Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het bloed der verzoening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het bloed der verzoening

10 minuten leestijd

Wanneer Ik het bloed zie. zal Ik ulieden voorbijgaan.

Exodus 12 : 13(m.).

Van de Christus Gods is de Heilige Schrift vol. De Heere Jezus Zelf heeft verklaard: „die zijn het, die van Mij getuigen." Na Zijn opstanding opende Hij de Emmaüsgangers de Schriften om het hun diep te doen beseffen: „Moest de Christus niet al deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? " En als de Levensvorst aan de avond van de dag Zijner verrijzenis in de kring Zijner jongeren verschijnt, dan zegt Hij: „Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, nl. dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen."

Hoe meer wij de Schrift lezen en onderzoeken mogen met een biddend harte, des te meer zullen wij er in vinden van de Zaligmaker. Zo gaat Gods Woord voor ons léven. Zo wordt het ons dierbaar, omdat het ons inleidt in die geestelijke schatkameren met onnaspeurlijke rijkdom, in Christus voor arme zondaren geschonken. Het beeld van de Heiland wordt ons getekend met zulke levendige kleuren en liefelijke trekken. Wij zien Hem worstelen in Zijn vernedering en lijden, en triumferen in Zijn verhoging. Hij wordt ons voorgesteld in deze lijdensweken als de Man van smarten, maar straks ook als de Heere der heerlijkheid. Wij worden bepaald bij alles, waarin Hij gekend kan worden bij Zijn namen, Zijn naturen, Zijn ambten, Zijn staten en Zijn weldaden. Beloften, typen, ceremoniën en de geschiedenis zelf, het getuigt al van Hem, Die op aarde is gekomen om zondaren zalig te maken, om de naam Zijns Vaders te verheerlijken. Dan eerst lezen wij de Schrift goed en met zegen, als wij er telkens weer de Heere Jezus in ontmoeten, als Zijn liefelijke gestalte ons daarbij voor ogen staat. O, vraag dan om die Geest, Die de ogen ontdekt, opdat zij zien, Die in alle waarheid leidt, zodat gij de Schrift verstaat en ervaart, dat zij is levend en krachtig.

Is Gods Woord vol van de Christus, dan moet ook de bediening des Woords, de prediking, de meditatie, als een handwijzer naar Hem heenwijzen. 't Is haar hoge en heerlijke taak aan zondaren Jezus te verkondigen.

Ledig, aan haar doel niet beantwoordend, mislukt is elke prediking, is elke meditatie ook, waarin Christus wordt gemist. Ja, dit moogt gij van uw herders en leraars verlangen en ook van ons, die schrijven in ons Weekblad, dat wij u zullen spreken en schrijven van een arm zondaar en van een rijke Christus, van zonde en van genade, van zegen en van vloek, van het leven en van de dood.

Met minder kunnen wij niet toe. Zulk een Verlosser als in de Heere Jezus is gegeven, heeft een ontdekte ziel nodig. Zij is het zo goed eens met de bekende versregels:

Geef mij Jezus, of ik sterf; Buiten Jezus is geen leven, Maar een eeuwig zielsverderf.

Bij het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden, bepaalt ons ook het bloed van het Paaslam. Komt, laat ons daarover in deze lijdensweken met elkander mediteren, en wel door te overdenken Exodus 12:13 (in het midden): anneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan.

Aan harde dienstbaarheid was Israël in Egypte onderworpen. Op allerlei wijze werd het onderdrukt. Het juk, de kinderen Israëls op de schouders gelegd, werd al meer en meer ondragelijk. Wij lezen: „zij zuchtten en schreeuwden over de dienst."

Gelukkig de ongelukkige, die leert zuchten en schreeuwen over de dienst van satan, zonde en wereld. Die dienst is nog veel zwaarder en drukkender dan die van Israël in Egypte. Krijgt gij dat in te zien en te gevoelen, dan kunt gij het niet uithouden in het diensthuis der zonde. Het juk van de zonde kan u zo zwaar zijn, zó n pijn veroorzaken, zo benauwen. In die weg der ontdekking wordt het een zuchten, een schreeuwen om verlossing.

Het gekrijt der kinderen Israëls over hun harde dienst kwam op tot God in de hemel. Hun klaagstem drong tot in Gods troonzaal door. De Heere gaf er acht op. Hij gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izaak en met Jakob. God maakte Zich op om Israël uit Egypteland, uit het diensthuis, uit te leiden. De ure der verlossing was nabij.

Ja, de Heere hoort het geroep der ellendigen, ook in geestelijk opzicht. Hij merkt op de stem hunner smekingen. Gij weet het zelf misschien nog niet. Het is voor u alles nog zo moeilijk en zo donker. Maar, daarboven is uw gebed reeds verhoord. Juist vóór het krieken van de dageraad is de duisternis in de natuur het zwartst. En als het nu in uw ziel al donkerder wordt, zodat het is aan uw zijde „buiten hope", dan is de Heere op weg om het licht in de duisternis te doen schijnen. Het morgenrood der verlossing komt.

De Heere zal Israël uitleiden. Maar de vijand laat zijn prooi niet zo spoedig los. Met vele plagen wordt Egypte geplaagd. Tenslotte wordt het getroffen in zijn eerstgeborenen. In de huizen der Egyptenaren heersen verderf en dood en droefheid, in de huizen der Israëlieten genade, leven en blijdschap, dank zij het woord des Heeren: „Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan."

Dit Schriftwoord geeft ons te mediteren over drie zaken:

1. Een vernietigende aanklacht door het bloed.

2. Een veilig schuilen achter het bloed. 3. Een Goddelijk zien op het bloed.

Door zware plagen was Egypte reeds getroffen. Maar de tiende plaag is vreselijker dan die alle. In het holst van de nacht ging de verderfengel rond. Hij had de opdracht des Heeren, om te slaan al de eerstgeborenen van Egypte, van mens en van beest. Er was geen huis, waarin geen dode was. De eerstgeborene van de gevangene in het gevangenhuis stierf, maar ook de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zitten zou. Zomin de paleizen der aanzienlijken als de woningen der geringen ging de engel des verderfs voorbij.

Dat zal wat geweest zijn! Geliefde kinderen, eerstgeborenen, te zien sterven. En dan zo plotseling. Overal was het: zo gezond, zo dood. In die nacht werd er nergens in de huizen der Egyptenaren geslapen. Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars. En er was een groot geschrei in Egypte. In hun angst en vertwijfeling riepen zij uit: „wij zijn allen dood."

Het rechtvaardig oordeel Gods werd voltrokken. De Heere toonde het, dat Hij wel lankmoedig is, doch van grote kracht. Neen, Hij laat niet met Zich spotten.

Israël is eeuwen geleden gespaard gebleven. In de huizen der Israëlieten stierven de eerstgeborenen niet in die vreselijke nacht. In Nederland worden de jonge mannen nog niet verteerd door het oorlogszwaard.

Was het omdat Israël beter, treffelijker was dan Egypte? Is het, omdat Nederland zijn God zo trouw dient? Ach neen! mijn lezer, het is alleen Gods sparende goedheid, Zijn bewarende hand. Die gedachte ligt zo duidelijk uitgedrukt in het bloed, dat de Israëlieten moesten strijken aan de posten der deuren. Zonder dat bloed aan de deurpost waren ook hun eerstgeborenen kinderen des doods. Zo sterk is dit, dat zij in huis moesten blijven, schuilende achter dat bloed. Niet zodra was de beschutting des bloeds weg, of zij vervielen aan de dood. Het bevel des Heeren luidde: „Niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis tot aan de morgen" (vs. 22).

Israël was niet beter dan Egypte. Nederland is niet treffelijker dan zovele andere. volken. God klaagt Israël aan door het bloed aan de deurposten, waarachter zij schuilen moesten en beschutting zoeken. Dat bloed is een aanklacht, een vonnis over Israël gestreken. Luide predikt het: ook gij hebt de dood verdiend. Slechts wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan."

Zo klaagt God ons allen aan door het bloed des kruises. Dat bloed verkondigt ons de Goddelijke-gerechtigheid. Alleen onder de bedekking van dat bloed zijn wij veilig voor het wraakzwaard Gods. Wij hebben Zijn wetten overtreden, Zijn Majesteit geschonden. Wij hebben de dood verdiend. Nergens is de aanklacht tegen ons zondaren zo vernietigend als op Golgotha's kruisheuvel. Niets veroordeelt ons zo sterk als het bloed van Christus.

Dat is een harde zaak. Wij willen er niet aan. Wij handhaven ons zelf ook tegen de aanklachten en de vonnissen Gods in. Wij willen het niet erkennen, dat wij des doods schuldig zijn. Christus, de Gekruisigde, was niet alleen in Paulus' dagen een ergernis. Hij is het tot op de huidige dag. Onze eigengerechtigheid zoeken wij op te richten. Met een kleed van eigen weefsel willen wij ons dekken.

En toch! zal het wel zijn, dan moeten wij het leren belijden, dat wij met de ganse wereld verdoemelijk liggen voor God. De Israëlieten moesten die belijdenis in Egypte uitspreken door het bloed aan de deurposten. De ware Israëliet, die de betekenis er van begreep, beleed daarmee: ik ben niet beter dan die Egyptenaren. Zonder bloedstorting geschiedt er ook voor mij geen vergeving. O, er zullen er geweest zijn, die bij het strijken van het bloed aan de posten van hun deur, verbroken waren van hart en verslagen van geest, gevoelend en erkennend hun doemwaardigheid. In elk huis* in Egypte was de dood, ook bij de kinderen Israëls. Maar bij Israël was het plaatsbekledende sterven. Daar werd een lam ter slachting geleid, als een schaduw van het Lam Gods, dat zich in de volheid des tijds tot een slachtoffer zou opofferen.

Moest Israël door het bloed aan de deurposten zichzelf aanklagen en belijden: wij hebben de dood verdiend, om tot het geestelijk Israël te behoren moeten wij die belijdenis, onszelf aanklagend, ook leren afleggen. Ieder, die zichzelf leert kennen door de ontdekking van de Heilige Geest, wordt het daarmee hoe langer hoe meer eens. Het kan u zo diep smarten en beschamen, zwaar gezondigd te hebben tegen zulk een lankmoedig en goedertieren, tegen zulk een heilig en rechtvaardig God. Het doet u zo vee} pijn in het diepst van uw ziel, dat gij door uw menigvuldige, zwarte zonden de Heere Jezus gekruisigd hebt. Het doet u leed tot in uw hart, dat gij u zo lang hebt verzet, en hebt getracht de Heilige Geest te weerstaan.

Nu gevoelt gij het diep: al mijn vijgebladeren, die ik bij elkaar zoek, kunnen mij niet dekken. Al mijn gerechtigheden zijn maar als een wegwerpelijk kleed. Alleen dat dierbaar bloed van dat onbevlekte en onbestraffelijke Lam kan mijn schuld voor Gods heilig aangezicht bedekken. Daarachter moet ik een schuilplaats zoeken. Dat moet gestreken worden aan de posten van de deur van mijn hart.

In die weg van ontdekking en ontlediging, van het zondaar worden voor God, wordt gij het eens met de heilige en rechtvaardige God zelfs, als Hij u aanklaagt en veroordeelt. Want wat is ontdekking? Immers dit, dat gij uzelf enigermate krijgt te zien, zoals God u ziet. Dan staat gij daar voor de spiegel van Zijn heilige Wet, voor Gods alziend oog, ontdaan van al uw bedekselen, en van al uw versierselen, melaats van het hoofd tot de voeten. Dat maakt geen grote, maar kleine, geen hoogmoedige, maar ootmoedige mensen. Dat maakt u tollenaar. Dat leert u de aanklacht en de veroordeling van het bloed der verzoening te aanvaarden en te ondertekenen. Dat leert u schreien over uzelf met bittere tranen. O zalige droefheid van een ontdekte ziel. Heerlijk zoeken naar een schuilplaats achter het bloed des kruises!

Hebt gij er kennis aan? Bid toch maar veel, opdat gij er iets, opdat gij er meer van moogt kennen, om de Geest der uitbranding en des oordeels, Die overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel, en Die u aldus leert ondertekenen de vernietigende aanklacht door het bloed.

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1952

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Het bloed der verzoening

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1952

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken