Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT HET BOEK DER RICHTEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT HET BOEK DER RICHTEREN

7 minuten leestijd

SIMSON (15)

Toen zeide Simson tot hen: oudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zal ik daarna ophouden. En hij sloeg ze, de schenkel en de heup, met een grote slag; en hij ging af en woonde op de hoogte van de rots van Etam. Toen togen de Filistijnen op en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi. En de mannen van Juda zeiden: aarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: ij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk hij ons gedaan heeft. Toen kwamen drieduizend mannen af uit Juda tot het hol van de rots van Etam en zeiden tot Simson: ist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dit dan gedaan? En hij zeide tot hen: elijk zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hun gedaan. Richteren 15 : 7— 11.

De strijd tussen Simson en de Filistijnen is wel in volle kracht ontbrand. We hebben de vorige keer gezien welk een wraak Simson genomen had met die driehonderd vossen, die met de aan hun staarten gebonden brandende fakkels het koren van de Filistijnen in brand staken. Daarop hebben deze het huis van Simsons schoonvader in brand gestoken en ook, die man en zijn dochter levend verbrand. En toen Simson daarvan hoorde ontstak zijn woede opnieuw. Hij besluit de moord op haar, die zijn vrouw geweest was, geducht te wreken. Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zal ik daarna ophouden. (vers 7).

Deze woorden zullen we wel zo moeten verklaren, dat Simson dit bij zichzelf gesproken heeft tot hen, dat is aan hun adres, toen hij vernam van hetgeen zij hadden gedaan. Het kan ook wezen, dat hij deze woorden die bende Filistijnen heeft toegeroepen, toen ze van de brandstichting terugkwamen en hij hen ontmoette. En hij sloeg ze, de schenkel en de heup, met een grote slag (vers 8a).

De schenkel en de heup slaan: dit zal wel een spreekwoordelijke uitdrukking geweest zijn, die uitdrukte: kort en klein slaan. Hij vernietigde deze Filistijnen derhalve volkomen. Simson roept daarbij niemand te hulp. Hij weet zich de geroepene Gods, die onder de drijving van de Geest des Heeren de strijd voert tegen de Filistijnen. En hij zal alleen strijden. Hij wil niemand van zijn volk in gevaar brengen. Daarom trekt hij zich terug naar een eenzame plaats, waar hij de aanval van de Filistijnen afwacht... en hij ging af en woonde op de hoogte van de rots van Etam (vers 8b).

Toen was de maat bij de Filistijnen ook vol. Nu er weer doden gevallen waren moest het conflict maar openlijk uitgevochten worden. Ze hebben nu genoeg verdragen van die Joodse rebel, van die woesteling Simson. Ze zullen er daarom voor goed een einde aan maken. En ze nemen degelijke maatregelen. Ze rusten een flinke legermacht uit en trekken daarmee het gebied van Juda binnen. Toen togen de Filistijnen op en legerden zich tegen ]uda, en breidden zich uit in Lechi (vers 9).

Dit zullen we wel zo moeten opvatten, dat zij de militaire bezetting van het Zuiden van Juda versterken. De bedoeling zal wel allereerst geweest zijn om op die manier mogelijke opstandige bewegingen in de kiem te smoren. Het gevaar is immers niet denkbeeldig, dat het onderworpen volk in deze Simson een vrijheidsheld gaat zien en zich achter hem zal scharen. En het wordt ons duidelijk, dat er in de loop van duizenden jaren nog niet veel veranderd is, wanneer we denken aan de bezetting van Hongarije door Rusland.

Er zit in elk geval grote spanning in de lucht. Wat zal er gaan gebeuren? Was er inderdaad bij Israël iets wakker geworden tengevolge van het optreden van Simson? Zouden er mannen tot hem komen om hem te vragen hun aanvoeder te wezen en zich zo te bevrijden uit de verdrukking door de Filistijnen? De laatste rekenen in elk geval met deze mogelijkheid. Maar dan hebben ze van het volk van Israël toch nog te hoog gedacht. Israël staat hier inderdaad op een tweesprong. Ze kunnen duidelijk zien, dat God een held onder hen verwekt heeft om hen te verlossen. Maar ze willen het niet zien. Ze willen niet voor God komen. Ze willen niet in de schuld komen. Ze willen niet klein worden voor de Allerhoogste, hun schuld belijden en smeken om genade voor recht. Dan zouden ze immers ondervinden: Eer ze roepen, zal Ik antwoorden. Want de Heere had de Verlosser al geschonken. Maar ze willen niet van Hem weten.

En het is bij ons nog precies hetzelfde. De Heere heeft een Verlosser gegeven om verloren zondaren te bevrijden, te verlossen van de dood en te schenken eeuwig zalig leven. Maar wij willen tot Hem niet komen. Wij willen de knieën voor Hem niet buigen. Wij willen niet dat die Verlosser Koning —over ons zij. Tenzij de Heere ons harde hart komt verbreken, Hij ons komt trekken door zijn Heilige Geest.

Israël wil ook van Simson niet weten. Ze zenden een commissie van afgevaardigden naar de Filistijnen om te vragen waarom ze met zo'n grote legermacht tegen hen optrekken. En de mannen van juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen gelijk hij ons gedaan heeft (vers 10). Er gaat een zucht van verlichting door die mannen van Juda. Gelukkig, het is niet om hen te doen, alleen om Simson. Welnu, ze willen die Simson best aan de Filistijnen uitleveren. Ze willen hun Verlosser wel in de hand hunner vijanden geven, wanneer zij maar rustig verder kunleven. Ze bieden daarom de vijand de medewerking aan om Simson in hun hand te spelen. Zij weten wel waar hij is. En zo trekken niet minder dan drieduizend man uit Juda naar Etam, waar ze Simson aantreffen. Wat zou het een machtig ogenblik geweest zijn wanneer deze drieduizend man hem als de van God gegeven richter hadden erkend, wanneer ze zich ter beschikking van hem gesteld zouden hebben om te strijden tegen de gehate onderdrukker.

Maar neen, ze komen met zoveel mannen om Simson te binden en aan de vijand over te leveren om maar vrijuit te kunnen gaan. Ze beginnen hem met verwijten te overladen. Hoe komt hij er toch bij om zo te keer te gaan tegen de Filistijnen, die hun land bezet hebben. Daarmee brengt hij immers zijn volk in gevaar. Zo roepen ze hem ter verantwoording. En ze voelen niet hoe smadelijk het is, dat zij, 'Gods volk, onderworpen zijn, aan de onbesneden Fistijnen. Ze voelen geen nood, geen schuld en geen ellende: Toen kwamen drieduizend mannen af uit Juda tot het hol van de rots van Etam en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? waarom hebt gij ons dit dan gedaan? En hij zeide tot hen: gelijk zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hun gedaan. (vers 11).

Dat is de grootste nood, wanneer we onze nood niet meer gevoelen. Wanneer we niet meer uit onze rust willen worden opgeschrikt. Dat wil immers geen enkel mens van nature. We willen rustig in onze zonden leven. En wanneer we wakker geschud worden in dat rustige zondeleven, dan worden we boos, dan worden we vijandig, dan willen we niet dat de Heere Jezus Koning over ons zij, dan leveren we Hem over aan onze vijanden.

Daarom is het zo nodig, dat we ontdekt worden aan onze nood en ellende. Het is zo nodig, dat we niets meer van onszelf overhouden, dat we ons gevangenen weten van satan, die ons mee wil voeren naar het verderf, opdat we leren vragen om de genade Gods in Christus geopenbaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 februari 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

UIT HET BOEK DER RICHTEREN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 februari 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken