Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

lederen laatsten Woensdag van de maand Juni komt in onze Hervormde Kerk de Kerk aan het woord, om haar eigen belangen officieel te bespreken. Dat wil niet zeggen, dat de Kerk den overigen tijd van het jaar zwijgt. Zij spreekt van den kansel en in de andere ambtelijke verrichtingen en zij spreekt in de pers. Maar het bijzondere van den laatsten Woensdag van Juni is dit, dat de Kerk dan vergadert om bijzonder de belangen van de organisatie der Kerk onder de oogen te zien.
In zeker opzicht is dit dus een reorganisatievergadering. De besturen worden zoo noodig en zoo mogelijk gereorganiseerd en de organisatie van de verschillende wetten en bepalingen wordt gewijzigd of aangevuld en wat verder ter tafel komt. Wat zouden dat opbouwende vergaderingen kunnen zijn, als de toestand van Handelingen 2 : 42 nog eenigszins bestond. Daar lezen we: „En zij waren volhardende in de leer der Apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods en in de gebeden."
Helaas, ontbreekt daar veel aan en daarom is de opbouwende kracht dezer vergaderingen niet zoo groot als dat kon en moest wezen. Maar laat ik eerst iets meer van de vergaderingen vertellen, die ik bedoel.
Het zijn de classicale vergaderingen, die gehouden worden in alle classis onzer Kerk. Zooals u weet, is de Ned. Herv. Kerk van ouds in classes verdeeld, naar ik meen, op heden 44. Samen beslaan zij het geheele land. De leden van zoo'n classis zijn de afgevaardigden der kerkeraden, bestaande uit de predikanten, ieder vergezeld van één ouderling. Is er ergens een vacature, dan is de eene ouderling de afgevaardigde, maar deze mag geen tweede ouderling meenemen. Dat schijnt wel eens in argloosheid geschied te zijn, maar de tweede moest terug. Ook zoo kan het nog voorkomen, dat het getal ouderlingen dat der predikanten overtreft. Men behoeft echter niet bang te zijn voor een ouderlingenregeering, daar deze meest met de predikanten, in welke zij vertrouwen stellen, meegaan.
De leden van de classicale vergadering kiezen het classicaal bestuur en het provinciaal kerkbestuur. Het laatste kiest de leden der synode. U ziet, hoe voorzichtig wij te werk gaan.
Maar behalve deze verkiezingen bestaat de taak der classicale vergaderingen ook in het geven van goede adviezen, die door de synode worden gevraagd. Dat zit zoo. Eerst komt een voorstel, laat ons zeggen betreffende een reglementswijziging, bij de synode, die jaarlijks vergadert, in behandeling. Ziet de meerderheid van de synode er iets in, dan wordt dit voorstel voorloopig aangenomen en aan de classicale vergaderingen toegezonden om advies, en trouwens ook aan de provinciale kerkbesturen. Op deze wijze wordt de Kerk gehoord. Dat advies bestaat meest in stemmen voor of tegen. Sommige leden van zoo'n vergadering zeggen hun meening, zooveel mogelijk met redenen omkleed, en van die reden wordt melding gemaakt in het advies, dat naar de synode gaat. De meesten stemmen alleen maar.
Dit jaar vroeg de synode ons advies over de wenschelijkheid van vrouwelijke diakenen. De reden waarom de voorstanders daarvóór waren, is mij niet duidelijk geworden. Een enkele moderne zeide, dat het soms zoo moeilijk was eer mannelijke diaken te krijgen, terwijl een vrouwelijke heel gemakkelijk was te vinden. Een ander bracht in de pers naar voren, dat een vrouw een zooveel betere armverzorgster is dan de man. Wij voor ons meenen, dat in de Schrift weinig grond is te vinden voor de roeping der vrouw om de Kerk als diakenen mede te regeeren.
Op de classicale vergaderingen waren tegenstanders van dit voorstel onder alle richtingen, zoodat het getal tegenstemmers dat der voorstemmers wel overtrof. Daarom is het niet waarschijnlijk, dat wij in de eerstkomende jaren een vrouw in den kerkeraad zullen kunnen benoemen. De synode zal denkelijk geen meerderheid kunnen vinden, groot genoeg om de noodige wijzigingen in het betreffende reglement aan te brengen, daar voor die wijziging in dit geval twee derde der stemmen noodig is. Praktisch zou het de verwarring in de Kerk maar grooter maken.
Ten tweede werd het advies der classicale vergadering gevraagd over een voorstel, dat beoogde verplichtend te stellen gemeenten van 5 of meer predikanten in wijken te verdeelen en iedere predikant een wijk toe te wijzen. In de meeste gemeenten gebeurt dat, zoodat deze nieuwe bepaling tamelijk overbodig is. Die wijkverdeeling zou nog veel mooier zyn als heel de Kerk en vooral iedere predikant volhardende was in de leer der Apostelen. Dan waren het allemaal goede gereformeerde predikanten, zoodat er geen noodzaak bestond buiten zijn wijk te kerken of ter catechisatie te gaan. Maar dat volharden in de leer der Apostelen en in de gemeenschap ontbreekt het meest. En wat nu? Hier helpen geen wijkverdeelingen. Onzes inziens is de groote stad het beste te helpen door van iedere wijk 'n afzonderlijke gemeente te maken met eigen kerk en kerkeraad en predikant. En dat dan al des Heeren volk en al de predikanten profeten waren, verkondigende Christus en zich richtende naar de belijdenis der Kerk. Die arme belijdenis, naar haar wordt het minste gevraagd. Wij gelooven wel, dat die wijkverdeeling nuttig kan werken, maar het is half werk. Een dominee van gereformeerde richting houdt toch zijn werk door de heele stad. Toch zal die wijkverdeeling waarschijnlijk wel wet worden, gezien de adviezen.
Ten derde wilde de synode weten hoe de Kerk denkt over het verbieden aan predikanten van processen tegen de Kerk. Dit was een voorstel, dat zijn ontstaan te danken heeft aan één droevig feit. In Eist was Ds. Hoogendijk predikant, maar de kerkvoogdij betaalde zijn traktement slechts gedeeltelijk uit, bij gebrek aan geld. Ds. Hoogendijk meende zeker, dat de gemeente meer kon doen en bracht zijn eisch tot uitbetaling van het volledige, voor hem niet te hooge, traktement voor den rechter. De burgerlijke rechter stelde hem in het gelijk en het kwam zoo ver, dat de kerk zou worden verkocht. Dat is even wat! Gelukkig is dit gevaar, deze schande, toen afgewend, ik meen door hulp van veel kerkvoogdijen. Nu wilde men de predikanten verbieden voor den burgerlijken rechter te procedeeren. Als vergoeding daarvoor zou men dan een kerkelijke rechtbank samenstellen, aan wier uitspraak beide partijen zich moesten onderwerpen. Die kerkelijke rechtbank zou arbitragecommissie heeten.
Hoewel ook dit voorstel praktisch en op heden van weinig beteekenis was, waren de predikanten hier toch niet erg voor. Zij willen hun recht niet uit handen geven. Vele classicale vergaderingen waren er tegen. Op onze vergadering had de meerderheid eerst afgesproken te adviseeren om er voor te wezen, maar de voorzitter van de gereformeerde kerkeraden in onze classis had ontdekt, dat hij deze zaak eerst toch niet goed bestudeerd had en raadde nu aan tegen te stemmen. Dat hebben we toen allemaal maar gedaan, op één na. Maar die ééne zal wel een kerkvoogd geweest zijn, die de schande niet wilde beleven, dat zijn kerk op verzoek van den dominee, werd verkocht.
Het vierde deel, waarvoor ons advies werd gevraagd, is niet de moeite van het noemen waard. Op deze wijze hebben wij rustig gesproken over de belangen onzer Kerk. Ik vermoed niet, dat het op vele classicale vergaderingen tot opgewonden tooneelen is gekomen. Dat komt straks, als we aan het reorganisatieplan beginnen. Reeds nu werd uitgesproken, dat al deze dingen beter hadden kunnen blijven rusten, totdat de architecten van herstel gepaard met de bouwmeesters van den nieuwen opbouw, samen vereenigd, in het reorganisatiebestek en teekening hun plannen hadden zien behandeld. Die reorganisatie ja. Ik zie één groot bezwaar. Als men een weg herstelt, werpt men gebroken en krom getrokken steenen weg en gaten in den grond worden gelijk gemaakt. Laten we zeggen, dat de Kerk de weg is voor het Evangelie. Die weg is op heden ongewoon hobbelig, het evangelie wordt van de eene kant naar de andere gegooid en het evangelie rolt van den weg af. Nu zal men de weg herstellen. Als nu de steenen de predikanten en andere voorgangers zijn en de ondergrond gevormd wordt door de gemeenteleden, zie ik het volgende gebeuren. Men wil niet een onbruikbare steen vervangen door een nieuwe, men wil ook niet de steenen keuren, men wil de gaten in den weg niet wegnemen, evenmin als de hoogten, men wil alleen de weg herstellen door met de oude steenen over te straten en als een steen tot gruis is gereden, wil men de stukjes gruis netjes opstapelen en als ergens een gat in den weg is, wil men daar een streep om heen trekken om aan te wijzen dat er een gat is, een huisgemeente noemt men zoo'n gat. Waarde lezer, als deze weg op die manier is overgestraat, wordt het evangelie weer van den weg afgeworpen of blijft in een put steken. Let maar eens op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken