Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Pinkstergemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Pinkstergemeente

12 minuten leestijd

En zij waven volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden. En een vreze kwam over alle ziel. Hand. 2 : 42, 43.

Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Zo zegt de apostel Paulus in Galaten 5 : 22.

Hij zegt niet: de vruchten, maar: de vrucht, en dan laat hij volgen die lange rij eigenschappen van degenen, die de Heilige Geest bezitten. Het is met al die eigenschappen als met de vele vlakken van een geslepen diamant. Het is één diamant, maar hij heeft vele vlakken. Begrijpelijk dan, dat er niet één ding van gemist kan worden. Men heeft ze alle of men heeft ze geen van allen. Die deze Geest bezitten, gaan niet naar sommige, maar naar alle geboden leven. Alle deze dingen zijn echter ook vrucht des Geestes. Het hoeft gelukkig niet te zijn de prestatie van de mens, want dan kwam er niets van terecht. Als de mens deze dingen wil maken, dan is het maar een dode kunstvrucht, waar geen geur of smaak aan is. Waar de Geest het werkt, daar is het levend en krachtig en natuurlijk. Van de eerste vrucht van de Pinkstergeest willen wij thans mediteren.

Het zou te begrijpen zijn als iemand bij het horen van de bekering van de schare van omtrent drieduizend de gedachte zou hebben: , , Zou dit nu allemaal wel echt zijn? Zo spontaan? Zou dit wel blijven? Deze mensen, die voor enkele weken Jezus' dood begeerden, moest dat niet heel wat dieper toegaan? " Alleen: op hoeveel zet u Jezus' bede op het kruis: „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." Hier is er de verhoring van. En op hoeveel zet u de kracht, die eerste kracht van de Heilige Geest? Deze mensen zullen, spoedig tot zichzelf gekomen, bedacht hebben hoe zij opgezweept zijn door de leden van het Sanhedrin. Toen moeten zij gehoord hebben van de opstanding en de hemelvaart en nu zien zij dit alles. Dit werkt wel bij hen de waarachtige bekering.

Ja, deze bekering was wel echt, want zij waren volhardende in de leer der apostelen. Zij hebben die leer aangenomen, de leer van Jezus Christus en die gekruisigd, met al wat daarmee samenhangt. Zij namen ook niet aan sommigen de leer van Petrus en anderen die van Johannes, want de leer van de een was niet anders dan de leer van de ander. Petrus, Johannes, Jacobus, hadden één en dezelfde leer, de leer der apostelen. En die leer der apostelen was weer niet een andere dan de leer de profeten, al was ze daar een uitbouw en vervulling van.

De leer der apostelen was de leer, die bij de Doopopdracht was meegegeven, de leer van God de Vader, van God de Zoon en van God de Heilige Geest. En nu bij de uitstorting van de Heilige Geest was deze leer volkomen geworden. Nu eerst recht trad zij in haar volheid en klaarheid in het licht. De leer der apostelen omvatte dus het ganse Woord Gods, al de Raad Gods tot onze verlossing. Die leer hadden zij aangenomen. Dat was niet slechts een leer, maar dat was de levende en drieënige God en al wat van Hem geopenbaard was. Bij die leer volhardden zij. Blijkbaar deed men van bepaalde zijde zijn best om hen daarvan af te brengen, maar dat gelukte niet, want wat men er ook tegen zeide en wat men ook dreigde, zij hielden daaraan vast. Zij volhardden in die leer en dat niet alleen in op opvattingen van de apostelen, maar in hun leer in de zin van lering. Zij stelden zich dagelijks onder de prediking van de apostelen in de tempel. Dat jonge leven moet gevoed worden en dat vraagt ook dagelijks naar voedsel. Deze jongbekeerden viel het niet zwaar om naar de tempel te gaan. Dat was hun lust, dat was hun behoefte. Zij deden dat niet alleen getrouw op hun sabbathdagen, op hun rustdagen, dat natuurlijk ook, maar zij deden dat zelfs alle dag. En dat ook weer niet in die eerste tijd, in een vlaag, maar zij volhardden daarin.

Dat werkt nu de Geest, lezer (es). Gij kunt niet zeggen: „waar de trouwe kerkgang is, daar is de Geest." Maar gij kunt wel zeggen: „Waar de Heilige Geest is, daar is de trouwe kerkgang." O, als die Geest in ons werkt, zouden wij dan niet zijn in de dingen des Geestes? Dat valt ons niet zwaar, dat is ons een lust. Daar hebben wij ook wat aan, daar valt in die leer der apostelen altijd wat te leren. Daarom zullen wij, bij Gods genade, daarin ook volharden, ook als we eens oud geworden zullen zijn, ook als wij gebrekkig worden, kreupel, blind en zelfs doof. En dat zullen wij doen, omdat de Geest Gods dat werkt.

Zij waren ook volhardende in de gemeenschap. Deze mannen zochten in de tempel, in die tempel waar een vijandige priesterschaar was, elkander op. Dat was in Jeruzalem een kerk in de kerk. Daar was wat, wat hen naar elkander toetrok, wat hen elkander deed kennen, nl. de band des Geestes, de mystieke band aan Christus, de mystieke band aan elkander. Zij bestonden elkander nader, dan de band van aardse min. Zij hadden elkander lief. Zij waren kinderen van één huisgezin. Zij hadden gemeenschap met elkander door het geloof. En deze gemeenschap was er niet alleen in de tempel, maar ook in hun woningen. Zij leefden met elkander mede in lief en leed, voornamelijk in het lief en leed des geloofs. In elkanders geestelijke welstand deelden zij en in elkanders bekommernissen deelden zij eveneens. Zij verstonden de heilige kunst, om blijde te zijn met de blijden en om te treuren met de treurenden. In die gemeenschap volhardden zij! Het was niet zo, dat ze elkander bij klein verschil of bij gekrenkte eerzucht maar niet meer aankeken, om dan maar weer een andere gemeenschap te zoeken of te stichten, waar hun haan dan koning kon kraaien, neen, zij volhardden daarin. Zelfs als straks de vervolgingen losbraken, dan volhardden zij in die gemeenschap nog des te meer.

Lezer (es), wat beschamend voor onze tijd. Er wordt wel eens geklaagd over een Geestesarme tijd. Als nu elk dat eens klaagde met het oog op zichzelf. Dan kij-

ken wij met deze Schrift in de hand eens rond die oude tempel en dan vragen wij ons bezorgd af: , , Waar zijn zij toch allen gebleven. Uit de kerk gezet? Door de Heere toch niet? Door de mensen dan? Velen, die zeggen uit de kerk gezet te zijn, zijn slechts gegaan. Maar laat dat dan zijn, dat zij er uit gezet zijn. Dat zijn Petrus en Johannes ook. En zij keerden bij de gratie Gods rustig weder. Men is zich gaan afzonderen. En als dat nu de oplossing gebracht had..., maar de scheiding is met scheiding op scheiding gestraft. En het lichaam van Christus is gescheurd! Er is geen gemeenschap meer, maar verdenking en verdachtmaking en verstrooiing. Men heeft om zijn eigen standpunt te rechtvaardigen, allerlei dogmatige verschillen gezocht, zodat van de eenvoudige leer der apostelen niet veel meer overgebleven is. En in de kerk is het al even droevig. „Ontwaak, noordenwind en kom, gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame en ate van zijn edele vruchten."

Zij waren ook van huis tot huis brood brekende. Al naardat zij elkanders taal verstonden, kwamen zij in hun huizen samen, om met elkander brood te breken. Dit zal wel de Avondmaalsviering geweest zijn, waarbij dan van brood breken sprake is, voor het brood breken en wijn schenken tezamen. Dit konden zij in de tempel niet doen. Daarom deden zij dat bij kleine groepen in de woningen, die als synagogen, als kleine kerken dienst deden. Alzo gedachten zij de dood des Heeren, alzo verkondigden zij de dood des Heeren, totdat Hij zou komen. Daar was geen huis, waar zij dat niet deden. Straks zullen zij het in de officiële kerkdiensten gaan doen! Waar de Geest Gods is, daar is de hang naar de bediening des Woords, maar daar moet als het goed is ook de hang zijn naar de heilige sacramenten. Hoe komt dat toch, dat er onder ons zo'n vrees is voor het Heilig Avondmaal? Als er nu onder ons, zelfs onder het volk, dat God vreest, eens van huis tot huis brood gebroken moest worden, hoeveel tafels zouden dan leeg staan? Is er zo'n zondig leven onder ons, is er zo weinig leven des geloofs en is er zo weinig werking des Heiligen Geestes, dat dit stuk zo verachterd is? Wij zijn niet maar voor volle Avondmaalstafels, maar wij zijn voor geestelijke bediening. In de tijd van de Covenanters vierden de Schotten in de bergen met duizenden Avondmaal. Zie, daar hebt ge Handelingen 2! Zij volhardden in de breking des broods. Al was het, dat het zwaard hen bedreigde, zo zij in dat enig offer van Christus geloofden, zij hieven het brood gebroken op en de wijn geplengd op, als om te verkondigen de dood des Heeren. „Waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid." En zij volhardden.

Heer', ai, maak mij Uwe wegen, Door Uw Woord en Geest, bekend; Leer mij, hoe die zijn gelegen

En waarheen G' Uw treden wendt. Leidt mij in Uw waarheid; leer IJv'rig mij Uw wet betrachten; Want Gij zijt mijn heil, o Heer'! 'k Blijf U al de dag verwachten.

Gods verborgen omgang vinden Zielen, daar Zijn vrees in woont; 't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden Naar Zijn vreêverbond, getoond, d' Ogen houdt mijn stil gemoed Opwaarts, om op God te letten; Hij, die trouw is, zal mijn voet Voeren uit der bozen netten.

En zij waren volhardende in de gebeden.

Men zou geneigd zijn te denken, dat die mensen alles al hadden, zodat er niets te bidden overschoot. Zo is het niet. In elke weldaad des heils moet de Heilige Geest een mens dieper inleiden. Daarom moet men om alles bidden en blijven bidden, wat men reeds ontvangen heeft. Maar bovendien, die schare van omtrent drieduizend stond nog maar aan het begin. Zij moesten nog zoveel leren en daarvoor hadden zij gedurig de Heilige Geest nodig. En er was zoveel nood. Vooreerst stond de kerk nog maar in de kinderschoenen, al was het ook met een grote schare. Hadden zij niet te bidden om de verbreiding van het Evangelie? Dan stonden de vervolgingen voor de deur. De Heere Jezus had dat zo nadrukkelijk voorzegd, dat die komen zouden. Hadden zij dan niet te bidden, volhardend te bidden of de Heere ze getrouwheid mocht schenken, opdat ze waardig gekeurd zouden worden om voor de naam en de zaak van Christus te lijden, en desnoods ook te sterven? En dan had de Heere hun een exempel gegeven, om zelfs voor de vijanden te bidden? Door hoeveel blinde vijanden waren zij omringd. En dit te meer, waar zij zelf de Heere der heerlijkheid gekruisigd hadden! Had Petrus het hun niet gezegd in zijn Pinksterrede: „Welke gij gekruisigd hebt. Wordt behouden van dit verkeerd geslacht." Tot dat verkeerde geslacht hadden zij ook zelf behoord. Zouden zij dan niet voor hun medegenoten in de zonde bidden?

In vers 47 staat, dat zij God prezen. Dat is ook een werk, dat het best op de knieën gedaan wordt. Welnu, daarvoor was voor hen stof te over. Zij waren volhardende in de gebeden. Het gebed is nooit éénvormig, dat wisselt als de jaargetijden, dat blijft altijd vers. De Heilige Geest is de Geest der genade en der gebeden. Waar de Geest komt, daar ontwaakt het gebed. Waar de Geest blijft, daar blijft het gebed. En waar de zonde komt, daar wordt de Geest geblust en waar de Geest geblust wordt, daar verstomt het gebed.

Lezer (es), een biddeloos volk is een Geestloos volk. Ach arme, hoevelen bidden niet meer onder ons volk? En hoevelen doen het vormelijk? En hoevelen van Gods volk hebben een gebedsarm leven? Bijgevolg weinig onderwijs, weinig onderwijs in de genade, en weinig zekerheid des geloofs. En bij hoevelen van Gods volk blijft de lofprijzing Gods achterwege? Men heeft zo weinig behoefte om op de knieën God in het verborgen eens hartelijk te prijzen. Men heeft zo niet eens behoefte om het gebed in huis zo eens met een psalm te eindigen. Als men zingt, dan zijn het klaagpsalmen. De liederen Hallel worden maar weinig gezongen.

En daar kwam een vreze over alle ziel. N u de tegenstanders van Christus, die Zijn dood begeerd hadden, zelfs werden toegebracht, heeft dat op het volk grote indruk gemaakt. De priesters niet, die volhardden voor het merendeel in hun vijandschap. De vijandschap tegen Christus ging over op de discipelen. Maar het volk, ook al volhardde dat in zijn onbekeerlijkheid, had toch respect voor die mensen. En niet alleen respect! Zij hadden er ontzag voor, zij vreesden hen. Daar lag wat van Christus op hen. De Heilige Geest lag op hen. Dat waren Koningskinderen. Zij waren anders, dan de anderen. En een vreze kwam over alle ziel. Dit waren getekende mensen, getekend door de Heilige Geest, getekend door de Doop. Lezer(es), dat was een volk, dat door zijn handel en wandel het geweten van het volk wakker maakte. Hun doen, eenvoudig en blijmoedig, veroordeelde het doen van het volk. Dat waren hemelgangers. die tegen de stroom opgingen. Deze stad op de berg kon niet verborgen blijven, deze kaars op de kandelaar kon niet ongezien blijven.

Lezer (es), waar de Heilige Geest komt, daar krijgt de wereld ontzag. Daar hoeft ge zelf niets aan te doen. Daar is geen uiterlijke pracht aan dat volk, daar zijn geen lange gewaden, waarmee de Farizeeërs op de hoeken der straten plachten te bidden. Daar wordt niet gevraagd naar de begroetingen op de markten. Daar is alleen het sieraad van de geestelijke gaven, verleend door de Heilige Geest, wat hun heerlijkheid uitmaakt. En dat doet het hem. Dat zijn de eretekenen, die de Heilige Geest schenkt. Dat is de vrucht des Geestes. Hij geeft genade en Hij geeft ook ere. Want: die Mij eren, die zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden.

K.a.Z.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 juni 1964

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De Pinkstergemeente

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 juni 1964

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken