Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Catechismus-verklaring

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Catechismus-verklaring

10 minuten leestijd

CVIII

HET ANDERE DEEL Van God den Zoon

Zondag 14 vraag 35-36

De zaadkorrel der eeuwige verlossing is door God Zelf geplant, zoo is opgemerkt. De eeuwige Zone Gods heeft ware menschelijke natuur aangenomen uit het vleesch en bloed der maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes.

Zoo als de engel Gabriël zeide tot de gezegende onder de vrouwen: daarom ook, dat heilige, dat uit u zal geboren worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

Zoo mag de Kerk des Heeren door het geloof verstaan, dat haar Zaligmaker door eene wondere daad Gods is ontvangen in het vleesch. Christus de Heere in de stad Davids, het Kindeke in doeken gewonden. Daar, in de stad Davids, zullen de herders het vinden in doeken gewonden in de kribbe van den stal. Hij zal Gods Zoon genaamd worden. Zóó moet Hij heeten èn genoemd worden. Wie niet belijdt, dat Jezus de Zone Gods is, die is niet uit God, schrijft Johannes de apostel.

Tenslotte voegt het antwoord nog toe: Opdat Hij ook het ware zaad Davids zij. Zijnen broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde.

Er valt dus nadruk op, dat deze Christus het ware zaad Davids is. Daarop komt het toch aan, want Hij moet de toegezegde Zaligmaker zijn. Johannes de Doóper, in de gevangenis geworpen, liet Hem vragen: zijt Gij degene die komen zou, of verwachten wij een ander? Het gaat bij de vleeschwording om vervulling van de profetieën. Aan de Emmaüsgangers legde Jezus uit hetgeen van Hem geschreven stond.

Herhaaldelijk wees Hij Zijn discipelen op de profetie, die moest vervuld worden. Hij was waarlijk de Messias, de toegezegde Verlosser, van wien vanaf het paradijs de Heere had gesproken. Het was noodzakelijk, dat Hij de zoon Davids was, omdat God dit had beloofd; dit behoorde tot het heilsplan des Heeren. Langs dien nader aangeduiden weg, neemt de Zone Gods onze natuur aan. In Lucas 3 wordt de afstamming, door David heen, terug gevoerd tot Adam den zoon van God. Maar, God heeft bepaald, dat de Messias zal voortkomen uit Davids geslacht, en zóó weer uit Juda's stam. Hier is noodzaak door goddelijken wil. De belofte is in Hem vervuld.

Gij kent het gesprek des Heeren met

David in 2 Samuël 7, over Zijn grooten Zoon. Dit wordt aangehaald in Psalm 132 en omgezet in een lied:

De Heere heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uwen troon zetten.

Zoo voert David Gods eigen woord aan èn diens eed. God kan geen meineed doen. Hij zweert de waarheid, want Hij meent ieder woord, dat Hij uitspreekt. Dit verbond der waarheid werd door Nathan tot David gebracht, en er kon geen bedrog of vergissing plaats hebben. De Heere is niet veranderlijk en daarom keert Hij zich niet af van datgene, wat Hij zich voornam te doen en daar-te stellen. Dit verbond met David raakt den Christus, het geestelijk zaad van David. Luister maar naar hetgeen Petrus zegt in zijn Pinksterrede: „Gij mannen broeders! Het is mij geoorloofd vrijuit tot u te spreken van den patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is en zijn graf is onder ons tot op dezen dag. Alzoo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met eede gezworen had, dat Hij uit de vrucht zijner lendenen, zooveel het vleesch aangaat, den Christus verwekken zoude, om Hem op zijn troon te zetten, zoo heeft hij dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus

Daar Christus nu het verbond heeft gehouden, is Hij eeuwiglijk gezeten op een vasten troon, en door Hem komt de zegen tot Zion, wier armen in Hem gezegend worden. Jezus is gesproten uit het geslacht Davids. Hij is waarlijk de Koning der Joden, en de Heere heeft Hem ook de heidenen ten erfdeel gegeven.

De apostel Paulus getuigt: eworden uit het zaad van David, naar het vleesch (Rom. 1 : 3).

De catechismus wil ons dus wijzen op het feit, dat de Christus uit den zade Davids moest zijn, naar Gods wil en welbehagen.

Maar, let nu op de woorden: opdat Hij het ware zaad Davids zij. Het ware zaad.

Dit is reeds de derde maal, dat het antwoord dit bijvoeglijk naamwoord bezigt. Door de menschelijke natuur aan te nemen uit vleesch en bloed van Maria, is Hij het ware zaad Davids.

De vraag is gesteld en twistpunt geweest of Maria dan zelf uit den zade Davids was. Inderdaad zal dit het geval zijn. Christus, het ware zaad Davids, geboren uit de Davidide Maria. Zoo teekent ons de Schrift den Christus als uit de Joden, zelf Israëliet. De Samaritaansche vrouw, die Jezus niet kende, zeide: Hoe begeert gij, die een Jood zijt, van mij te drinken? Ook Pilatus heeft aan het uiterlijk van den Heere Jezus gezien, dat Hij een Israëliet was, door zijn vraag: ben ik een Jood?

Jezus was aan het oude volk verbonden, deelde in lief en leed. Israëls schande was zijne schaamte. Het zijn geen algemeen menschelijke tranen, die Hij weent over den aanstaanden ondergang van Jeruzalem. Denk aan Zijn woord tot de Kananeesche vrouw: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en den hondekens voor te werpen.

Opdat Hij het ware zaad Davids zij...

Echt en waar. Dit woord waar wijst ons ook naar de verwezenlijking van de daarin opgesloten gedachte. David heeft in zijne dagen den raad Gods gediend. Heeft daden van wondere dapperheid verricht.

Hij heeft ambtelijk den Christus geopenbaard, vertegenwoordigd. Maar, hij deed het gebrekkig en zijn leven was meermalen in tegenspraak met zijn messiaansche koningschap. En door den dood ontzonk hij aan zijn ambt. David, de man naar Gods hart, vroeg om een ander en beter ambtsdrager, die toch uit David moest zijn, ja, de ware David was. David had de waarheid van het groote ambt niet, wees er heen, riep erom vaak in ontroerende sprake. Maar nu is Christus, als Hij uit vleesch en bloed van Maria de ware menschelijke natuur aanneemt, het ware zaad Davids, de ware Zone Davids, die op zijn troon zal zitten zonder einde. In Jezus wordt hetgeen David was en moest voorstellen werkelijkheid bij uitnemendheid. Zijn troon is als de dagen des hemels. Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden en God zal Hem den troon Zijns vaders Davids geven en Hij zal Koning zijn over het huis Jacobs in der eeuwigheid en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.

Luister naar de aangrijpende profetie in Psalm 89: Ik heb eens gezworen, zoo Ik aan David lieg, Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen en uwen troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela. Dies loven de hemelen uwe wonderen, o Heere, ook is uwe getrouwheid in de gemeente der heiligen.

En in Psalm 132 lezen wij: De Heere heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: van de vrucht uws lijfs zal Ik op uwen troon zetten. En Amos profeteerde: Te dien dage zal Ik de vervallen hutte Davids weder oprichten; en de ploeger zal den maaier en de druiventreder den zaadzaaier genaken en de bergen zullen van zoeten wijn druipen en de heuvelen zullen smelten. Nathan getuigde tot David: Wanneer de dagen zullen vervuld zijn, en gij met uwe vaderen zult ontslapen zijn, zal Ik uw zaad na u doen opstaan... en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid.

Geen wonder, dat David diep ontroerd naar zijn huis gaat en spreekt: wie ben ik Heere HEERE! en wat is mijn huis, dat Gij tot Uwen dienstknecht gesproken hebt...

Zoo is David dan het type bij uitnemendheid van den Christus en deze de spruite Davids en tegelijk de wortel Davids, en zóó Davids Heere. Davids troon werd opgericht door den val van Saul heen en vele geweldige oorlogen en worstelingen hebben zijn troon gevestigd. Davids groote zoon krijgt den troon. Zoo mag de dochter Davids, Maria, den troonbeklimmer dragen. Zij krijgt een zoon, ...die Zoon krijgt en neemt den troon, die geen opvolger kent. De gloriekroon moet eeuwig bloeien op het hoofd van Davids grooten Zoon.

Christus is de ware David.

Ons antwoord vervolgt: Zijnen broederen in alles gelijk geworden. de zonde. uitgenomen

De catechismus stelt alzoo het verband vast van Davids zoon met het volk Davids, het volk Israël. Paulus legt er den nadruk op, dat Israël broeder is naar het vleesch, en dan is Israël het volk Gods. Hij weet zich aan dat volk verbonden, een Hebreeër uit de Hebreeën. De Heere Christus is uit de Joden en alzoo uit het menschelijke geslacht, in het verkoren volk der openbaring.

De zaligheid is uit de Joden.

Maar wij moeten toch hierbij niet blijven staan.

In Hebr. 2 : 14 en 17 gaat de apostel terug op Adam. Overmits dan de kinderen des vleesches en bloeds deelachtig zijn, zoo is Hij ook desgelijks derzelver deelachtig geworden, opdat Hij door den dood teniet zou doen dengene, die het geweld des doods had, dat is den duivel...

Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hoogepriester zou zijn...

Israël is dus begin en beginsel van de wereldkerk. Daarom zeggen de Kantteekenaren terecht, dat met het woord broeders de geloovigen worden bedoeld.

Door David heen is Christus uit het menschelijke geslacht als geheel, maar in David concentreert zich dat menschelijke geslacht als verkoren gemeente Gods.

Zoo is Christus in alles den broederen gelijk. Hij offert niet voor zichzelf, maar betaalt Gode het rantsoen voor degenen, die Hem de Vader gaf uit het menschelijke geslacht.

Maar in alles gelijk, doch uitgenomen de zonde. Dat is een blijde juichtoon. In alles gelijk aan de broederen, doch uitgenomen de zonde. Dat heilige, dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden, zeide Gabriël tot Maria.

Hij is geheel Gode toegewijd, staat volkomen in diens dienst als Knecht des Heeren. Nergens een spoor van zonde in zijn woorden of werken, noch in zijn gedachten. Hij had ook geen bewustzijn van eenige zonde, omdat Hij zonder zonde was.

Dat maakt juist Zijn leed als zondendrager voor anderen zoo onzegbaar diep en wonderbaar. Die in alle dingen gelijk als wij verzocht is geweest, doch zonder zonde (Hebr. 4:15).

De gelijkheid aan de broederen is dus niet volkomen, dan kon Hij geen Zaligmaker zijn. In een alles beheerschende zaak is Hij anders, namelijk als het gaat over de zonde. Wij zijn in zonde ontvangen en geboren. Wat ons lotgemeen maakt ontbreekt Hem juist. Lotgemeen in de zonde en mitsdien in het oordeel der zonde. De gansche wereld is voor God verdoemelijk.

Maar deze groote uitzondering van Christus doet toch niets af van Zijn ware menschelijke natuur. Voorzoover wij zondaren zijn, kunnen wij nauwelijks menschen heeten. In het beeld Gods toch, dat wij verwoest hebben door de ZQnde, is de heiligheid een van de meest fundamenteele trekken. Daarom is juist Christus, de ware-heilige-mensch, de waarachtige, de ware mensch bij uitnemendheid.

Zie, als de herboren mensch spreekt uit den Geest, dan zegt de zondige mensch: gij raast. De moderne wetenschap beschouwt het spreken door den Pinkstergeest als psychose of hysterie. De eigen familie van den Heere Jezus wilde Hem behoeden voor Zichzelf, omdat Hij uitzinnig was, naar zij meenden.

Neen, wij zijn in ons zondebestaan de abnormalen, Hij de eenig volkomen echte mensch onder het gevallen geslacht van Adam.

Zie, Hij is Zijnen broederen in alles gelijk geworden, doch uitgenomen de zonde, opdat Hij een volk zou verwekken dat Hem in alles gelijk zal worden zonder zonde. Herschapen naar den beelde des Zoons.

En Hij schaamt zich niet hen broeders te noemen. Dat noemen is genadevolle verkiezing, dat is omhelzing der goddelijke liefde, dat is teruggebracht zijn en worden tot den God onzes levens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Catechismus-verklaring

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken