Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het jaar onzes Heeren 1974

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het jaar onzes Heeren 1974

6 minuten leestijd

We hebben het oude jaar weer achter ons gelaten en we zijn het nieuwe jaar binnen getreden. We zouden de tijd wel eens vast willen houden, maar ze glijdt als droog zand door onze vingers heen. We hebben ook het jaar 1973 niet vast kunnen houden. Het is weggegleden in de schoot der eeuwen. Het is voorbij en het komt nooit meer terug. We hebben misschien nog dierbare en kostbare herinneringen aan dat jaar, maar het zijn alleen maar herinneringen, want het is onherroepelijk voorbij. Het jaar 1973 is geschied en is geschiedenis waar we nog eens aan terug kunnen denken en waarin we met onze gedachten nog wel eens kunnen vertoeven maar dat we nooit meer zullen meemaken.

En nu ligt het jaar 1974 voor ons. Wanneer we het daar zo zien liggen-met zijn driehonderdvijfenzestig dagen, dan lijkt het haast wel eindeloos te zijn. Maar de ervaring heeft ons geleerd dat de dagen als een schaduw aan ons voorbij glijden zodat we wel weten dat we ook nu weer aan het einde zullen zijn voordat we er erg in hebben. Het is geen bijzonder opgewekte stemming waarmee we dit nieuwe jaar zijn binnengetrokken. In ons land zijn grote zorgen over de economische ontwikkeling. Zeker, we hebben wel geleerd dat de welvaart van de laatste jaren ons niet gelukkig heeft gemaakt. Maar armoede en werkloosheid is ook een oordeel dat over een volk kan gaan. De Spreukendichter had het bij het rechte einde toen hij bad: Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels, opdat ik zat zijnde U dan niet verloochene en zegge: ie is de Heere? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele en de Naam mijns Gods aantaste" (Spreuken 30:8— 9).

Maar bij alle zorgen die met ons meegereisd zijn in dit nieuwe jaar mogen we toch nooit vergeten dat ook 1974 een jaar onzes Heeren is. Onze tijden zijn in Gods hand en ons hele leven is in Zijn hand. Hij regeert en bestuurt alle dingen. Zeker, we hebben het er wel eens moeilijk mee wanneer we letten op de tegenspoeden en de kruisen in ons leven. We vragen menigmaal: is dat nu uw weg, o Heere? Maar dan mogen we toch nooit vergeten, dat Hij alleen weet wat goed voor ons is en dat ook de verdrukking menigmaal moet medewerken ten goede, opdat we een schuilplaats zullen zoeken bij de Heere en bij Zijn Christus, Wiens komst in het vlees we pas weer hebben herdacht. En Hij Is het Die al onze krankheden op Zich heeft genomen en Die al onze smarten heeft gedragen.

Ook echter ten aazien van het kerkelijk leven zijn we niet zonder zorg het nieuwe jaar binnengetrokken. Zeker, we weten wel dat zo'n jaarwisseling eigenlijk niet zoveel betekent omdat het maar een punt is dat de mensen hebben vastgesteld terwijl de tijd gewoon doorgaat en geen ogenblik stilstaat. En toch zijn we geneigd om aan het einde van het jaar terug te kijken en aan het begin van het nieuwe jaar vooruit te zien. En daarbij houden we natuurlijk rekening met de ontwikkeling van het kerkelijk en geestelijk leven van de laatste tijd. En dan moeten we opmerken dat de scheiding der geesten steeds duidelijker wordt. Aan de éne kant is er een teruggang van het kerkelijk leven te constateren doordat de mensen de politieke prediking, die zo eenzijdig gericht is op het leven hier en nu en die geen rekening houdt met de diepste levensvragen van zonde en genade, van vergeving en verzoening, van leven en sterven; moe worden omdat ze geen antwoord krijgen op de diepste levensvragen en in hun nood en ellende, in hun strijd en aanvechting voor Gods aangezicht in de steek worden gelaten. Aan de andere kant komt er steeds meer vraag naar de gereformeerde prediking, naar een prediking van de drie stukken die een arme zondaar en een rijke Christus verkondigt en die de weg wijst in de voetstappen van de Heere Jezus Christus, de weg der dankbaarheid aan een ieder die genade gevonden heeft bij God. Deze ontwikkeling die we de laatste jaren al op gang zagen komen, gaat versterkt met ons

mee in het nieuwe jaar. En het is verheugend dat er zoveel gereformeerde studenten zijn aan de theologische faculteiten van Utrecht niet alleen, maar ook van Leiden. Want we zullen er rekening mee moeten houden dat de vraag naar de gereformeerde prediking toeneemt. Daarbij zal het er om gaan dat deze prediking een echtschriftuurlijke prediking zal wezen, een prediking die de diepte der volkomenheid tekent, maar ook de hoogte van de rijkdom van liefde en genade Gods in Christus Jezus. Een prediking die verkondigt de souvereine genade Gods, die het vrijmachtig welbehagen des Heeren uitroept, Die nooit laat varen het werk dat Zijn hand begon. Een prediking die het werk van de Drieënige God naar voren brengt, het werk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Daarmee is de kerk gediend en daarmee kan de kerk gebouwd worden.

De zogenaamde oecumene die men tegenwoordig aan het fabriceren is en die zijn knooppunt vindt in de Wereldraad van kerken te Genève, is gevaarlijk voor de kerken die willen leven bij het Woord Gods. En wat we uit Genève horen, geeft geen reden tot gerustheid, maar moet ons des te meer werpen op het Woord Gods alleen. Daarentegen dient de ware eenheid van de kerken die naar Gods Woord willen leven en wandelen bevorderd te worden. En daar de verdrukking van Gods kerk zal toenemen zullen zij die de Heere Jezus willen volgen in de weg van zelfverloochening en kruisdragen. die het Lam Gods niet kunnen missen noch het bloed des Lams dat reinigt van alle zonde, naar elkaar toegedreven worden.

En onder alles door mogen we weten, dat ook het jaar 1974 een jaar onzes Heeren is en blijft. Hoe het ook gaan moge. in welke moeilijke en donkere wegen we ook geleid zullen worden, de Heere is er altijd ook bij en Hij staat gereed om ons te helpen en te leiden, te vertroosten en te verkwikken. De Heere Jezus heeft ons voorzegd dat de tijden donker zullen worden en Hij heeft ons opgeroepen om te letten op de tekenen der' tijden. Maar we zullen boven alles moeten letten op de Heere van de tijd en moeten uitzien naar de toekomst die Christus brengt bij Zijn wederkomst. „Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn. Als zij door het dal van de moerbeziënbomen doorgaan, stellen ze Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken. Zij gaan van kracht tot kracht, een eigelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion".

Laten we dan zo het nieuwe jaar binnenreizen!

Laten we dan zo voorttrekken door de dagen en de weken en de maanden van dit jaar.

Want wat er ook gebeuren zal en hoe het ook gaan zal, het zal toch zijn „het jaar onzes Heeren!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 januari 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Het jaar onzes Heeren 1974

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 januari 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken