierin zijn oorzaak, dat het onrecht in 1816 begaan, door afscheiding en zelf-institueering, bleef voortbestaan.
Het is eene zaak van de gansche Hervormde gezindheid, dat de Kerk, die in hare belijdenisschriften het recht vindt uitgedrukt, om naar den eisch der Confessie kerkelijk te leven, in dit haar recht worde hersteld.
Ook hierbij, zegt Groen, springt in het oog, dat intrekking van de wederrechtelijk in 1816 opgelegde en met verkrachting der Grondwet (zoowel van 1815 als van 1848) gehandhaafde caesaropapistische en aldus in den meest lijnregten zin anti-gereformeerde organisatie, levensvraag is voor school en Kerk. (Ned. Ged. I. pag. 132).
In zake reorganisatie is het volgende citaat van belang (Ned. Ged. I. pag. 156):
,,In de telkens belangwekkende kroniek der Stemmen voor Waarheid en Vrede leest men: ,,Ik bidde, waarin belemmert ons de Staat? Maar zegt men, onze geheele organisatie is ons door de Regeering gegeven, opgedrongen en daarom moet zij met een slag worden prijsgegeven. Doch ik vraag: W i e moet tot de Kerk zulk een radicaal voorstel richten? De Staat of de Synode? Immers de laatste. De Staat mag dat niet meer doen. De Staat heeft er niet het minste recht toe. Ik zou mij als lid der Kerk, aan zijn bevelen of verzoeken niet willen storen. De Synode, die wettig onze Kerk bestuurt, zij is het, van wie een voorstel tot een nieuwe organisatie moet uitgaan. En zoolang zij het niet doet, is elk voorstel, dat van andere zijde tot ons komen mocht, een daad van geweld, van revolutie. Onze Kerk is vrij, in dien zin. dat zij zich, door hare wettige organen, kan aangorden tot een geheel nieuwe organisatie van haar bestuur." Tot zoover Dr. Bronsveld.
Hierop het volgende bescheid van Groen:
Dit is, dunkt mij, eene solutie, onjuist in blijmoedigen eenvoud. Eene petitio principii. De Synode bestuurt wettig onze Kerk; de Synode is wettig orgaan eener vrije Kerk, zegt men. Waaruit is die wettigheid ontleend? Uit de usurpatie van den Staat?
De Synode is niet anders dan eene begunstigde Staatskreatuur. Haar onafhankelijk beheer is voortzetting eener in aard en oorsprong onwettige organisatie. Voortzetting van een maatregel, waardoor in 1816 de Kerk, in den vorm van een Kerkgenootschap werd aan banden gelegd, verscheurd en prijsgegeven aan een quatenus, dat nu bijkans het nee plus ultra van teugellooze ongeloofspropaganda bereikt."
Ten slotte nog dit.
Met betrekking tot de afscheiding.
De bezwaren ook tegen het Hervormde Kerkgenootschap moesten in een daad worden belichaamd; zegt deze en gene. Op de wenschelijkheid zinspelend van afscheiding; van getrouwheid en veerkracht, niet enkel op politiek, maar evenzeer op kerkregtelijk terrein.
Dergelijk een aansporing, vond ze gehoor, zou ten bate strekken enkel van onze wederpartij.
Evenals zoovelen, en daaronder een man als Da Costa, heb ik in 1837 de Afscheiding betreurd. Desniettemin heb ik de afgescheidenen tegen onregt verdedigd. Ik heb ze geprezen, omdat zij veel ten offer hebben gebragt voor hetgeen in hun oog pligt was. En niet dit alleen: ik heb erkend, dat bij menigeen, die de Scheiding scherpelijk afkeurde, zoo niet enkel, althans ook om der gevolgen wille, de Kerkgenootschappelijkheid heftig en onverwinbaar geweest is.
Doch evenzeer als in 1837, is en blijft er principieel verschil. Daarom late men elkander hiermee voor als nog in rust. Als middel ter hereeniging heb ik, in 1869, gemeend te kunnen aanwijzen vrijmaking der Kerk.
In 1848 algemeen beaêmd, in 1869 op den voorgrond geraakt, wordt ze nu onder de rubriek van omwentelen in stede van hervormen gebragt.
Het denkbeeld eener dergelijke vrijmaking is, zoo beweert men, uit de school niet van S a v i g n y en S t a h l , maar van M a r a t en D a n t o n.
W e l n u , laat ons eerst op o v e r t u i g e n , dan op d o o r z e t t en b e d a c h t zijn; geen s t r i jd p r o v o c e e r e n , nu e e n s g e z i n d h e i d en s a m e n w e r k i n g v e r e i s c h t wordt in een v r a a g s t u k , dat tot r i j p h e i d g e b r a c h t is. ( N e d . G e d . I I I , pag. 159, 1 6 0 ).
E n per slot dit nog voor ons in het b i j z o n d e r a c t u e e le c i t a a t ( N e d . Ged. V . pag. 1 9 8 ): , ,
V o o r de leden der G e r e f o r m e e r d e m a r t e l a a r s k e r k is, dunkt me, e r n s t i g e r v r a a g aan de orde v a n den dag.
N a m e l i j k deze. O f een o p g e d r o n g e n K e r k v o r m nog langer v e r m a g te s t r e k k e n tot s c h e u r i n g en b e d e r f van de Herv o r m d e Kerk?
Of de tijd a a n b r e e k t om, door h e r e e n i g i n g op den c h r i s t e - l i j k e n g r o n d s l a g der g e z i n d h e i d , met het h e r l e v e n v a n E v a n - g e l i s c h e n invloed, N e d e r l a n d tegen den v o o r t g a n g der R o o m s c h e K e r k . zoowel a l s t e g e n v o l l e d i g h e i d der R e v o l u t i e - l e e r te b e s c h e r m e n ?"
M o g e door U w e F e d e r a t i e h e r l e v e n het diep b e s e f , dat v o o r b e h o u d v a n land en v o l k herstel der n a t i o n a l e Kerk b o v e n alles n o o d z a k e l i j k en u r g e n t is.
W a n t te s t r i j d e n voor het recht der K e r k , is te s t r i j d en v o o r het r e c h t v a n den K o n i n g der K e r k , W i e n g e g e v e n is a l l e macht in den hemel en op de a a r d e.
D a a r o m zij in dezen s t r i j d onze k r a c h t a l l e e n in 't geloof in Hem, D i e nog a l t o o s Z i j n b e l o f t e wil v e r v u l l e n a a n allen, d i e op Z i j n e n N a a m b e t r o u w e n : „Ik zal u niet b e g e v e n en I k zal u niet v e r l a t e n ."
E n dan zal Hij den dag der v e r l o s s i n g doen a a n b r e k e n in de b e v e s t i g i n g v a n Z i j n W o o r d : „ Z i o n zal door r e c h t v e r l o st w o r d e n en hare w e d e r k e e r e n d e n door g e r e c h t i g h e i d ."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 juni 1936

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Federatie van Ned. Bonden en vereenigingen op G.G.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 juni 1936

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken