Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de loopbaan I.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de loopbaan I.

23 minuten leestijd

Hebreën 12 vss. 1—3. Daarom dan ook, alzoo wij zoo groot eene wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is, ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs Jezus, dewelke voor de vreugde die hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van den troon Gods. Want aanmerkt dezen, die zoodanig een tegenspreken van de zondaren tegen zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uwe zielen.

Onze text is een opwekking tot standvastigheid. De apostel heeft gehandeld over de helden des geloofs van den ouden dag die allen in het geloof zijn gestorven, de beloften niet verkregen hebbende. Deze helden des geloofs hebben hetzelfde pad bewandeld dat thans Gods kinderen moeten gaan. Zij toonden klaarlijk een vaderland te zoeken. Zij waren op reis naar de stad die fundamenten heeft, welker kunstenaar en bouwmeester God is.
De Kerk was steeds vervolgd, in nood en lijden. Zoo was het ook in de dagen, toen de apostel dezen brief schreef. De Koning der Kerk had niet zonder reden gesproken: In de wereld zult gij verdrukking hebben, doch hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.
De geloovigen van den ouden dag hebben veel te verduren gehad. Onder hen zijn er die gesteenigd zijn, gegeeseld, in stukken gezaagd. Zij waren geacht als slachtschapen, vervolgd, verdrukt, benauwd. Maar zij zijn den strijd nu te boven. Zij gingen binnen door de poorten in de stad. Zij zijn nu voor den troon en dienen God dag en nacht in Zijnen tempel.
De loopbaan, die voorgesteld is, werd bewandeld door vele voeten der heiligen vanaf het begin der wereld. Zij hebben op dezen weg den tocht naar de eeuwigheid gemaakt en zijn niet beschaamd geworden. Thans staan zij daar als lichten om het pad te verhelderen. Als getuigen der waarheid, dat God getrouw is en dat Hij, die de Zijnen roept het ook doen zal. Zij zijn als een vuurkolom bij nacht die het pad wijst door de woestijn dezes levens. De apostel heeft opgemerkt, dat de geloovigen lijdzaamheid van noode hadden. Zij dreigden mismoedig te worden door de bezwaren die hen omringden. De weg scheen hun te zwaar.
Zij hadden veel strijd des lijdens verdragen, ten deele als zij door smaadheid en verdrukkingen een schouwspel waren geworden, ten deele ook in hun gemeenschap mei degenen die alzoo gehandeld werden. De rooving hunner goederen hadden zij met blijdschap aangezien omdat zij inleefden, dat hun een beter en blijvend goed in de hemelen wachtte.
Maar, zij hadden lijdzaamheid van noode en moesten bedenken niet alleen maar beleven, dat de rechtvaardige door het geloof zal leven. Wat het is uit het geloof te leven laat hij ons zien in hoofdstuk 11 door een rij geloofshelden ons te teekenen, die volhardden temidden van de grootste gevaren, soms langer dan een eeuw. Gij hebt lijdzaamheid van noode, opdat gij den wil Gods gedaan hebbende de beloftenis moogt wegdragen.
Zoo weet de apostel de rechte snaar te raken in de ziel der vromen, om hen op te wekken tot standvastigheid, tot lijdzaamheid en verdragen.
Zij moeten dan het oog niet richten naar beneden maar naar boven! Hun hart moeten zij verheffen tot boven de wolken en niet versagen.
Welaan dan laten óók wij, nu we ons temidden van een groote wolke van getuigen bevinden, met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is, afleggende alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt.
De Heere heeft wat te verdragen in degenen die Hij roept tot heerlijkheid. Eerst willen ze den weg niet die voert naar het leven en eeuwige vrede en straks duurt de weg hun te lang, valt het hun te zwaar den raad Gods uit te dienen en willen zij ontijdig vertrekken naar de overzijde der rivier. Gelukkig, dat Hij beschikt over middelen en wegen om hen onderworpen te maken en te houden. Nu laat de Heere Zijn gezant de Kerk waarschuwen en leiden opdat zij door het geloof zullen leven en niet mismoedig het hoofd laten hangen.
Hij richt zich tot de pelgrims die op weg zijn naar het hemelsche Jeruzalem. Daarop moeten wij wel letten, want van nature voert ons pad niet derwaarts, doch naar de binnenkameren des doods. Van dien weg sprak de mond der waarheid: Breed is de weg, en wijd is de poort, die leidt naar het verderf en velen zijn er die door denzelven in gaan.
Daarom is de eerste vraag of wij de wereld hebben verlaten, onze oude natuur gedood en in een nieuw godzalig leven wandelen? Worden wij geleid door den Geest van Christus en is onze voet gezet op den weg des vredes? Die vraag moet eerst worden beantwoord, want anders vallen wij niet onder de vermaning van onzen text, doch komt de eisch tot ons: bekeert u van uwe booze wegen. Geloof in den Heere Jezus Christus. Zonder het zaligmakende geloof toch blijven wij buiten den Zaligmaker, wiens bloed ons alleen reinigt van alle zonden. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot den Vader dan door Hem. In onzen text worden dan ook de waarachtige christgeloovigen toegesproken, die zijn herboren tot eene levende hope door de opstanding van Jezus Christus uit de dooden. Hun leven wordt in de Schrift vergeleken bij een worsteling: wij hebben den strijd niet tegen vleesch en bloed maar tegen de geestelijke boosheden in de lucht Strijd den goeden strijd des geloofs, grijpt naar het eeuwige leven. De apostel Paulus juicht aan het einde van zijn levensbaan gekomen: Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb het geloof behouden. Soms wordt een vergelijking gemaakt met de loopbaan, een wedloop. Bij de Grieken waren er vijf soorten gymnische spelen. Vuistvechten, worstelen, de wedloop, de wapendans en het discuswerpen. Wie aan alle vijf deelnam heette pentathlos. Vooral de loopbaan gebruikt de apostel Paulus om ons het leven van den christen voor te stellen.
Een lange baan was in gereedheid gebracht. Aan het andere einde der baan stond een paal met een witte streep en een krans was aan die paal opgehangen die den overwinnaar, den snelsten looper, als belooning kreeg.
Weet gijlieden niet, dat allen die in de loopbaan loopen, wel loopen, maar dat één den prijs ontvangt, loopt alzoo dat gij dien moogt verkrijgen (1 Cor. 9:25).
De baan was omzoomd met toeschouwers die aanmoedigden tot volhouden en aan het eind der baan wenkte de krans der overwinning.
Een soortgelijk beeld vinden wij in onze textverzen. Hierom, heilige broeders, die der hemelsche roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hoogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus, die getrouw is dengene, die hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was. Zoo schreef hij in het eerste vers van hoofdstuk 3. Zij waren der hemelsche roeping deelachtig; krachtdadig geroepen tot de heerlijkheid. Zij waren op weg om de erfenis des leven in bezit te nemen. Die overwint zal alles beërven, en Ik zal hem geven te zitten met Mij in mijnen troon gelijk Ik heb overwonnen en ben gezeten met mijnen Vader in zijnen troon.
Zoo handelt onze text over den weg des geloofs naar de hemelstad. Wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomende. Die loopbaan nu is in het Woord, met de regels die in acht genomen moeten worden om niet teleurgesteld uit te komen zorgvuldig voorgesteld. Wie eigen weg kiest naar den hemel komt zeker in de hel, gelijk Onkunde uit de Christenreize bedrogen uitkwam in zijn eigenwilligen godsdienst. Hij had altijd gezegd tegen Christen dat hij even-; goed zou zalig worden als hij. De weg behoefde niet zoo moeilijk te zijn als deze voorgaf dat hij was. Voorgesteld. Wie een toren wil bouwen moet eerst nederzitten en de kosten overrekenen. De Heere Jezus sprak dikwijls over de bezwaren en gevaren van de reis. Wie zijn hand aan den ploeg slaat én ziet naar hetgeen achter is is niet bekwaam voor het Koninkrijk Gods en wie hetzelve niet ontvangt als een kindeke zal in hetzelve geenszins ingaan. Oogen moeten uitgegraven, handen afgehouwen, eigen bestaan verloochend, ja, eigen leven gehaat. Anders kunnen wij zijn discipelen niet zijn. Zijn kruis moet worden gedragen, de schande veracht, de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom worden geacht dan de schatten van Egypte.
Elders wordt het genoemd een volgen van Christus, wandelen op den smallen weg die ten leven leidt. Van nature voert onze weg naar het verderf. Daarom is het noodzakelijk dat wij door het geloof in Christus van koers veranderen, ingaan door de poort der wedergeboorte op den levensweg.
Loopen de loopbaan die ons voorgesteld is. De apostel richt zich tot de christenen, die dreigden te verslappen in hun loop. Hij wekt hen op tot voortvaren, tot volharden.
Het moge al niet zoo ver komen als met Elia die zich neerlegde onder een jeneverboom en klaagde: neem nu mijne ziel maar weg, want ik ben niet beter dan mijne vaderen, toch kennen al de pelgrims naar Sion de vermoeienissen van de reis. De hindernissen op den weg. Zij kennen de plaatsen waar zij met christen lagen te slapen, en hun rol verloren. Zij bevonden zich meer dan eenmaal op den betooverden grond, kwamen terecht in het kasteel van reus Wanhoop, moesten waden door den poel mistrouwen, ook al hadden zij den harden grdhd kunnen betreden indien zij slechts gelet hadden op de voetstappen van den oversten Leidsman des geloofs. We zijn soms als die maanzieke jongen van wien wij lezen: menigmaal valt hij in het vuur en in het water. Het is een wonder dat hij niet is verdronken of verbrand. Doch er is ook een andere zijde aan de waarheid: de Heere zal hen geduriglijk leiden, Hij zal hunne ziel verzadigen in groote droogten. Zijn oog zal op hen zijn. Hij zal raad geven. Maar aan de moeilijkheden van de reis ontkomt niemand.
Laat ons met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is.
Dit loopen is een uitstrekken der ziel in het geloof om de hemelsche waarheid recht te mogen verstaan om in te gaan in de verborgenheden van Gods Koninkrijk. Als wij de aarde maar uit het oog verliezen en mogen opblikken naar boven zien over dood en graf, verstaan, dat wij tot duren prijs zijn gekocht, dan wordt onze voet als die der hinden.
Bij dat loopen worde het oor gespitst om de stem van Jezus te beluisteren, worde de voet opgeheven om geen stofwolken op te jagen en eigen gezicht te belemmeren. Hij maakt mijne voeten als die der hinden en Hij stelt mij op mijne hoogten. In onze dagen worden er marschen georganiseerd van meerdere dagen en de deelnemers zoeken het vol te houden tot het uiterste. Menigeen zoekt de deelnemers op te wekken tot volhouden, moedigt hen aan, door meeleven. De loopbaan ons voorgesteld voert niet tot eenigen roem of naam voor deze wereld maar brengt tot eere door genade. Wie volharden zal tot den einde, die zal zalig worden.
Houdt moed, godvruchte schaar,
Hij is getrouw de bron van alle goed!
Zoo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer'!
De genegenheden des harten strekken zich uit naar Jezus, die is voorgegaan in het binnenste Heiligdom, om Zijn gunst en liefde te smaken. Dan komt er weer staal in ons bloed, onze hartslag wordt vast en onze voet wandelt met vaste schreden den weg der zaligheid. Van David lezen wij, dat hij zich sterkte in den Heere zijnen God. Wanneer wij dit mogen doen evenals de man naar Gods hart, dan breekt het geloof door in blijde zekerheid: Gij maakt eerlang mij het levenspad bekend, waarvan in druk het vooruitzicht mij verheugde. Een schoon toekomstbeeld wordt onthuld voor het oog onzer ziel en wij voeren een gesprek met onszelven: Wat buigt gij u neder mijne ziel, en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de menigvuldige verlossing mijns aangezichts en mijn God. Ja, de Heere zal des daags Zijne goedertierenheid gebieden, en des nachts zal zijn lied bij mij zijn, het gebed tot den God mijns levens.
Met lijdzaamheid moet worden geloopen in de loopbaan. Lijdzaamheid dat is geduld. En dat geduld, die lijdzaamheid, moet niet alleen uitkomen in het dragen van tegenwoordig leed en ongeval maar ook in de verwachting van toekomstig heil. De apostel had vermaand: Gij hebt lijdzaamheid van noode. Uithoudingsvermogen, om te dragen, om te volharden.
Deze lijdzaamheid is eene vrucht des geloofs. Indien wij dan gelooven hetgeen wij niet zien zoo verwachten wij het met lijdzaamheid.
Deze lijdzaamheid is geen achteloosheid of een zekere onverschilligheid. Neen, want het is loopen in de loopbaan met lijdzaamheid. Er is voortgang op het levenspad.
Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort.
Menigeen verwart traagheid en luiheid met lijdzaamheid. Van Ephraim staat geschreven: Vreemden verteeren zijne kracht en hij merkt het niet; ook is grauwigheid op hem verspreid en hij merkt het niet. Ephraim is als een botte duif zonder hart.
Van Gods kinderen wordt niet gevraagd onaandoenlijkheid onder lijden, achteloosheid en een lijdelijk afwachten. Er zijn in onze dagen niet weinigen die meer in de leer schijnen te gaan bij de oude heidensche Stoicynen dan bij Christus. De valsche lijdelijkheid zonder werkzaamheden des geloofs verslaat hare slachtoffers bij duizenden.
Die oude Stoicijnen prezen den mensch, die geen ding vreesde, begeerde, hoopte, zich nergens over ontzette, maar steeds gelijkmatig van zinnen en gevoelens bleef.
Neen zulk een onaadoenlijkheid leert de Schrift niet. De Heere Jezus zelf was ontroerd in den geest. Werd geperst in zijn ziel toen het bitter lijden hem werd voorgesteld. Hij klaagde en weende, doch zonder zonde. Tot de ware lijdzaamheid is Hij de krachtbron. Want het is geen redelooze stoutheid, zoodat wordt gelachen met alle zwarigheden zooals Agag die tot Samuel ging en zei: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken.
Neen, geen onaandoenlijkheid vraagt de Heere. Het geloof ontaardt den mensch niet ook al maakt het hem dapper en gelaten in lijden en nood. Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, noch bezwijk als gij van Hem bestraft wordt.
Tot eere van Koning Josia wordt vermeld, dat zijn hart week werd bij de aankondiging van de oordeelen des Heeren, en dat hij zich voor den Heere vernederde en voor zijn aangezicht weende.
De lijdzaamheid des geloofs is een christelijke deugd en wordt op de school des Geestes geleerd. Doch de Heere richte uwe harten tot de liefde Gods en tot lijdzaamheid van Christus. Het moge zijn, dat de natuurlijke mensch een zekere gelatenheid vertoont in tegenheden, maar de deugd der lijdzaamheid kent hij niet. Vaak is de klacht des Heeren van toepassing: Ik heb ze geslagen maar zij hebben geen pijn gevoeld.
De natuurlijke mensch is niet door den Geest Gods onderwezen ook al bukt hij voor de overmacht. Soms is eergierigheid in het spel of de begeerte om dapper te schijnen, maar zoo is het bij den christen niet en mag het ook niet zijn. Hij moge met Aaron stil zwijgen wanneer, terwijl hij in de loopbaan is, zijne beide zonen sterven, maar hij zal niet doen als de heiden Xenophon die tijdens het offerwerk bericht kreeg van den dood zijns zoons. Hij ging voort met offeren, nam zijn hoofddeksel af en vroeg hoe hij was gestorven. Al vechtende was het antwoord. Dan zet Xenophon zijn kroon weer op en zegt: dat hij meer vreugde gevoelde uit de deugd dan droefheid uit den dood zijns zoons.
De apostel maant tot lijdzaamheid, maar hij heeft dan de lijdzaamheid der heiligen op het oog. Hij vordert daarmede gewilligheid en onderworpenheid in het lijden dat de Heere ons oplegt. Wij moeten en wenschen onzen wil te buigen onder des Heeren wil. Hij legt geen lasten op te zwaar om te dragen.
Toen Agabus aan Paulus voorzegde, dat hem banden en verdrukking aanstaande waren baden Lucas en de andere reisgenooten benevens de inwoners dier plaats, dat hij niet zoude opgaan naar Jeruzalem. Maar Paulus antwoordde en zeidè: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor den naam des Heeren.
Zoo liep Paulus met lijdzaamheid de loopbaan, die was voorgesteld. De Heere Jezus verbond zijn gewilligheid met het gevoel onder het lijden en zeide in den hof der olijven: Vader, indien het mogelijk is laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan, doch niet gelijk Ik wil maar gelijk Gij wilt. Alleen uit de bediening des Geestes, die het uit Christus neemt, kunnen wij de ware lijdzaamheid kennen en ons kruis opnemen. Dan aanvaarden wij gewillig alle lijden dat ons overkomt als vrucht van de vijandschap der wereld, van de woede der hel en ook dat ons rechtstreeks toekomt van de kastijdende vaderhand des Heeren.
Met lijdzaamheid, dan worden wij stil onder het kruis. Wanneer een kind slaag krijgt kan het soms brullen als werd het vermoord, en dan zegt de vader: neen neen, maak niet zoo'n lawaai, je ontkomt niet aan de roede, je hebt het verdiend. Een ander kind wordt stil en tracht zelfs zijn snikken te bedwingen. Het is goed, dat men hope en stille zij op het heil des Heeren. Hij zitte eenmaal en zwijge stil omdat Hij het hem opgelegd heeft.
Met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is.
Standvastigheid in het lijden en moed onder druk zijn dan onze gezellen.
Het moge dan zijn, dat de Heere ons wel hard kastijdt, maar ter dood zal Hij ons niet overgeven, Het was een loffelijk getuigenis van den verhoogden Heiland aan de gemeente van Ephese: Ik weet uwe lijdzaamheid. Gij hebt verdragen en hebt geduld, en gij hebt om Mijns naams wille gearbeid, en zijt niet moede geworden.
Al zien wij dan op het oogenblik geen uitweg uit de moeilijkheden, al is het, dat alles ons neerdrukt, toch houden wij goeden moed en in ons hart leeft de zekere verwachting der uitkomst. Een lijdzaam mensch gelooft dat alles zijn bestemden tijd heeft en de Heere zeker trouw zal houden. De uitkomst zal niet falen. Zoowel voor het heden als de toekomst zal hij gewis zorgen en ons dragen met alle onze nooden. Indien wij dan lijden naar den wil Gods, dat wij onze zielen Hem als den getrouwen Schepper bevelen met weldoen. Met lijdzaamheid loopen in de loopbaan die ons voorgesteld is. Dit is geen vrucht uit de natuur maar van de genade. Het is u uit genade gegeven niet alleen in Hem te gelooven maar ook voor Hem te lijden. Daarom wordt God genoemd: de God der lijdzaamheid en der vertroosting.
Onze text voegt nu nog een noodzakelijke vereischte toe. Hierop moet acht worden genomen wil de looper in staat zijn voort te spoeden naar het einde. Het einde...!
Laat ons dan afleggen allen last en de zonde die ons lichtelijk omringt.
Soldaten moeten vaak marschen maken bepakt en gezakt om te toonen dat zij uithoudingsvermogen hebben. Alleen de ruiterij laat het paard alles dragen met eigen vracht erbij. In den geestelijken wedloop echter ontdeed de looper zich zooveel mogelijk van allen last die hem kon bezwaren in het loopen. Hij nam geen pak op zijn rug, maar slechts licht gekleed begaf hij zich naar de renbaan. Alleen eigen gewicht moest hij meedragen.
Welnu zegt de apostel, denk aan den looper, laat ons afleggen allen last.
Elders maant het Woord: Maar legt gij dit alles af, n.l. gramschap, toornigheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.
Alles wat aan het geloof en de gehoorzaamheid des geloofs in den weg staat moet worden afgelegd, zooals de looper zich ontdeed van alles wat zijn loop kon belemmeren.
Zeker, van eigen gewicht kon hij zich niet ontdoen. En een log mensch was niet bepaald geschikt voor de renbaan. Zoo is het geestelijk niet anders. Eigen gewicht voeren wij altijd mee. Aan ophouders op den weg ontbreekt het niet. Vaak staan wij stil om op adem te komen. Dikwijls ook sleept hij zichzelf mee zonder allen last af te leggen. Dat wil zeggen: al kunnen wij ons nooit ontdoen van onszelven toch is het geloof een wondere kracht in de ziel. Ik denk aan een verhaal. „Geloof" en „verstand" zouden samen een tocht ondernemen. Zij kwamen bij een rivier. Kunt gij zwemmen? zei „geloof". Laten we een doorwaadbare plaats opzoeken, zei „verstand" dan loopen we geen gevaar te verdrinken. Neen, zei „geloof", ik wil zwemmen. Maar „verstand" durfde niet. Wel zegt het geloof ga op mijn rug zitten dan zwem ik naar den overkant en gij kijkt toe wat er te zien is op het water.
Zalig als wij zóó alle gedachten gevangen mogen nemen onder de gehoorzaamheid van Christus en met lijdzaamheid loopen de loopbaan die ons voorgesteld is, afleggende allen last. Menig pelgrim schijnt te meenen, dat hij bepakt en gezakt naar den hemel moet en dat altijddurend klagen over zijn last hem ontslaat zich van dien last te ontdoen.
Eigen lust, wereldzin, en nog zooveel meer. Het komt mij voor, dat alle lasten die wij droegen, vaak meesleepten, nooit waard geweest zijn dat wij er zooveel voor leden.
Alle aardsche schatten moeten wij vijl hebben voor den tocht en leven van het goudgeld van Christus, dat op elk punt van den weg in pasmunt kan omgezet om te voorzien in onze nooden. Als het vermogen aanwast zet er uw hart niet op. Als ge arm wordt meen dan niet, dat God het ook is. Hij blijft zeggen: Mijne is de wereld en hare volheid, het vee op duizend bergen. Weest niet bezorgd voor den dag van morgen waarmede gij u kleeden zult of wat gij eten of drinken zult. Uw hemelsche Vader weet, dat gij alle deze dingen behoeft. Ik zorg voor u, want zoowel armoede als overvloed kunnen aftrekken van den Heere, hinderen in het loopen, dat ons oog niet is gericht op het wit. Als wij geroepen worden tot lijden is eigenliefde en wereldliefde ballast die ons hindert. Breken moeten wij met onszelven, met zondige vrienden, uitwendige en inwendige verdorvenheden onzer natuur. Onze sterkte, wijsheid, eigengerechtigheid, goede voornemens, vleeschelijke vroomheid. Kortom, hier is de dooding van den ouden mensch met zijne begeerlijkheden die ons als opdracht wordt gegeven.
Maar hoe nu? Worden wij dan aan het werk gezet om ten hemel in te gaan? Ja en neen. Neen, want door de werken der wet wordt geen vleesch gerechtvaardigd voor God. Neen, omdat wij uit genade zalig worden, niet uit ons het is Gods gave. Ja, echter wanneer wij letten op de heiligmaking. Werkt uws zelfs zaligheid met vreeze en beven want het is God die in u werkt het willen en het werken naar zijn welbehagen. De opwekking tot het afleggen van allen last is echter tevens belofte des Verbonds, die onder de werking des Geestes leidt tot vurig smeekgebed in afhankelijkheid van den Heere Christus. Zoo komen de loopers in gemeenschap met den oversten Leidsman en voleinder des geloofs. De mensch wordt opgewekt tot zijn plicht om zijn voorrechten te verkrijgen. Deze roeping voert niet tot werkheiligheid maar tot heiligheid en afhankelijkheid.
Hier is nu de praktijk der godzaligheid voor eiken dag om te wandelen waardiglijk het Evangelie van Christus. Hier is de dooding van den ouden mensch met zijne begeerlijkheden. Maar vergis u toch niet! Wij moeten niet heilig worden in al onzen wandel om zoo een geschikt voorwerp te worden voor de genade. Neen, neen, de genade maakt ons zalig, de gemeenschap met Christus doet ons vrede smaken in Zijn bloed. Anders kan er van een wandel in godzaligheid geen sprake zijn. Het is mijn Jezus, mijn Redder, die de Voleinder des geloofs is, de reinigmaker onzer ziel, de bron onzer kracht, het leven van ons leven, de sterkte van mijn hart.
Laat ons afleggen allen last en de zonde die ons lichtelijk omringt. Die nadere toevoeging is een uitlegging van: afleggen van allen last. De zonde wordt als een kleed geteekend dat ons bij iederen stap hindert in het loopen. Het woord voor omringen, hier gebezigd, komt alleen in dezen text voor. Lichtelijk omringen wil niet zeggen: maar even aanraken doch gemakkelijk besmetten, zooals iemand die langs de verf loopt zich vaak, zonder het te weten, besmet. Daarom moet de christen zeer omzichtig zijn, waakzaam, nooit zichzelf noch de wereld vertrouwen. In niemand uwer zij een boos en ongeloovig hart om af te wijken van den levenden God. Het ongeloof biedt steun aan alle twijfelingen, schept onmogelijkheden. Het ongeloof werpt altijd weer een waas over de bloesem der hoop.
Allen last. Zelfs moeten zij afleggen wat op zichzelf geoorloofd is maar in de loopbaan hindert. Velen verliezen hun ziel door liefde tot hetgeen op zichzelf geen zonde is. De een zei: ik heb ossen gekocht, een ander: ik heb eene vrouw getrouwd, ik kan niet komen. Een derde: ik moet voor vader of moeder zorgen. Daarom in de loopbaan moet de vermaning worden verstaan: die bezitten als niet bezittend, die getrouwd zijn als niet getrouwd, die de wereld gebruiken als niet misbruikende. Ik heb geleerd alle dingen schade te achten. Ja, ik acht die drek te zijn om de uitnemendheid der kennis van Jezus Christus mijnen Heere, door welken ik der wereld en de wereld mij gekruisigd is.
De loop van Samuel werd verhinderd omdat hij te zeer leed droeg over Saul. Hoe lang draagt gij leed over Saul, dien Ik toch heb verworpen? Jeremia kan het eerst maar niet eens zijn met den Heere, dat hij zijn afvallig volk aan het oordeel moet prijs geven.
En de zonde die ons lichtelijk omringt. Ieder heeft zijn bepaalde boezemzonde, zijn heerschende hartstocht, zijn verkeerde neigingen. De strijd is niet alleen noodzakelijk tegen den duivel maar evengoed tegen datgene waarvan hij zich bij voorkeur in ons bedient.
Hoe noodzakelijk dagelijks te komen tot het bloed van Jezus om onze oude natuur te dooden. Hoe hard moet een mensch werken die zich gebroken bakken graaft en den springader der levende wateren verlaat. Gelukkig, dat zij toch in de kracht Gods worden bewaard tot de zaligheid. Legt dan af alle kwaadheid en bedrog en doet aan den Heere Jezus Christus en voedt het vleesch niet tot begeerlijkheid.
Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddelooze en de zondaar verschijnen?
Wanneer de zonde ons de dood niet is geworden zullen wij weigeren onszelf aan de dooding prijs te geven noch den Heere na loopen om ons onberispelijk voor zich te stellen in de liefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 augustus 1938

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

In de loopbaan I.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 augustus 1938

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken