Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KAN EEN ONGERECHTVAARDIGDE ZALIG WORDEN?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KAN EEN ONGERECHTVAARDIGDE ZALIG WORDEN?

11 minuten leestijd

In het nummer van 27 september j.1. schreef ik over de vraag: „Kan een bekommerde zalig worden? "

Ik heb toen geantwoord, dat alleen de gelovigen zalig worden. Dat kan ieder in Zondag 7 lezen en dat antwoord van de Catechismus is naar de Schriften. Dit sluit niet uit, dat iemand bekommerd kan wezen over de vraag of hij het ware geloof bezit. Desniettemin kan onze bekommering nooit de grond zijn voor de zekerheid onzer zaligheid. De Heilige Geest werkt' in de uitverkorene een waar geloof, waardoor hij Christus omhelst. En al zou dat geloof nu nog zo zwak zijn en al zou het voor de gelovige nog zo donker zijn, als het een waar geloof is, dat Christus omhelst, is het voor tijd en eeuwigheid genoeg. Maar nu komt de vraag, die een klein beetje een tegenwerping is.

Deze vraag luidt: Kunnen de bekommerden zalig worden zonder dat zij hier in de tijd gerechtvaardigd worden? Het is misschien wel goed, dat ik eerst zeg: bekommerden kunnen niet gerechtvaardigd worden, alleen gelovigen worden gerechtvaardigd.

Ik ga mij nu niet begeven in het geschil tussen Brakel en Comrie. Daarover heb ik geschreven in het nummer van 17 december 1955. Gelovigen zijn goddelozen, in wie de Heilige Geest een oprecht geloof ontsteekt. Dit geloof omhelst Jezus Christus met al zijn verdiensten, eigent Hem en zoek niets buiten Hem. Het geloof in Jezus Christus is genoeg tot zaligheid. De goddelozen worden door het geloof gerechtvaardigd n.1. het geloof, waardoor zij Christus omhelzen. Eerst hebben zij niets dan schuld en ongerechtigheid. Dan omhelzen zij Christus. Daardoor hebben zij deel aan al de goederen van Christus. Deze goederen, als zij het deel der goddelozen zijn geworden, zijn meer dan voldoende om hen vrij te spreken van hun zonde.

Dit alles kan men in artikel 22 van onze Geloofsbelijdenis vinden. Het geloof in Christus is dus het beslissende.

Iedere gelovige is bij God gerechtvaar-

digd. De rechtvaardigmaking is immers een weldaad, die uit de gemeenschap met Christus voortvloeit.

Hoe zit het dan met dit gerechtvaardigd worden in de tijd? Kan iemand dan verloren gaan, die Christus door een oprecht geloof heeft omhelsd, omdat hij zijn rechtvaardigmaking niet kan vertellen?

Het is duidelijk, dat dan Zondag 7 uit de Catechismus geschrapt zou worden. Maar wat is deze rechtvaardigmaking in de tijd? Dat is altijd een bekendmaking in de ziel van wat God in de hemel gedaan heeft.

Nog eens: het grote fundament der zaligheid is Christus. Wie op dit fundament rust door het geloof heeft alles. En de rechtvaardigmaking dan? Deze heeft plaats buiten de mens.

Ik ben er niet zeker van, dat ieder, die over deze grote zaken spreekt, dat goed begrijpt. De rechtvaardigmaking heeft plaats buiten de mens in de vierschaar Gods. Justus Vermeer onderscheidt de rechtvaardigmaking in A en B. Zij is eerst een daad Gods, die de Rechter is, in Zijn vierschaar en dan geheel buiten de mens. Vervolgens is zij een mededeling in het gemoed van de gelovige.

Wanneer geschiedt deze rechtvaardigende daad? Theodorus van der Groe schrijft: , , zodra dan de uitverkoren zondaar Christus aanneemt, en in Hem gelooft aanstonds op het eerste beginsel, en op de uitgaande daad, zelfs van het allerkleinste en zwakste oprechte geloof, wordt het genadevonnis der rechtvaardiging over hem uitgesproken; aanstonds, als de arme zondaar, door de krachtdadige bewerking des Heiligen Geestes, slechts geheel met zijn hart voor Christus nederbuigt, Christus op zijn eigen aanbieding tot zijn algenoegzame Verlosser aanneemt, zich zonder enig beding of achterhouding geheel op vrije genade aan hem ter behoudenis overgeeft, aanstonds, en op dat eigen ogenblik, spreekt God Zijn rechtvaardig oordeel over die arme gelovige zondaar uit".

Nu komt er echter in de wijze van uitdrukken een verschil tussen van der Groe en Vermeer. De eerste schrijft, dat deze rechtvaardigmakende daad niet geheel buiten de kennis van de zondaar blijft, doch aanstonds aan de gelovige wordt medegedeeld. Daarover oordeelt Justus Vermeer anders. Hij merkt de rechtvaardigmaking ook aan als een lijdelijk werk in het gemoed van een door het geloof gerechtvaardigde. Dit lijdelijk werk is dan een bekendmaking in het gemoed van een gelovige dat hij richterlijk in de vierschaar Gods gerechtvaardigd is, die de Heere op verscheidene wijzen en tijden naar Zijn souvereine vrijmacht aan zijn volk schenkt. Het komt mij voor, dat het gelijk hier meer aan de kant van Justus Vermeer is dan aan de Van der Groe, die geen ruimte laat voor Gods vrijmacht in de uitdeling van de bekendmaking der rechtvaardigende daad Gods.

Comrie schrijft ook dat dit vonnis vroeger of later aan de gerechtvaardigde inwendig wordt bekend gemaakt. Daarmee wil ik ook weer niet zeggen, dat we verwaarlozen mogen wat Van der Groe hierover schrijft. Hij stelt, zoals ik schreef, dat de vruchten der rechtvaardigmaking aanstonds blijken. God neemt aanstonds de ganse zondeschuld weg. Zulk een grote en allerheerlijkste zaak, die als het fundament is van het ganse werk der zaligheid in de arme zondaar, en die zulke grote en zalige vruchtgevolgen heeft in ons kan onmogelijk geheel blijven buiten onze kennis. Geloof, rechtvaardigmaking en vrede bij God worden ook in Romeinen 5 : 1 nauw verbonden. In de praktijk der kinderen Gods getuigen velen er van, dat God Zich in Christus aan hen ontdekte als een oneindig barmhartig en verzoend Vader. Maar wij zouden er verkeerd aan doen als we geen open oog hielden voor de mogelijkheid, die Comrie stelt, dat de zondaar gerechtvaardigd zijnde op het zwakste geloof, niet aanstonds de bekendmaking van dit genadige vonnis ontvangt, maar dat hem dit nog duister blijft.

Comrie spreekt van een bekendmaking door een middellijke en een onmiddellijke werking des Geestes.

Wat is het middel? De verkondiging van Gods heilig Woord. Daarin wordt de weg der rechtvaardigmaking klaar en duidelijk geleerd, dat die in Christus gelooft, het leven heeft en vergeving van zonden. Het is echter niet zo, dat de bekendmaking der rechtvaardigmaking alleen door een prediking geschiedt. Als Comrie spreekt over een middellijke bekendmaking bedoelt hij dat Gods Geest die ziel verlicht om de kenmerken, die God in Zijn Woord geeft van degenen die gerechtvaardigd zijn te verstaan en bij zichzelf waar te nemen. Met onmiddellijk is bedoeld, dat de ziel zo'n indruk krijgt van Gods vergevende liefde, dat zij, zonder bepaalde kenmerken te zien, opspringt van vreugde over Gods barmhartigheid.

Justus Vermeer ziet deze bekendmaking ook gebeuren, door dat God een inwendige vrede en stilte in de ziel veroorzaakt: Daar kan een tekst in de ziel vallen met zoveel licht, dat heel het binnenste verlicht is.

We keren nog eens tot het eigenlijke probleem terug. Wie worden er gerechtvaardig? De gelovigen hebben wij gezegd. Maar is nu de gelovige er bij tegenwoorwoordig als God vonnis wijst? Zo wordt het wel voorgesteld. Een Catechismusverklaring geeft het zo weer: „Dan is daar het eeuwig gedenkwaardig ogenblik voor de ziel aangebroken, waarop God, als de eeuwige Rechter, het vonnis velt. Dodelijk stil is het in ons; heel onze ziel luistert en het is alsof de Engelen in de hemei mee luisteren. Dan zegt God: „Zie, Ik delg uw overtredingen uit als een nevel en uw zonden als een wolk". „Dochter, wees welgemoed, uw zonden zijn u vergeven".

Dat is een boeiende voorstelling. Maar wij vinden ze niet bij de ouden. Ook van der Groe zegt niet, dat de zondaar aanwezig is in de vierschaar Gods. Hoe zullen wij trouwens ten hemel opklimmen? Die gedachte, dat de rechtvaardigmaking hierin gelegen is, dat de zondaar in de hemel wordt gezet en daar zelf het vrijsprekend vonnis hoort en dat niemand zalig kan worden, dan wie die meegemaakt heeft is niet de gedachte der oude leraars. Zij maken onderscheid tussen de rechtvaardigende daad Gods in de vierschaar buiten de mens en de bekendmaking daarvan in het gemoed. De rechtvaardigmaking hangt niet af van onze beleving daarvan, doch van de oprechtheid fan ons geloof in Christus. Nog eens, van der Groe zegt niet, dat de zondaar volle kennis heeft van Gods rechtvaardigende daad, omdat hij in de hemel opgetrokken wordt, doch hij schrijft dat deze geweldige daad n.1. de vrijspraak niet geheel buiten onze kennis kan blijven. Maar als de mens er bij tegenwoordig was, kwam zij op deze wijze geheel tot zijn kennis. We hebben gezien dat Vermeer en Comrie beide de bekendmaking vroeger of later stellen, naardat het God in Zijn vrijmacht behaagt.

Johannes van der Kemp volgt dezelfde gedachtengang. Hij noemt de rechtvaardigmaking een weldaad, die elk gelovige op zichzelf deelachtig wordt, waardoor hem Christus' gerechtigheid op zijn daad des geloofs wordt deelachtig gemaakt. Ook hij maakt onderscheid tussen de dadelijke en de lijdelijke rechtvaardiging. De dadelijke geschiedt in Gods vierschaar, waar de zondaar verschijnt. Doch dit verschijnen gaat buiten het bewustzijn van de mens om, want het vonnis moet hem later bekend worden gemaakt. In de vierschaar ontslaat God hem van zijn strafschuld.

De lijdelijke rechtvaardigmaking geschiedt in des zondaars gemoed, waardoor Gods vonnis hem wordt bekend gemaakt aan zijn gemoed, dat hij bewust wordt, dat hij gerechtvaardigd is voor God. Hoe wordt hij zich daarvan bewust? Hij ziet in zichzelf de bewijzen van zijn rechtvaardigmaking. Hij ziet, dat hij gelooft.

Die bekendmaking geschiedt uitwendig in de prediking. Aan wie worden dan de beloften van het Evangelie verkondigd? Aan de gelovigen. De belofte van vergeving is voor degene, die in Christus gelooft. Wordt dit laatste altijd wel begrepen en gepredikt? De beloften van het Evangelie n.1. vergeving van zonden en het eeuwige leven zijn niet zo maar voor alle mensen. Zij komen alleen de gelovigen toe, die Christus Jezus hebben omhelsd. Anders zou ieder mogen geloven, dat hem zijn zonden vergeven zijn. Sommigen zeggen zelfs, dat ieder dit moet geloven. Dus dan wordt ook de man, in wie de Geest Gods niet het oprechte geloof ontstoken heeft, gerechtigd om de vergeving voor hem zelf te geloven, hoewel hij Christus niet is ingelijfd. Hoe kan dat? En welk gereformeerd predikant kan dit prediken en toch in overeenstemming blijven met Schrift en belijdenis, met Zondag 7 en artikel 22 en het derde boek der Instititie?

Van der Kemp schrijft dan ook: Uitwendig maakt God de gelovige zondaar bekend, dat Hij hem gerechtvaardigd heeft. Wat is dan het rechtvaardigmakend geloof? Dat is dat men Christus op zijn vrijende stem het ja-woord geeft, het huwelijk met Hem sluit en zo aan Hem en Zijn gerechtigheid deel krijgt tot rechtvaardigmaking".

We luisteren nog een ogenblik naar vader Brakel ook. Hij schrijft: „Men moet onderscheid maken tussen de rechtvaardigmaking *en de verzekering van die, het troostelijk gevoel, de vrede en blijdschap. De laatste zijn vruchten van de eerste. De eerste n.1. de rechtvaardigmaking, kan zijn zonder verzekering, troostelijk gevoel, vrede en blijdschap. Elk gelovige beoogt de vrijspraak Gods over zich en de vrede. Ja hij kan niet gerust zijn zonder de laatste te verkrijgen. Doch daaruit volgt niet, dat niemand gerechtvaardigd wordt en vergeving der zonden verkrijgt, zo hij geen vrede en blijdschap vindt, en dat die alleen vergeving der zonden verkrijgen, die troostelijk gevoel bekomen. Want ook de zwakste moet uit het Woord geloven, dat God op zijn gebed, met het oog op Christus, hem zijn zonde vergeeft, dewijl Hij het beloofd heeft. Zodat de natuur van dc rechtvaardigmaking niet bestaat in een troostelijk gevoelende toepassing, maar in de uitspraak van het vonnis".

Met dit laatste is de rechtvaardigende daad Gods bedoeld. Zij geschiedt, zegt ook van der Groe, op het allerzwakste uitgaande geloof. Toch meen ik, dat het goed is niet op één man in deze af te gaan. Ieder der oudvaders tracht de rechtvaardigmaking verstaanbaar te maken. Voor de zwakst-gelovige willen zij plaats laten. Doch het gevaar dreigt dan ook, dat de lammetjes toch niet durven en de bokken al het gras opeten. Die geloven wel en die gehoorzamen uitstekend en die zijn niet bang om te sterven. Zij hebben trouwens nog nooit verloren voor God gelegen om als een verlorene door Christus gegrepen te worden en zo Hem aan te grijpen.

Nu de slotsom. De bekommerden worniet als zodanig zalig. De gelovigen ontvangen het eeuwige leven. Zij worden gerechtvaardigd. Een gelovige kan gerechtvaardigd zijn zonder de troost daarvan dadelijk te genieten. De troost der rechtvaardigmaking wordt ook meer dan één keer aan de ziel geschonken. Het zijn twee dingen: de rechtvaardigmaking van God en de bekendmaking daarvan in de ziel. Om de rechtvaardigende daad Gods gaat het. Dat is de hoofdzaak. Naar de toepassing daarvan mag elk gelovige staan. v\

Aan wie verkondigt de Kerk de vergeving? Dat staat in Zondag 31: Aan de gelovigen wordt betuigd, dat hun zonden vergeven zijn, niet aan alle mensen. Nog een vraag: waarmee moet de bekommerde bij God bezig zijn? Met zijn bekommering of met andere goede dingen, die zij in zichzelf vinden? Neen, alle bekommerden moeten veel bezig zijn met hun natuurstaat. Zij moeten voor de Heere brengen de scheiding, die er is tussen God en hun ziel. Dat mag een armer leven schijnen, dan dat men zijn gevoelige toestanden voor God of voor de mensen brengt, doch het inleven van de armoede is veel voordeliger. Klaag u zelf in oprechtheid aan. Sta naar gezicht, gevoel en indruk van uw onwaardigheid. Let op Gods straffende gerechtigheid, die u wacht, zolang gij buiten Christus ronddoolt. Het is beter zijn armoede voor God te brengen dan zijn begeerten. Wij worden er armer en vernederder door en Christus is nu eenmaal voor verlorenen en zondaars gekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 oktober 1958

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

KAN EEN ONGERECHTVAARDIGDE ZALIG WORDEN?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 oktober 1958

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken