Bekijk het origineel

DE LEVENDE VERLOSSER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE LEVENDE VERLOSSER

11 minuten leestijd

Matth. 28 : 8—10

De Kerk des Heeren heeft een levend Hoofd. De Heere Jezus heeft Zijn ziel uitgestort in de dood, maar Hij is in de dood niet gebleven. God de Vader heeft Hem opgewekt, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden. Daarom belijden wij van Hem niet alleen: , , Is gekruist, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle", maar ook: , , ten derden dage wederom opgestaan van de doden".

Het Paasfeest is een overwinningsfeest. De dóód is verslonden tot overwinning. , , Dood! waar is uw prikkel. Hel! waar is uw overwinning? "

De geschiedenis der volkeren spreekt van velerlei strijd en van grote overwinningen. Ook onze dagen van geweldige krijg tot tweemaal toe zijn getuigen van betrekkelijke zegepralen. Maar in de ganse geschiedenis is geen overwinning als die van de Paasmorgen. De overwinningen in de oorlogen der volkeren worden bevochten ten koste van ontzaglijke offers aan de koning der verschrikking, duizenden bij duizenden mensen! En vooral in de oorlog van deze tijd is de dood de grootste overwinnaar. De winst van de koning der verschrikking is groter dan die van welke koning of krijgsoverste dan ook in de oorlogen, die op aarde gevoerd zijn.

De Paasmorgen meldt ons van een overwinning als door geen Alexander de Grote, geen Caesar, geen Napoleon, geen Von Hindenburg is behaald. De Vorst des levens heeft de dood zelf overwonnen. Voor al Zijn volk is in beginsel de dood verslonden tot overwinning, de dood in zijn volle omvang, de lichamelijke, de geestelijke en de eeuwige dood. En door de dood heeft Christus te niet gedaan degene, die het geweld des doods had, dat is de duivel (Hebr. 2 : 14).

Is het wonder, dat Johannes op Patmos als dood viel aan de voeten van Christus, de grote Overwinnaar? — Maar vertroostend klonk het hem tegen: , , Vrees niet; Ik ben de eerste en de laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods."

Bij het volk, dat overwint in een oorlog, is er blijdschap en feestgejubel. Doch veel meer oorzaak tot blijdschap is er voor het volk van Koning Jezus om zich te verheugen over de overwinning, waarvan de betekenisvolle opstanding van de Heere Jezus Christus ons spreekt op het gezegende Paasfeest.

Moge de Heere door Zijn Woord en door Zijn Heilige Geest iets van die Paasvreugde werken in onze harten nu wij met elkander gaan overdenken, wat ons is opgetekend in de Heilige Schrift in Matth. 28:8—10:

8. En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.

9. En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.

10. Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet! gaat heen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.

Dit gedeelte van de opstandingsgeschiedenis van de Heere Jezus geeft ons alle reden om met elkander stil te staan, moge het zijn in heilbegerige, biddende meditatie, bij deze drie zaken:

1. Een blijmoedig uitgaan. 2. Een genadevolle ontmoeting. 3. Een schone opdracht.

Er was in de hof van Jozef van Arimathea, in en om het graf van de Heere Jezus, al heel veel gebeurd, toen de vrouwen, als het begon te lichten, daar aankwamen, om het graf te bezien, waarin haar zozeer geliefde Meester was neergelegd.

Wij lezen daarvan in Matth. 28: , , En ziet, er geschiedde een grote aardbeving". De opstanding van de enige en volkomen Verlosser en Zaligmaker ging vergezeld van indrukwekkende tekenen in het rijk der natuur, die ons met nadruk verkondigen, dat dit heerlijke heilsfeit ook van groot en ingrijpend belang is voor de ganse schepping Gods. Als vruchtgevolg van de opstanding des Heeren zou er eenmaal immers komen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. De God en Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, verkondigde in deze aardbeving deze waarheid: , , Ziet, Ik maak alle dingen nieuw."

Een engel des Heeren was nedergedaald uit de hemel. Hij kwam toe, en wentelde de steen af van de grafdeur, en zat op dezelve. Zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. Het is waarlijk geen wonder, dat wij lezen: , , En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden."

Al deze begeleidende gebeurtenissen openbaren ons wel met grote nadruk, dat de opstanding van de Heere Jezus is een machtig gebeuren van diep ingrijpende en van zeer ver strekkende betekenis. Och, dat ook wij er diep onder de indruk van mogen komen, dat er voor de verzoening van zondaren met de heilige en rechtvaardige God zo ontzettend veel moest gebeuren. En dat niet alleen in de diepte der vernedering, van lijden, strijden, sterven en tot een vloek worden, maar ook in de onmisbare verhoging, van overwining en verheerlijking.

Ook de opstanding van Christus predikt het ons met kracht, hoe diep wij mensen in het Paradijs zijn gevallen, en wat er al niet moet gebeuren, zouden zondaren weer tot God teruggebracht, en met Hem verzoend worden. Ja, dat is een machtig, een wonderlijk werk van vrije en rijke genade. Welgelukzalig is dat volk van arme zondaren, dat daarin delen mag, en daarin ingeleid door de Heilige Geest, wel eens stamelen mag: , 0 diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods! hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordelen, en onnaspeurlijk Zijne wegen!" (Rom. 11 : 33).

En dan mag er wel eens gezongen worden door een begenadigde en beweldadigde zondaar:

Des Heeren werken zijn zeer groot; Wie ooit daarin zijn lust genoot, Doorzoekt die ijv'rig en bestendig:

Zijn doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid, En Zijn gerechtigheid onendig.

Hierbij kan dat arme, doch in Christus tegelijkertijd toch zo rijke volk, als het bij zijn hart, als het bij zijn Heere mag zijn, het niet laten, en dus zingen zij verder:

't Is trouw, al wat Hij ooit beval; Het staat op recht en waarheid pal, Als op onwrikb're steunpilaren; Hij is het, Die verlossing zond Aan al Zijn volk, Hij zal 't verbond Met hen in eeuwigheid bewaren.

Dit alles staat in onlosmakelijk verband met wat de engel des Heeren van het Paaswonder mocht verkondigen aan de diep ontroerde vrouwen. Luisteren wij maar, moge het zijn met zegen voor ons eigen hart, naar deze rijke Evangelieprediking: , .Vreest gijlieden niet, want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft." — De bevende en bevreesde vrouwen zijn natuurlijk ontroerd bij het luisteren naar deze Paasprediking door een engel uit de hemel.

Neen! deze vrouwen behoefden-niet te vrezen. Zij mochten zich veeleer verblijden over het grote wonder, dat er was geschied. Zij waren gekomen, om het lichaam te verzorgen van haar zo innig geliefde Meester. En nu mochten zij uit engelenmond de prediking vernemen: , , De Heere Jezus leeft. En dus behoeft gij de Levende niet te zoeken bij de doden. Hij is hier niet, want Hij is opgestaan."

Deze prediking was voor de vrouwen een ontdekkende prediking. Zij werden er door bepaald bij haar twijfel en bij haar ongeloof. De profetische woorden van de Heere Jezus over Zijn wederopstanding ten derde dage hadden zij veronachtzaamd. Ja, de Heere behandelt zondaren en zondaressen altijd zeer getrouw. Hij legt de vinger op de wonde plek, en dat is ons Godonterende ongeloof. Wat hebben wij gedaan? en: wat doen wij nog telkens weer met Zijn Woord, dat ons altijd maar weer bepaalt bij de lijdende en stervende Verlosser, maar Die in de weg van het wonder der opstanding is geworden: de levende Verlosser. Tot ons komt ook de vraag: Gelooft gij dat? — Het is de vraag, die de Heere Jezus Zelf gericht heeft tot Martha, toen Hij tot haar zeide:

, , Ik ben de opstanding en het leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven. En een iegelijk, die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? " — Ook op dit Paasfeest komt deze ontdekkende vraag tot ons. Het is ook nu weer in de prediking, als het goed is, de ontdekkende vraag: , .Gelooft gij dat? " Och, dat de Heilige Geest ons door deze vraag ontdekke aan ons ongeloof, of al dieper ontdekke!

De prediking van de engel voor de vrouwen was echter niet alleen een ontdekkende prediking, doch in verband daarmee ook een beschamende. Wat zullen de vrouwen daar bij het ledige graf, waar zij hoorden: , , Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft", wat zullen die vrouwen, toen en later, beschaamd zijn geweest over haar ongeloof. En zo is het nog, mijn lezer. Als ons in herinnering gebracht wordt het: „Gelijk Hij gezegd heeft", o, wat worden wij bij het licht van de Heilige Geest diep beschaamd. Ach, dat ongeloof, dat ongeloof, wat is het toch sterk, wat is het toch Godonterend, wat moeten wij er ons met grote droefheid in ons hart over schamen! O, mochten wij ook na ontvangen genade, maar veel en vurig begeren of bedelen: , , Ik geloof, Heere; kom mijn ongelovigheid te hulp."

De prediking van de engel voor de vrouwen over de opstanding des Heeren was ook zeer vertroostend, want zij misten de Heiland en — zij konden Hem toch niet missen. Zij zochten Jezus. Die gekruisigd was. En nu mocht aan die vrouwen in haar gemis gepredikt worden: „Vreest gijlieden niet, want Ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was; en ziet, Hij leeft, want Hij is opgestaan."

Niet alleen ontdekkend, maar ook vertroostend mag en moet de Paasprediking zijn, voor allen, die de Heere Jezus niet meer kunnen missen. O, wat ligt er voor zoekende zielen een troost in de blijde boodschap: „Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Hij is dood geweest, doch ziet, Hij leeft. Ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft." Zulk een Zaligmaker hebben wij nodig. En, Gode zij dank! die is er ook, en Hij leeft om de Zijnen op te zoeken en voor ze te bidden. Hij kan degenen, die door Hem tot God gaan, volkomenlijk zalig maken. Wat is dat een troostrijke prediking voor bekommerden vanwege hun zonden! O, moge zij bij ons op dit Paasfeest met het geloof gemengd zijn! Dan gaat er kracht van uit.

De prediking van de engel voor de vrouwen is ook een God en Zijn Christus verheerlijkende prediking. Het ganse Paasgebeuren is zulk een eenzijdig werk Gods. Het verheerlijkt Zijn vrije en Zijn rijke genade. Zijn volk mag er aldus tot roem van Gods vrije gunst van getuigen: Welke overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking" (Rom. 4 : 25).

De vrouwen zijn gekomen, om het graf te bezien, zijn daar verrassend begenadigd, want zij hebben het daar uit engelenmond mogen vernemen: „De lijdende en stervende Verlosser is, door dood en opstanding heen, geworden de opgestane en dus levende Verlosser." Met die blijde boodschap, met dat Evangelie, bewaard in haar hart, gaan de vrouwen uit van het ledige graf, om dit alles Zijn discipelen te boodschappen. Zij gaan uit „met vreze", diep ontroerd, met ontzag voor God en Zijn werk vervuld. Zij gaan uit ook met grote blijdschap. Dit hadden zij niet verwacht. Wat was de trouw des Heeren toch groot! Het was alles zo vol van vrije genade.

Och, dat er op het Paasfeest ook in ons hart iets moge gevonden worden van die vreze, van dat ontzag, van die grote blijdschap, van die begeerte, om ook anderen te vertellen van de wonderen des Allerhoogsten, in hartelijke en biddende gunning, wetende, wat het is de Heere Jezus te missen. Dan zingen wij:

De steen, die door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door 's Heeren hand alleen geschied; Het is een wonder in onz' ogen: Wij zien het, maar doorgronden ’t niet.

Z.

S.v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 april 1962

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

DE LEVENDE VERLOSSER

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 april 1962

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken