Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ADVENTSVERWACHTING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ADVENTSVERWACHTING

12 minuten leestijd

(3)

En men zal te dien dage zeggen: ie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid. Jesaja 25 : 9.

Het zijn mensen om jaloers op te worden en te wezen, de mensen, die op de school des Heiligen Geestes zijn gekomen door Gods trekkende genade, en die daar ook iets hebben geleerd van het blijmoedig belijden, waaraan het kind van God kan worden gekend. Van Zijn volk getuigt dér Heere-Geth Zelf immers: „Dit volk heb Ik Mij geformeerd; zij zullen Mijn lof vertellen." En wij zingen het in een van de bekendste Psalmverzen:

Zingt nu blij te moe 't Machtig Opperwezen Ene lofzang toe; Om ons heilgenot Worde Jakobs God Met gejuich geprezen.

Dat is een klein, maar wondermooi Psalmversje, vaders en moeders, juist geschikt, om het uw kinderen jong te Ieren, en ze dan te vertellen, dat het zo heerlijk is, en God het zo waard, Hem, bh) te moe, een lofzang toe te zingen, en vertel dan ook maar, dat degenen, die de Heere Jezus, en God de Vader, liefhebben, veel gelukkiger zijn dan mensen, die de zonde en de wereld liefhebben, en dat zij om al dat geluk, om al dat heilgenot, de God van vader Jakob begeren te prijzen met gejuich. En zeg uw kinderen dan ook nog, dat zij de Heere vroeg moeten bidden of Hij ze die blijdschap in hun hart wil geven, omdat jonge jaren hiervoor de beste zijn. Gij hebt ze zeker toch al wel geleerd dat overbekende versje uit dezelfde Psalm 81:

Opent uwe mond; Eist van Mij vrijmoedig Op Mijn trouwverbond; Al wat u ontbreekt, Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig."

Een vrij-en blijmoedig belijdende, en daarom ook uitziende en vertrouwend verwachtende vader of moeder is al menigmaal voor kinderen tot een zegen gesteld. Zing maar veel met uw kinderen. En als gij het niet met uw hart kunt doen, doe het dan toch maar met uw verstand. De tijd om het Kerstfeest is er uitnemend geschikt voor. En het kon eens tot een zegen zijn door Gods genade.

In Jesaja 25 : 9 is tenslotte ook nog sprake van een gelovig genieten. Wij lezen immers: En Hij zal ons zalig maken." En wederom: wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid." — De dienst des Heeren is geen sombere, geen harde dienst. Het is een dienst, waarvan al Gods dienstknechten èn dienstmaagden bij tijd en wijle zo van harte mogen getuigen: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

„Hij zal ons zaligmakend — De Heere Jezus is de enige Zaligmaker. Wij zoeken van nature ons geluk bij onszelf, bij de mensen, in al wat van beneden is. Maar nergens, nergens is waar, diep geluk te vinden. 6000 jaren ongeveer zoekt de mens zijn geluk al waar het niet is te vinden. Ge zoudt zeggen: e ervaring van 60 eeuwen heeft ons wel geleerd, dat de ene teleurstelling volgt op de andere. Als gij meent uw doel bereikt te hebben, dan ontwijkt het u eensklaps, zodat het weer verder van u verwijderd is dan ooit. Och, dat wij onze dwaasheid voor het eerst of opnieuw te zien mogen krijgen! De Heere Jezus is de enige Zaligmaker. In Handel. 4:52 lezen wij: En de zaligheid is in geen andere; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden." — Leer dus tot Hem te vluchten met al uw zonde en ellende. Hij kan en wil en zal ons zaligmaken. Hij is de enige, maar ook de volkomen Zaligmaker. Aan Zijn verlossingswerk ontbreekt niet het geringste. Het is een werk, volkomen zelfs in de ogen des Vaders. Hij heeft er opgezet, door de ontzaglijke tekenen bij het sterven van de Heiland en door Zijn opwekking uit de dood, het stempel van Zijn Goddelijke goedkeuring. Volkomen is het verlossingswerk in de ogen van in zichzelf verloren zondaren. Zij zien er iets van: ulk een Zaligmaker is zo gepast voor mijn ellende. In dat werk alleen kan mijn ziele rust en vrede vinden. Wij moeten er geheel buiten vallen. Onze gerechtigheid voor God ligt niet, zelfs voor het allerminste niet, in onze deugden, in onze vroomheid, in onze tranen. Zij ligt alleen voor goddelozen in de volkomen borggerechtigheid van de Verlosser. Kom dan, zoals gij zijt, zo onrein, zo schuldig, zo doemwaardig. Zelfs voor de voornaamste der zondaren is de Heere Jezus een volkomen Zaligmaker. En Hij is bereidwillig om zondaren te ontvangen en gelukkig te maken.

Hij zal ons zalig maken. Daartoe heeft Hij de hemel verlaten, is Hij in Bethlehems stal als een Kindeke geboren, heeft Hij de ganse Wet volbracht, heeft Hij geleden en is Hij aan het kruis gestorven. Hij is het, Die de zaligheid heeft verdiend voor al Zijn volk. Maar daarbij laat de Verlosser het niet. Indien Hij het daarbij liet, als het nu verder van de mens afhing of hij het zou aannemen of niet, dan zou er geen enkele zondaar zalig worden.

Wij vragen niet naar God. Wij staan tegen Hem op. Wij zijn vijanden van het uit genade zalig worden. Zolang er nog iets in ons wordt gesteld, dat moge naar de mens zijn, vóór de mens is het zeker niet. Het is voor een bekommerde vanwege zijn zonde, die iets van zijn doodstaat heeft leren kennen, een troosteloze leer. Met het Evangelie van vrije genade is het juist andersom. Dat is niet naar de mens, maar het is wel vóór de mens. Dat Evangelie is een blijde boodschap, een bron van rijke vertroosting voor degenen, die bevend liggen onder het strenge recht Gods. Dat Evangelie spreekt ons van een Zaligmaker, Die niet slechts de zaligheid voor de Zijnen heeft verdiénd, maar Die ze ook aan hun zielen tóépast.

Hij zal ons zalig maken. Hij is het, Die de Zijnen door de werking des Geestes ongelukkig maakt, om ze zo tot Zich te trekken. Hij is het, Die leert klagen, leert bidden, leert geloven. Zo wordt een zon-

daar hier reeds zalig in beginsel. Heerlijke ogenblikken worden doorleefd, als uw ziel wordt verkwikt door beloften en vertroostingen. Zoete ervaringen, zalige bevindingen worden genoten, als de Heere u naar Elims leidt op de reis naar Kanaan. Zalig is het vooral als een gans rechteloze in de Heere Jezus uw Borg te mogen ontmoeten. Hoe goed is het de ziel, die door Hem tot de Vader wordt geleid! Ja, dat is zalig zich door het geloof verzoend te weten met de enige en drieënige God.

„Hij zal ons zalig maken." Dat werk begint hier op aarde. Maar een einde heeft het niet. Dat zaligmnken gaat door tot in alle eeuwigheid. Bij het sterven wordt Gods kind ingeleid in een oord zonder moeite, zonder lijden, zonder dood, zonder tranen, in een plaats vooral zonder zonde. Daar is de vereniging met Vader, Zoon en Heilige Geest ongestoord, zonder enige verberging van Gods aangezicht, zonder enige geestelijke verlating. Het is daar een volmaakt kennen, een innig liefhebben, een eeuwig dienen, een rijk genieten van God. Geen wonder, dat een Jakob op zijn sterfbed uitriep: , Op Uwe zaligheid wacht ik, o Heere" (Gen. 49 : 18). '

Hij zal ons zaligmaken. Moge er iets van dat gelovig genieten geproefd en gesmaakt worden ook op dit Kerstfeest, dat komt. Wat is een Kerstfeest zonder de Christus? Dan eerst is het waarlijk feest, als gij met een blik in uw eigen ledigheid, ellende, rampzaligheid, het oog door genade moogt richten op die Zaligmaker, Die als Kind lag in Bethlehems kribbe, Die in de rampzaligheid van Zijn volk is ingegaan, om hen tot de zaligheid te leiden. Gods Geest werke of versterke het geloof in uw hart, opdat ook gij moogt stamelen: : , , Hij zal ons, Hij zal ook mij zalig maken."

„Wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid." Dat is nu de echte Advents-en Kerstvreugde. Er is om het Kerstfeest zoveel onreine, wereldse, valse vreugde. Ach, wat wordt zelfs de tijd van dat heerlijke feest misbruikt. Er is echter ook wel een reine, zalige Kerstvreugde. Deze wordt genoten door en in de Zaligmaker. Het is een blijdschap, die een vrucht is van het lijden, de droefheid, de tranen van de Heere Jezus. Het is een vreugde, die door de Heilige Geest wordt gewerkt in harten, die hebben leren treuren van wege de zonde. Het is een blijdschap, die het lichaam doortintelt, en de ziel vervult, die het hart doet overvloeien van innig genot. Het is een voorsmaak van wat eens wordt genoten in die plaats, waar eeuwige blijdschap op de hoofden zal wezen.

En waarin zullen zij zich verheugen en verblijden? — „In Zijne zaligheid." Zijne zaligheid, dat kan zien op het geluk, op de zaligheid, waarin de Heere Jezus Zelf deelt. Zijn zaligheid is het aan het geschonden recht Gods genoeg te doen, te zoeken de verheerlijking Zijns Naams. Zijn zaligheid is het ook zielen te redden van het eeuwig verderf. Voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, heeft Hij het kruis verdragen, en schande veracht. In die zaligheid van de Zaligmaker verheugt en verblijdt zich de ziel, die Hem heeft leren kennen, in welke uitgestort is de liefde Gods door de Heilige Geest.

In onze tekst wordt dat echter niet in de eerste plaats bedoeld. „Wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid", d.w.z. in de zaligheid, waarin wij zelf mogen delen en genieten. Maar, waarom staat er dan: „wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid", en niet: in ónze zaligheid? Zo wordt het hier uitgedrukt, om al de ere van het verlóssingswerk alleen toe te brengen aan het Lam, dat geslacht is. De beweldadigde ziel wil er mede zeggen: „het is niet onze zaligheid, door ons verworven, door ons bereid. Neen! het is Zijn zaligheid. Hij heeft ze voor ons verworven. Hij is het, die ze ons schenkt. Hij is het, Die er ons bij en voor bewaart. Zo is dan deze vreugde een vreugde, die de wereld niet kent. Het is een vreugde, die in God haar oorsprong vindt, en dus in God ook weer eindigt. „Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave!"

„En men zal te dien dage zeggen: „Zie.

Deze is onze God, wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid." In dit schone tekstwoord, dat ons van redding spreekt, vonden wij een blijmoedig belijden, een vertrouwend verwachten en een gelovig genieten. Hebt gij daar kennis aan? Weet gij, wat Adventsvreugde is? Misschien behoort gij nog tot degenen, die hun blijdschap zoeken buiten God en Zijn dienst, die vreugde verwachten zonder te kennen het geboren Kindeke. Mijn lezer, er is geen ware vreugde zonder Christus en zonder God in de wereld. Gij jaagt hersenschimmen na, en gij zult vinden pijnlijke teleurstelling. Bittere, eeuwige droefheid zal eens uw deel zijn, als gij voortgaat geen acht te geven op zo grote zaligheid.

O, dat gij in de weinige Adventsdagen, die ons nog resten, eens de knieën mocht buigen, dat gij, verbroken van hart en verslagen van geest vanwege uw zonde en het recht des Heeren, mocht heengaan in de geest naar Bethlehem, om in het geboren Kindeke uw Zaligmaker te zoeken. Hij is machtig. Hij is bereidwillig. Hij is algenoegzaam. Hij ontvangt de zondaars, en eet met hen.

Gij, die de dood hebt gezien bij de aanvang in al wat van de wereld is, in al het uwe, zowel in uw gerechtigheden als in uw ongerechtigheden, en die nu naar de Zaligmaker uitziet met innig zielsverlangen, gij zult niet te vergeefs wachten. Misschien hebt gij reeds lang gewacht? Uw toestand blijft maar steeds dezelfde, 't Schijnt u toe, dat het veeleer minder dan beter met u wordt. Gij zijt wel eens moedeloos. Zou de Heere misschien ook vertoeven te komen, omdat gij het nog te veel zoekt in uzelf, in uw toestanden, en gestalten, in uw ijver en in uw gebeden? Hij wil, dat gij zult komen gans ellendig. Hij wil u steeds meer uitleiden uit uzelf. Gij moet als een goddeloze gerechtvaardigd worden. Hij toeft, om u te beproeven, of het u wel waarlijk om Hèm te doen is, of gij misschien nog niet te veel vast zit aan allerlei buiten Hem. Hij toeft, opdat de nood al hoger stijge, en gij met de Kananese vrouw voor Zijn voeteii neerzinkt met de noodkreet: „Heere, help mij."

Maar, wie met zijn ziel naar de Heere Jezus begeert en Hem verwacht, die zal toch op 's Heeren tijd Kerstfeest vieren en Kerstvreugde smaken. O, mocht die tijd nu eens voor u zijn aangebroken!

Gij, die kennis hebt aan dat verwachten, geloven, belijden, waarvan onze tekst spreekt, hoe is het nü met u gesteld? Gij moogt terugzien op moeilijke en heerlijke tijden, waarin gij het ondervondt, dat de Heere u zocht, waarin gij naar de Zaligmaker leerdet zoeken, en van Hem gevonden, Hem vinden mocht. Te dien dage was het ook bij u: „Zie, Deze is onze God, wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid." Toen was het Kerstfeest vvoor u. Maar ach, wat is het menigmaal anders. Uw oog is voor deze dingen zo gesloten en zo geopend voor de dingen der aarde. De verwachting is zo gericht op alles, wat beneden is. Zij het u tot zonde en tot smart in deze Adventsdagen.

De Heere echter is een getrouw God. Hij wekt het verwachten, het geloven, het belijden hier telkens weer op. Als Hij u weer opzoekt, u weer schuldenaar maakt, u weer opwekt tot verbondsonderhandelingen, te dien dage is er opnieuw dat vrijmoedig belijden, die heerlijke Kerstvreugde. En eens zal het niet meer zijn „te dien dage", maar eeuwig: „Zie, Deze is onze God, wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zaligmaken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid."

Dit te missen is alles te missen, het leven, de gerechtigheid, de vrede, de zaligheid. Ja, dat is God te missen. Ach, wat zal er van u toch terecht komen? Niets, volstrekt niets. Dit deelachtig te zijn, dat is te leven, erfgenaam van God en medeerfgenaam van Christus te zijn.

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 december 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

ADVENTSVERWACHTING

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 december 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken