Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Met de Heere in de lijdensnacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Met de Heere in de lijdensnacht

12 minuten leestijd

En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen.

Handelingen 16 : 25.

De lijdensbeker, gevuld met de bittere gal der smart, gaat rond op de aarde. Nu eens wordt hij een buurman, een vriend, een familielid, een huisgenoot, aan de lippen gezet. Dan weer moet gij zelf er uit drinken.

Tranenbeken vlieten af uit vele ogen. Ja, er is veel smart, veel ellende hier beneden.

Daarvan spreken de diepe groeven door grievend leed getrokken, in zo inenig gelaat. Dat leest ge in het doffe, glansloze oog. Dat beluistert ge in de stille zuchten, die het hart ontglijden. Dat hoort ge, ontroerd en ontzet, in wanhoopskreten soms.

De aarde is een tranendal. Welk een geschiedenis van levensleed is niet verborgen achter de muren van die grote ziekenhuizen, van die uitgestrekte zenuwlijders-en krankzinnigen-gestichten! O, loop die huizen toch niet zo gedachteloos voorbij. Zie ze maar eens aan met begrijpend medeleven. Sta eens stil bij de gedachte aan zoveel leed.

In onze dagen van bloed en tranen wordt de ellende in velerlei vorm door gruwelijke oorlogen gebracht over het mensdom. In steeds sneller draf, langs al langer baan, fljden over de aarde de ruiter op het rode paard van de oorlog, de ruiter op het zwarte paard van de honger, de ruiter op het vale paard van de dood. Over heel de aarde wordt vernomen de hoefslag van die paarden. Het is een voorrecht, dat er nu op Korea tenminste wapenstilstand is. Maar het blijft de vraag: „Wachter, wat is er van de nacht? "

Boven die lijdensgeschiedenis staat, als met vlammend schrift geschreven: Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen." — Reeds in het Paradijs heeft de Heere gesproken: doornen en distelen zal het aardrijk u voortbrengen." Het zijn de oordelen Gods. O, mijn lezer, hoor dan de roede, en Wie ze besteld heeft. Maar niet minder: oor wat Johannes ook zag: „Ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne" (Openb. 6:21). Welk een troost bij al dat leed! In het leed des levens komt God ons tegen als een Wreker, en zeer grimmig. Maar, er is ook een andere kant aan. Door de beproevingen, de smarten, het leed, komt Hij arbeid aan ons besteden. Hij wil ons tot nadenken brengen. Hij wil ons gerechtigheid leren. Hij wil ons verbreken en verootmoedigen, om ons dan door Zijn verootmoedigen groot te maken. Mijn lezer: erhard u niet, maar laat u leiden!

Het leed wordt ook Gods kind niet bespaard. In de regel hebben zij er ruimschoots hun deel aan. „Veel wederwaardigheên, veel rampen zijn des vromen lot. Maar! — uit die alle redt hem God; Hij is zijn heil alleen." Zij hebben immers in hun wederwaardigheên niet tegenover zich een vertoornd Rechter, maar een liefhebbend Vader, Die geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt. Ploegers hebben geploegd op de rug van de Middelaar, Jezus Christus, en zo is de vlóék weggenomen uit het leed en de smart van

de christen. Het lijden moge u dikwijls benauwen, het is toch voor u, o kind van God, geen vloek, die gij vruchteloos van u poogt af te houden. Het is voor u een zégen, die gij in blind vertrouwen hebt aan te nemen. Duidelijk komt dit uit in het uitgangspunt van onze meditatie, dat ge vindt in Handelingen 16 : 25, waar wij in Gods Woord aldus lezen: n omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen.

Paulus en Silas waren door Goddelijke leiding te Filippi aangekomen. Door de Heere waren zij geroepen om aan de Macedoniërs het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen.

Ettelijke dagen echter hadden zij nog geen gelegenheid om het woord des kruises uit te dragen. Dit was voor deze vurige Evangelieboden zeker een beproeving. Maar ook zij moesten leren wachten op de tijden en gelegenheden Gods. Zij moesten het goed leren verstaan: de prediking van het Evangelie is niet óns, maar Zijn werk, en wij, wij zijn slechts nietige instrumenten.

Op de dag des Sabbats krijgt Paulus gelegenheid om te spreken tot enkele vrouwen, die waren samengekomen tot het gebed. De Heere is met Zijn Geest in het midden. Een der vrouwen, . met name Lydia, wordt getroffen. Haar hart wordt door de Heere geopend, zodat zij de prediking van Jezus Christus, en Die gekruist, als een dorstige ziel indrinkt. Met ootmoedige blijdschap mocht Paulus bemerken, dat zijn bediening gezegend werd.

In datzelfde Filippi drijft Paulus in de naam van Jezus Christus een waarzeggende geest uit een dienstmaagd. De heren der dienstmaagd, ziende, dat de hoop huns gewins weg was, grepen Paulus en Silas, en klaagden hen aan bij de oversten als oproermakers. De hoofdmannen geloven dat, laten hen geselen en in de gevange nis werpen.

Daar grijpt plaats, wat Handelingen 16 : 25 vermeldt: n omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen.

Wij spreken dus over het onderwerp: Met de Heere in de lijdensnacht. Achtereenvolgens letten wij op:

1. De beproeving van de lijdensnacht. 2. Het gebed uit de lijdensnacht. 3. De psalm in de lijdensnacht.

1. Ongetwijfeld is de apostel Paulus met blijdschap naar Filippi getogen. De Heere Zelf heeft hem de weg gewezen en gebaand. Hij had te Troas een gezicht gezien, nadat hij op verschillende plaatsen verhinderd werd van de Heilige Geest om in Azië het Woord te spreken. En wat was dat voor een gezicht? — Er was een Macedonisch man staande, die hem bad, en zeide: „Kom over in Macedonië, en help ons!" Nu wist Paulus, waarheen de weg was. De Heere bracht echter ook mede de bereidwilligheid om die weg te bewandelen, al liep hij dan ook over de

zee, al leidde hij ook naar het Paulus onbekende Europa. Wij lezen immers in Handelingen 16: „Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonië te reizen, besluitende daaruit, dat ons de Heere geroepen had, om de-

' zeiven het Evangelie te verkondigen." In Macedonië, te Filippi, aangekomen, is dat de eerste stad in ons werelddeel, Europa, geweest, waar de blijde boodschap van Gods genade in Christus mocht worden gebracht. En Paulus mag ook zegen hebben op zijn bediening.

Het hart van Lydia, een purperverkoopster van Thyatira, heeft de Heere geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. Maar, waar de Heere krachtig werkt, daar komt ook de vijandschap voor de dag. Wereld en satan waken op. Zij worden bang voor hun rijk, voor het verliezen van hun slaven.

De haat, die het hart vervult, komt wel duidelijk uit in de ruwe wijze, waarop Paulus en Silas werden behandeld. De kleren worden hun van het lijf gescheurd. De geselriemen dalen met kracht neer op hun blote ruggen. Hun vlees wordt opengereten. Hun bloed vloeit uit de wonden. Dit is geen fantasie. Neen, dat is werkelijk zo gebeurd. Wij lezen immers van de stokbewaarder, nadat hij had leren vragen: „wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? " — „En hij nam hen tot zich in dezelve ure des nachts, en wies hen van de strièmen."

Ten bloede toe gegeseld worden de dienstknechten Gods, geworpen in de gevangenis. De stokbewaarder krijgt een extra bevel, om hen toch zekerlijk te bewaren. Deze werpt hen daarom in de binnenste kerker, verzekert hun voeten in de stok, d.w.z. een blok hout, zodat zij gedwongen zijn in één bepaalde houding te blijven zitten.

Welk een toestand voor Paulus en Silas! — Die gevangenis was nog heel wat anders dan onze gevangenissen. En de binnenste kerker was een donker, somber, vunzig kerkerhol, wel bijna zonder licht en zonder lucht. Daar zitten zij nu, met hun voeten in de stok, zij, wier voeten geschoeid waren met bereidheid des Evangelies, zij, wier voeten waren als der hinden, als herauten van Koning Jezus. Daar zitten zij te middernacht, in de natuur, maar ook in de nacht der beproeving. Hun geloof, hun hoop, hun liefde worden in deze donkerheid op een zware proef gesteld. Kunt gij deze diepte enigermate peilen? Hoe zoudt gij het maken, als gij eens in een dergelijke beproevingsnacht werd ingeleid?

Wat hebben zij dan toch voor kwaads gedaan, die Paulus en Silas? < — Zij hebben verkondigd de rijkste boodschap, die er is. Zij hebben uitgeroepen het jaar van het welbehagen des Heeren. Zij hebben hardnekkige zondaren van Christus' wege gebeden: „Laat u met God verzoenen!" Zij hebben ze gesméékt als 't ware: „o, vlucht, vlucht toch met al uw zonde en ellende naar het kruis van Golgotha." — Voor zulk een boodschap echter sluit de mens van nature oor en hart. Het Evangelie is altijd en overal den Joden een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.

En als Paulus en Silas zonder iemand kwalijk behandeld te hebben, zo worden bejegend, dan denken wij er als vanzelf aan, dat Hij, Die het land doorging, goed en goeddoende, dat Hij aan het kruis is genageld. En Hij verzekert al de Zijnen: „indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen." Mijn lezer, als wij door de wereld zo met rust gelaten worden, dan mag de vraag wel rijzen: zijn wij wel getrouw? ben ik wel waarlijk een christen?

Wonderlijk, raadselachtig zijn de wegen des Heeren. — waarom beschermt Hij Zijn dienstknechten niet? — Waarom laat Hij hen al dat leed overkomen? Paulus was toch niet zijn eigen weg gegaan? Al mogen wij van achteren iets verstaan van Gods wegen, immers: gij zult het na dezen verstaan", van vóren staan wij er zo blind voor. „Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend" (Ps. 77:20).

Het is niet, zoals zovelen denken, nl. dat het een kind des Heeren altijd toch wel voor de wind moet gaan. Tergend sprak de vrouw van Job: „Houdt gij nog vast aan uw oprechtheid? zegen God en sterf." — Precies als in onze tijd: „wat baat nu uw bidden? uw godsdienst? " - — „Nu ga ik niet meer naar de kerk. Nu lees ik niet meer in de Bijbel. Nu bid ik niet meer. Nu geloof ik niet meer, dat er een God is." - — Dwaze mens! moet een vader dan alles doen, wat zijn kind wenst? Mag hij niet kastijden en straffen? Mag een heilig en rechtvaardig God de zonde niet bezoeken? Zijn Zijn oordelen niet ook dringende liefdesroepstemmen? O, luister eens naar Job zelf, die nog veel meer werd bezocht dan zijn vrouw, veel meer ook dan een onzer, en die tóch Gods recht omhelzend, en Gods wijsheid erkennend, mag zeggen: „Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen? " — Gelukkige Job, zélfs al zijt gij arm, van kinderen beroofd, met zweren overdekt, zittend op de ashoop, van allen verlaten. Gelukkige Job in de beproeving van de lijdensnacht! Gelukkige Paulus en Silas, al is het dan ook: „Omtrent de middernacht". •— Gelukkig kind van God in de smeltkroes, in de lijdensnacht, als uw God maar met u is.

Ook Gods kinderen lijden. Hun wordt niet bespaard de beproeving van de lijdensnacht. Het is meermalen in hun leven: En omtrent de middernacht." Zij lijden allereerst, omdat en doordat zij kinderen Gods zijn. Zij krijgen kennis aan een lijden om Christus' wil. Allen, die godzaliglijk willen wandelen, zullen vervolgd worden. „Mijn lezer, houd u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame" (1 Petrus 4:12). Neen, het is niet iets vreemds, iets, dat er niet bij hoort. Het is de gemeenschap aan het lijden van Christus. Het is het lijden van Paulus en Silas. Het is het lijden van het verleden, het lijden der martelaren, van zovelen dus ook van onze voorouders. Het is het lijden, van elk heden, wat geleden wordt door het volk des Heeren, zij het niet steeds in dezelfde mate. Het is het lijden van de toekomst in het bijzonder, als de duivel voor een kleine tijd wordt ontbonden, als de valse profeet zal verleiden, als de anti-christ zich in al zijn kracht zal openbaren. Maar, behalve dit lijden om Christus' wil — gelukkig die er toe verwaardigd wordt om Christus' wil smaadheid te lijden! - — behalve dit lijden is er ook voor Gods kind het gewone lijden, het lijden door de gevolgen der zonde. Ook dat wordt ze niet bespaard. „Mijne straffing is er alle morgens", klaagt Asaf. Er zijn zoveel banden, waarmede ook oprechte christenen worden gebonden. Hier is er een, die reeds maanden, jaren misschien, aan huis, aan een ziekbed, gebonden is. Daar is een godvruchtige weduwe, die treurt om haar man. Ginds is een Godvrezend man, die met smarte mist zijn, zouden wij zeggen, onmisbare vrouw. Elders is een huis, waar toch de Jozua's keuze wordt gekend, waar een enige zoon, een enige dochter, is verloren.

En in ónze tijd lijdt ook Gods volk, ja zij in dieper mate, mee het lijden, dat over de wereld, over Europa, over Nederland is gekomen. Het is geen kleine zaak van wege onze zonden, van wege onze afkeringen, getuchtigd te worden met zoveel. Het is: „omtrent de middernacht". Het is de beproeving van de lijdensnacht. — Wat zal die beproeving te zien geven? Wat zal die beproeving uitwerken? Het goud des gelóófs wordt beproefd. Als gij zonder kastijding zijt, dan zijt gij bastaarden, en niet zonen. De hemelse Vader geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt. Gij hebt dat nodig. Het is tot uw nut. Het echte zilver wordt, in de smeltkroes gelouterd, gezuiverd van onreine bestanddelen. Zo wordt ook het echte gelóóf in de beproeving van de lijdensnacht, getoetst, gelouterd, zodat het in schoner glans u tegenblinkt, als het kunstwerk van Góds vingeren, als het edel metaal uit de werkplaats des Heiligen Geestes.

O, dat wij, als arme zondaren, dat echte goud des geloofs deelachtig mogen zijn of worden. En dat dat»goud, gelouterd „omtrent de middernacht", des te meer moge glanzen tot lof en prijs van de rijke Zaligmaker, tot verheerlijking van Gods naam.

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 augustus 1953

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Met de Heere in de lijdensnacht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 augustus 1953

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken