Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

TEGEN DE WOORDDRIJVERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

TEGEN DE WOORDDRIJVERS

10 minuten leestijd

Wet heeft God behaagd, zo zagen we, de prediking in te stellen. De Heere had ook zonder de verkondiging kunnen zaligmaken. Calvijn zegt in een preek over 2 Samuël 7 : 5—16: Bovendien, God toont u dit gedeelte, dat Hij Zich telkens weer van mensen heeft willen bedienen om zijn wil te openbaren. Ongetwijfeld had Hij van de hemel met de stem des donders kunnen spreken, Hij had ook engelen kunnen zenden, welker naam al wijst op hun geschiktheid daarvoor, want engel betekent zoveel als ambassadeur. God had het kunnen doen zonder aardse middelen, maar Hij heeft het zo niet gewild. En daarin heeft Hij zijn meer dan vaderlijke goedheid jegens ons getoond. Want indien Hij van uit zijn Hoogheid had gesproken, dan zouden wij zeker geheel verloren zijn. Zo is dit een regel, die God in de kerk heeft gegeven, dat Hij ons wil onderwijzen door middel van mensen, juist omdat dit ons nuttig is".

Zo wil de Heere een band leggen door middel van het verkondigde evangelie alleen. Wie dit middel veracht sluit voor de Heilige Geest de deur en stoot God van zich weg, want de Geest is verbonden met de stem des mensen als met zijn orgaan. Door middel van de prediking schenkt God de Heilige Geest en deze verkondiging is het ware instrument des Geestes. Voor Calvijn is ook het lezen van de Bijbel niet genoeg. , , De Schrift is met de prediking verbonden. Hierdoor wordt de aanmatiging teruggewezen van sommige fanatiekelingen, die pochen dat zij geen uitleg van de Schriftprediker nodig hebben, omdat het lezen van de Schrift voldoende zou zijn... Wie alzo de levende stem der herders veracht en zich tevreden stelt met alleen de Schrift te lezen, zal ondervinden hoe verkeerd dit is, daar hij het middel veracht, dat God en Jezus Christus verordend heeft om te leren" (2 Tim. 4:1).

Maar zijn alle kinderen Gods door het middel der prediking geroepen? Men zou kunnen vragen: en Abraham dan? Calvijn meent dan ook, dat God machtig is zonder het gepredikte Woord tot de zaligheid te brengen. Dat is de vrijmacht Gods. Hij kan kleine kinderen met een vonkje van zijn licht bestralen, zoals de Heere velen inwendig, door de verlichting zijns Geestes, zonder tussenkomst van de uitertelijke prediking, met de ware kennis van zichzelf begaafd heeft. (Inst. VI, 16, 19).

Daarmee doelt Calvijn kennelijk op de Bijbelse mannen en vrouwen. Die onder het evangelie leven pleegt de Heere door middel van het Woord te onderrichten. Luther heeft ook in deze geest gesproken in een preek over Lukas 1 : 39—56: Gebeurt het (dat de Heilige Geest en het geloof zonder middel tot hen komt) enkelen, zo is het wat bijzonders; door de bank gaat het zo, dat God zijn Heilige Geest zonder het uiterlijke woord niet wil geven".

Tegenover de Geestdrijvers was alzo te zeggen, dat de Geest, die zonder het Woord komt, niet de Geest van God, maar een vreemde geest is.

Maar nu de andere kant. Wat is het woord, dat niet werktuig is in de hand des Geestes? Dat is Gods Woord, maar het komt niet tot vruchtbare werking. Het Woord wordt niet Gods Woord door het toepassend gebruik des Geestes. Neen, het

is 's Heeren Woord. Maar het is zonder de Geest niet vruchtbaar. De Heilige Geest, zo belijden we, gaat uit van de Vader en de Zoon. Dit betekent, dat de Geest aan het Woord gebonden is, waar de Zoon het eeuwige Woord is. Maar het betekent ook, dat het Woord aan de Geest verbonden is. Wil dus het gepredikte Woord vrucht dragen, zo moet aan het hoorbaar gepredikte Woord een onmiddellijke daad des Geestes in het binnenste der mensen zich paren. Anders werkt het Woord niet. Bij Johannes 14 : 25 tekent Calvijn aan: , Zo vermaant Hij ze dan een goede moed te hebben, tot de tijd, dat de leer die nu mag schijnen onprofijtelijk te zijn, haar vrucht voortbrengt. In somma, hij betuigt henlieden dat zij in de leer, die zij gehoord hadden, een overvloedige materie en stof der vertroosting zouden vinden, en dat zij dezelve ook nergens anders behoorden te zoeken. Indien zij ze niet terstond vinden, zo gebiedt hij ze welgemoed te zijn, totdat de inwendige Leermeester, de Heilige Geest, deze dingen zelf in hunlieder hart tot hen spreke. Deze vermaning is voor alle mensen zeer profijtelijk. Want indien wij van stonde aan niet verstaan, wat ons Christus leert, zo krijgen wij terstond de walg, en het verdriet ons tevergeefs te arbeiden in de dingen welke ons duister zijn. Maar wij moeten een vurige begeerte in ons hebben ons te laten leren... Inzonderheid hebben v/ij lijdzaamheid van doen, totdat ons de Geest openbaart, hetgeen waarvan wij dikwijls dachten, dat wij het tevergeefs gelezen of gehoord hadden".

Wij moeten dus begeren onderwezen te worden. Dat is het werk des Geestes. Daarop moeten wij wachten en het Woord niet verachten. „Voorts nadat Christus getuigt dat het eigen ambt des H. Geestes is de apostelen te leren hetgeen zij reeds uit zijn mond geleerd hadden zo volgt, dat de uiterlijke prediking tevergeefs en van geen waarde is, tenzij dat de onderwijzing des Geestes daarbij zij. Zo heeft dan God tweeërlei wijzen van leren. Want Hij luidt door de mond der mensen in onze oren, en inwendig spreekt Hij ons met zijn Geest aan. Dit doet Hij somstijds op het-zelfde uur. soms ook op verschillende tijden, naardat het Hem behaagt".

Geeft de Heilige Geest nieuwe openbaringen? Neen, want Hij brengt in gedachtenis alles, wat de Heere Jezus gezegd heeft. De paus beweert ten onrechte, dat de Schrift niet de ganse leer bevat.

Calvijn heeft op zeer veel plaatsen betoogd, dat de werking des Heiligen Geest zich moet voegen bij het Woord, anders is het met het gepredikte Woord niets. Om de onvruchtbaarheid van het gepredikte Woord op zichzelf uit te drukken gebruikt hij sterke woorden. De uiterlijke prediking van het evangelie is op zichzelf niets. , , De Geest wordt met het Woord verbonden, aangezien zonder de kracht des Geestes de prediking van het Woord niets uitwerkt (les. 59 : 21).

In Inst. IV, 14, 8 lezen we: , , Ik beken wel, dat het geloof is een eigen en krachtig werk des Heilige Geestes, van hetwelk wij verlicht zijnde, God en de schatten zijner goedertierenheid leren kennen, en zonder wiens licht ons verstand zo blind is, dat het niet ziet, en zo bedwelmd en stomp, dat het geen geestelijke dingen ruiken kan". God geeft ons drie gaven: Hij leert en onderwijst door zijn Woord, versterkt door de sacramenten, verlicht door de Geest , , en maakt dat het Woord en de sacramenten in onze harten toegang verkrijgen, dewelke anderszins alleen onze oren treffen zouden en voor onze ogen omzweven, zonder het inwendige gemoed te roeren of te bewegen" .

Zonder de Heilige Geest is de prediking een geluid, dat aan onze oren slaat, maar het is een ijdel geluid, dat alleen de lucht opzweept, tenzij God van binnen spreekt (Jer. 32 : 40).

Vanwaar komt deze onmacht van het Woord? Hiervandaan, dat de inhoud van de prediking zo ongelofelijk groot en geweldig is, dat het Woord van een mens niet de kracht heeft geloof aan deze inhoud te werken. , , Het is waar, dat het Woord, dat uitgaat uit de mond van een mens niet de kracht heeft de harten te veranderen. Want er is gezegd, dat God ons schept en vernieuwt, wanneer het Hem behaagt ons tot Zich te trekken. Dit kan dus niet in de macht van een mensenstem liggen, die niet meer is dan een klank, die in de lucht verdwijnt" (Preek Lukas 1 : 16—4 8). , , En het is zeker waar, dat de stem nimmer tot in de ziel kan doordringen; en de sterfelijke mens zou veel te hoog worden verheven, indien van hem gezegd zou worden, dat hij over de kracht beschikte om ons te wederbaren; zelfs het licht des geloofs is iets dat te verheven is dan dat het door mensen zou kunnen worden medegedeeld. Dit alles verhindert evenwel niet, dat God door middel van de stem des mensen krachtdadig werkt, zodat Hij door zijn dienst in ons het geloof schept" Romeinen 10 : 17).

Er is nog iets. Niet alleen is het evangelie te ongelooflijk. De mens heeft ook een stenen hart en de oren zijn zo gesloten en doof, dat de prediking van het evangelie er niet indringen kan. De onmacht van het Woord is de onmacht van de mens tegenover het Woord. Om nu deze onmacht of deze tegenstand van het stenen hart, het dove oor, en het blinde oog tegenover het gehoorde of gelezen Woord weg te nemen is de werking des Geestes nodig. , , Ons verstand is zo zeer geneigd tot ijdelheid, dat het Gods waarheid nimmer kan aanhangen en zo bot en stomp, dat het Gods licht niet kan aanschouwen. Derhalve wordt er door het Woord zonder de verlichting des Heiligen Geestes niet met al uitgericht, waaruit ook blijkt, dat het geloof des mensen verstand en bereik overtreft. Het is ook niet genoeg, dat het verstand door Gods Geest verlicht is, tenzij dat ook het hart door zijn kracht versterkt en ondersteund wordt... Het wordt wel voor zeer ongeschikt en wonderlijk gehouden, wanneer men zegt, dat niemand in Christus kan geloven dan alleen aan wie het gegeven is. Doch dit komt eensdeels daardoor dat ze niet bemerken hoe hoog de hemelse wijsheid is en hoe verborgen of hoe groot het onverstand en de botheid der mensen is om de verborgenheden Gods te begrijpen. Maar anderdeels ook daardoor dat zij die vaste en gevestigde standvastigheid des harten niet aanzien, die het voornaamste deel van het geloof is... Het naakte en

uitwendige betoog en bewijs van Gods Woord behoorde ten volle genoeg te zijn om ons te doen geloven, indien onze blindheid en hardnekkigheid zulks niet verhinderde" (Inst. III, 2, 33).

Tegen elke woorddrijverij zij het gezegd: e stelling, dat door de prediking alleen op natuurlijke wijze het geloof ontstaat kan slechts opgesteld worden door iemand die van de verduistering des menselijken verstands niet voldoende kennis draagt. , , Degenen die niet welverstaan hoe dik de duisternissen van het menselijk verstand zijn. houden het er voor, dat men het geloof natuurlijkerwijze alleen door de prediking en het gehoor opvangt. Daaraan tegengesteld zijn er vele Geestdrijvers, die van de uitwendige prediking niet houden en zeer sterk van heimelijke openbaringen en optrekkingen des gemoeds blazen. Maar wij zien dat Christus beide deze dingen samen voegt." (Joh. 15 : 27).

Uit dit alles is wel duidelijk, dat naar de vaste overtuiging van Calvijn het gepredikte Woord op zichzelf de onmacht en de weerstand des mensen niet wegnemen kan. Daar is een bijzondere handeling des Geestes nodig, opdat de prediking vruchtbaar zij. Is het dus een machteloos Woord? Is het niet Gods Woord, waarin de kracht van de Heilige Geest ingesloten zit? Wanneer men een aparte werking des Geestes noodzakelijk acht is men dan niet een Geestdrijver?

D.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 oktober 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

TEGEN DE WOORDDRIJVERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 oktober 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken