Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van den Woorde Gods XVII.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van den Woorde Gods XVII.

6e serie. Uit het ongeschreven Woord.

9 minuten leestijd

Genesis 9 : 7. Maar gijlieden, weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, teelt overvloediglijk voort op de aarde en vermenigvuldigt op dezelve.

Het wordt dus uit Gods Woord aan Noach en zijne zonen duidelijk, dat de Heere bijzonderlijk Zij ne bescherming uitstrekt over de schepping des levens. Het leven staat onder buitengewone ordinantie Gods, zoodat de geheele rechtsorde is aangelegd op de verdediging daarvan. Uit den aard der zaak geldt dit het menschelijk leven in de eerste plaats. Het blijkt ook daaruit, hoezeer de rechtstheorieën dezes tijds, met name ook zooals zij aan de Vrije Universiteit werden gepropageerd, geheel met Gods Woord strijden. Dat het zich gereformeerd wanende volk in Nederland op deze wijze in wegen geleid wordt, die afvoeren van den eerbied voor en de ongehoorzaamheid aan Gods Woord, wordt nauwelijks geteld. Wat er onder ons dan ook af en toe nog gehoord wordt over een wederinvoering der doodstraf is niets meer dan een overblijfsel uit de dagen van voorheen, toen er onder de massa, die de kerken bezocht, nog eenig ontzag was voor Gods Woord. De politieke partijen hebben de doodstraf op hun program op dezelfde wijze als de Synodale organisatie onzer Herv. Kerk er de leer der Vaderen heeft opgeschreven. Dergelijke zaken zijn overblijfselen uit den goeden ouden tijd, maar wezenlijk hebben zij in de practijk afgedaan. Gods Woord mag zeggen wat het wil, de machthebbers, die zich gereformeerd noemen, trekken er zich niet van aan. Hoogstens dienen Gods ordinantiën als paradepaarden in dagen van verkiezing, doch als de macht is verworven, wordt er niet meer over gedacht.
De Heere heeft echter met grooten nadruk voor alle geslachten der aarde de bescherming van het menschelijk leven door den eisch der doodstraf voor wie des menschen bloed vergiet, vastgelegd. Zij is een onafwijsbaar moment in de door God der menschheid tot haar heil geopenbaarde rechtsorde. In den mensch toch neemt het schepsel het beeld Gods aan. In alle schepselen, in de hemelen boven ons, in de bergen en de zeeën, in eiken zandkorrel, in eiken grashelm, in elke bloem, in elke plant, in ieder insekt, in ieder natuurwezen, is iets te speuren van Gods heerlijken Naam. Zooals onze Belijdenis in Art. 2 zegt: ,,de geheele wereld is „voor onze oogen als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, groote en kleine gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen ". Doch in den mensch verschijnt Gods beeld, neemt het leven den hoogsten, edelsten vorm aan. En daarom heeft de Heere eene buitengewone zorg voor dat menschelijk leven genomen, waakt Hij er zoo bij uitstek voor door in de rechtsorde der menschheid de doodstraf op te nemen, opdat daardoor moord en doodslag zal worden bedwongen.
En deze bijzondere waardeering van het leven treedt nu ook aan den dag, wanneer de Heere met een terugslag op Genesis 1 : 28 en 8 : 1 7 en 9 : 1 nogmaals zegt: „Maar gijlieden, weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, teelt overvloediglijk voort op de aarde en vermenigvuldigt op dezelve.' Ook hier hebben wij van doen met eene openbaring Gods, die op Zijne bijzondere waakzaamheid voor het leven wijst. En dat niet slechts van den enkeling, maar van het menschelijk geslacht als zoodanig. De Heere wil niet, dat de geslachten uitsterven. Integendeel, Hij wil een toename van het menschelijk geslacht tot haar hoogtepunt opgevoerd. En daarom wordt het nu nogmaals aan Noach en zijne zonen voorgehouden, dat vruchtbaarheid en vermenigvuldiging de wet des levens is bij schepping der menschheid, zoowel als al wat leeft, ingelegd. De aarde moet worden bewoond en bearbeid, opdat ook daarin Gods Raadsplan worde verwerkelijkt. En deze uitbreiding des geslachts moet niet in eene beperkte mate geschieden, doch „overvloediglijk" geschieden.
Zoo wordt dus aan Noach's geslacht geopenbaard, dat het eene goddelijke roeping is de den mensch ingeschapen levenswet te gehoorzamen.
Er is ook uit dit oogpunt gezien een diepgaand onderscheid tusschen mensch en dier. Ook in het dier leeft de drang tot vermenigvuldiging, tot uitgroei van de soort. Doch dit vermenigvuldigingsproces is in de wereld der dieren een natuurproces, waarin de natuurlijke aandriften, de instincten, een al beheerschende functie hebben. Bij den mensch echter is de procreatie des geslachts opgeheven in de spheer zijner rede, zoodat het natuurlijke wordt gebonden aan de zedelijke orde Gods. De procreatie krijgt dan ook een zedelijk karakter, dat daarin openbaar wordt, dat de verantwoordelijkheid voor de voortbrenging den mensch wordt opgelegd. Zoo wordt dan ook in ons oude, schoone en wel gefundeerde huwelijksformulier met nadruk als een van Gods wege opgelegde plicht ons voorgesteld, dat ,.allen, die tot hunne jaren gekomen zijn naar het bevel Gods verbonden en schuldig zijn zich tot den huwelijken staat, naar Christelijke ordinantie met weten en wil hunner ouders of voogden en vrienden te begeven." En dit niet alleen uit zedelijke overwegingen, om „hoererij te vermijden", maar ook, zooals in het dankgebed staat, „opdat zij als medeërfgenamen des verbonds de kinderen, die het U believen zal hun te geven, godzalig opbrengen mogen ter eere van Uwen heiligen Naam, tot stichting Uwer gemeente en verbreiding van Uw heilig Evangelie." Daaruit blijkt dus, hoe Schriftuurlijk ook ons huwelijksformulier is en hoe onschriftuurlijk er in onze dagen aan wordt geknoeid. Als men de menschen dezes tijds wilde gelooven, dan zijn de Vaderen door al deze dingen bij hun naam te noemen, onkiesch en zijn de ooren thans zoo buitengewoon beschaafd en fijngevoelig geworden, zoodat men deze schriftuurlijke beschouwingen niet meer belieft te vernemen. Ook mag aan de menschen niet worden voorgehouden, dat den gehuwden gewoonlijk velerhande kruis vanwege de zonde toekomt. Dat is te somber volgens de neo-calvinistische leer, die ook door Bondsleiders nagepraat wordt. Toch leert de ervaring, dat er onder al dezen schijn van beschaving een vreeselijk zedelijk verderf heerscht, dat duizenden en duizenden tot de vuilste ziekten brengt. De heiligheid van het huwelijk is zoek, de scheiding inheemsch geworden, de eerbaarheid in levenswandel met name onder de jongeren op de gruwelijkste wijze verworden.
Dat juist is de keerzijde van den hoogen zedelijken aanleg des menschen, die in zijne schepping naar Gods beeld is gegrond, dat de mensch als zedelijk wezen in onderscheiding van de dieren des velds, zich kan stellen tegen de Hem eigen door God zeiven ingeschapen levenswet. En zoo blijkt dan ook, dat de mensch niet slechts in staat is de hand aan eigen leven te slaan, maar ook, dat hij de uitmoordingen van de geslachten kan voltrekken door zich tegen deze ordinantie Gods te stellen. De Heere heeft van den beginne gezegd en herhaalt het hier tot Noach en zijne zonen: „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, teelt overvloediglijk voort op de aarde en vermenigvuldigt op dezelve." Maar niet slechts de moderne menschheid, maar ook volken op lager standpunt van ontwikkeling niet alleen, ook onder de oude volken, hebben zich tegen deze ordinantie Gods verzet. De cultuurgeschiedenis leert het op welk een verschrikkelijke wijze door geweldige onzedelijke uitspattingen er soms naar gestreefd werd den groei der geslachten te voorkomen, door welke wreede middelen het getal der geboorten werd ingeperkt. En aan onze moderne wetenschap was het voorbehouden de middelen te verschaffen, waardoor op eene kunstmatige wijze de door God den menschen ingelegde levenswet kon worden gebroken. Het sexueele genot wilde men niet loslaten, maar aan de gevolgen ontkomen door toepassing van onnatuurlijke middelen, die schijnbaar onschadelijk, toch een vergrijp beteekenen aan de menschelijke natuur, dat nooit straffeloos kan geschieden.
Misschien blijkt het anti-goddelijke der moderne cultuur nergens klaarder dan juist op dit gebied. Hoezeer de ontkerstening is doorgedrongen in het wezen der moderne Westersche volken, blijkt uit de kunstmatige daling der geboortecijfers. Men kan veel kwaad zeggen van de dictatuur, maar zij heeft althans op haar creditzijde haar publiek verzet tegen de sexueele ontaarding, die de democratische volken met ondergang bedreigt. De volken, die uit de revolutie hunne levenssappen betrekken, gaan in dit opzicht het verst, zoodat op hun gebied ontvolking dreigt. Denk slechts aan Frankrijk, waar wijde gebieden zijn te vinden, die voorheen een bloeiende bevolking konden voeden en die thans vrijwel woest en onbewoond liggen. In Zuid-Frankrijk blijven landstreken onbebouwd, worden van uit Italië, dat een overschot heeft, landbouwende families geïmporteerd om de verlaten gebieden weder in cultuur te brengen. De oorspronkelijke bevolking verdween er goeddeels door eene kunstmatige beperking van het getal der geboorten. En de grootste vrees is dan ook dat daling der geboorte-cijfers gevolgd zal worden door eene overvleugeling van andere, als vijanden beschouwde naburige volken.
En ook in Nederland doet zich hetzelfde verschijnsel voor. Een der voornaamste oorzaken van den achteruitgang der Protestantsche groepen en der toename van de Roomsche macht ligt in de beperking der geboorten, die met name in moderne streken als Noord-Holland, een groote vlucht heeft genomen. Het is bekend, dat de Roomsche kerk al haren invloed aanwendt om dit kwaad te bestrijden. Zij heeft zulks jaren lang gedaan met het resultaat, dat terwijl het cijfer der Protestantsche groepen daalde, dat van Rome toenam. De verroomsching van Noord-Holland wordt daarmede terecht in verband gebracht. Ook hieruit blijkt, dat het ongeloof eene bevordering is van bijgeloof, doch bovenal, hoezeer de moderne cultuur in haar anti-Christelijk karakter een gevaar wordt voor de toekomst der volken. In landen als Duitschland en Italië treedt de regeering tegen dit kwaad op niet alleen door propaganda voor de groote gezinnen, die op bijzondere wijze gesteund worden, maar ook door onderdrukking van al wat kan strekken de massa te verleiden tot abnormale levensverhoudingen op dit gebied. De motieven, die daaraan ten grondslag liggen, zijn ongetwijfeld van militairen aard. De vrees met name voor het naar Azië neigende Rusland met zijn overweldigende legermachten, speelt daarbij ongetwijfeld een rol. Doch hoe dit ook moge zijn, de voortwoekering van dit kwaad, dat bovendien ontbindend werkt op het huwelijksleven, dat psychische nadeelen meebrengt, zoodat de krankzinnigheid en zenuwziekte toenemen, schijnt in democratische landen oogluikend te worden toegelaten. Zoo wordt het bewijs geleverd, dat in breede kringen wezenlijk de ontkerstening steeds dieper voortwoekert. God zeide tot Noach en zijne zonen: „Maar gijlieden weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, teelt overvloediglijk voort op de aarde." Doch de moderne menschheid, trotsch op haar weten en kunnen, stelt zich tegenover deze door God ingelegde levenswet en meent met de regeling der geboorten, die wezenlijk eene vermindering der geboorte-cijfers beteekent, een cultureelen rijkdom zich te gewinnen, die uitloopt op den zelfmoord der geslachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 juli 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Van den Woorde Gods XVII.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 juli 1937

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken