Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het is de Heere!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het is de Heere!

9 minuten leestijd

(2)

De discipel dan, welke Jezus liefhad, zei tot Petrus: et is de Heere! Joh:21 : 7a.

Het wordt hier wel bevestigd, dat de Heere zich doet overblijven een arm en ellendig volk... Maar Hij staat al klaar met de rijkdom van zijn genade. Hij staat op de oever van de zee en Hij vraagt om enkele visjes: Kinderkens, hebt ge niet enige toespijs?

Hun korte antwoord is: Neen. Maar dan geeft Hij hen een goede raad: Werpt het net aan de rechterzijde van het. schip en gij zult vinden. Lachen ze om deze woorden, daar zij toch zeker zelf wel weten als ervaren vissers hoe ze het net moeten uitwerpen? Komen ze met hun bedenkingen? Herhalen ze de woorden van Petrus: Meester, we hebben de gehele nacht gearbeid en niets gevangen...? Neen, ze gehoorzamen het woord van die vreemdeling. En in de morgen, in de allerslechtste vistijd, vangen ze zoveel vissen, dat ze het net niet eens in het scheepje kunnen trekken.

Het is Johannes die het eerst door dit wonder de Heere Jezus opmerkt: De discipel dan, welke Jezus liefhad, zei tot Petrus: Het is de Heere!

En gaat het ons niet dikwijls zoals de discipelen?

Wij kunnen immers ook zo arm en leeg ons gevoelen in de donkerheid van onze zondebenauwing en roepen tot God, maar het antwoord blijft uit. We kunnen ook van die doorwaakte nachten hebben vol strijd en zorg waarin we de Heere zoeken, maar er is geen stem en geen antwoorder. We kunnen ons zo ongelukkig en eenzaam en verlaten gevoelen, maar waar is God. op Wie we vertrouwd hebben? Het lijden kan zo groot wezen en het kruis zo zwaar, maar niemand is er die ons verlost, niemand die redt. En toch is de Heere nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.

Wanneer Petrus Johannes hoort roepen: Het is de Heere, dan springt hij over boord. Laat nu alle vissen maar zwemmen. Het is hem immers te doen om de Heere Jezus. Hem kan hij niet missen.

Want waar maakt de Heere ons rijk mee? Met de weldaden en zegeningen die Hij schenkt? Zeker, daar zijn we wel bli rnee. En soms doet de Heere het net zc vol lopen, dat we er klein onder worder en met Petrus moeten zeggen: Heere, gé uit van mij, want ik ben een zondig mens En dan al die geestelijke weldaden: ver geving der zonden en aanneming tot kin deren: rechtvaardigmaking, heiligmaking heerlijkmaking.

Ja, als de Heere tot ons komt breng Hij alles mee.

Maar Hijzelf is het grootste geschenï en met Hem zijn we pas echt rijk. All' weldaden en zegeningen voor tijd een eeu wigheid komen immers door Hem ons toe Door Hem zijn we met God verzoend ei een erfgenaam van het eeuwige lever Door Hem krijgen we ook kracht om on kruis op ons te nemen en het achter Her aan te dragen. Door Hem worden we ver troost in alle nood en eenzaamheid, in all smart en ellende. Vandaar ook die vei rassende uitroep van Johannes: Het is d Heere!

Maar zo'n verrassend God is de Heere nog.

Zoals die discipelen verrast zijn met die 153 grote vissen, verrast Hij zijn volk nog. Het net loopt dikwijls over, zo rijk maakt Hij soms zijn kinderen... en dan voelen we nog meer onze armoe buiten Hem. Want wij kunnen Hem niet missen, d ; e Levensvorst, Die ook onze ziel het le\ en geeft, Die ons voortleidt op de weg des levens als aan zijn hand, Die ons na het struikelen en vallen weer opricht, Die mildelijk vergeeft en niet verwijt en Die ons zo eindelijk doet ingaan in de heerlijkheid van het eeuwig Koninkrijk Gods.

Hoe rijk is het dan om met Hem te leven en met Hem te sterven. Hij is immers de enige troost in leven en in sterven beide. En Hij schenkt zijn volk het eeuwige leven. Daartoe moet Hij echter aan ons geopenbaard worden, zoals Hij ook geopenbaard werd aan zijn discipelen. Hij moet aan ons geopenbaard worden door zijn Woord en Geest, zodat ook wij uitroepen: Het is de Heere! Het is mijn Heere en mijn Heiland. Hoe heerlijk is het, dat ook van ons getuigd mag worden, dat de Heere Jezus ons liefheeft, zoals ook hier van Johannes, die genoemd wordt: de discipel welke Jezus liefhad.

Ja, de Heere maakt ons eerst arm om ons rijk te kunnen maken. En wat worden we dan stil aan zijn voeten, zoals de discipelen stil geworden zijn aan de voeten van de Heiland.

Simon Petrus is over boord gesprongen om maar terstond bij de Heere Jezus te kunnen zijn. De andere discipelen zijn met het schip gevolgd. En dan wordt men heel stil. Want daar op het strand is de maaltijd al bereid. Daar is een kolenvuur, daar is brood en daar is... vis.

En dan mogen ze met de Heiland aan tafel gaan. Hij eet niet van hun vis, maar zij eten van zijn spijs, zij eten van zijn tafel. Hij heeft de maaltijd al gereed.

Zo moeten de discipelen leren, dat Christus hun dienst niet nodig heeft. Hij is de volmaakte in Zichzelf. Hij heeft van ons niets nodig.

Maar de discipelen leren hier toch ook nog iets anders. Ze leren, dat ze de Heiland toch mogen dienen. Want de Heere Jezus zegt tot hen: Brengt van de vissen, die gij nu gevangen hebt. Maar dat is immers niet meer nodig, want er is al vis. De discipelen moeten hier echter uit leren — en wij ook — dat de Heere onze dienst weliswaar niet nodig heeft, maar dat Hij die toch wil gebruiken. Wat wordt dat groot, wanneer we onszelf hebben leren kennen als een onwaardig verloren zondaar en wanneer de Heere ons dan toch in zijn dienst wil nemen.

En dan worden ze genood tot de maaltijd: Komt herwaarts, houdt het middagmaal! Wij zouden spreken van ontbijt. Hij eet zelf niet mee, maar hij neemt het brood en de vis en Hij deelt het uit en het is alsof al zijn zorgende liefde voor hen is. En dat is ook zo. Ze worden stil onder die liefde en ze genieten van die liefde van hun Zaligmaker en Verlosser. Ze durven niets te zeggen of te vragen. Onder het tellen van de vissen hebben ze het zeker Johannes nagezegd: Het is de Heere, maar nu ze bij Hem aan de maaltijd zitten, durven ze er toch niet nader over te spreken, want Hij is zo groot en zo wonderbaar in hun ogen, maar ze weten het best: Het is de Heere! En zo zijn ze stil aan de voeten van de Heiland, Die zo rijk voor hen zorgt en die het hen aan niets doet ontbreken.

Zo hebben de discipelen nog eens Paasfeest gehad aan de zee van Tiberias toen ze die levende Christus mochten ontmoeten.

En zo alleen kunnen we echt Paasfeest vieren, wanneer we die Levensvorst hebben ontmoet en onze ziel door zijn opstandingskracht is getrokken uit de verschrikkelijke dood, waarin we gekomen zijn door onze val in het paradijs. Zo kunnen we alleen Paasfeest vieren, wanneer die Levensvorst aan ons geopenbaard is en wij mogen weten, dat Hij het leven is van ons leven.

De wet verbreekt en verbrijzelt ons. Door de werken der wet kunnen we niet behouden worden. De wet veroordeelt ons, daar we overtreders zijn van al Gods geboden. De wet vraagt: Wat hebt ge verdiend? En ons antwoord moet zijn: nood en dood en verdoemenis. In deze weg worden we doodarm. We maken de schuld immers dagelijks meerder.

Maar de Heere Jezus vraagt: Wat hebt ge nodig? We hebben zoveel nodig. We hebben vergeving nodig en verzoening, we hebben troost nodig en kracht, we hebben genade nodig en ontferming. Ja, we hebben die Heiland en Zaligmaker, die Levensvorst zelf nodig.

En met Hem ontvangen we alles om welgetroost door dit moeilijk leven heen te gaan en eenmaal zalig te sterven. Met Hem ontvangen we zoveel zegeningen en weldaden. Hij maakt lege netten vol. Maar Hij doet het in de weg van het vissen. De discipelen hebben eerst hun netten uitgeworpen, opdat de Heere ze zou kunnen vullen.

Dat is de weg die ons gewezen wordt in onze nood en ellende, in onze eenzaamheid en smart, onder onze kruisen en lasten. We moeten de netten uitwerpen in het water, waar de vis kan worden gevangen. Dan komt de Heere zelf op de oever van onze levenszee om onze netten vol te laten lopen. En dan worden we stil onder zoveel ontferming en bij zoveel zegen. We worden stil aan de voeten van de Heiland, Die voor ons zorgen wil voor tijd en eeuwigheid. En menigmaal moeten we uitroepen: Het is de Heere!

We gaan ons al maar meer verwonderen, dat Hij van ons gediend wil worden, dat we Hem mogen dienen, zodat we vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?

En nog is de volle heerlijkheid Christus niet geopenbaard. van

Maar eenmaal zal Hij wederkomen en dan zullen we Hem zien gelijk Hij is.

Wanneer we Hem niet hebben gezocht, wanneer we aan Hem voorbijgegaan zijn, wanneer we Hem ontweken zijn in ons leven, dan zullen we voor eeuwig arm blijven. Dan zullen we ondervinden dat we onszelf niet kunnen redden en helpen, voor de tijd niet en voor de eeuwigheid niet. Dan zullen we ook eenmaal uitroepen: Het is de Heere! Maar het zal een kreet zijn van ontzetting. Want Hij zal ons niet kennen en ons veroordelen tot de eeuwige dood. Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons, want wie zal ons verbergen voor de toorn van het Lam?

Maar zijn kinderen zullen eeuwig bij Hem wonen. W T ant Hij zal zijn arme volk eeuwig rijk maken. Hij zal zijn kinderen eeuwig dienen. Reeds bij het sterven worden al zijn kinderen tot Hem als het Hoofd in zijn heerlijkheid opgenomen om aan te zitten aan die bruiloft des Lams. Na een nacht van sterven zal Hij op de oever staan om zijn bruid binnen te leiden tot de Vader. En op die nacht volgt de eeuwige morgen: Het is de Heere!

En straks komt zijn eeuwig Koninkrijk op die nieuwe aarde onder die nieuwe hemel om Hem eeuwig te loven en te prijzen.

Gij die God vreest, wat is uw enige troost in leven en sterven?

Het is de Heere!, mijn getrouwe Zalig-

maker Jezus Christus, Die met zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle geweld des duivels verlost heeft. Is dat ook uw belijdenis?

Wat zijt ge dan rijk! Wat zijt ge dan gelukkig! Dan hebt ge uitzicht uit dat moeilijk leven met zijn velerhande tegenspoed en kruis op die toekomst, waarin God alle tranen van de ogen zal afwissen en waar niets en niemand u meer zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die daar is in Christus Jezus... onze Heere!

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Het is de Heere!

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken