Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van den Woorde Gods

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van den Woorde Gods

6e serie. Uit het ongeschreven Woord. XIII.

10 minuten leestijd

Genesis 9 : 5 en 6. En voorwaar. Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eischen. Van de hand van alle gedierte zal Ik het eischen. Ook van de hand des menschen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des menschen eischen. Wie des menschen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mensch vergoten worden, want God heeft den mensch naar Zijn beeld gemaakt.

De Heere geeft in deze woorden aan de nieuwe menschheid op haren levensweg eene openbaring mede, waardoor zij licht ontvangt over eene levensordinantie Gods, dus over eene levenswet, die gegrond is in het menschelijk wezen zelf. Wij hebben hier dus niet van doen met een tijdelijk gebod, dat slechts eene afschaduwende strekking zou hebben en dus met Christus' verschijning, evenals de gansche ceremonieele wet, verdwijnen moet. Neen, het geldt hier de openbaring eener zedelijke orde, die in het menschelijk leven blijvend zal gehandhaafd worden. Noach ontving hier dus een inzicht in de sociale rechtsorde, die gelden zal voor alle eeuwen, voor alle volken. Een beginsel van het menschelijk recht, dus van het recht, zooals het onder de menschen krachtens Gods bestel heerschen zal, wordt ons hier geopenbaard. De Heere heeft het wonder des levens geschapen en Hij wil niet, dat de zondestaat des menschen, waarin het vergieten van het bloed des naasten besloten ligt, ongetemperd zich zal ontwikkelen, omdat als dan de eeuwige oorlog van allen tegen allen elk maatschappelijk leven niet slechts onmogelijk zou maken, maar ten slotte ook zou leiden tot de uitmoording van het menschelijk geslacht. En daarmede is dus het scheppingsdoel Gods zelf gemoeid. Omdat de Heere Zijne eere aan geen ander geven zal, niet kan en zal toelaten, dat de Satan overwint in de vernieling Zijner schepping, daarom openbaart Hij aan den mensch deze levensordinantie, die de grond is van een goddelijk recht, dat over het leven der menschheid waken zal. Wij ontvangen hier dus van Gods* wege het licht over eene onvergankelijke rechtsorde, zonder welke de menschelijke samenleving ontaardt en ten laatste verdierlijkt. Hoe waar dit is, kan al zeer duidelijk blijken uit de geschiedenis van den dag. Zooals met den staat van oorlog noodzakelijk gepaard gaat de schending van het recht der volken, zoo gaat met de revolutie gepaard de vernietiging van alle recht over de samenleving, zooals deze zich in de volken heeft ontwikkeld. Als de revolutie losbarst, dan valt daarmede het recht, dat het saamleven reguleerde.
Zie maar wat er in Spanje heden ten dage gebeurt en wat er in Rusland geschiedt onder de vleugels eener gereglementeerde revolutie. De beestmensch openbaart zich daar onder de afschudding van alle goddelijke en menschelijke wet. Duizenden vallen onschuldig ten offer aan den moloch der revolutie. Het bloed vloeit er in stroomen. Duizenden worden zonder vorm van iets, dat als proces gelden kan, weggesleept om vermoord te worden. Het leven is daar niet meer veilig en omdat het leven er niet meer veilig is, dat toch als eerste voorwaarde voor samenleving veilig moet zijn, daarom is er ook geen huwelijk meer heilig en geen bezit meer gewaarborgd. De revolutie is de dood der gemeenschap, waarop de mensch van nature aangelegd is. Zooals mij iemand, die er een half jaar onder geleefd had, zeide van den communistischen heilstaat: „Dit was de regeering van boeven, de publieke heerschappij der misdaad, waarvoor niets heilig, noch veilig was, eene uitgieting van gruwelen en eene overstrooming van de afschuwelijkste ongerechtigheden."
Welnu, dit is de openbaring van de verborgenheid der ongerechtigheid. En de Heere treedt, door aan de geslachten na Noach het licht te laten opgaan over Zijne ordinantie des rechts, op als die haar ,,nu wederhoudt", zooals de apostel zegt. Hij beteugelt en tempert het zondevuur, dat in den vulkaan borrelt in de diepte der menschheidsziel, ook al komen er in de geschiedenis oogenblikken, waarin Hij de beteugelende macht inhoudt, en, zooals Paulus ook zegt, de menschen „overgeeft". En dat gebeurt telkens, wanneer in de geschiedenis het zondeleven der menschheid een hoogtepunt bereikt. Dan wordt het, om zoo te zeggen, losgelaten, overgelaten aan zichzelf, zoodat het is als zegt de Heere: welnu, gij zondaar, onderga dan de volle openbaring uwer zonde. Dan worden de volken prijsgegeven aan de ongetemperde wetmatigheid hunner goddeloosheid. En dan blijkt het ook. dat zulk een toestand niet duurzaam kan zijn, al beteekent zulks niet, dat zij niet langer kan duren dan wij meenden, dat mogelijk was. Doch daaruit wordt dan ook duidelijk, hoe zulk een ongetemperde openbaring der ongerechtigheid, die altijd sluimert in de diepte van het historische leven, het menschelijk bestaan onmogelijk maakt. Het samenleven is gebonden aan temperende wetten, zonder welke het met mogelijk kan zijn. En zoo leert de geschiedenis, ook al willen de menschen het niet weten, noch erkennen, dat het licht, ons in Gods Woord opgegaan, de waarheid ons brengt, waartegen de volken niet straffeloos kunnen ingaan. Gods Woord zegt, en de ervaring der geschiedenis bevestigt het, dat voor alles het menschelijk leven in de gemeenschap moet gewaarborgd worden en dat dus de rechtsorde, die in eiken maatschappij- vorm verschijnt, als een primordiaal beginsel de handhaving van het levensrecht, dat immers God zelve ons bereidt, behoort vast te leggen. God zegt, dat Hij het menschelijk leven volstrekt veilig wil gesteld hebben en dat Hij „van de hand" van dieren en menschen, „de ziel des menschen eischen zal". Het is dus niet maar een menschelijke overeenkomst tusschen de leden der maatschappij, maar eene goddelijke ordinantie, eene in het menschelijk samenleven door God ingelegde levenswet, ZQodat wie zich daartegen verzet, en wie dus andere wetten meent te mogen instellen, die op dit van God verordineerde beginsel niet gegrond zijn, die roept eene met Gods Woord strijdende rechtsorde op en daarmede brengt hij het beginsel der revolutie in de samenleving.
God eischt goddelijk vergeldingsrecht, opdat de samenleving mogelijk blijve. En dus wordt er bij de ontkenning daarvan eene antigoddelijke rechtsorde opgeroepen, die niet kan nalaten te eeniger tijd de vreeselijke gevolgen te brengen, die noodwendig gepaard gaan met elk vergrijp aan de der menschheid ingelegde levenswet zelve. Van alle vergrijp aan de wet des levens geldt, dat het den dood brengt na langer of korter tijd. Een langzaam sloopend vergif brengt evenzeer den ondergang als de plotselinge afsnijding van de hartader.
God heeft dus geopenbaard, dat de ware rechtsorde, die gegrond is in de levenswet der menschheid, deze is: het bloed uwer zielen zal Ik eischen. Hij eischt het van het dier, dat een gevaar bleek voor den mensch en wil, dat zulk een dier zal worden afgemaakt. Maar Hij eischte ook: „van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des menschen eischen." God eischt dit en dus dit is de rechtsorde Gods, die het beginsel ons openbaart, waardoor alle menschelijk recht zal worden geleid. Daaruit volgt dus, dat elke rechtsorde, waarin dit beginsel wordt voorbijgegaan, omdat de wetgever het ontkende, met Gods Woord strijdend, eigenlijk een onrecht in de plaats van het goddelijk recht brengt.
Het is geen wonder, dat in onzen modernen tijd, die in zoo menig opzicht gedragen wordt door anti-Christelijke beginselen, deze ordinantie Gods met voeten getreden wordt. De eeuwen door kan het worden waargenomen, dat de mensch der zonde meent, dat hij veel zachtmoediger en medelijdender is dan de Heere onze God. Zie maar rondom naar de onderscheidene richtingen, om alleen op kerkelijk gebied te blijven. Van eene eeuwige straf willen duizenden niet meer hooren, zoo min als van verdoemenis en vloek, als van de buitenste duisternis, waar weening zal zijn en knersing der tanden. De algemeene verzoening is, evenals het vagevuur, uitgevonden om er aan te ontkomen. Zelfs eene conditioneele onsterfelijkheid werd verzonnen, daar het altijd, naar men beweert, nog beter is niet te zijn dan onder Gods eeuwig recht. En zoo verzint de mensch allerlei leugenleer om te ontkomen aan de klem van Gods eigen, heilig en waarachtig Woord. Zelfs beproeft men dan het Woord pasklaar te maken aan de inspraak van den natuurlijken mensch, die zich liefdevoller en beter waant dan de levende God. En zoo is het dan ook geschied, dat onder den invloed van allerlei niet- Christelijke wijsgeerige stroomingen ons strafrecht werd ontkerstend. Hoewel het wezenlijke vergeldingsrecht in de zedelijke orde gegrond is en dan ook alle eeuwen door wordt erkend, is het door de moderne wijsbegeerte onttroond als ware het minderwaardig, in disharmonie met de cultureele eischen en de zachtere gevoelens, die de beschaving ons bracht. De straf werd van haar karakter ontdaan, zooals de misdaad zelve. De misdadiger is een zieke, een psychopaath, de misdaad eene sociale ziekte, die men moet genezen door opvoeding, door verbetering, door het bijbrengen van ontwikkeling. En zoo werd ons strafrecht verkracht, omgetooverd in een opvoedingsvorm. Van lijfstraffen kon natuurlijk in het geheel geen sprake meer zijn. Zelfs de sexueele lustmoordenaar, die niets ontziet, die de kinderen op de vreeselijkste wijze doodt, is niet meer dan een patiënt geworden. En hoewel ook lichamelijke smart, als het brandmerk der ouden, een geneesmiddel kon blijken voor menige zedelijke ziekte, mag daarvan niet meer worden gerept. In het ziekenhuis moet de patiënt verzorging, liefderijke verpleging genieten om hem te genezen, opdat hij te eeniger tijd weer kan worden losgelaten op de maatschappij. Ja zelfs zoover ging deze ziekelijke rechtspleging, dat de gegrepen misdadiger niet meer tot spreken mag worden gedrongen, zoodat de handhaver van het recht zijne ondervraging eerst mocht aanvangen, nadat den „patiënt" was medegedeeld, dat hij vrij was van eenige mededeeling te doen. Zoo verviel het strafrecht vrijwel tot een soort verpleging van misdadigers, die als zielszieken werden beschouwd.
Natuurlijk is ook in deze anti-sociale wanverhouding een element van waarheid, voor zoover het waar is, dat de zonde eene zedelijke krankheid is, die den dood brengt. Deze zedelijke zondedaad heerscht echter over alle menschen zonder onderscheid. En het is juist Gods rechtsorde, die ons den weg wijst tot behoud. En daarom is het een bewijs van zedelijk verval, dat gepaard gaat met de ontkerstening van ons leven, dat onder den druk van modern wijsgeerige stroomingen allerlei theorieën werden ingedragen in het recht der volken, die met Gods ordinantie strijden en dus ten gevolge moeten hebben, dat de zedelijke ontwrichting steeds verder om zich greep.
Zoo werd en wordt door de krenking der orde van Gods recht, de wetgeving ontwricht en vindt de tuchteloosheid een steeds vruchtbaarder bodem in het volksleven. Allengskens wordt ook daardoor de revolutiegeest aangekweekt en zien wij, dat bij grooten en kleinen de eerbied voor goddelijke en menschelijk recht steeds meer dalende is. Indien er iets noodig is, dan zeker, dat de Heere Zich onzer ontferme door wederom Zijnen Heiligen Geest te gebieden, opdat ons volk, verlost van alle valsche wereldwijsheid, wederkeere tot de gehoorzaamheid aan Zijn Woord. In het houden van Gods geboden alleen is groote loon, is ook redding van de machten der revolutie, die overal rondom het hoofd opsteken. Daarom vermenigvuldige zich ons gebed om de uitstorting van den Heiligen Geest, om een nieuwen Pinksterdag over ons volk.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 januari 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Van den Woorde Gods

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 januari 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken