Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet weten „wat de klokke slaet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet weten „wat de klokke slaet"

8 minuten leestijd

Van onderscheidene zijden1) werd onze aandacht gevestigd op een artikelenreeks, geteekend Dr. P. Prins, geplaatst in C h r i s t e l ij k S o c i a a l D a g b l a d onder den titel Christendom en Rassenbewustzijn. Als deze auteur over dat onderwerp schrijven wil, dan is daartegen heelemaal geen bezwaar. Waar wel bezwaar tegen is? Dat onder dezen titel gepolemiseerd wordt tegen Prof. Visscher, die zich nimmer over dat onderwerp heeft uitgelaten. Als deze Dr. Prins zich eerst eens rekenschap gegeven had over zijn onderwerp en dit ons klaar en belijnd uiteengezet had, zou het misschien van belang zijn geweest van zijne beschouwingen over dat onderwerp kennis te nemen. Nu is dit absoluut niet het geval en blijkt deze titel slechts een aanloop en levert zijne polemiek het bewijs, dat hij het eerste, dat een polemicus moet kunnen, niet betracht: namelijk wel te onderscheiden. En dat kan alleen, wanneer eerst geleerd is, goed te lezen. En daaraan hapert het bij dezen Dr. Prins ten eenen male.
Ik heb nooit over Christendom en rassenbewustzijn geschreven. Dat vordert trouwens nog een bijzondere studie, waarvoor ik momenteel nog geene gelegenheid heb. Ook heb ik mijne meening over Calvinisme en Rasbewustzijn nergens gegeven, ook niet in het G e r e f o r m e e r d W e e k b 1 a d. Deze voor onze lezers controleerbare verklaring stempelt heel deze polemiek tot een praatje, waarin deze Dr. Prins alleen slechts blijk geeft van zeer fel anti-Duitsche gevoelens. Nu, die werken er in gescheiden kringen meer! Ik wensch daaraan echter niet mee te doen, omdat ik dit niet acht een Nederlandsch belang. Ik zou dan ook in het geheel niet over Duitsche zaken mij hebben uitgelaten, indien ik deze felle anti-Duitsche actie niet zulk een groot nadeel voor ons vaderland achtte.
Waarvan word ik nu beschuldigd? Ik heb gewezen op het belang eener welwillende waardeering van andere volken. Een klein volk als het onze, dat in meer dan een opzicht tegenover zijne naburen in levensbetrekkingen staat, die gepaard gaan met handels- en verkeersbelangen, kan en mag zich geen noodelooze kwetsing van de gevoelens zijner naburen straffeloos veroorloven, afgezien dan nog van de vraag, of het ons aangaat, hoe onze buren meenen zich te moeten regeeren. Ik wees er daarom op, dat wij aan Duitschland wel een en ander te danken hebben, ook op godsdienstig gebied. Nu is daarmede toch niets gezegd dan wat onherroepelijk vaststaat.
En dat kan deze Dr. Prins dan ook niet weerspreken. Doch wat merkt hij nu op? „Het gaat hier niet zoozeer over volken of over beginselen. Het beginsel van de rassenleer, zooals de leiderskring in Duitschland die drijft, is ons wel onsympathiek, ja ten eenenmale verwerpelijk. En dat wij aan het Duitsche volk in den loop der eeuwen veel te danken hebben, och ja, volkomen accoord Prof., maar dat brengt toch niet automatisch mee, dat wij ook min of meer verplicht zijn de rassenleer van de thans overheerschende politieke partij in Duitschland ook zonder meer te slikken."
Wat moeten wij nu denken van de wetenschappelijke bekwaamheid van dezen polemicus! Ik heb mij nimmer over die rassenleer uitgelaten, altijd er nadruk op gelegd, dat in Christus niet is man noch vrouw, dienstknecht noch vrije. Jood noch Griek, maar dat dit niet beteekent, dat er geen onderscheid is tusschen mannen en vrouwen, enz. Wil iemand deze zuiver Bijbelsche beschouwing nu een rassenleer noemen, dan kan ik alleen mijn schouders ophalen over zulk een onkunde aangaande wat men rassenleer noemt. Maar niemand, dan alleen hij, die niet weet waarover hij schrijft, kan mij dan ten laste leggen, dat ik van dezen Dr. Prins zou eischen ,.zonder meer te slikken" hetgeen elders geleerd wordt.
Ik heb inderdaad geschreven: ,,Dat Duitschland anders geregeerd wordt dan Nederland, is voor ons geen oorzaak ons met onwil van dat volk af te keeren." Dr. Prins vindt deze opmerking „volkomen waar". Nu, als dit dan volkomen waar is, man, waarover vecht gij dan? Ja, zegt hij, daar gaat het niet over. Ja, waarde Doctor, daarover gaat het precies, maar gij wilt hetgeen ik schreef, uitbreiden over zaken, waarover ik niet schreef. Ik heb over beginselen van Duitsche politieke partijen met geen woord gerept, eenvoudig gezegd, dat Duitschland anders zichzelf regeert dan Nederland dit tot heden toe doet.
Verder legde ik er nadruk op, dat wat nu in Duitschland is, het noodwendig resultaat is van de voorafgaande geschiedenis. Een wetenschappelijke geschiedbeschouwing duldt geen andere opvatting. Feit is, dat wat nu bij onze naburen is, het resultaat is van de samenwerking van Roomsch- Rood. De Christelijke Pers in Nederland „zou de leiders van het Duitsche nationaal-socialisme niet smaden en daardoor gunstig afsteken tegen socialisten en Communisten!" Het spijt mij, maar dan weet Dr. Prins niet goed wat „smaden" eigenlijk is, of hij leest deze bladen niet.
Zoo wees ik er op, dat de opkomst van het 3e Rijk in Duitschland ook Nederland heeft bewaard voor het Bolschewisme. Dr. Prins meent van niet, is zeker van oordeel, dat dergelijke bewegingen blijven staan voor onze onverdedigde, misschien wel onverdedigbare grenzen. Welnu, wie gezien heeft alleen de deining, die hier te lande in 1918 merkbaar werd, weet beter dan Dr. Prins.
Dat het antisemitisme van economischen oorsprong is, kan Dr. Prins ook al niet erkennen. Dit is hem „te oppervlakkig". Het spijt mij voor Dr. Prins, maar dan is dat een gevolg daarvan, dat Dr. Prins geen studie gemaakt heeft van het Antisemitisme en praat hij er over zonder er iets van te weten. Lang voor den oorlog wist men in Duitschland al, dat de emancipatie der Joden een zeer drukkend sociaal overwicht ten gevolge had gehad. Fr. Paulsen wees daar reeds op in 1903.
Wat nu verder over het kerkelijk vraagstuk door Dr. Prins wordt te berde gebracht, daarover heb ik de vorige week reeds het mijne gezegd en ik behoef dit niet te herhalen.
Het blijkt, dat Dr. Prins van de zaken, waarover hij schrijft, niet voldoende op de hoogte is. Een kras bewijs daarvan levert hij in het volgende, dat ik onzen lezers daarom letterlijk voorleg:

Allermerkwaardigst is het, dat Prof. Visscher hier eigenlijk zegt: Gij moet u maar van alle beoordeeling van het Nationaal Socialisme onthouden, omdat er ook bij u, Nederlanders, wel het een en ander ontbreekt. Dan zouden wij ons, zoolang de wereld bestaat, van alle critiek moeten onthouden en dat doet Prof. Visscher zelf ook niet bepaald! En dat de Overheid geen orgaan heeft om God te kennen, zou juist zijn, wanneer deze overheidspersonen ontbloot waren van een geweten. En zoover is het gelukkig onder ons nog niet gekomen! En dat alie propaganda onder ons geoorloofd is, dat weet Prof. Visscher zelf wel beter! Met den laatsten zin, dien hij citeert, ben ik het eens. Afgeven op onze Oosterburen moeten wij niet. Maar de Schrift zegt: Beproeft de geesten, of zij uit God zijn. Beproeft alle dingen; behoudt het goede! Wij moeten dus aan alle dingen de proef aanleggen van Gods Woord. En dat is het nu, wat ik pijnlijk mis in de hier geciteerde uitlatingen van Prof. Visscher. Het is meer een verdedigen van het Nationaal Socialisme en het aanvallen van eiken tegenstander daarvan. Maar wij willen niet gerekend worden onder de smalers en smaders van het Nationaal Socialisme, maar onder de principieele bestrijders daarvan. Laat Prof. Visscher. als hij toch het Nationaal Socialisme verdedigen wil. eens beginnen met de vele en ernstige principieele bezwaren die er tegenin gebracht zijn van Calvinistische zijde, te weerleggen.
Dit, wat hij schrijft, kan ons alleen verbazen en bedroeven.

Wat blijkt hier nu uit? Dat Dr. Prins de leer van zijn eigen Partij blijkbaar niet kent. Dat de overheid geen orgaan zou hebben om God te kennen, is niet mijne leer, maar de leer van Dr. Colijn, die in het geschrift: „Saevis tranquillus in undis" met vette letters heeft verkondigd, blz. 102: „De Overheid mist het orgaan der onderscheiding in zuiver religieuse zaken." Tegen deze liberalistische leer heb ik mij verzet en het doet mij inderdaad genoegen, dat Dr. Prins het daarmede blijkbaar ook niet eens is.
Verder moge ik hem nog mededeelen, dat hij blijkbaar ook in het geheel niet op de hoogte is met hetgeen ik geschreven heb in den loop der jaren over de door hem ter sprake gebrachte onderwerpen. Ware hij dat, hij zou niet hebben durven beweren, dat ik het Nationaal Socialisme verdedig, want al onze lezers weten, dat Prof. Visscher een verdediger is van het ongeschonden art. 36 der Ned. Geloofsbelijdenis, dat hij met het liberalistisch neo-calvinisme niets heeft uit te staan, evenmin als met de neo-calvinistische practische politiek, die met Rome en Rood in bond, ons brengt naar een verarmd en verroomscht Nederland en alzoo den weg opent tot gelijksoortige processen als in Duitschland de vrucht waren van de intieme samenwerking tusschen Centrum en sociaal-democratie.
Dr. Prins wil van mij misschien geen goeden raad aannemen, maar ik zal hem dien toch daarom niet onthouden in de hoop, dat deze hem later tot nut zal strekken. Die raad is eenvoudig deze van Vader Cats:
„Die uit melken gaat,
Moet weten wat de klokke slaet."


1) Wij danken onze lezers uit N. en uit R. voor hunne toezending.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 december 1938

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Niet weten „wat de klokke slaet

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 december 1938

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken