Bekijk het origineel

Op a hemels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Op a hemels

3 minuten leestijd

Op 's hemels wolken zal Hij komen, die aan die nacht een einde maakt! die, '' in Zijn heemlen opgenomen, het troostwoord uitsprak: „Wacht Mij! waakt!" Hij komt, naar jggpn Gods schepslen smachten, Wien 's werelds eeuwen tweemaal wachtten, Wien de aard' reeds eenmaal heeft gebaard! Het Lam, wiens bloed hier heeft gevloten, de Leeuw, uit Isaï gesproten, de Man der smart, de God der aard'!

Ja, 't woord is uit den mond des Heeren naar 's werelds einden uitgegaan. 't Zal nimmer tot Hem wederkeeren, tenzij voldragen en voldaan: „Mijn Koning, ziet! Hij zal regeeren! „Hem zullen alle volken eeren, „Hem, alle vorsten hulde biên. „Hem, allen die Zijn smaadheid droegen, „die om behoud'nis naar Hem vroegen, „in Zijn aanbidbre schoonheid zien."

In Zijne dagen dauwt het vrede; in Zijne schaduw lofzingt de aard! 't Gedierte zelve jubelt mede, weer onder Edens wet geschaard.

Een jongske zal den leeuw beheeren! de wolf zal met het lam verkeeren — en de Englen Gods weer met den mensch! Het zijn de langverwachte dagen van 't aangekondigd welbehagen, en aller hemelingen wensch!

Is 't wonder, zoo de heuvlen rooken? de bergen wagglen als van schrik? des afgronds ingewanden koken, verbeidende het oogenblik, als van Zijn heiligen omgeven, die Zijn bazuin herroept in 't leven, de groote Koning komen zal, om voor der eeuwen eeuwigheden den kop der heislang plat te treden, bij 't hemèlsche triumfgeschal? Uit Patmos hoordet gij ze schateren, de Hallelujahs voor Gods troon, gelijk een stemme veler wateren lof ruischend den gezalfden Zoon! „De koninkrijken en de machten „zijn voor altoos aan den Geslachten, „wien heel het schepslendom aanbidt! „De laatste hoogten zijn gevallen! „en met Zijn duizend-duizendtallen „neemt Hij de wereld in bezit!" Looft Hem, gij natiën te zamen, op een van God gelouterde aard! Looft Hem, gij volken aller namen, tot Jesses heilsbanier vergaard! En gij! sinds twintig eeuwen zwervers, eens weer beloftenisbeërvers! naar Davids troon! naar Davids Heer! — Vanuit dat hart, door ons verbroken, vanuit die zij', door ons doorstoken, stroomt Zijn vergeving op ons neer!

Brengt aan dien Koning op uw knieën, o koningen! uw heerlijkheid! Zij voor Zijn voetbank, o geniën! uw schatting needrig neergeleid! Gij wetenschappen en gij kunsten! gij krachten, machten, gaven, gunsten, door d' adem Gods in ons verwekt! weg met de dienst der heiligschennis; gij hoort den Goël toe, wiens kennis eerlang het aardrijk overdekt!

Gij, o vooral, gij harpenaren, die de aandrift voelt tot hooger lof! voor uwe aan God gewijde scharen wat ongelijkbre zingensstof! Laat — wat de wentelende jaren van worstelingen of gevaren, van dreiging of verleiding baren, — trots eeuwgeest en algodendom, — laat met de galmen van uw snaren het wachtwoord van Gods Geest zich paren, en lovende ten hemel varen: „kom, Koning Jezus! kom, ja kom!"

ISAAC DA COSTA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 maart 1948

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Op a hemels

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 maart 1948

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken