Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pasen en onze opstanding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pasen en onze opstanding

6 minuten leestijd

Onze Heidelbergse Catechismus wijst in Zondag 17 op het verband tussen Pasen en onze opstanding, wanneer ze zegt, dat de opstanding van Christus een zeker pand is van onze zalige opstanding. Hoe duidelijk wordt dit beleden in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. Paulus schrijft immers in zijn eerste brief aan de Corinthiërs uitvoerig over dit onderwerp in het vijftiende hoofdstuk. Voor Paulus en voor de gemeente van Corinthe staat het vast, dat Christus opgestaan is uit de doden, dat het graf zijn prooi weer terug moest geven, en dat de Heere Jezus leeft. Dit moest ook vast staan voor de Kerk in onze tijd, wanneer ze in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen wil belijden. Toch zijn er eigenaardige opvattingen te beluisteren aangaande de opstanding van Christus bij sommige modaliteiten in de kerk. Voor Paulus en de gemeente van Corinthe is dit echter een vaststaand stuk des geloofs: De Heere Jezus Christus is opgestaan uit de doden. In de gemeente van Corinthe zijn er echter wel, die menen dat er voor ons mensen geen opstanding der doden is. Tegen hen kiest Paulus nu stelling: „Indien nu Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is? En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel en ijdel is ook uw geloof. En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de eersteling geworden dergenen die ontslapen zijn." Ja, inderdaad, het is naar de Schrift als onze Heidelbergse Catechismus belijdt, dat de opstanding van Christus een zeker pand is onzer zalige opstanding.

Wanneer hier gesproken wordt van zalige opstanding, dan zullen we verstaan, dat dit alleen geldt van de gelovigen, van degenen, die met Christus één plant zijn

geworden en die het leven hebben gevonden in Hem. Tot zijn volk sprak Hij immers: Ik leef en gij zult leven...

Nu zijn er vele mensen, die menen, dat de redding van de ziel het één en het al is. Maar we mogen niet vergeten, dat de Heere Jezus naar lichaam en ziel komt verlossen, zodat de redding pas volkomen is, wanneer de opstanding der doden heeft plaats gevonden en lichaam en ziel weer verenigd zullen zijn.

Weliswaar wordt de ziel bij het sterven terstond in de heerlijkheid Gods opgenomen om daar God te aanschouwen en met de Drie-enige God in gemeenschap te leven, om daar te loven en te prijzen Hem, Die uit zo grote nood en dood verlost heeft. Maar toch missen de zaligen in het Vaderhuis nog twee dingen. In de eerste plaats zijn zij nog zielen zonder het lichaam en ten tweede is het nieuwe Jeruzalem nog niet op de aarde neergedaald en wonen zi] derhalve nog niet op de vernieuwde aarde, waar de apostel Johannes in het laatste Bijbelboek over schrijft. Derhalve zijn we voordat de opstanding uit de doden heeft plaatsgevonden, nog niet gekomen tot ons einddoel. De ziel is nog niet verenigd met het verheerlijkte lichaam en de bewoning van de vernieuwde aarde laat nog op zich wachten.

Dit alles zal geschieden op de grote dag van Christus wederkomst. Dan immers staan de doden op en dan zullen de gelovigen ontvangen een nieuw verheerlijkt lichaam, aan het verheerlijkte lichaam van Christus gelijkvormig. Dan immers zal deze aarde voorbijgaan, dan zal al het leed voorbijgaan, alle smart en ellende, dan zal de dood niet meer zijn en alle tranen zullen van onze ogen afgewist worden. Naar dat einddoel strekt zich het verlangen van de hemellingen uit en op dat einddoel richt zich ook het heimwee van de bruid op aarde, die met en door de Geest bidt: kom, Heere Jezus, ja kom haastiglijk.

Ons leven in deze bedeling is een gedurig sterven. Maar dan breekt het eeuwige leven in volle glorie en heerlijkheid en volkomenheid aan. Hier, op deze aarde lijkt de dood wel oppermachtig te wezen. Telkens weer maken we de droeve gang naar het kerkhof om daar onze geliefde doden toe te vertrouwen aan de schoot der aaarde. Telkens weer staren we in dat donkere graf, in die woning zonder venster, waarheen we allen op reis zijn. En we huiveren bij de gedachte, dat men eens ook daar ons lichaam neer zal leggen.

Maar dit is nu de troost van Pasen voor allen, die geloven in de Heere Jezus Christus, voor allen die mogen weten, dat Hij ook voor hen gestorven is aan het kruis: Vrees niet: Ik ben de eerste en de laatste, en die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels van hel en van dood...

De opstanding van Christus is het zeker pand onzer zalige opstanding. Er komt een nieuwe wereld, er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, er komt een volkomen zaligheid. Want straks gaan ook onze graven open en straks zullen ook wij opstaan uit de doden en straks zullen ook wij eeuwig met de Heere leven op die nieuwe aarde. Welk een diepe troost geeft ons het waarachtige geloof zelfs bij de gedachte aan het donkere graf. Hoe vreselijk echter, wanneer wij buiten Christus zijn, wanneer wij voor eigen rekening staan. Want ook uw graven worden geopend en ook gij zult opstaan, maar dan tot een eeuwige duisternis.

Uit uw zondegraf is er echter nu nog opstanding mogelijk. Door de kracht van Christus worden immers dode zondaren opgewekt tot een nieuw leven. En dezulken delen in de troost, dat Christus de eersteling was dergenen die ontslapen zijn. Want allen die in Hem geloven zullen immers dezelfde genade deelachtig worden. Voor de wereld die in zonde voortleeft is er geen troost en geen hoop. Maar Pasen verkondigt ons de opstanding en het leven voor zoveel we in Christus geloven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 april 1952

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Pasen en onze opstanding

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 april 1952

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken