Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ADVENTSVERWACHTING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ADVENTSVERWACHTING

12 minuten leestijd

(2)

En men zal te dien dage zeggen: ie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid. Jesaja 25 : 9.

In Jesaja 25 : 9 hebben wij een blijmoedig belijden gevonden. Met mond en hart is het daar uit het midden van de Strijdende Kerk des Heeren en uit de diepste grond zijns harten van het kind van God, als het mag staan in het welwezen des geloofs: Deze is de Heere; wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid."

Onwillekeurig denkt gij misschien met mij aan het laatste vers van de 2de Psalm, die een van de Messiaanse psalmen is, en waaruit wij met de Psalmdichter wel eens van harte mogen zingen:

Welzalig zij, die naar Zijn reine leer, In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen. Die Sions Vorst erkennen voor hun Heer'; Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.

Als er zulk een vrijmoedig en blijmoedig belijden mag zijn, dan is het kind, dan is het volk des Heeren, op z'n plaats. Het is wel heel droevig, dat dit zo zelden gebeurt. Veel meer kunt gij bij uzelf en bij anderen opmerken de Petrus-gestalte van de tijd, toen hij zijn Meester en Heiland tot driemaal toe verloochende. Moge dit opmerken gepaard gaan met diepe smart en met schulderkennende schaamte! •— Maar! als er een vrijmoedig en blijmoedig belijden mag zijn door de kracht en de aandrijving des Heiligen Geestes, dan is er een vreugde van binnen, die zich naar buiten openbaart, in woord en in daad, in huis en op straat, in dankzegging en in psalmgezang. Dan gaat er ook kracht uit van het belijden en getuigen en het blijkt, dat de werfkracht, het: , , Kom, ga met ons, en doe als wij", toch nog niet geheel verdwenen is. Dan, en dat is het voornaamste, wordt de naam des Heeren om hunnentwille niet gelasterd, maar geëerd en geprezen, zoals Hij het zo waard is, en zoals zij dat zo schuldig zijn.

Dan zal men belijdend zeggen: „zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zaligmaken! Deze is de Heere; wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid." — O, bid de Heere maar veel in deze Adventsweken, op deze Adventszondag, om die genade!

Een blijmoedig belijden vinden wij in Jesaja 25 : 9, maar, als wij waarlijk mogen mediteren onder de invloed van de Heilige Geest, dan vinden wij hier ook een vertrouwend verwachten. Tot tweemaal toe is het: Wij hebben Hem verwacht." Het is wel goed hier een paar voorbeelden van dat sterke en vertrouwende verwachten te overdenken. Wij kennen allen, ook de rijpere en de rijpende jeugd, zelfs de kinderen uit onze gezinnen, het derde vers van Psalm 130:

Ik blijf de Heer' verwachten; Mijn ziel wacht ongestoord; Ik hoop in al mijn klachten Op Zijn onfeilbaar Woord.

Mijn ziel, vol angst en zorgen, Wacht sterker op de Heer', Dan wachters op de morgen; De morgen, ach, wanneer?

Welk een vurig verlangen naar de Heere! De Psalmist kan het in zijn Godsgemis niet uithouden. Het is een aanroepen van de Heere in de dag der benauwdheid. Hebt ook gij daar reeds kennis aan, mijn lezer? Zo neen, vraag dan maar veel om de Geest der ontdekking. En, als gij er wèl iets van moogt weten, wat het is God te missen, de Heere Jezus te missen, en gij kunt het nü maar al te gemakkelijk stellen zonder de Vader, zonder de Zoon, en zonder de Heilige Geest, ach, vraag dan maar om verlevendiging, om vernieuwing, om dat gevoel van gemis, dat ondragelijk is.

Of, moogt gij in uw grote gemis en ledigheid uitzien naar de komst van uw Bruidegom, ga dan maar verder met de dichter van Psalm 130 in het 4de vers, om alzo ook uw ziel op te wekken en te bemoedigen:

Hoopt op de Heer', gij vromen; Is Israël in nood.

Er zal verlossing komen, Zijn goedheid is zeer groot. Hij maakt op hun gebeden.

Gans Israël eens vrij Van ongerechtigheden; Zo doe Hij ook aan mij.

En om nu nog een Nieuw-Testamentisch voorbeeld van dat sterke en vertrouwende wachten bij vernieuwing onder uw aandacht , te brengen, moge ik noemen de oude Simeon. Van hem lezen wij, tot onze beschaming, en tot onze opwekking: Deze mens was rechtvaardig en Godvrezende, verwachtende de vertroosting Israëls; en de Heilige Geest was op hem. En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zien zoude, eer hij de Christus des Heeren zou zien" (Luc. 2 : 25 en 26). Wat zal deze Godvrezende man, die zo kennelijk door de Heilige Geest geleid werd, vol verwachting hebben uitgezien naar de vervulling van wat hem beloofd was! Hij had crediet voor het Woord, dat de Heere door Zijn Geest tot hem had gesproken. Deze Simeon wist, dat de Heere is een belovend èn een volbrengend God. Hij zal wel meermalen biddend gezongen hebben:

Gedenk des woords, gesproken tot Uw knecht, Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven; Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd.

Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven; Al 't geen Uw mond aan mij had toegezegd, Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.

En deze Simeon is, zomin als ooit een van Gods kinderen, met zijn God niet beschaamd uitgekomen. Hoe heerlijk werd dat vertrouwend verwachten, op grond van Gods eigen Woord, en gewerkt en versterkt door de Heilige Geest, vervuld, toen die oude Simeon in de tempel stond met het Kindeke Jezus in zijn armen, vooral in de armen des geloofs. Toen kon hij God lovende zingen deze lofzang: Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaat in vrede naar Uw Woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien" (Lucas 2 : 25 v.v.).

Is het niet om jaloers op te worden, mijn lezer? Of ziet gij er nog helemaal geen begeerlijkheid in? Dan zijt gij diep te beklagen. Het gaat hier om het ene nodige. Het gaat hier om Hem. van Wie er geschreven staat: En de zaligheid is in geen andere" (Hand. 4 : 12). Och. dat gij voor het eerst of opnieuw, bij het naderen van het Kerstfeest, vervuld mocht worden met een heihge jaloersheid!! Dan zal het uw bede zijn: Heere, leer ook mij van alles af te zien, en alleen op U, en op Uw Woord te vertrouwen, en zo met een hartelijk vertrouwen uit te zien naar de komst van de Heere Jezus tot mijn ziel. O. geef mij, Heere! een persoonlijke Adventstijd in mijn eigen leven."

Een blijmoedig belijden vinden wij in onze tekst, maar ook wordt er gesproken van een vertrouwend verwachten. Tot tweemaal toe is het: wij hebben Hem verwacht." Als het mag zijn: Zie, Deze is ónze God", dan is er in beginsel een einde gekomen aan de wachtens-en verbeidens'tijd. Ervaren wordt de waarheid van deze troostrijke belofte: Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewisgelijk komen. Hij zal niet achterblijven" (Hab. 2 : 3b). Op die tijd wordt teruggezien, als het mag zijn: Wij hebben Hem verwacht, wij hebben naar Hem uitgezien, met vurig verlangen en met gelovig vertrouwen."

Van nature is er geen uitzien naar de Heere Jezus, maar wel naar de dingen dezer wereld. Waarnaar wordt al niet uitgezien? Waarvan wordt het al niet verwacht? Er wordt uitgezien naar de goederen der aarde. Het wordt verwacht van de eer der mensen. Er wordt begeerd naar ijdel genot. Met al deze verwachtingen zullen wij bedrogen uitkomen. Nooit zult gij er door verwerven vrede voor uw ziel. Allen, die het er van verwacht hebben, zijn arm gebleven aan levensgeluk, verstoken van de enige troost beide in het leven en in het sterven.

„Wij hebben Hèm verwacht", zo spreekt de gelovige. Hij heeft de dood gezien in de wereld, in zijn ongerechtigheden, en in zijn gerechtigheden, en het leven in de Zaligmaker, onze Heere Jezus Christus. Wij hebben Hèm verwacht, Hem, het Kindeke in Bethlehems kribbe, want bij Hem vergeleken zinkt alles voor ons in het niet weg. „Wij hebben Hèm verwacht." Desnoods kunnen wij alles verliezen, alles missen, zelfs ons leven, als wij Hem maar bezitten mogen. „Wij hebben Hèm verwacht". Hem te ontmoeten, Hem te kennen, Hem lief te hebben, door Hem met God te worden verzoend, maakt alleen gelukkig, geeft alleen vrede. O, zalig degenen, wie de Heere Jezus dierbaar is geworden boven alles, die alle dingen schade en drek leerden achten om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, hun Heere!

„Wij hebben Hèm verwacht." Wie dat mag uitspreken, weet van een tijdperk in zijn leven van begeren, van uitzien, van biddend verbeiden. Maar, die wachtenstijd is ook een tijd van stil vertrouwen. Is het rechte verwachten door Gods Geest in het harte gewerkt, dan is het van binnen: Ik zal uitzien naar de Heere, ik zal wachten op de God mijns heils, mijn God zal mij horen" (Micha 7:7). In meerdere of in mindere mate leeft dat vertrouwen in iedere ziel, die de Zaligmaker nodig heeft gekregen en die nu begerig uitziet naar Zijn komst. Als dat vertrouwen gehéél ontbrak, dan zoudt gij immers niet meer zoeken, niet meer kloppen, niet meer bidden, maar in doffe moedeloosheid neerzitten. Is het niet waar. dat, al is het ook heel zwak, op de bodem uwer ziel toch nog leeft de verwachting, dat de grote Ontfermer u niet zal verstoten, maar op Zijn tijd zal komen? Is het niet waar, bekommerde over uw toestand voor de eeuwigheid, dat gij. al is het ook nog zo verborgen, dat gij ogenblikken hebt, waarin gij vertrouwend hoopt op de geboorte van de Heere Jezus in de beestenstal van uw hart, op een Kerstfeest voor en in uw eigen ziel? En, als dan de tijd komt, waarin het blijkt, dat God niet beschaamt het vertrouwen op Zijn beloften, op Zijn genade, dan rijst ook uit uw binnenste op de blijde jubel: wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid."

De wachtens-en verbeidenstijd is een tijd, waarin niet ontbreken goede, heerlijke ogenblikken, b.v. als gij, bij het oog op al uw zonden, uw verdoemelijkheid, uw ledigheid, de Zaligmaker in het oog krijgt en het u is, als ziet gij Hem reeds naderen met uitgebreide armen.

Het is echter ook een tijd, waarin niet ontbreken bange en moeilijke ogenblikken, ogenblikken, waarin twijfel het hart verscheurt. Zoudt gij menen, dat de verwachtende zielen onder het Oude Verbond altijd even vast hebben gestaan in het geloof? Ongetwijfeld is wel eens opgerezen de gedachte: „Zou de Messias wel ooit komen? Wat blijft Hij lang, lang weg!"

En gij, die naar de Heiland verwachtend uitziet, is er bij u nooit schommeling? O, die twijfel kan zich immers zo krachtig verheffen! Het kan van binnen zo stormen, als de Heere toeft te komen. Dan is het: „In mijn hart zal de Heere Jezus wel geen woning willen maken, het is zo onrein, zo vijandig, zo ongelovig. In mijn ziel zal het wel nooit waarlijk Kerstfeest worden."

Hij echter, Die Zijn aangezicht meermalen moest verbergen, komt op Zijn tijd het vertrouwend verwachten in de door schuldbesef verslagen ziel van de ontdekte zondaar weer verlevendigen. Zou Hij door Zijn Woord en Geest iemand ontdekken, ontledigen, leren uitzien en verwachten. voor het eerst of opnieuw, om haar dan in troosteloze donkerheid te laten omkomen? Neen, dat doet Hij nietf Dat zou in strijd zijn met Zijn eigen openbaring in de Heilige Schrift allerwege. Om maar één plaats te noemen, denk ik aan het bekende, en toch zo weinig gekende, en zo zelden beoefende: Roep Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren" (Psalm 50:15).

De Heere is barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij is de: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal." Hij, Die eens de Eerste is geweest, wil en zal telkens weer de Eerste zijn, om het vertrouwen, het verwachten weer op te wekken.

O, dat het dan ook nu, in deze Adventsdagen van 1954, maar moge zijn ia menig hart een terugzien op een wachtens-en verbeidens-tijd, om dan door hel geloof, ziende op het Kindeke in de kribbe, met innige tederheid en in blijmoedig vertrouwen, te spreken: „Zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wi) hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijijden in Zijn zaligheid."

In het uitzien, in het verwachten, in de van God ontvangen belofte door Gods Woord en Geest, ligt al zulk een rijkdom van zieleweelde. Wat kan het u goed zijn, als gij de kracht van het Woord des Heeren, toegepast aan uw ziel, zó moogt ervaren, dat gij van verre ziet de kribbe van Bethlehem met het Kindeke liggende in de kribbe, en dat gij daarheen de toevlucht moogt nemen met al uw zonde, schuld en ellende! O, dat toevluchtnemende geloof, die ware bekommering des harten, dat uitzien en verwachten, zeg er toch geen kwaad van, mijn lezer! want dan tast gij Gods werk aan, dan brengt gij schuchtere, tere zielen in verwarring.

Maar, als dan het uitzien, het verwachten al zulk een rijke zieleweelde geeft, hoeveel te groter is dan nog niet het wonder, als gij met de wijzen uit het Oosten te Bethlehem moogt aankomen, misschien na een lange reis, na vele teleurstellingen, na lang zoeken en vragen, en als gij daar moogt vinden, niet alleen Jozef en Maria, niet alleen de herders, niet alleen de wijzen, maar vooral het Kindeke Jezus, liggende in de kribbe! Dat is pas zaligheid, dat is eerst recht u te verheugen en te verblijden daarin. Dan is het: „Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave!" — Doch daarover, zo de Heere wil en wij leven, de volgende week. de laatste Adventsweek voor het Kerstfeest.

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 december 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

ADVENTSVERWACHTING

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 december 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken