Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE KREUPELGEBORENE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE KREUPELGEBORENE

12 minuten leestijd

Het moet ons verbazen, dat na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag en na de berichten over de eerste Christengemeente, de geschiedenis van de kreupele aan de Schone Poort des tempels de inzet vormt van de Handelingen der Apostelen. Al is het dat de apostelen vele wonderen en tekenen hebben gedaan, die alle niet beschreven zijn, dan moet het toch opvallen, dat Lucas juist dit wonder er uit neemt om dit te beschrijven. Dit zal toch niet het grootste wonder geweest zijn, dat deze kreupele genezen werd. Intussen is dit dan toch maar de oorzaak, dat de schare van drieduizend aangroeide tot vijfduizend. Alzo door deze eenvoudige daad een winst van tweeduizend zielen. Als u dat ziet, dan begrijpt u, dat soms grote gebeurtenissen voor het Koninkrijk van kleine betekenis kunnen zijn en kleine gebeurtenissen van grote betekenis.

Welnu dan, over een eenvoudig wonder handelen wij n.a.v. Hand. 3:16:

En door het geloof in Zijn naam heeft Zijn naam deze gesterkt, die gij ziet en kent, en het geloof, dat door hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.

1. 's Mans toestand buiten de naam.

Petrus en Johannes gingen samen naar de tempel. Hoewel zij beiden met hun broer waren uitgezonden, treffen wij nu hen samen geregeld aan. Het leven haalt wel eens uit elkander, die samen waren en het leven brengt ook wel eens bij elkander, die niet voor elkaar bestemd schenen te zijn geweest. Zij gingen samen naar de tempel om negen uur, dat is voor ons drie uur in de middag. Het was de tijd van het avondoffer, maar zo wordt het in de Handelingen niet meer genoemd. Na Christus' lijden en sterven heeft het offer zijn betekenis verloren. Lucas noemt deze tijd nu alleen nog maar de tijd van het gebed. En de discipelen gaan deze tijd, nu vele scharen daar waren, benutten voor de prediking. De preek komt in de plaats van het offer. De Nieuw-Testamentische kerk heeft aan de tijden van het morgenoffer en het avondoffer vastgehouden voor de prediking van het Evangelie. De apostelen vinden in een eenvoudig voorval aanleiding tot die prediking.

Daar was een zeker man, een man ons bij name niet bekend, die kreupel was van zijn moeders lijf aan. Veertig jaar was hij nu en al die jaren had hij niet kunnen lopen. Het schijnt een soort verlamming in zijn enkels en in zijn voeten geweest te zijn, zodat hij dode benen had. Doordat hij dit van zijn geboorte af gehad heeft, heeft hij nooit de weelde van het lopen gekend. Niettemin was hij een stakker. Of zijn ouders en familie of anderen dat gedaan hebben, elke dag moest men hem brengen naar de plaats, waar hij zijn brood moest verdienen. Vriendelijke handen hebben hem dit gedaan. Met bedelen moest hij de kost bekomen. In de wet van Deuteronomium was 't bedelen verboden. En in de pas ontstane Christengemeente was bedelen niet nodig, want daar had men alle goederen gemeen. De man had een geschikte plaats uitgekozen, nl. de Schone Poort des tempels, dat was die prachtige koperen hoofdingang aan de oostzijde, die lag tussen het voorhof der heidenen en het voorhof. Daar trok dagelijks veel volk langs en wel het goede volk, dat God diende en een Jood mocht van een heiden geen gave vragen. Intussen, wat geeft dit een blik in de verworden toestand van Israël, dat de geboden Gods worden overtreden en dat de kerk zo weinig zorgde voor zijn armen. Bij elk binnen-en buitengaan uit de tempel schreeuwde de nood van het volk de tempelgangers tegen. Maar ook, wat een schreeuwende nood voor die kreupele. Tot voor de poort in het voorhof der heidenen liet hij zich dragen in plaats van in de poort om daar te pleiten op de beloften van Israëls God, die toch zo groot en vele waren. Had God dan niet beloofd, dat Hij de gebogenen opricht? Had God dan niet beloofd, dat de kreupele zou springen als een hert? Van een ingaan in Gods heiligdommen, van een pleiten op Gods beloften leest ge bij hem niets. Zo is het met velen, dat ze wel de weg tot aan de kerk weten te vinden, mogelijk om een schamel stuk brood, maar dat zij niet weten te vinden tot in de kerk, waar beloofd wordt dat het brood zeker zal zijn en het water gewis en waar bovendien gegeven wordt alles wat tot het leven en tot de gelukzaligheid nodig is. De mens is meer tevreden met een desnoods gebedeld stuk brood, dan met het goed, dat nimmermeer vergaat. Hij kent zijn wezenlijke nood niet en roept daar niet uit tot God.

Als de Godsgezanten Petrus en Johannes voorbijgaan, dan herkent hij hen niet. Petrus moet hem expres vermanen: , , Zie op ons!", want zijn ogen dwalen al weer naar de volgende mensen, terwijl hij zijn hand naar hen heeft uitgestoken. Door hun hand zijn al vele wonderen geschied, maar hij wist er blijkbaar niets van. Door deze poort zal ettelijke malen de Heere Christus zijn binnengegaan, Die grote wonderen deed en die heel Jeruzalem met Zijn gerucht vervuld heeft, maar hij wist er blijkbaar niets van. Beklagenswaardige man: kreupel aan beide zijn voeten, lichamelijk en geestelijk. Hij kon niet gaan. Wat is hij het beeld van velen!

2. Zijn genezing door de naam.

Hij bidt om een aalmoes. Petrus en Johannes zagen hem sterk aan. Zij hebben oog Voor de schapen Israëls in de tempel, maar ook voor de verloren schapen van het huis Israëls buiten de tempel. Zo'n arme bedelaar, zo'n wetsovertreder, zo'n man die buiten de kerk blijft, zo'n ongelukkige stakker is hun niet te gering. Zij zien hem sterk aan als om te peilen de lichamelijke en de geestelijke nood van deze man.

De bediening des Evangelies vraagt altijd aandacht van de Evangeliedienaar voor de mens. Dat werk gaat niet zomaar. Zij zagen hem sterk aan. Zoals wij dat van de Heere Jezus lezen, dat Hij innerlijk werkzaam was, zullen ook Petrus en Johannes dat gedaan hebben. Tot de redding van een ongelukkige is nodig een krachtig geconcentreerd zijn, een krachtig gebed. Heere, is dit een gekende? Heere, mogen wij over hem uitroepen Uw naam? Dan zegt Petrus: , , Zie op ons!" Door het geloof in de naam van Christus waagt Petrus dit onmogelijke. Heeft Hij onze krankheden op Zich genomen, dan

is het om Zijnentwil mogelijk dat dit geschiedt. „Zie op ons." En de man hield zijn ogen op hen, verwachtende dat hij iets ontvangen zou. Hier gebeurt wat met die man, hier wordt het geloof gewerkt in zijn hart. O, het is nog volkomen aards gericht. Hij verwacht nog slechts een aalmoes. Maar ook daarvan wist Petrus die man te redden. Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u. Het vele wat de eerste Christe'nen aan de discipelen gegeven hadden, was besteed aan de armen der gemeente. Daarvan hadden de discipelen niets voor zichzelf genomen. De dienstknechten dienen nooit om gewin voor zichzelf.

, , Zie op ons." De apostelen vragen niet de aandacht voor hun personen, maar voor de naam die zij dragen, voor de macht die zij hebben, voor het werk dat zij doen. Zie op ons, dat wil zoveel zeggen als: Zie op Christus. In de naam van Jezus Christus, sta op en wandel. Dat is toch ongehoord. Iemand die van kindsaf lam was, die is toch niet te genezen? Ziekten en gebreken van de geboorte af aan zijn toch nauwelijks te genezen? En stel al dat daar kracht rees in zijn verlamde voeten en enkelen, zal dan zo'n man, die van kindsbeen af nooit één stap gedaan heeft, niet moeten leren lopen? En dan nu Petrus' woord: , , Sta op en wandel."

Daar is geen gebed in die geest door de man gedaan en geeft Petrus dit nu zo volledig en ongevraagd? Ja, de Heere komt een mens doorgaans voor met Zijn zegeningen. Hij geeft altijd meer dan wij vragen, Hij geeft zelfs wat heel niet gevraagd wordt. Eer zij roepen zal Ik antwoorden. En als Hij geeft, dan geeft Hij volledig herstel en dan geeft Hij het gaan er nog bij ook. Die naam doet grote wonderen, die naam geeft volmaakte gezondheid. Petrus grijpt hem bij de rechterhand en richt hem op. De prediking des Evangelies geneest, maar zij biedt ook de helpende hand bij het dadelijk geloven, bij het opstaan. Zelfs al zou het die man ontbreken aan de moed om op te staan, al zou het hem ontbreken aan het dadelijk geloof, dan komt de prediking ook daarbij te hulp. Het is een volledig en almachtig wonder van genade, dat de apostel verricht.

Toch deed de man ook wat. Door het geloof deed hij wat. Calvijn zegt dat én wat Petrus deed èn wat de man deed, door het geloof geschiedde. Christus deed dat in die beiden. Nooit zal iemand gered worden of het geschiedt door Christus alleen en door Christus geheel. Maar het wordt openbaar door een tweezijdig handelen. Door Christus' kracht mag Petrus oprichten en mag de man opspringen. Zult u dit niet vergeten, dat die tweede zijde er ook bijhoort? Het geloof is nooit lijdelijk. Lijdelijkheid is ongeloof. Lijdelijkheid weert de redding. Het geloof redeneert niet. Dat zegt niet: Hoe is dat nu mogelijk. Het zegt niet: Ja, maar ik heb nog nooit gelopen. Het geloof gelooft in de naam van Zijn almacht. Het geloof gehoorzaamt de stem des Evangelies. Het geeft gehoor aan het bevel: , , In de naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel."

't Is de Heer', die 't recht der armen, Der verdrukten gelden doet; Die uit liefderijk erbarmen Hongerigen mild'lijk voedt; Die gevang'nen vrijheid schenkt En aan hun ellende denkt.

't Is de Heer', Wiens mededogen Blinden schenkt het lieflijk licht; Wie in 't stof lag neergebogen, Wordt door Hem weer opgericht; God, Die lust in waarheid heeft, Mint hem, die rechtvaardig leeft. Psalm 146 : 5 en 6.

3. Het geloof in de naam.

Het sterke zien van Petrus op de kreupele wekte het geloof in hem. Dat bleek al uit zijn opspringen. Maar dat blijkt ook uit het feit, dat hij met de apostelen de tempel inging, wandelend en springend en lovende God. Dat blijkt ook uit het feit, dat hij aan de apostelen vasthield, en uit het feit dat hij als een zwijgende getuige met de apostelen straks bij het verhoor in de Joodse Raad blijft staan.

Dat is toch wat wonderlijk, dat die man eerst mee de tempel inging. Men had toch kunnen verwachten, dat hij eerst naar zijn huis, naar de zijnen gegaan zou zijn om hun het grote wonder van zijn genezing te gaan vertellen en tonen? Hij doet dat niet. Hij gaat door de Schone Poort de tempel mee in en hij looft God. Zie op ons. Maar deze man heeft verder gezien. Hij heeft op de naam gezien. Jezus Christus, Die nog wel bij Zijn verachte naam de Nazarener genoemd was, die heeft het gedaan. Deze man heeft de genade gekregen door het geloof over de dienstknechten heen te zien op zijn ware Weldoener, Christus. Hij blijft niet in het middel steken, maar ziet over het middel heen op de Middelaar. Hij gaat door deze weldaad niet tot het bijgeloof, dat heiligen vereert, dat predikers de eer geeft, die God alleen toekomt.

Wat een wonder. De man, die van jongsaf niet anders schier geleerd had te zeggen dan: , , Een aalmoes", gaat God loven. Hij komt tegelijk op de hoogste trap der genade en looft God. Het volk, dat die man nooit anders gekend had dan lam, ziet hem wandelen. Het volk, dat hem nooit anders had horen zeggen dan: , , Een aalmoes", hoort hem nu Gods naam uitroepen. Dat is een preek geworden, die zijn tweeduizenden versloeg. Dat zijn de beste preken, die door leken en uit eigen ervaring gehouden zijn.

Het gaat bij hem zo ongekunsteld. Als een kind springt hij van blijdschap. Leest hier alstublieft niet in een vrijheid tot het dwaze dansen van onze tijd, waarbij zoveel sexuele lusten een rol spelen. In de lichtzinnige danswoede van onze tijd ontziet men zich niet om zelfs het heilige aan te grijpen om zijn vleselijke lusten bot te vieren. Dat acht ik een dubbele zonde. Als u dit geloven wilt dat op de dansvloer Godvruchtig gedanst wordt! Zeg mij een ding of dat de mensen zijn, die door God begenadigd zijn en daar God loven, als ge dat kunt. Neen, dit is een huppelen van zielevreugd. Dit is als het dansen wat David voor de ark deed, waarom Michal hem verachtte. Deze man blijft graag bij de preek die Petrus in de tempel hield en straks bij de verantwoording, die Petrus voor de Hoge Raad hield. Uit al zijn daden blijkt dat er een wonder geschied is aan zijn voeten, maar ook aan zijn hart.

Misschien zijt gij wel jaloers op deze man, die zo begenadigd is. Misschien voelt ge u ook wel als een mens, die niet gaan kan. Begeeft u maar naar de Schone Poort des tempels, maar dan niet er voor, maar er in. Daar gaan de knechten Gods voorbij. Ziet op hen. Zij kunnen u van zichzelf niets geven, maar in de naam van Jezus kunnen zij u zoveel geven. Ziet op hen en vraagt van hen iets meer dan een aalmoes. Al zijn het eenvoudige mannen, die u geen goud en zilver kunnen geven, zij geven u veel meer dan dat. De genade, het geloof, dat kan en wil de Heere u geven door hun dienst. Zo ongelukkig, zo onkundig, zo aardsgezind kunt ge niet zijn of Hij kan u gelukkig maken. Bij die tweeduizend kunt ge waarlijk ook wel. Nog niet eens aan goud, nog niet eens aan zilver, slechts aan koper hangt wellicht uw ziel en daar is meer dan goud. Hij geeft u het wandelen in 't vrolijk levenslicht. Amen.

Katwijk a. Zee.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juni 1962

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

DE KREUPELGEBORENE

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juni 1962

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken