Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PERSSCHOUW

5 minuten leestijd

Bezwaren en gevaren.

Op die vergadering, waar we iets van vertelden, spraken Dr. Gravemeijer en Prof. Banning veel over de taak van de kerk. De kerk was er voor de wereld!!! De leuze van Hoedemaker: „Heel de kerk en heel het volk" kwam weer naar voren, een leuze even duister als vaag. Hier moesten we aan denken, toen we in D e W aarheidsvriend van de hand van Prof. Severijn het stukje: Bezwaren en gevaren lazen. Hij schrijft o.a.: „Middelerwijl gaan velen voort met de kerk in beweging te zetten. Onder het motto: Zendingskerk, schijnen zij zich het ideaal van een bewegende kerk voor te stellen.

Hoewel dit begrijpelijk is bij de ontdekking van de verregaande ontkerstening, waarin wij verkeeren, kan die beweging echter hoogst gevaarlijk worden voor de kerk zelf.

Het blijft onze overtuiging, dat de strijd tegén de ontkerstende wereld allereerst een bolwerk heeft te zoeken in de kerk zelf. Wij bedoelen, dat de kerk eerst tot zichzelf moet wederkeeren, tot haar belijdenis en haar presbyteriale orde en tot bezinning op haar wezen en roeping.

Dat wil niet zeggen, dat zij haar zendingsroeping zoowel ten aanzien van de uitheemsche als de inheemsche zending voorloopig maar laat varen, maar het wil wel zeggen, dat zij die, het eene doende en het andere niet nalatende, op het tweede plan moet zetten.

Wat toch is het gevaar?

Dit, dat allerlei organen gedurende de bezetting gesticht, in een wanordelijke niet centraal-kerkelijk geleide, aanvalsdrift op de wereld indraven en den algemeenen chaos nog grooter maken, terwijl er tenslotte geen kerk meer is om den gebroken aanval op te vangen, en, wat er op eenig punt gewonnen mocht zijn, in de gemeenschap der kerk weder op te nemen. Het ontbreekt niet aan symtomen, die zulks doen vreezen."

Nadat Prof. Severijn er op gewezen heeft, dat de kerkeraden hun roeping getrouw moeten vervullen en niet alleen een negatieve houding mogen aannemen, besluit hij zijn artikel als volgt:

„De „vooruitstrevende" richting is er zich naar het schijnt weinig van bewust, dat zij bezig is de kerk te verwoesten. Zij ziet klaarblijkelijk niet in, dat de kerkfabriek, welke men bezig is op te richten, geen kerk is. Zij zoekt de herkerstening van ons volksleven ten koste van een stelselmatige verwereldlijking van het Christendom. Dit moet op een fiasco uitloopen.

Wij ontkennen niet, dat er onder de leidslieden mannen zijn, die inderdaad de kerk op het oog hebben en zich beijveren om te bevorderen, wat tot een gezonde openbaring van de kerk moge medewerken. Deze zullen steeds sterker gevoelen, dai hier het cardinale stuk ligt en dat nochtans menschenwerk niet vermag de kerk te bouwen, zoo de Heere niet met ons is...

Ter zijner tijd zal het blijken, hoezeer al dat kerkewerk in de lucht zweeft, als er geen krachtige levende kerk is, welke staande in het reformatorisch geloof vanuit den grondslag harer belijdenis dat werk kan opvangen, zelf ter hand nemen en leiden — en zuiveren van dat alles, wat buiten haar roeping en bemoeienis valt.

Het is goed om op bezwaren en gevaren te letten, maar dan ook met Gods hulp aan het werk, hetwelk ons op de hand is gezet."

Godsdienstonderwijs op de openbare school.

De tegenwoordige leidende figuren in onze kerk streven naar eenheid, één staatsradio, één staatsschool, één vakbeweging, één politieke partij (Partij van den Arbeid!) En men kan over die éénheid zoo idealistisch spreken, waarbij men heel geen rekening houdt met de nuchtere werkelijkheid. De christenen moeten in die eenheidsbewegingen dan werken als het zout der aarde en zoo het gansche volksleven doordringen van de evangelische beginselen.

Eén van de middelen daartoe is nu ook om de openbare school tot een algemeen christelijke staatsschool te maken, waar in ruimer mate dan tegenwoordig godsdienstonderwijs gegeven wordt. De christelijke school is toch eigenlijk maar een sectarische school, waar de tegenwoordige leiders onzer kerk zich wel wat voor schamen.

Heel nuchtere opmerkingen maakt de vrijzinnige Dr. Cannegieter hierover inElseviers Weekblad:

„Minister van der Leeuw heeft aangekondigd, dat de regeering zeer spoedig na de verkiezingen een wetsontwerp zal indienen, waarin het godsdienstonderwijs een vastere plaats op de openbare school zal krijgen. Vermoedelijk onderschat hij hetgeen bij een dergelijk ingrijpend onderwerp aan de orde zal komen op een tijdstip, dat voor urgente zaken de aandacht vraagt. Want eenvoudig is deze materie niet. Van godsdienstonderwijs in den strikten zin, kan op de openbare school moeilijk sprake zijn. Gezwegen van het bezwaar, dat de school zich hier op het terrein van de kerkgenootschappen begeeft, loopt de schoolbevolking, zoowel wat leerlingen als de onderwijzers betreft, in godsdienstige overtuiging te zeer uiteen om zich tot een gemeenschappelijke opvatting van dergelijk onderwijs te leenen."

Na dan opgemerkt Jje hebben, dat met godsdienstonderwijs alleen bijbelkennis bedoeld kan zijn, terwijl er in den Bijbel veel stukken zijn, die het begrip der kinderen te boven gaan, vervolgt hij:

„Doch zelfs het restant, dat men aan schoolkinderen kan opdisschen, kan weer niet voorgedragen worden zonder dat de confessioneele overtuiging van den betrokken onderwijzer er zich in uitspreekt. Moet een orthodox of een vrijzinnigprotestant, een Roomsch of oud-Kathpliek, een Israëliet of een atheïst dit onderwijs op zich nemen en hoe zullen de diverse ouders van een zoo gemengd auditorium op deze eenzijdige exegese reageeren? " Tot zoover de schrijver.

Wanneer we dit alles overdenken, dan vinden we toch de christelijke school zoo dwaas nog niet als men het in leidende synodale kringen wenscht voor te stellen. Trouwens niet de staat, maar de ouders hebben voor de opvoeding hunner kinderen te zorgen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 mei 1946

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 mei 1946

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken