Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De straf die vrede brengt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De straf die vrede brengt

11 minuten leestijd

Maar... Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53 : 5.

Zonde

Maar zo vangt onze tekst aan. Het is het maar der verzoening, het maar des geloofs, het maar van de blijde hoop. Let u eens op die veelzeggende voegwoorden in de Bijbel. In het vorige vers hadden wij het waarlijk „aken" het waarlijk niet tegenstaande. Hier is het: „We" dat doch of maar betekent. Hoe vreselijk het ook toegaat met de lijdende Verlosser, hoewel het met Hem in de ondergang eindigt en wel in de totale ondergang van de nederdaling ter helle en van de dood, het krijgt alles een ongedachte, een onverwachte wending. Tegen de donkerste achtergrond van het lijden van Christus verschijnt de lichtende beeltenis van het verlossende werk van Christus. Maar !

Hebben we tot nu toe gezocht enigszins de zwaarte en de diepte van het lijden van de Messias te peilen, dit „maar" noopt ons om nu te peilen de schuld die Hem alzo deed lijden. Geheel onverwacht komt er een wending in de profetie. „Wij hadden gedacht dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar het was niet om Zijn schuld dat Hij leed. Het was niet Zijn eigen zonden dat Hem dit alles overkwam. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.

Laat ons dan nu die zonde eens bezien, onze zonde eens bezien. Neen het is meer dan bezien. Dit is hier een belijdenis. Zijn zonden bezien, dat is geen gewoon werk, dat doet' eigenlijk niemand, dan die door de Heiligen Geest daarbij bepaald wordt. Dat doet niemand, of er moet het licht van Gods wet, het licht van Gods heerlijkheid over stralen. Dan worden zonden zonden en dan wordt schuld schuld. Dan worden onze zonde onze zonden. Dan kunnen wij er niet omheen, dan kunnen wij ze niet meer klein achten, dan gaat alles wat daarachter ons ligt, leven. Dan zijn wij die niet kwijt. Die liggen daar voor onze rekening. Dat zijn dan daden die keren!

De bijbel heeft voor zonden velerlei woorden, die allemaal een eigen betekenis hebben, verschillende betekenissen. Zo ook hier in de tekst worden de zonden met twee namen genoemd. Vooreerst wordt gesproken van overtredingen. Dat zijn zonden waarin men over de streep gaat, waarin men moedwillig over de gestelde perken gaat. Wij zeggen ook wel: „dat gaat alle perken te buiten". Daar zit boze toeleg in. Expres over gestelde perken gaan. Gaan, waar men niet gaan kan. Gaan, waar men niet gaan mag. De zonde is altijd een onbegaanbaar pad, waar men struikelt, waar men valt, waar voetangels liggen en klemmen. De zonde doet u altijd wonden en builen oplopen. De zonde wordt dan ook in de bijbel genoemd (nabal) en dat betekent dwaasheid. De zonde is het niet te begrijpene. Men kan dit woord ook vertalen als wederspannigheden, zich verzetten tegen God, tegen Zijn woord, tegen Zijn wet. Er zit ook zo iets in als samenspannen tegen. Wij doen de zonde zo graag algemeen. Wat ieder doet, dat kan moeilijk tegengegaan, dat kan moeilijk gestraft worden. Maar nu krijgt de zonde ook het karakter van opstand. Laat ons samen ons verzetten tegen God, samen ons verzetten tegen Zijn geboden en tegen Zijn bevelen. Dat karakter heeft de zonde in de tegenwoordige tijd aangenomen. Men doet alle zonden samen, men doet ze algemeen. Men doet ze openlijk. Dan is het net of het mag, of het allemaal mag.

Dan ook is de zonde afval. Afvalligheden. De zonde is niet alleen overtreding, ze is afval van de hoge God. Dan wordt God afgezworen, de Godsdienst afgeschaft. Geen God en geen Meester meer. Laat ons Zijn banden verscheuren, laat ons Zijn touwen van ons werpen. Daar hebt u de zonde van onze tijd compleet. Ja maar Jesaja sprak daar reeds van toen en hij begreep zichzelf erbij in!!

Dan spreekt de tekst van de zonde als ongerechtigheid is meer, dat zijn misdaden. De onrecht tegen God en tegen de mensen. Ongerechtigheid is meer dat zijn misdaden. De zonden zijn misdaden. Door de zonden zijn wij de misdadigers. Zo en niet anders staat het met ons. En nu dat: ónze overtredingen en ónze misdaden, dat is een belijdenis. Hier belijdt Jesaja, hier belijdt de kerk: Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. Nu krijgt het kruis een heel andere gedaante, nu wordt Golgotha de plaats van boetedoening en van berouw en van schuld erkentenis. Ik dacht daar niet aan, hoe ik zelf door mijn schuld, Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.

Straf

„De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem". Vier dingen meldt ons de tekst, n.1. de straf, die bestond uit verwonding, verbrijzeling, striemen. En die alle kwamen op Hem, in onze plaats. Wij hadden, neen wij hebben, dus verdiend straf om onze zonden en die straf moest, neen moet dan voor ons zijn verwonding, verbrijzeling, striemen.

Wij leven in een tijd van rechteloosheid en van ontrechting. Dat is wel merkwaardig: Men spreekt in onze tijd van de rechten van de mens, terwijl men juist alle recht en plicht verzaakt en ook afschaft. Het valt mij altijd weer op dat elke ideologie in elke tijd het tegendeel biedt van wat men beoogt. Eén voorbeeld: Men predikt vandaag al maar tegen Romantiek en men haalt in de mode juist heel de romantiek op. Het is de moeite waard om dat in de muziek, in de kleding en in de haardracht en in de woninginrichting eens te bekijken. Men predikt welvaart en men zoekt armoede en versobering. Zo ook struikelt vandaag, in de tijd van de rechten van de mens, het recht op de straten. Van straf op school, in de maatschappij, in de kerk wil men niet weten. Van tucht wil men nie£ weten. Ook in de kerk mag alles en moet alles, behalve wat goeds. De kerken, die voorheen zich zo beroemden op de tuchtoefening en - bewaring, breken en in de leer en in het leven alle dijken door. In onze kerk is men eerder geneigd averechts tucht te oefenen dan terecht. De mensen mogen niet straffen, de politie mag niet toeslaan, de overheid en het leger wordt gretig het zwaard ontnomen. Terwijl de oorlogstoerus-

ting en barbaarse concentratiekampstraffen achter de hand vol op worden geoefend. Alweer men doet het tegenover gestelde van wat men predikt. Maar vooral God mag niet straffen, niet tijdelijk en niet eeuwig.

Als iemand geslagen wordt in het leven mag het vooral geen straf zijn. Als er rampen zijn mag men niet zeggen dat het een oordeel Gods is. Verloren gaat geen mens. De hel is er niet en mag dus niet genoemd worden. Dat is onze tijd!

Intussen God straft wel — in dit leven — na dit leven. Daar zijn tijdelijke en eeuwige straffen. Voor ons en voor ieder, die de zonde doet. En wij doen wat zonden. Wij maken ons tijdelijke en eeuwige straffen waardig. Gelooft dat zeker! Ook Jezus heeft straf geleden, uit de hand van de priesters, uit de hand van de rechters, Pilatus en Herodes, van de soldaten, en achter dit alles stond God. God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard. Jezus heeft al de straf moeten dragen die Zijn kerk, die Zijn volk verdiend had. Ja zelfs de zonde der wereld heeft Hij gedragen. God, heeft de zonde aan Zijn eigen Zoon bezocht! Straf lijden was Zijn lijden. Slagen ontving Hij.

En lees nu nog eens, hoe die neer kwamen in de wonden die Hij opliep, dubbel en dwars. Pilatus liet Hem, ha al wat Hij reeds geleden had, geselen om hem van de kruisdood te vrijwaren. Maar dan moet dus die geseling aequivalent, gelijk waardig, geweest zijn aan een kruisiging. En na die, niet zachtzinnige geseling, liet hij Hem dan toch maar kruisigen ook. Zo afmattend moet dat alles wel geweest zijn, dat de Heere bijna bezweek onder de last van het kruis, wat een ander man rustig dragen kon. En zie daar hebt ge dan striemen en wonden, bij al de wonden, die Hij al had en nog krijgen zou. Gemeente Hij is verbrijzeld! Als iemand een hand bij een ongeluk verbrijzelt, dan is daar geen helen meer aan. Zo is Jezus verbrijzeld, geestelijk en lichamelijk. Is het ook wonder dat de waarneming, de kennis van onze zonden ons een gebroken hart en een verbrijzelde geest, een verbrijzeld gemoed en een verslagen hart geeft? En dat krijgt elk, die zondaar voor God wordt. Dat gaat die zondaar ook en juist in Jezus ontdekken. Het geslachte Lam Gods. Ja geslacht: ' wonden zonder tal, verbrijzeling, striemen. Dat geeft God aan Zijn Zoon. En dat zal de HEERE, de God der gerechtigheid ook ons geven buiten Jezus — en in de tijd — en in de eeuwigheid.

Zo klaagt Christus als Borg:

Want mijn hoofd is als bedolven In de golven Van mijn ongerechtigheen; Zulk een last van zond en plagen Niet te dragen Drukt mijn schouders naar beneên.

Mijn ontstoken ingewanden Doen mij branden En voor elk veracht'lijk zijn; 'k Voel mij door de smart doorsneden, In mijn leden Is niets heel of vrij van pijn.

Uitgeteerd door al mijn klachten Zijn mijn krachten Zeer verbrijzeld en vergaan; 'k Brul van bitt're zielesmarte Want mijn harte Is verzwakt, door al uw slaan. Ps. 38 : 4. 7. 8

Heil

„Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden."

Daar is dan weer dat „maar" des geloofs. Jesaja wist reeds: het zal in onze plaats, het zal vóór ons zijn dat Hij lijden zal. De kerk van het Nieuwe Verbond weet: Het is voor ons, dat Hij lijdt. De kerk der na-eeuwen weet: Het was voor ons dat Hij leed. O geliefden: het zien op Jezus, het gelovig zien op Jezus, het zien op Jezus met een schuld, verslagen gemoed over de zonde, over eigen zonde, over de zonde van anderen, over die van de kerk, over de zonde van land en volk, dat geeft rust, dat geeft troost, dat geeft vrede, dat geeft allerlei vertroosting.

Nu komt zegen in plaats van straf, nu komt vrede in plaats van onvrede, nu komt genezing in plaats van wonden, verbrijzeling, striemen. Nu komt heil, dat is heling, want Hij is een Heiland, een Heiland, een die het heelt, die alles heelt bij hen, die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden.

Op dit geloof, op deze geloofsdaad van het zien op Jezus, op dit schuilen, op dit toevlucht nemen tot Jezus wonden, volgt beslist het ontgaan van de straf. Zie het bij Job, zie het bij David, zie het bij Petrus, zie het bij Paulus, zie het bij Maria van Magdala, dat de straf uit heeft, op houdt, weggenomen wordt voor elke zonde, voor elke bezoeking, hoe zwaar ook, hoe veel ook. De bezoeking, verslagen, temptaties bij Job hielden op en maakten plaats voor ongekende zegeningen. De pestilentie week van Davids volk na de volkstelling en Davids berouw. De schuld der loochening werd gebeterd na Petrus gelovig zien op Jezus' kruis en opstanding. De schuld en verslagenheid week van Paulus na de ontmoeting met Jezus in het gesprek met Ananias. Dat verschrikkelijke schuldgevoel, die diepe verslagenheid, die vreselijke angst voor dood en hel gaan weg. Nu wijkt verslagenheid. Nu komt er 'n leven uit de genade Gods. Komen er nu nog slagen: ze zijn slechts kastijdingen van een Vaderlijke liefdehand.

Mocht men nu nog krankheden lijden, ze zijn slechts middelen ter heiliging. Moet men nu nog sterven, het is slechts een ingaan in de zaligheid. De dood is haar vang kwijt. De hel is voor de kerk slechts een rijk met eeuwig gesloten poorten.

Zijn striemen brengen genezing voor het lichaam en voor de ziel, ook van de zwaarste lichaams-en ziele wonden. En tot Christus wordt dankbaar gezegd: „Gij hebt mij op mijn klacht, genezen en mijn smart verzacht". En in de ziel komt vrede, diepe en stille vrede, die geen Satan met al zijn duizendtallen, die geen wereld, ook geen vrome op de onvrede der zielen beluste vrome wereld, meer wegnemen kan. Het is een vrede met God in Christus Jezus door de Heilige Geest. Vul nu in dat woord vrede maar in alle woorden, die uw bijbel u aanreikt, woorden als voldoening, schuldvergeving, blijdschap in God, vreugde des heils, hoop, hoop op God, hoop in het leven, hoop voor de eeuwigheid, liefde, diepe liefde voor Hem, Die u kocht, vrijkocht door Zijn bloed. Vul tenslotte nog in troost, blijde troost, allerlei vertroosting. En ge hebt het woord vrede, mits er alleen nog aan toegevoegd hebt: zaligheid, Godzaligheid hier en gelukzaligheid eeuwig. Het woord vrede is een breed en diep woord, dat al het heil omvat. Dat deed Jezus op Zijn kruis in al Zijn leed voor de Zijnen. En Zijn Kerk belijdt dankbaar: „Hij is onze Vrede".

Gr.-A.

W. L. T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 11 May 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De straf die vrede brengt

Bekijk de hele uitgave van Saturday 11 May 1974

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken