Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DIE VERVOLGD WORDEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DIE VERVOLGD WORDEN

11 minuten leestijd

(3)

Mattheüs 5 : 10—12. Zalig zijn, die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.

Hoe moeilijk het ook is gesmaad, vervolgd en belasterd te worden, toch zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid, om Christus wil zalig. Dat verzekert ens de Zaligmaker Zelf in de laatste van Zijn zaligsprekingen, als van Zijn lippen komt het: „Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil. Zalig zijt gij. als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil."

En Hij, Die spreekt als Machthebbende, Hij, Die, wat Hij verdiend heeft voor de Zijnen in de weg van Zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid, in het volbrengen van de Wet, en in het dragen van de straf, ook weet toe te passen door Zijn Geest, Hij geeft de beloofde zaligheid ook te genieten aaft die vervolgd worden om der gerechtigheid, om Zijnentwille. Daarvan zouden, als zij spreken konden, getuigen de wanden van vele gevangenissen. Dat verhalen ons de Martelaarsboeken. Zelfs op pijnbanken, schavotten en brandstapels werd de naam des Heeren groot gemaakt.

Jezus Christus, dè Vervolgde om der gerechtigheid wil, geeft die vervolgd worden om Zijnentwille, dan ook wonderrijke beloften. Luister nog maar eens naar het begin van de laatste der zaligsprekingen. Met nadruk, in teer medeleven en medelijden, verzekert Hij de Zijnen op de weg van druk en kruis, op de weg achter het Lam aan: „Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen."

Wat komt de zaligheid van die vervolgd worden om der gerechtigheid heerlijk uit in de belofte, die hen van hun Zaligmaker toekomt! Hij weet, dat zij zulk een bemoediging niet missen kunnen. Zij zouden op de weg bezwijken. Zij zouden door angst en vrees gefolterd, omkomen. Zij zouden als Petrus uit zucht naar lijfsbehoud hun Heiland verloochenen. Dat weet de Heere Jezus zo goed, omdat Hij in al deze dingen is verzocht geworden, doch zonder zonde. Hij is ondanks alles niet ontrouw geworden aan Zijn Vader en aan het werk, dat Deze Hem te doen heeft gegeven. Het was, en het bleef Zijn spijze te doen de wil Desgenen, Die Hem gezonden had. Maar wel is ook Hij tot het verdragen van het kruis en het verachten van de schande gesterkt geworden naar Zijn mensheid door de vreugde, die Hem voorgesteld was. Dat moeten die om Christus' wille vervolgd worden niet vergeten, maar er aan gedenken, biddend om geloofsmoed en geloofskracht, om zo, zwak in zichzelf, maar krachtig in hun Heere, met lijdzaamheid te lopen de loopbaan, die hun voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus. Met al de kracht, die in hem is, bindt de apostel het die vervolgd worden op het hart, als de enige mogelijkheid om staande te blijven: Want aanmerkt Deze, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen" (Hebr. 12:1—3).

Zonder Hem, zonder Zijn lijden en strijden, èn overwinnen, zonder Zijn genade, die in alle toestanden en omstandigheden genoeg is, volkomen genoeg, zou het daartoe zeker komen tot dat verflauwen en bezwijken in uwe zielen, o gij Zijne christenen, die, zo bitter bang zijt voor smaad, voor laster, voor vervolging, voor gevangenis en concentratiekamp, voor pijniging en martelaarschap.

En Hij, Die u door en door kent in al uw zwakheden en angsten, Hij verwerpt u deswege niet. Hij ziet zelfs niet van uit de hoogte op u neer. Hij komt met geen verwijten. Neen, Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht, Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. In al uw benauwdheden is Hij met u benauwd. Wat zij ü aandoen, dat doen zij Hèm aan. Denk maar aan Zijn woord op de weg naar Damascus, gericht tot Saulus van Tarsen, de vervolger van Zijn duurgekochte gemeente. Het is een woord, dat opklimt uit Zijn medelijdende Hoogepriesterlijk hart: „Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? " (Handelingen 9:4).

Hij luistert met innerlijke ontferming bewogen als die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, een schuilplaats bij Hem zoeken, biddend: „Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet de hoop Uwer ellendigen niet. Aanschouw het verbond, want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld". Of, zoals wij het zo gaarne zingen in Gods huis, en vooral bij de viering van het Heilig Avondmaal:

Dat elk verdrukt' Uw bijstand eens erlang'; Laat, laat Uw volk niet schaamrood wederkeren. Maar wil van hen ellend' en nooddruft weren, Opdat z' Uw naam verheffen in gezang.

Dezulken worden door de grote Profeet, Christus Jezus, zalig gesproken, en in hun nood en ellende komt Hij tot zc, om ze te bemoedigen met Zijn „Zalig... want...", om ze de vreugde voor te stellen, die Hij voor ze heeft verworven, voor ze heeft weggelegd, en voor ze bewaart; „Zalig zijn die vervolgd worden, om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen." Welk een nederbuigende goedheid! En dat voor zulke zwakke zielen, menigmaal met zo veel angst en vrees bezet, in het bijzonder, als zij in de duisternis van de verberging van Gods aangezicht, het wild gedierte horen huilen en brullen. O, de gedachte aan smaad en vervolging alleen al kan het u zo benauwd maken!

Maar nu dat tere meeleven van de voorbiddende Hogepriester, Die Zelf ook het Offerlam is. Maar nu dat bemoedigen en vertroosten met Zijn rijke beloften, met de vreugde van de volkomen overwinning: „In Christus meer dan overwinnaars", o, wat komt dat uit in de laatste van de zaligsprekingen: „Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil" en dan daaraan verbonden die troostvolle belofte: „want hunner is het Koninkrijk der hemelen".

Het Koninkrijk der hemelen, het rijk der genade hier beneden, het rijk der heerlijkheid hier boven, daaraan hebben dezulken deel. Laten zij hier uit allerlei ko-

ninkrijken uitgeworpen worden, onvervreemdbaar blijft hun deel aan het Koninkrijk Gods. Zij hebben als Maria van Bethanië het goede deel uitgekozen, hetwelk niet van hen zal worden weggenomen.

Zij zijn aangeraakt met de gouden scepter der genade van Koning Jezus, dè Vervolgde om der gerechtigheid wil, nadat zij als Esther tot de Koning zijn ingegaan, hetwelk niet is naar de wet. Maar zij weten geen andere weg, en daarom gaan ze met de gedachte in het hart: , .wanneer ik dan omkome, zo kom ik om." Dezulken zullen gewisselijk niet omkomen. De gouden scepter der genade wordt ze toegereikt. En aldus getrokken en vervrijmoedigd naderen zij en roeren met bevende hand en biddend hart de spits des scepters aan.

Die genade wordt aan en in de gegevenen des Vaders verheerlijkt, omdat zij delen in Gods eeuwige zondaarsliefde, omdat zij gekocht zijn met het dierbaar bloed van de Middelaar Gods en der mensen, omdat zij voor rekening liggen van de getrouwe Zaligmaker.

En de voorrechten van de onderdanen van de eeuwige Koning, die burgers van Zijn Koninkrijk, zijn groot en vele. De lasten, die hun worden opgelegd, zijn licht. De wetten, waaronder zij leven, zijn rechtvaardig. Hun Koning heeft ontvangen alle macht in de hemel en op de aarde. En Zijn trouw voor Zijn ontrouwe onderdanen is onbezweken.

Ja, de vervolgden om der gerechtigheid wil zijn zalig, want hunner is het Koninkrijk der hemelen reeds op aarde. Tot profeet, priester èn koning zijn zij gezalfd met de zalving van Christus. En straks gaan zij binnen in de hemelse heerlijkheid en zaligheid. Zingen mogen zij:

Maar, na de dood is 't leven mij bereid; God neemt mij op in Zijne heerlijkheid.

Wat moet dat niet zijn in te mogen gaan in de rust, die overblijft voor Gods volk, met Christus, met Wie zij geléden hebben, nu ook te worden vcrhéérlijkt. Dan zullen zij met Hem zitten in Zijn troon, met Hem heersen over alle schepselen, om eenmaal met Hem de wereld te oordelen. En bovenal, is het hun zaligst lot nabij te wezen bij hun God en de enige en drieënige God te dienen dag en nacht.

Ja, zegt Christus Jezus, zalig zijt gij, als u de mensen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.

Berusting, stilzwijgen, dat is al zo groot als gij gesmaad wordt en gelasterd. Maar. wat is dat al moeilijk! Er is genade voor nodig.

Maar de Heiland wekt zelfs aldus op: , , Verblijdt en verheugt u."

Het is immers genade om Christus' wil vervolgd te worden. In de Brief aan de Filippensen lezen we: .U is uit genade gegeven in dë zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De apostelen waren verblijd, dat zij om Christus' wil smaadheid mochten lijden. Paulus heeft leren róémen in de verdrukkingen. Hij schrijft: Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Cor. 12 : 10).

De martelaars hebben de Heere groot gemaakt tot op de pijnbank. Zij zongen in het midden van de vlammen. Guido de Brés, de opsteller van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, zei bij het uitgeleid worden tot de marteldood: „Wij gaan ter bruiloft!"

En de Heere zal de Zijnen altijd sterken en troosten: Verblijdt en verheugt u dan.

Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen. Dat loon is groot in de hemelen. Groot is het goed, dat God weggelegd heeft voor degenen, die Hem vrezen.

Wij mogen er van zingen: Schoon ik de reeks dier schatten kan tellen noch bevatten." Dat loon is groot, want het is nog meer dan de hemel zelf. Het is in de hemelen, het is God Zelf. Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Het is God Zelf, verloren door de zonde, in Christus weergevonden. Hij zeide reeds tot de Aartsvader: Vrees niet, Abram! Ik ben u een schild, uw loon zeer groot" (Gen. 15 : 1). En dat loon is een genadeloon. Van loon naar verdienste is hier geen sprake. Augustinus heeft het reeds gezegd: Nil Deus in nobis praeter sua opera coronat ", d.w.z. God kroont niets in ons dan Zijn eigen werken. O, welk een-loon! En dat zo onverdiend, uit louter genade! „De bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegifte Gods is het eeuwige leven door Jezus Christus onze Heere" (Rom. 6 : 23).

Verblijdt en verheugt u dan, o strijdende en lijdende Kerk van Christus, „want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn." Verwacht dus geen ander lot. Het is altijd zo geweest: oor vele verdrukkingen ingaan. „In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16:33).

„De profeten, die voor u geweest zijn." Welk een gemeenschap! Een wolk van getuigen! Laat dit u opwekken te midden van haat en smaad, laster en vervolging.

De profeten zijn voor u geweest in de tijd. Zij hebben vroeger geleefd. Maar daar ligt ook in dat „die voor u geweest zijn", de gedachte: die u voorgegaan zijn. Treedt dus in hun voetstappen. En vooral: achter Jezus, de grote Vervolgde om der gerechtigheid, aan, en door het geloof met Hem één. De ware discipelen zijn zij, die begeren het Lam te volgen, waar het ook heengaat. Laat ons dan om die genade bidden.

Mijn lezer, wc hebben de zaligsprekingen van de Zaligmaker met elkander overdacht, en ze zijn vol van beschaming en van vertroosting voor de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de hongerenden en dorstenden naar de gerechtigheid, de barmhartigen, de reinen van hart, de vreedzamen, die vervolgd worden om der gerechtigheid, om Christus wil. Menigmaal heeft mijn hand en mijn hart gebeefd bij het overdenken en bij het schrijven. Ging het u misschien ook zo bij het lezen en bepeinzen? O, die toetssteen van de zaligsprekingen kan het ons zo moeilijk maken! Dan slaan wij diep beschaamd de ogen neer voor de Zaligmaker, Die deze toetssteen aanlegt.

En toch ligt er in dat telkens herhaalde „Zalig, zalig, zalig" ook zoveel bemoediging en vertroosting. Het spreekt ons van vrije genade, van epn getrouwe Zaligmaker, van het werk des Heiligen Geestes, van de ontferming des Heeren over die Hem vrezen. Zalig zijn zij, omdat Hij een goed werk in ze heeft begonnen als vrucht van het goede werk van Bethlehem en Golgotha, geëindigd in het troostvolle: „Het is volbracht." Zalig degenen, die daarin mogen rusten!

Er is, o leer er bij stilstaan! er is echter ook een „rampzalig, rampzalig, rampzalig". Dat is van toepassing op allen, die behoren tot hen, van wie de apostel Paulus schrijft: Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking: aranatha!" (1 Cor. 16:22). Och, zoek toch van de vervloeking verlost te worden, om te komen onder de zaligspreking.

Z.

S. V. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 november 1950

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

DIE VERVOLGD WORDEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 november 1950

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken