Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KLEINE KRONIEK

10 minuten leestijd

Driehonderd jaar geleden stierf Theodorus a Brakel

De naam Brakel zal bij vele van mijn lezers nog zeer goed bekend zijn. Wilhelmus a Brakel schreef immers enkele eeuwen geleden zijn Redelijke Godsdienst, een boek dat tot op deze dag gekocht en gelezen wordt. Zijn vader was Theodorus a Brakel. Het was 14 februari driehonderd jaar geleden dat hij te Makkum is overleden. Daar herinnert prof. Nauta aan in het Centraal Weekblad. Deze begint zijn artikel over Theodorus a Brakel als volgt:

„Ik weet niet, of onder onze lezers de naam van a Brakel nog enige bekendheid geniet. Misschien dat bij sommigen in het geheugen is blijven hangen de herinnering aan een vroeger veel gelezen en min of meer gezaghebbend dogmatisch werk met de titel: Redelijke godsdienst. De auteur er van leefde in de tweede helft der zeventiende eeuw. Zijn naam was Willem a Brakel. Hier heb ik nu op het oog diens vader, die op 14 februari 1669 te Makkum in Friesland is overleden, dus drie eeuwen geleden.

Ik meen dat er goede aanleiding bestaat om iets over hem te vertellen en zo zijn naam en vooral zijn werk enigermate in gedachtenis te brengen.

De man heeft een wat merkwaardige levensloop gehad. Hij was geboortig uit Enkhuizen (1608) en is naderhand, op ongewone wijze, in Friesland predikant geworden. In zijn vaderstad bezocht hij de Latijnse school, dus wat wij zouden noemen het gymnasium. Maar voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft hij daarna niet gestudeerd aan enige Hogeschool. Welk beroep hij heeft vervuld, kan ik niet zeggen. Zelf vertelt hij naderhand dat Enkhuizen ook de stad zijner geestelijke wedergeboorte en opvoeding in het geestelijk leven is geweest. Hij maakt melding van de heerlijke preken die hij er mocht beluisteren en de zoete vertroostingen welke er door hem in de kerk zijn genoten: ook van de samensprekingen die hij er met de gelovigen placht te hebben. Enkhuizen is, in één woord, volgens hem zijn school geweest waarin God hem geleerd heeft.

Op de een of andere wijze is hij vervolgens in Leeuwarden terecht gekomen.

Daar is in 1635 zijn enige zoon Willem, hierboven bedoeld, geboren, uit zijn huwelijk met Margaretha Hommee, die vermoedelijk eveneens uit Enkhuizen of omgeving afkomstig was. In Leeuwarden kwam hij in nauw contact met de predikanten Meynardus Schotanus, later hoogleraar te Franeker, en Rippertus Siseti. Er ontstonden tussen deze mannen vriendschappelijke . betrekkingen. De beide predikanten die blijkbaar zijn bijzondere talenten opmerkten, drongen er bij hem op aan zich aan te melden voor het predikantschap. Theodorus, of gelijk zijn gewone naam luidde. Dirk Gerrits, heeft daartegenover lang in aarzeling verkeerd. Beslissend voor hem werd, gelijk hij later in een van zijn geschriften heeft medegedeeld, een hemelse verschijning die hem te beurt viel. Daarop heeft hij zich laten examineren vanwege de kerk. En zo werd hem de toegang geopend tot het predikambt.

Van 1638 af stond hij als predikant te Beers en Jellum, in de omgeving van Leeuwarden. Hij is tot het einde van zijn leven in Friesland gebleven, met de onderbreking van een jaar doorgebracht te Burg op Texel (1652), sedert 1653 te Makkum. Voor de volledigheid memoreer ik nog dat er naast de ene zoon nog vijf dochters zijn geweest, die evenwel allen eerder zijn overleden dan hij zelf. Slechts één van hen was gehuwd en wel met een predikant." —

Prof. Nauta vertelt niet welk hemels gezicht hem ten deel viel. Dat vertelde Theodorus a Brakel aan zijn zoon op zijn sterfbed. Deze zoon, de bekende Wilhelmus, vroeg hem er immers naar kort voor zijn dood. Al drongen zijn vrienden nog zo aan, hij kon toch niet besluiten om het predikambt te aanvaarden. Maar op dertigjarige leeftijd gebeurde het dat de hemel zich opende voor Theodorus. Wilhelmus vertelt ervan: Het is niet uit te drukken met welk een eerbied, verwondering, liefelijkheid, bewogen stem en geest mijn vader hierover sprak. Het was zo heerlijk dat ik het niet kan uitdrukken en ook nergens bij vergelijken kan. Uit de geopende hemel kwam een licht dat het licht der zon ver te boven ging, te boven in klaarheid, helderheid en liefelijkheid, het was een ander licht dan dat der zon, en uit de geopende hemel kwam een stem: Ik heb er u toe geroepen. Ik heb er u toe geroepen. Ik wist dat de Heere dat tot mij sprak en het was mij genoeg. Ik was verblijd en met vrolijkheid en vertrouwen aanvaardde ik het werk en liet ik mij examineren.

Zijn zoon vertelt dan ook verder van de zegen die de Heere door zijn vader heeft bereid in de bekering van veel mensen. En hoe rustig hij is heengegaan in vol vertrouwen op de Heere op 14 februari 1669.

Trappen des geestelijken levens

Na zijn dood verscheen een boekje, dat door zijn zoon verzorgd en uitgegeven is, en dat bijzonder veel gekocht en gelezen is: De trappen des geestelijken levens. De eerste druk verscheen in 1670, ik heb zelf de vijfde druk in mijn bezit uit 1725 en daarna zijn er nog verschillende uitgaven van dit boekje verschenen. Om u een indruk te geven van de inhoud, geef ik u het volgende door uit het bovengenoemde artikel:

„Het eerste gedeelte handelt over de christelijke oefeningen. Deze zijn nodig voor het bereiken van een bepaald doel. Dit is hierin gelegen dat een christen zal krijgen te gevoelen Gods genade en de vergeving van zijn zonden en te smaken dat de Heere vriendelijk en zoet is, want langs deze weg neemt hij toe in de gemeenschap Gods en wordt hij overvloediger in de liefde van Christus.

Wat zijn nu die oefeningen? Zij worden door a Brakel genoemd hemelse meditatiën en geestelijke overleggingen en alleenspraak met God, waardoor de christen zijn hart oprecht voor de Heere onderzoekt en uitstort, door ootmoedige gebeden en dankzegging; en hij de weldaden Gods overlegt en zoekt die aan zijn ziel toe te passen, opdat de ziel daar

door gevoed en verkwikt worde in het geestelijk leven. Als zulks niet gebeurt, dan zal men in het geloof verzwakken en verminderen in het gevoel van Gods genade en vervreemden van zijn gemeenzame tegenwoordigheid en verkoelen in de liefde van Christus.

In die oefeningen moet een bepaalde orde worden aangebracht. Het meest geschikte tijdperk er voor acht de auteur de morgen, direkt na het opstaan. Het voorwerp waarop het overdenken zich moet richten, is in het bijzonder het lijden, sterven en opstaan van Christus. Punt voor punt wordt dit door a Brakel in zijn boek nagegaan. Daarbij gaat hij onder meer in op de klacht van iemand die zegt het alles door het geloof zich niet te kunnen toeeigenen. Hij wijst er op dat men zich door zo iets toch niet al te zeer moet bedroeven. Zelfs de allerheiligsten zullen in dat opzicht hun onvolkomenheid moeten erkennen. Er is ook vaak grote bestrijding, vooral in het begin van de meditatiën. Laat er dan zijn een bidden om Gods Heilige Geest dat Hij het hart wil vermurwen en er Zijn liefde in wil ontsteken. Want wij vermogen het zelf niet; het is alles een werking des Geestes. Het zou onjuist zijn dan de oefening na te laten. Er zal stellig nog een verborgen kracht van uitgaan aan de ziel, tot versterking van het geloof.

Brakel onderscheidt in het vervolg van zijn boek trappen in de ervaring van Gods liefde en gemeenschap. Er is een bepaalde opklimming. Op de laagste trap is er nog slechts weinig kennis en liefde. Toch wordt door het lezen van de Schrift en het zingen van de psalmen het hart in beweging gebracht. Bij de tweede trap wordt de kracht van de Heilige Geest werkzaam in een levendig gevoel van geluk over Gods liefde in Christus Jezus, en er ontstaat een drang tot wederleifde jegens de Heere. Tenslotte is er dan de derde en hoogste trap, die bestaat in het opgevoerd worden als in de derde hemel: dat iemand als in de liefde Gods „verslonden wordt. Dan worden soms verborgenheden getoond. In het tweede deel van het boek gaat de schrijver in op de eigenaardige aanvechtingen, waarmee de christen te kampen krijgt en op de troost die hij daartegenover ervaren mag. Het blijkt dan dat het christelijk leven een gedrukt stempel ontvangt. Het komt neer op een ontvluchting van de wereld en een terugdringing van de taak in het gewone praktische leven.v De verplichtingen die aan het aardse bestaan zijn verbonden, worden min of meer tot belemmeringen voor zijn geestelijke leven. Eigenlijk zou men zich haast uit het gewone burgerlijke leven moeten terugtrekken om ten volle te geraken tot de ervaring van het geestelijk leven." •—

Natuurlijk kan men kritiek oefenen op dit alles. Men kan er op wijzen dat een christen ook een taak heeft in het gewone leven. Maar aan de andere kant is er toch ook een grote behoefte aan de verborgen omgang met God, wil men echt leven. En juist die verborgen omgang met God wordt in onze dagen zo weinig gevonden, tot grote schade van het godsdienstig en geestelijk leven.

Waar blijven wij?

Dat is de titel van een boekje van de hand van prof. dr. J. Lever, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, dat door zijn collega in de theologie prof. Kuitert in Trouw van harte wordt aanbevolen. De bijbel wordt in dit boekje ondergeschikt gemaakt dan de zogenaamde natuurwetenschappen. De schrijver doet net alsof alles wat hij vertelt vast staat en onomstotelijk bewezen is. En prof. Kuitert schrijft:

„Het is een boekje geworden dat op zeer bevattelijke wijze vertelt hoe volgens de natuurwetenschappen de vork in de steel zit als de vragen naar de wording van mens en wereld op tafel komen. Het boekje geeft dus informatie (wat zijn nu precies die gegevens waarmee de biologen rekenen), discussie (hoe leest een bioloog als hij christen is de bijbel) en visie (wat betekent evolutie nu eigenlijk). In een gaaf betoog weet de schrijver deze drie elementen te verenigen, waardoor zijn boekje een even vriendelijke als definitieve afrekening geworden is met het orthodox-protestantse misverstand omtrent Adam en Eva, het paradijs, de slang enz. als historische gebeurtenissen." —

Ziezo, definitief is er afgerekend met hetgeen de eerste hoofdstukken van de Bijbel als historie bevatten. Maar daarmee is ook afgerekend met het evangelie van de Heere Jezus Christus, met het evangelie der verzoening. Want wat prof. Lever evangelie noemt is eigenlijk niets meer dan humanisme door een edel mens ons voorgeleefd. Daar is van verzoening in dit boekje geen sprake meer. Zoals er eigenlijk ook geen sprake is van zonde in de bijbelse zin van het woord. Van zondeval is natuurlijk ook geen sprake meer. De mens is door evolutie ontstaan. We zijn als mensen voortgekomen uit een soort apen, die tegenwoordig niet meer leven. En dan zegt prof. Lever:

„Hoe langer hoe meer beginnen wij echter met verbazing en zelfs met schrik te beseffen dat als er één tijd is waarop het evangelie van onze Heer Jezus Christus slaat het de onze is. Hoe meer onze kennis van de werkelijkheid om ons heen toeneemt... hoe scherper wij de mens, onszelf, leren kennen, des te helderder gaan wij zien dat de boodschap van Christus ons bij het zoeken naar de antwoorden op de grote problemen van vandaag en morgen ons werkelijk kan helpen. Hij leert ons immers de universele gelijkheid van alle mensen, zonder onderscheid van ras en volk, sociale bewogenheid, naastenliefde, vredelievendheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat een volgen van Hem een afremmen van de agressie in al zijn vormen inhoudt en een inzien dat bruut beheersen vervangen behoort te worden door een tot offers bereid gemeenschappelijk beheren." —

Ja, de vraag is goed: Waar blijven wij? Waar blijft hier het evangelie der verzoening? Het is hier helemaal weg. Is het wonder dat men in de kring der Gereformeerde Kerken verontrust is over de ontwikkeling aan de Vrije Universiteit? Het is veel meer een wonder dat zo weinigen verontrust zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1969

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1969

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken