Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De naderende bruiloft

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De naderende bruiloft

8 minuten leestijd

Meen niet, dat ik met dit opschrift U denk voor te bereiden op het heugelijk feit, dat, zoo de Heere wil, in de eerste dagen van het volgend jaar zal plaats hebben, wanneer. Prinses Juliana met Prins Bernhard in het huwelijk treden zal. Daarover verblijden wij ons allen reeds bij voorbaat, ook al kunnen wij niet naar Den Haag gaan om de plechtigheid bij te wonen. Ons aller bede is, dat uit de verstervende tronk een nieuw rijsje zal uitspruiten, waardoor ook voor de toekomst de band, die Nederland en Oranje samensnoert, zal worden bestendigd.
Neen, daarover spreek ik nu niet.
W a t aanleiding gaf tot dit opschrift, is de Verloving van Kerkherstel en Kerkopbouw, die den 13en September 1.1. door de N i e u w e R o t t . C o u r a n t publiek werd afgekondigd. Als van elke verloving mag ook hier op een bruiloft gerekend. Ja ,zoo zeker mag daarop gerekend, dat we zouden kunnen zeggen tot de beide gelieven: Gaat nu maar aanteekenen en laat er geen gras over groeien, trouwt nu maar gauw, dan is er weinig kans, dat het nog weer afkomt.
Onze lezers zullen zich herinneren, dat wij van meet af hebben gezegd, dat deze twee bij elkaar behooren. Er is eigenlijk niets, dat hen scheidt dan alleen de namen van de richting, die eigenlijk, hoe verschillend ook het etiket moge zijn, wezenlijk het zelfde „aqua pura", het zelfde gedistilleerde water dekken in de religieuse apotheek dezes tijds. Wezenlijk beginselverschil is er tusschen deze twee vereenigingen niet. Het eenige, waardoor deze twee gescheiden zijn, is hare afkomst.
Kerkherstel had in den aanvang de pretentie van Confessioneelen huize te zijn, al was dit confessioneele huis al lang zoo vervallen, dat wie het voorheen gekend heeft in de dagen van Dr. Hoedemaker en de zijnen, het nauwlijks meer herkennen kan onder het afdak der met zooveel reclame aangediende dialectische theologie, die in Ethische kringen als het suTïimum van alle wijsheid en als het laatste niet alleen, maar ook als het allerlaatste snufje, thans van onvergankelijke wijsheid, den volke opgediend werd. Dr. Hoedemaker, gesteld hij ware nog onder ons, zooals ik hem gekend heb, zou meewarig zijn deftig hoofd met zilveren lokken schudden en schouderophalend over zulk een wind van leer den neus in de lucht steken om ons te leeren, dat er aan dit nieuwe evangelie toch wezenlijk, de ware leer en daarmede de goede grond ontbreekt.
Reeds uit dit verloop der Confessioneelen in dialectische wateren blijkt, dat er tusschen hen en de ethischen, die met Chantepie de la Saussaye, den oudere, ook al weinig verwantschap meer hadden, eigenlijk geen onderscheid van beteekenis meer is. Bruid en bruidegom zijn vrijwel gelijkwaardig van beginselstand en samen even rijk of, wilt ge, arm aan geestelijk kapitaal. Waarom zouden zij dan niet samen ,,botje bij botje" leggen en den grooten stap doen? Dat is dan nu gebeurd. Kerkherstel en Kerkopbouw kwamen tot een accoord. De eerste vrucht daarvan is geweest, dat de Algemeene Synode van den zomer op voorstel der Synodale Commissie een nieuwe reorganisatie-commissie heeft ingesteld van niet minder dan 14 personen, waarvan 9 leden aangewezen door de besturen van Kerkherstel en Kerkopbouw, waaraan dan nog door de Synode zijn toegevoegd Ds. F. Tammens, Ds. L. S. v. d. Zwet, Ds. J. W . Addink, Ds. J. G. Woelderink en Prof. Dr. A. S. de Blécourt. Van de zijde der Gereformeerde beweging is niemand waardig bevonden in deze reorganisatie-commissie zitting te nemen. Het Gereformeerde deel der Hervormde Kerk ziet dus van stonde aan, dat hier eene adviseerende Commissie aan het werk zal gaan, die over ons, maar zonder rekening te houden met de Gereformeerden, zal adviseeren over reorganisatie. Nu zou dit opzichzelf beschouwd, niet van beteekenis zijn, indien deze Commissie over doodgewone reglementswijzigingen advies had te geven, over reglementswijzigingen van louter administratieven aard. Doch het zal ons bij de nadere beschouwing van de zaak wel blijken: dit is in dit geval niet zoo. Deze in het uitzicht gestelde reorganisatie gaat veel dieper, zal ingrijpen in het geestelijk leven, zooals het zich in de Hervormde Kerk sinds de oplegging der organisatie van 1816 heeft ontwikkeld.
Daarom rijst, afgezien van het ingediende voorstel, de vraag, of de instelling van zulk eene commissie wel geacht kan worden de juiste methode te zijn. Immers, de reorganisatie- voorstellen, waarmede de inzetting dezer Commissie door de Synode verband houdt, hebben ook beteekenis voor het belijdenis-vraagstuk. En dit is een vraagstuk niet van louter administratieven aard, maar raakt het teederste leven der Kerk, voor zoover er namelijk in de Kerk nog leven is.
Daarbij komt, dat „belijden" wezenlijk niet iets is van formeelen, reglementairen aard, maar van geheel andere geestelijke orde. Onze Vaderen hebben dan ook het belijden der Kerk en de regeering der Kerk natuurlijk wel niet van elkander afgescheiden, maar dan toch zeer nauwkeurig onderscheiden. Zoo nauwkeurig, dat zij de Kerkorde, zooals die op de Synode van Dordrecht werd vastgesteld, begonnen met aan te geven de vier principieele punten, waarover de kerkregeering zich had uit te strekken: le. over de ambten; 2e. de kerkelijke vergaderingen; 3e. de leer, sacramenten en andere ceremoniën; 4e. over de tucht, namelijk: censuur en kerkelijke vermaningen. De kerkorde veronderstelde dus de leer. Dit spreekt trouwens van zelf. Voordat er van eene regeering der kerk sprake kan zijn, is er de Kerk. En de Kerk bestaat niet zonder hare belijdenis. Het ligt dus voor de hand. dat de kerkorde als zoodanig wel de belijdenis veronderstelt, maar van die belijdenis zelve om zoo te zeggen afblijft. Er is dus een onderscheid te maken tusschen de kerk, die als zoodanig krachtens haar wezen belijdt, en de regeering der kerk, hare organisatie, die hare bemoeienis uitstrekt en uit te strekken heeft over de practijk, die het dagelijksch leven der Kerk vordert. Natuurlijk wordt die levenspractijk der Kerk bepaald in de eerste plaats door den levenseisch der Kerk zelve, zooals deze in hare belijdenis tot uitdrukking komt, even zoo goed als de Staatswetgeving zich aansluit bij de behoeften des volks, althans behoort zich daarbij aan te sluiten. Maar die wet en het volksleven met zijne natuurlijke eischen zijn twee wel te onderscheiden momenten. Bij de Kerk is het niet anders: het organisme der Kerk en de organisatie der Kerk zijn wel te onderscheiden. De Vaderen hebben dit dan ook gedaan en wel begrepen, dat de Kerk en de kerkorde niet in elkander kunnen opgaan.
En bij de oplegging der Synodale organisatie, hoe verkeerd die opleggende daad ook moge geweest zijn, heeft men toch dat onderscheid klaar voor den geest gehad niet alleen, maar er ook ter dege rekening mede gehouden, want de leer der Kerk bleef onder het reglement, zooals het aanvankelijk werd opgelegd onveranderd. Het befaamde artikel 11 droeg aan de Besturen op ook: de handhaving harer leer. Er was namelijk in 1816 door den Commissaris Generaal nadrukkelijk verklaard aan de Classis Amsterdam, dat de beslissing van leerstellige geschillen van de bevoegdheid der Synode was uitgesloten, al bleef hare handhaving aan alle Besturen opgedragen. ,,Het Synode", zoo luidde het, ,,wordt thans niet opgeroepen om leerstellige geschillen te beslissen, maar om de Kerk te besturen." Over de vraag, of dit niet eene onuitvoerbare taak was, kan ik nu het antwoord daar laten. Het feit, waar het hierbij op aan komt, is, dat op zichzelf beschouwd het Bestuur der Kerk werd onderscheiden van de Kerk naar haar wezen en dus ook naar hare leer.
En deze juiste onderscheiding wordt nu prijsgegeven. Men zal nu eene reorganisatie creëeren, waarbij de belijdenis wordt opgenomen in het Reglement. Het behoeft geen betoog, dat daarmede een weg betreden wordt, die het wezen der Kerk raakt, de belijdenis vernedert tot een artikel van het reglement, waarnaar de Kerk moet worden bestuurd. Daarmede wordt wezenlijk de geheele oorspronkelijke Belijdenis afgeschaft en het wezen der Kerk opgelost in haar Bestuur.
Het behoeft geen betoog, dat de gevolgen dezer schijnbaar eenvoudige manipulatie diep ingrijpend zijn, want daardoor wordt niet alleen de Kerk feitelijk van hare Belijdenis beroofd, maar worden ook de Besturen gemengd in de moeilijkheden, die een ongecontroleerd richting-wezen met noodwendigheid moet voortbrengen. De verwarring wordt door deze methode nog grooter dan zij reeds is, de partijstrijd zal er door worden aangewakkerd, omdat van nu aan elke groep zal meenen een beroep te kunnen doen op het tuchtrecht der Kerkelijke Besturen, die nu niet de leer, maar reglementsartikelen met een dogmatischen inhoud zullen moeten toepassen telkens wanneer wordt aangebracht de klacht, dat er zijn, die zich afwijkingen veroorloven. Hoewel de toestand onder het bekende Art. 11 van het Reglement slecht is, onder dit nieuwe systeem zal die nog veel slechter worden. Althans voor het Gereformeerde volk in de Hervormde Kerk zal de vraag wel moeten rijzen, of het onder een in strikten zin van hare belijdenis beroofde Kerk nog een plaats heeft. En voor de Besturen wordt het de vraag, of zij in staat zullen zijn reglementsartikelen toe te passen van zulk een dogmatisch karakter als krachtens het nieuwe reglement aan hun zullen worden voorgelegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 December 1936

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De naderende bruiloft

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 December 1936

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken