Bekijk het origineel

TREUREN EN HONGEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

TREUREN EN HONGEREN

10 minuten leestijd

De vorige keer trachtte ik te voldoen aan het verzoek van een kerkganger, die het met een predikatie niet eens was. Het ging over de betekenis van de zaligsprekingen. Onze briefschrijver noemde vooral de tweede en de derde zaligspreking. In het kort kwam de vraag hier op neer, of dat treuren alleen een gevolg is van de ellende in de wereld en in het leven van de treurende, dan wel van de zonde in de wereld en in het leven van de treurende. De dominee had dit laatste nogal ontkend. Daarin staat hij niet alleen, dat hebben we de vorige keer al gezien. Doch dat betekent niet, dat hij gelijk heeft. Het komt mij voor, dat de oorzaak van het treuren zowel in de zonde als in de ellende gelegen is en dus in alle gevolgen van Adams val.

Wat valt hier nu nog meer van te zeggen? Wel, ik wilde voorstellen, dat we van dit woord treuren eens nagaan, hoe het in de bijbel wordt gebruikt. Wanneer wij treuren zeggen, zeggen de Grieken: enthein. Het is niet alleen innerlijk leed dragen, maar een treuren, dat zich in tranen of klachten kan uiten. Het is dan ook vooral de droefheid om een gestorvene. Dan omvat het beide: e droefheid der ziel en de openbare klacht. Jakob treurde over Jozef, Gen. 37 : 34. David over Absalom, 2 Sam. 19:2. De profeten hebben veel van deze rouwklage gesproken.

Amos 5:16: p alle straten zal rouwklage zijn... bij degenen die verstand van kermen hebben. Dat is een rouwklage over de grote ellende. Maar het woord treuren wordt ook gebruikt voor rouw bedrijven over de zonde. Ezra 10 : 6: , Ezra bedreef rouw over de overtreding der weggevoerden." In menig geschrift uit de tijd na Maleachi wordt penthein gebruikt voor treuren, rouw bedrijven over eigen zonde of over die van anderen. Nu het Nieuwe Testament. Daar is het in Lucas 6:25 met wenen verbonden: , Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen." Zou men dan heel niet mogen lachen? Dat is niet bedoeld. Greijdanus licht het als volgt toe: .Bedoeld is niet het lachen als zodanig, maar het lachen al maar door als uiting van zijn genieting in het aardse en ten blijke daarvan, dat men van zonde en droefheid daarover, en van leed over vertreding van Gods wet en over ontering des Heeren niet weet. Het zijn de mannen uit Psalm 73. Penthein kan ook de klacht over een dode zijn. Dat is bedoeld in Matth. 9 : 15.

In Jacobus 4 wordt tot de zondaars gezegd: „Gedraagt u als ellendigen, en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren"... Dit woord is het beste te verstaan als een oproep tot berouw en treuren over de zonde. Vers 10 zegt: Vernedert u voor de Heere en Hij zal u verhogen.

Men kan dus moeilijk zeggen, dat penthein in Matth. 5 : 4 geen treuren over de zonde kan zijn. In die zin wordt het blijkbaar gebruikt. In 2 Cor. 12 : 21 spreekt de apostel Paulus over rouw hebben over velen, die te voren gezondigd hebben.

Zo komen we aan de zaligspreking: „Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden." Worden alle treurenden vertroost? Toch wel alleen, die met Petrus bitterlijk wenen over hun zonden. Bedoeld is wel, dat de troost zal volgen in de nieuwe wereld. Zolang deze wereld staan blijft zal zonde en ellende leed veroorzaken bij de discipelen van Jezus. Treuren is hier niet alleen de boeteklacht over de zonde, maar het is wel de droefheid van hen, die lijden onder de gevallen staat van deze wereld. Waar zou een kind Gods het meeste over bedroefd zijn, over de zonde of over het leed? Toch zeker over de zonde, die God onteert en voor de ziel schadelijk is. Daarmee is de smart over de gevolgen van de zonde niet uitgesloten. De eerste verzen van Matth. 5 doen ons denken aan Jesaja 61. Daar wordt van de Messias gezegd, dat Hij gekomen is om alle treurigen te troosten. De Heere Jezus is toch niet alleen gekomen om de ellende van de wereld weg te nemen: de concentratiekampen en de prostitutie en de verwoestingen door sterke drank en de ellende van de verslaafdheid aan cocaïne en andere bedwelmende stoffen? Daar is de Heiland ook voor gekomen. Alles wat verderf op de aarde brengt zal uitgebrand worden. Maar zomin als men de droefheid mag verengen tot een droefheid alleen over de zonde, zomin mag men haar verengen tot een droefheid alleen over de gevolgen van de zonde. Wanneer we de H. Schrift in haar geheel tot uitlegster van zulke kernspreuken als de Bergrede ons geeft, gebruiken, blijven we op de rechte weg.

Misschien hebben de lezers nog geduld om ons ook te volgen in de bespreking van het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Wat is met hongeren bedoeld? Niet alleen: onger hebben als het etenstijd is. Meestal: et blijvende honger lijden, omdat er in weken of jaren geen eten genoeg is voor een volk of een volksgroep. In Deut. 28 : 47 wordt Israël gedreigd: zij zullen hun vijand dienen in honger en dorst." Het is een gedurig ontberen van het nodige. In Jesaja 8:21 is het een straf. De honger naar brood kan dan een honger worden naar het woord Gods. In Amos 8:11 staat: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere Heere, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des Heeren." Dit zou mooi zijn als het een gezonde godsdienstige honger was, maar bedoeld is een blijvend ontberen van het goede woord Gods. Saul kreeg geen woord. Daar zal een tijd komen, dat het onuitsprekelijk donker zal wezen op de aarde en dat de mensen geen woord van God zullen krijgen.

De omgekeerde tijd wordt in Jesaja 49 : 10 getekend: Zij zullen niet hongeren noch dorsten." Dat betreft niet alleen spijze des lichaams. Het is verzadigd worden met Gods goedertierenheid. Maar uitgesloten is, dat hongeren en dorsten alleen zou betekenen: erlangen naar gerechtigheid op de aarde, in deze zin, dat de mensen rechtvaardig handelen. Dat hoort er ook bij, maar is het enige niet. Wat baat het mij al handelen alle mensen rechtvaardig en ik mis Gods nabijheid? Hongeren is de naam voor wachten op het heil Gods in alle betekenissen van dat woord. Jezus heeft de hongerigen zalig geprezen. Deze hongerigen zijn zij, die innerlijk en uiterlijk missen, wat nodig is om te leven naar Gods wil. Hongerigen, die zich voor God verootmoedigen, die zijn bedoeld. 1 Sam. 2 : 5 kent ze al.

Tot de zondaren zegt God in Jesaja 65 : 13: Mijn knechten zullen eten, doch gijlieden zult hongeren." De verlaters des Heeren krijgen honger en dorst. Hoe komen er zulke hongerigen? Die schept de Heere. Het zijn mensen, die al maar armer en verlangender worden in zichzelf en daarom de Heere steeds sterker nodig hebben.

Hoe stond het met de Joden? Zij pochten bij monde van hun vromen op de gerechtigheid, die zij meenden te bezitten. Jezus prijst zalig, die naar gerechtigheid hongeren. Dit hongeren is niet het verlangen en werken van de man, die al maar goede werken doet en zich inspant om rechtschapen te zijn. Het is een brandend verlangen, dat opspruit uit een smartelijk gemis. Er staat niet: zalig die veel goede werken werken om de gerechtigheid te verkrijgen. Er staat: zalig die hongeren en dit woord wordt nog versterkt door dorsten. En wie brengt die gerechtigheid? Jezus Christus en Hij alleen. Voor ons is het zeker een hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, die in Christus Jezus is, waarvan de brief aan

de Romeinen schrijft. De gerechtigheid sluit in, dat wij in de rechte verhouding tot God komen. Dat kan ons alleen gegeven worden. Dat kan ons alleen in en door Christus worden geschonken. Daar is geen enkele reden om het hongeren naar de gerechtigheid alleen te betrekken op het verlangen, dat in de wereld recht geleefd zou worden. Verbeter de wereld, begin met je zelf. En aangezien wij nooit met ons zelf kunnen beginnen, blijft alleen over de honger en dorst naar de Heere onze gerechtigheid. Daarom is het niet verkeerd, dat vanaf de kansel extra gewezen wordt op de droeve toestanden, die er op de aarde zijn. Hoeveel onrecht wordt er geleden door volken onder een tyrannieke overheid of door vrouwen onder een heerszuchtige man.

Wie doet er volkomen recht? Zit niet in elke wijze van regeren een stuk onrecht? Maar als we op het onrecht in de wereld, dat daar geschiedt, alleen de aandacht vestigen, zijn we toch niet op het goede pad. Dan betrekken wij de gerechtigheid alleen op de gerechtigheid tussen de mensen. Maar gaat het niet in de eerste plaats om de rechte verhouding tot God? Wij staan recht voor God, zeiden de vrome Joden. De farizeër dankte God, omdat hij alles zo goed deed. Daartegenover heeft de Heere Jezus een volk op het oog, dat uitroept: o God, wees mij zondaar genadig.

Het komt mij voor, dat elke uitleg van Matth. 5 : 6 verkeerd is, die deze tollenaar niet rekent onder hen, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Wat verlangt deze man? Dat hij ook rechtvaardig voor God mag zijn. Doch dit kan nooit een gerechtigheid zijn, gebouwd uit zijn eigen werken. Het moet een geschonken gerechtigheid wezen. Anders zou hij moeten werken in plaats van hongeren en dorsten. Daar zijn geleerden, die mensen als de tollenaar, tenminste zo schijnt het, willen uitsluiten van Matth. 5 : 6. Daar zou in deze tekst alleen maar sprake zijn van een smachten naar de openbaring van Gods koningsgerechtigheid. Deze mensen zouden hier alleen maar zuchten onder de smart. Zulke kinderen Gods bestaan er m.i. niet. Het geldt van alle kinderen Gods en van allen, die door Gods Geest aanvankelijk ontdekt zijn, dat zij zuchten onder hun zonde en ongerechtigheid minstens even hard als onder die van de wereld. Het kan niet zijn, dat hier alleen onrechtmatig leed is bedoeld. Dan zou de Christus van de zaligsprekingen een andere Christus zijn dan die van de gelijkenissen b.v. Het gaat hier om de gerechtigheid, die de discipel in overeenstemming brengt met de wil Gods. Wanneer is een discipel daarmee in overeenstemming? Hangt dit van het leed af, dat hij al of niet draagt? Neen, dat hangt van de vervulling der geboden Gods af en van de verzoening der zonden. Alleen hij wiens zonden zijn verzoend en die Gods geboden houdt, staat in overeenstemming met Gods wil. Over hem regeert God ten volle.

Ja maar, zou iemand kunnen zeggen. het verzoende kind des Heeren is toch verzadigd. En dan blijft alleen het hongeren en dorsten over naar de koningsgerechtigheid Gods, die aan alle macht van onrecht en leugen een einde maakt. Het komt mij voor, dat deze wijze van denken geen rekening houdt met de woorden: wij kennen ten dele. Hier blijft Filipp. 3 van kracht: opdat ik Hem kenne. De kennis van Christus, de gemeenschap met Christus, de doorwerking van de Geest van Christus, het is hier op aarde alles even onvolmaakt.

Wat is nu dit hongeren en dorsten naar de gerechtigheid? Alleen maar om zelf zalig te worden? Dat zij verre. Maar dat God in alles geprezen worde en dat Zijn wil en wet in gans de wereld regere, dat is het voorwerp van de honger en de dorst. Doch dat niet alleen. Deze gerechtigheid Gods laat zich niet beperken. Het is bij Gods volk honger en dorst om alle gerechtigheid te zien afdalen van God uit de hemel. Waarom zouden we het beperken en zeggen: de gerechtigheid, die Christus schenkt, daar hongert en dorst deze mens niet naar? De gerechtigheid Gods is een en ongedeeld en zeer wijd. Ik hoop hiermee onze briefschrijver van nut geweest te zijn. Laat niemand echter de gerechtigheid beperken tot de eigen zaligheid. Daar boven uit gaat: hoe komt God aan Zijn eer en wordt satan vermorzeld? Daar hongeren en dorsten al Gods kinderen ook naar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 april 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

TREUREN EN HONGEREN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 april 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken