Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE HEERE IS WAARLIJK OPGESTAAN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE HEERE IS WAARLIJK OPGESTAAN

12 minuten leestijd

(2)

En ziet, er geschiedde een grote aardbeving, want een engel des Heeren, nederdalende uit de hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op dezelve.

En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden. Matth. 28 : 2—4.

Onder ontzaglijke tekenen van Gods macht en heerlijkheid, maar ook van Zijn opzoekende zondaarsliefde en genade, is de lijdende Verlosser geopenbaard als de Heere der heerlijkheid. Luide predikten al die begeleidende tekenen, de grote aardbeving, de engel des Heeren, nederdalend uit de hemel, het afwentelen van de zware steen, het zitten op dezelve, zijn gedaante gelijk een bliksem en zijn sneeuwwitte kleding, luide verkondigden al deze tekenen het: , , De Heere is waarlijk opgestaan."

Aarde en hemel, God de Heere en Zijn engelen, bevestigden dit. Het sterven van de Man van smarten op Golgotha was een aangrijpend gebeuren. Maar niet minder ontroerend was de opwekking, de opstanding, van de Heere der heerlijkheid.

O, die eerste dag der week, die dag van opstanding en leven, heeft daardoor zulk een diepe en rijke betekenis gekregen. Nu is niet langer de zevende dag de dag des Heeren, die God gezegend en geheiligd heeft. Neen! door dit machtige werk van de herschepping is de eerste dag der week in veel rijker, in Nieuw-testamentische zin, de dag des Heeren. Van deze dag, óp deze dag, mogen wij nu zingen, gedachtig aan het: , , De Heere is waarlijk opgestaan":

Dit is de dag, de roem der dagen, Die Isrels God geheiligd heeft; Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, Die ons blijdschap geeft.

Och Heer', geef thans Uw zegeningen; Och Heer', geef heil op deze dag; Och, dat men op deez' eerstelingen Een rijke oogst van voorspoed zag.

Laat ons die eerste dag der week dan toch als een kostelijke gave van God op hoge prijs stellen. Het is de dag, die Hij in de Nieuw-testamentische bedeling ge zegend en geheiligd heeft. Het is een bijzondere dag. En dat moet in alles uitkomen: in ons werken en in ons rusten, in onze kleding en in onze enigszins feestelijke maaltijden. De dag, die God gezegend en geheiligd heeft onder zulke machtige, wonderlijke tekenen, moet ook door ons op allerlei wijze geëerd worden. Een van de kenmerken van het nieuwe leven is ook liefde tot deze nieuwe dag des Heeren. Die dag, vergeet het toch niet, ouders en kinderen, onderwijzers en leerlingen, leraars en gemeenten, is niet ónze dag. Neen, het is Góds dag.

Door die grote aardbeving, door het zenden van Zijn hemelboden, gaf de Heere klaarlijk te verstaan, dat er voldaan was aan Zijn eis en eer. Zo wordt het ons duidelijk, dat de opstanding is als een licht, dat straalt over het kruis van Christus. Wat zou dat kruis zijn zonder de verrijzenis? — Maar nu, nu deze er op is gevolgd, nu krijgt dat kruis zijn volle, overvloedige waardij. Nu is Christus' lijden en sterven van kracht verklaard als een borgtochtelijk, plaatsbekledend lijden en sterven voor allen, die er door Gods genade in het geloof in mogen rusten.

„Ik ben de opstanding en het leven", zo heeft de Heiland gesproken tot Martha, de zuster van Lazarus. De waarheid van dit woord kwam nu heerlijk tot openbaring, nu de hoogste Profeet en Leraar Zelf uit Zijn graf verrees. Hij heeft de dood verslonden tot overwinning. Hij heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht.

„Ik ben de opstanding en het leven." Dat wordt ook bevestigd keer op keer, als een zondaar uit het graf van zijn zonden wordt opgewekt. En gelijk de aarde beefde bij de opstanding van Christus, zo grijpt er ook een beving plaats vanwege kennis van zonde en schuld in het hart van hen, die worden opgewekt tot het eeuwige leven. Voor de deur van het graf van ons hart ligt ook een grote steen, die niet af te wentelen is in eigen kracht. Komt er geen hulp van Boven, dan zal die gesloten deur eeuwig dicht blijven! Als het echter in die grote nood mag komen tot een roepen om de hulp van de grote Doorbreker, Jezus Christus, dan wentelt Hij in Zijn onweerstaanbare kracht die steen van verharding en zondeschuld af en de hartedeur gaat open voor de levende Verlosser, Die spreekt: „Ik ben de opstanding en het leven."

Dezulken, aan wie dit wonder van opwekking uit de geestelijke dood, van levendmaking mag gebeuren, mogen instemmen met de apostel Petrus, als hij zijn God aldus groot maakt vanwege de wonderen van Zijn genade: Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u, die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in de laatste tijd" (1 Petrus 1 : 3—5).

Voor arme zondaren, die de Heere Jezus mogen ontmoeten, gelijk de vrouwen „Ziet, Jezus is haar ontmoet!" als de levende Verlosser, is de opstanding van Christus als een licht, dat valt in hun hart. Zij spreekt immers van zeer heerlijke dingen. Rijk is de inhoud van het Paasevangelie, het Evangelie der opstanding. Gods kinderen hebben geen Zaligmaker in het graf, Die zou zelfs de naam van Zaligmaker niet kunnen dragen. Neen! zij hebben een Zaligmaker, Die de dood heeft overwonnen, die uit het graf is uitgegaan. „Ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft. Hij is hier niet, Hij is opgestaan!"

In de Heilige Schrift wordt ons de grote betekenis van de opstanding van Christus naar verschillende zijden geopenbaard. Terstond denken wij allen er aan, dat er geschreven staat in Rom. 4 : 25: Welke overgeleverd is om onze

zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking." De opstanding staat in nauw verband met de rechtvaardigmaking des zondaars. Wat is de zondige mens in zichzelf, d.w.z. als hij niet wordt aangezien in de Verlosser? Dan zijn wij vloekwaardige schepselen, die het geheel hebben verdiend, dat de toorn Gods van de hemel zal worden geopenbaard over onze goddeloosheid en ongerechtigheid. Hoeveel gerechtigheden wij ook menen te hebben, ze zijn als een wegwerpelijk kleed. Voor het aangezicht van de heilige en rechtvaardige God staan wij als dooden doemschuldigen. Hij roept het ons in Zijn Woord toe: „Er is niemand rechtvaardig, er is ook niet tot één toe.'' Zijn maatstaf is een geheel andere dan die wij aanleggen. Ook ziet Hij veel dieper: Hij ziet niet aan, wat voor ogen is, de Heere ziet het hart aan. Als wij dat werkelijk geloofden, dan zouden wij niet trachten ons zo op te sieren, om met onze eigengerechtigheden te kunnen bestaan voor God. Zover zult gij het nóóit brengen. Het beste, waarmede wij ons oppronken, bestaat nog maar uit lompen, die onze naaktheid niet kunnen bedekken. Denk maar aan de verloren zoon. Buiten Christus is ieder volstrekt onvruchtbaar wat betreft het voortbrengen van goede vruchten, en geheel verdoemelijk voor God. Vandaar dat Christus tot Zijn discipelen sprak: „Die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.'' Verdoemelijk voor God, met een onbetaalbare schuld beladen, zo zou het met een iegelijk zijn gebleven, ware de steen niet afgewenteld van de deur van het graf in de hof van Jozef, ware Christus niet opgestaan. Doch nu hebben wij het bewijs, in Zijn opwekking door de Vader, dat Zijn werk is goedgekeurd. Hij is gerechtvaardigd als Middelaar, als Hoofd Zijner gemeente. Overgeleverd om onze zonde, opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Voor haar heeft Hij verworven een eeuwige gerechtigheid. God spreekt vrij van schuld en straf wie in Christus is en wel zo volkomen, dat mag worden getuigd: „Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob, ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël."

Begiftigd met de gerechtigheid van Christus, wordt de zondaar ook voor eeuwig van de straf ontheven, daar die in zijn plaats is gedragen door de Borg, Jezus Christus. En tevens ontvangt hij van de Heere recht op het eeuwige leven. Al deze weldaden liggen opgesloten in de rechtvaardigmaking van een zondaar. En dat deze onafscheidelijk is verbonden met de opstanding van Christus, leren wij uit deze woorden van de apostel: „Welke overgeleverd is om onze zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking." Zou dan de opstanding niet zijn als een licht, dat valt in het hart van Gods kind, als het op al deze vruchten krijgt te zien? Dan behoeft zulk een niet langer troosteloos uit te roepen: „mijn zonden, mijn zonden." Dan mag hij ook zien vol vreugde op de mantel der gerechtigheid, ontvangen door het geloof uit de hand des Heeren. O, wat is dat groot, door genade bekleed te mogen zijn met de mantel van Christus' gerechtigheid!

De opstanding van de Heere Jezus Christus uit de doden, toegepast in haar kracht door de Heilige Geest aan het hart van zondaren, verandert dus de droefheid over zondeschuld en strafwaardigheid in hartelijke vreugde in God door Christus door de rechtvaardigmaking des zondaars door het geloof alleen.

De verrijzenis van Christus spreekt ons immers luide van betaalde schuld, van gedragen straf, van volkomen verzoening met God. Wij lezen het in de brief aan de Romeinen, als Paulus op het: opgewekt om onze rechtvaardigmaking" aldus mag voortgaan in de zekerheid, in de blijdschap des geloofs: Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus" (Rom. 5:1).

Niet alleen echter met de rechtvaardigmaking, ook met de heiligmaking wordt de opstanding van Christus zeer duidelijk in verband gebracht. En ook zo is de opstanding als een licht, dat valt in het hart van zondaren. Dat wordt ons met kracht verzekerd in deze woorden: Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is, tot heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden" (Rom. 6 : 4). En dan gaat de apostel voort met daaraan vele vermaningen en opwekkingen te verbinden om toch te strijden tegen de zonde. Hoor hem maar zo ernstig waarschuwen: En stelt uw leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid" (Rom. 6 : 13).

En als wij het hebben over het verband dat er is tussen de opstanding van Christus en de heiligmaking der Zijnen, dan worden onze gedachten als vanzelf ook heengeleid naar de bekende zo veel zeggende woorden: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn" (Coll. 3:1 en 2).

Hoewel Gods kind is vrijgesproken van de schuld der zonde, doordat de Heere hem zijn ongerechtigheid niet toerekent en hij door het geloof is deelachtig geworden de gerechtigheid van Christus, toch is hij daarmede niet terstond van alle smet der zonde verlost. Dat leert de vernieuwde van hart wel anders. In den beginne leeft er misschien de heimelijke gedachte in het hart, dat men nu geheel en altijd zal leven voor de Heere en Zijn dienst. O, er zijn dan zoveel goede voornemens en verwachtingen! Dit duurt echter niet lang, of wij worden door de Heilige Geest meer en meer bekend gemaakt met ons boze, arglistige hart. En hij of zij, die beloofde: „Heere, ik zal mijn leven in Uw dienst besteden", moet daarna nog wel eens zuchten: „wat komt er toch terecht Van mijn dienen van de Heere, van al mijn mooie verwachtingen! Dan leert hij zijn machteloosheid kennen en klaagt: „Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? " Toch mag en kan de strijd niet opgegeven worden, want er staat geschreven: , , Die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.' •— Welnu, in die strijd tegen zonde, wereld en duivel, in dat najagen van de heiligmaking moet de kracht gezocht en gevonden worden in de opstanding van Christus. Het Paasfeest roept het de kinderen Gods bij vernieuwing toe: „Voleindigt uw heiligmaking in de vreze Gods; strijdt de goede strijd des geloofs."

O, mocht dan dit Paasfeest voor ons een middel zijn om voor het eerst of opnieuw, ons te verbinden aan de dienst des Heeren, om ons op te wekken tot een wandel in nieuwigheid des levens! Wat zijn wij, zelfs na ontvangene genade, daarmee toch weinig werkzaam. Schaamte mag ons aangezicht wel bedekken. Moge de opstanding van Christus maar gedurig weer voor ons zijn als een licht, dat valt in ons donkere hart!

De opstanding van Christus is ten slotte ook als een licht, dat valt in het hart van Gods volk, omdat zij ons bepaalt bij de zalige wederopstanding des vies es. Als de Christus wederkomt, dan zullen allen, die rusten in het graf als op hun slaapsteden, ontwaken uit de slaap des doods, met een lichaam gelijkvormig aan het heerlijk opstandingslichaam van Christus, om dan als Zijn duurgekochte Kerk God te verheerlijken in hun lichaam en in hun geest, welke Gods zijn.

Ja waarlijk! de opstanding van Christus, die is als een licht, dat valt in het hart van Gods volk, spreekt ons van rijke, wonderlijke dingen, ons te groot en te wonderlijk. Wij eindigen onze meditatie met Paulus aldus: Dood!, waar is uw prikkel? Hel!, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de Wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Zo dan, mijn geliefde broeders! zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere" (1 Cor. 15:55-58).

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 april 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

DE HEERE IS WAARLIJK OPGESTAAN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 april 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken