Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de gevangenis van Filippi

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de gevangenis van Filippi

14 minuten leestijd

En omtrent middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen. Hand. 16 : 25.

Het doen der apostelen

Bekend is de geschiedenis, die plaats vond voor en in de gevangenis van Filippi, de stad van Macedonië. Daar werd Lydia toegebracht, die uit Thyatira afkomstig was. Daar werd een meisje met een waarzeggende geest verlost van die geest. Dit kind riep achter de beide apostelen: „Deze mensen zijn dienstknechten Gods des Allerhoogsten, die ons de weg der zaligheid verkondigen." Zo riep zij veie dagen lang. Toen die waarzeggende geest van haar uitgegaan was, grepen de eigenaars van dit kind de apostelen en brachten hen tot de hoofdmannen van deze kolonie en beschuldigden hen. 't Werd een heel oproer in dit Romeinse wingewest. Zodat de hoofdmannen de apostelen hun klederen afscheurden en hen op het ontblote lichaam lieten geselen. Nota bene gegeseld over de weldaad, aan zo'n arm uitgebuit kind bewezen.

Vele slagen kregen zij. Onder de Joden was het niet geoorloofd om veertig stokslagen of meer te geven, maar de Romeinen geselden ongelitimeerd. Vele stokslagen kregen zij, Paulus en zijn metgezel Silas. Deze Silas, het is dezelfde als Silvanus, was evenals Paulus een Romeins burger. Silas is de Griekse naam, Silvanus de Latijnse naam. In de Jeruzalemse gemeente was hij een voornaam lid en leider der gemeente. Later is hij ook een metgezel van Petrus. Een voornaam christen, die niettemin steeds wat schuil ging, eerst achter Paulus, later achter Petrus. Bescheiden christenen zijn ook christenen en daarom nog niet van belang in Gods Koninkrijk ontbloot.

In elk geval keurde de satan hem evenveel slagen en gevangenschap waard als Paulus! Ook zwijgzame christenen lopen de duivel in de weg.

Nadat zij gegeseld waren, werden zij in de gevangenis geworpen. Let wel: geworpen! De wereld handelt met Gods knechten geenszins zachtzinnig. Geworpen in de gevangenis. Met het bevel erbij aan de stokbewaarder (dat is de man dus die de geseling had moeten toedienen!) om hen zekerlijk te bewaren. In verzekerde gevangenschap. Dat was die man opgedragen. Dat was hem bevolen, dus deed hij dat. Hij deed in de geseling en in het gevangen zetten slechts wat hem was opgedragen. Dit enigszins tot zijn verontschuldiging. Hier was hij beul en cipier voor. In de binnenste kerker, een verlaagd en geheel inwaarts gebouwd deel van de gevangenis. Wij lezen later, dat hij er in sprong. De gevangenissen van die dagen waren echt geen hotels. In die binnenwaartse kerker verzekerde hij de voeten van de beide gevangenen in een voetblok, zodat zij hun voeten en benen niet heen of weer bewegen konden. Dat was een marteling, waarbij men misschien kon staan of zitten, nauwelijks liggen. Met de stok vele malen geslagen en nu in de voetstok gesloten. Daar zal vanwege de marteling en vanwege de gedwongen houding van slapen wel helemaal niet gekomen zijn. Wij lezen tenminste dat zij te middernacht nog klaar wakker waren.

Het is dus nog niet eenvoudig apostel te zijn!

Daar besluiten zij tot iets, wat wel niet veel in die gevangenis gebeurd zal zijn: zij besluiten om hun pijn en leed en om de hun aangedane beledingen weg te zingen. Zingen in een gevangenis! 'k Hoor dat dat wel eens meer voorgekomen is, in de oorlog. Dan deed men dat aan de buizen van de verwarming, zodat men het ook in andere cellen kon horen. Ik weet niet of daar in deze kuil, in deze binnenste gevangenis, nog meer gevangenen zaten, 't Kan zijn van wel. In dat geval moeten dat de zwaarste misdadigers zijn geweest. Ik weet niet, of daaraan belendend nog meer gevangenenverblijven waren. In elk geval hoorden de andere gevangenen hun gezang. Zij hoorden het niet alleen. Zij hoorden er naar! Zij luisterden er naar. Dat was niet alledaags. In een gevangenis zal wel meer geklaagd, gemurmureerd, misschien gescholden, misschien gevloekt worden dan gebeden en gezongen.

Te middernacht baden de apostelen en zongen zij. Dat is een goed ding, te bidden in pijn, in een vermoeiende en onhoudbare houding. „Is iemand onder u in lijden, dat hij bidde", zegt de apostel Jacobus. Bij geleden onrecht, klaag het maar niet aan de mensen, maar klaag het maar Gode. Zij baden, beiden. Niet de één wel, terwijl de ander het niet kon. Neen, zij baden beiden. Zij zochten hun kracht in God, Die alle dingen weet. Die in alle dingen helpen kan. Mogelijk heeft Paulus wel gedacht aan wat hij zelf anderen had aangedaan, hoe hij ze om Jezus' wil sleepte naar de gevangenissen, beide mannen en vrouwen. Wat is Paulus vaak gevangen geweest. Wat krijgt iemand toch zijn weg thuis!

Zij dan baden, tezamen, tegelijk, om beurten. En zij zongen Gode lof. En het was nacht. Is dat goed, om dat in de nacht te doen? Hinderden zij daar anderen dan niet mee in hun slaap? Ach, die mensen konden elke dag en de gehele dag wel slapen. De beide mannen zullen hun gevangenschap gebruikt hebben om zelfs bij nacht het Evangelie te verkondigen. Als het moet, dan maar zingend. De Meester heeft ook in de nacht gezongen, in de nacht, waarin Hij gevangen werd, voordat Hij de volgende dag gegeseld, gekruisigd en gedood werd. En Hij zong de lofzang! Zouden Zijn discipelen dan niet God prijzen in de nacht van hun lijden? Deze gezongen predikatie maakte de gevangenen stil, en zij bewoog hemel en aarde.

Het doen Gods

Wat de mensen daarvan dachten moesten zij zelf maar weten, maar wat God daarvan dacht, dat is belangrijker. De HEERE zag dat gebeuren in dat stadje Filippi aan. Een purperverkoopster, die zich bekeerde op de prediking van Paulus aan een rivier, waar het gebed placht te geschieden. Dan een meisje, dat een voorzeggende geest had, waarom zij uitgebuit werd door haar meesters, wat bevrijd werd van haar waarzeggende geest, het kind had nog waarheid gezegd van de apostelen, dagen lang. En dan de ontkleding van de predikers, de geseling en de gevangenzetting van Zijn knechten: de HEERE zag dat alles aan. En Hij hoorde. Hij hoorde te middernacht... hen bidden. Beiden. En Hij hoorde, Hij hoorde... hen lofzingen. Gode lofzingen. Dat was geen klaagzang. Dat was geen wraakzang. Dat was een lofzang. Te middernacht. De HEE-RE, Die de grote Hoorder der gebeden is,

Die ook woont tussen de lofzangen Israëls. kon daar niet onbewogen onder zijn. Hij zou antwoorden, heerlijk antwoorden in een hele serie wonderen.

Ten eerste zou de HEERE antwoorden door een aardbeving, op die plaats. Juist op die plaats. Wat betoont de HEERE toch de God der ganse aarde te zijn. Hij doet die hele aarde altijd maar wentelen, Hij doet die hele aarde altijd maar pal staan door Zijn kracht. Eens zal de hele aarde vergaan. Dan zal het gebergte smelten als was. Maar nu beweegt Hij de aarde. En toch met zoveel ingehouden kracht. Meestal storten de huizen ineen. Onder het puin sterven dan de mensen. Hier geschiedde snellijk — op dit gebed — op deze lofzang — snellijk — een grote aardbeving, zodat de fundamenten van de kerker bewogen werden. En het dak stortte niet in. En de muren stortten niet in. Daar werd niet één gevangene gewond of gedood: Paulus niet, Silvanus niet en zelfs de in de gevangenis wonende beul en cipier niet, noch ook één van zijn gezin. Dat is de God der genade, dat is de God en de Vader van de Heere Jezus Christus, dat is de God van het Evangelie. God gaat hier Zijn knechten redden, beschermen. God gaat hier een enig zondaar bekeren. God gedenkt hier aan de gevangenschap en aan de banden van Zijn Zóón. God gaat hier een enig zondaar verlossen uit de boeien der zonde. Eigenlijk was niet Paulus de gevangene, niet Silas, maar de stokbewaarder. Dus de grote aardbeving was vol van genade en goedheid. Ongehouden goedheid! Ingehouden kracht. God zet Zijn almacht in om Paulus' en Silas' gezongen preek te bevestigen en te zegenen.

Het tweede wonder was dat de gevangenisdeuren geopend werden. Men zou verwachten dat de deuren zo ontzet werden en in elkander gedrukt, dat ze met geen mogelijkheid meer open te krijgen zouden zijn. Integendeel, zij sprongen open, allemaal open. En dan ook werden bij alle gevangenen de banden, de boeien los. Men zou zeggen, dat die deuren openvlogen, dat is dan te verstaan, maar dat ijzeren boeien aan handen en voeten nu uitgerekend los schoten, dat is onbegrijpelijk. Dat kan niet anders dan een geheimzinnige, een verborgen hand zijn, die al deze wonderen deed, precies op een rij, zodat die boeien bij alle gevangenen één voor één los raakten. Precies: dat is de verborgen hand, dat is Gods hand. En dat doet de HEERE niet alleen bij en voor Zijn beide dienstknechten — dat meisje had gelijk! — maar om hunnentwil ook bij al die gevangenen. Teken van het Evangeüe en van zijn zegen: de HEERE maakt de gevangenen los! Wat een beloftenvolle verhoring op Paulus' en Silas' gebeden en op hun gezongen prediking op de lof des HEEREN.

En dan nog een wonder. Niemand ging heen. Zo beduusd en bevreesd waren zij door die aardbeving, hetzij in de kuil, hetzij in andere cellen, dat niemand aan bevrijding of aan vluchten dacht. Ik kan ook zeggen: Zo onder beslag waren zij door het krachtig gebed van deze twee rechtvaardigen, dat zij geboeid waren in de vrijheid. Zo geboeid waren zij onder deze gezongen prediking, dat zij vergaten weg te gaan. Daar hebt ge de kracht van het Evangelie! Daar móét onder zijn, wie God daaronder hebben wil. En daarom moesten naar Gods raad Paulus en Silas daar zijn en in de nacht, daarom moesten zij zingen in die nacht. Storen of niet, zo moet het geschieden.

Nog een wonder. Ook Paulus en Silas gingen niet heen, hoewel zij daar wederrechtelijk zaten. Paulus is hier een profeet en Silvanus. Hoe weet hij dat, als hij straks zegt: „Wij zijn allen hier!" Kan hij door muren kijken en door het duister van de middernacht? Weet hij, of er iemand stil weggeglipt is? Paulus is een profeet. En die ziet alle dingen.

En dan ten slotte: Paulus heeft hier nog wat te doen, God doet nog een werk door Paulus en Silas, nameüjk de bekering van een zondaar. Daarom kan Paulus niet weg. Dit zijn Gods wonderen, die nacht.

Doch riepen z' in d' ellenden de HEER' ootmoedig aan, Hij deed hun angsten enden en hen 't gevaar ontgaan. Hij hielp hen uit de nood, Hij bracht hen uit het duister der schaduw van de dood; Hij brak hun band en kluister.

Laat zulk een eer bewijzen aan 's HEEREN gunst en macht en al Zijn wond'ren prijzen voor 't menselijk geslacht. Hij was 't, voor Wie gereed de koop'ren deuren weken, de ijz'ren grend'len deed in duizend stukken breken!

Het doen van de stokbewaarder

Weet u de naam van de stokbewaarder? De kerkvader Chrysostomus zegt, dat zijn naam was Stephanus, waarvan Paulus in 1 Cor. 1 : 16 gezegd heeft, dat hij niemand gedoopt heeft dan het huisgezin van Stephanus of Stephannas alleen. De stokbewaarder schijnt later te Corinthe gewoond te hebben. In 1 Cor. 16 : 15 wordt dit gezin genoemd als bekend in Corinthe, de eersteling in Achaie en die zich der heiligen ten dienste beschikt hebben. Paulus verbüjdt zich ook over zijn komst.

Wat deed nu die man?

Wij hoorden reeds van zijn beulswerk en van zijn cipierswerk. Hij was trouw in zijn dienst, want hij deed slechts wat hem door zijn superieuren opgedragen was. Op de aardbeving wordt ook hij wakker. Terstond vliegt hij naar het werk, waarvoor hij verantwoordeüjkheid draagt. Hij ziet deuren open staan en begrijpt terstond: „O wee, alle gevangenen weg." Hij weet, voor een gevangene, die ontsnapt, komt zijn ziel te staan. Dan moet hij de straf dragen voor zo'n ontkomene. Vandaar dat de man, ziende alle deuren openstaan, wel moet denken dat alles ontsnapt is. Vandaar dat hij zijn zwaard trekt om zichzelf te doden. Als alles ontkomen is, al is het door een aardbeving, dan is hij reddeloos. De man weet niet, dat die aardbeving hèm bijzonder betreft. De man weet niet, dat God hèm op het oog heeft.

God heeft hem op het oog, als Hij Paulus laat roepen met grote stem: „Doe uzelven geen kwaad, want wij zijn allen hier."

Dan springt hij in de kuil, als hij licht geëist heeft (lichten, staat er), die hij blijkbaar van gevangenispersoneel eiste, fakkels. Dan eerst wordt hij zeer bevende en valt voor Paulus en Silas neer. Aan hun voeten. Hij brengt ze buiten, buiten die kuil, dat diepste van de gevangenis. Dat was hem niet opgedragen, maar hij doet dat toch maar. Hij staat in eens voor hun onschuld. 'En nu met dit handelen Gods verstaat hij ineens, dat deze mensen inderdaad dienstknechten zijn van de allerhoogste God.

Dat meisje had gelijk! Dat meisje had gelijk!

Het is niet zeker dat de man het bidden en zingen te middernacht heeft gehoord. Maar wat riep dat meisje ook al weer, dagenlang, vele dagen lang door de stad, achter deze mensen? „Die ons de weg der zaligheid verkondigen." Het staat ineens rotsvast voor hem en die zaligheid heeft hij niet, en die weg der zaügheid weet hij niet. En daar perst het hem uit de lippen, daar perst het hem uit het hart: „Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? " Die zijn veroordeelden waren, worden voor hem heren. Die door hem geslagen werden, worden hem lief. En die van de wegen der stad Filippi moesten worden gebannen, moeten hem de weg der zaügheid wijzen. Kort, bondig, maar ook al en alles en allen omvattend, komt het antwoord: „Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis." En dan spreken de apostelen tot hem het Woord des Heeren en tot allen, die in zijn huis waren. Of dat zijn huisgenoten waren, die toegevlogen waren tot de gevangenis, of dat het de mensen uit het huis van bewaring waren, weet ik niet, maar Paulus heeft gepredikt en niemand ontvluchtten de preek, ook niet van de snoodsten, en niemand ontvluchtte de gevangenis. Het Woord Gods bindt meer dan boeien.

Dan na dat onderwijs neemt de stokbewaarder hen tot zich. „In die ure des nachts", zo staat er. Ja, dat middernachtelijk uur was voor hem het uur als voor Johannes de tiende ure. En hij wies hen van de striemen en hij werd ook zelf gewassen, met het water des Doops. Hij en heel zijn huis. En de man, die niet anders dan een gedwongen gehoorzaamheid gewend was te vragen, werd gehoorzaam met een vrijwillige gehoorzaamheid aan God. En straks büjkt: óók aan de kerk. Hij wordt één, die zich ten dienste schikte met zijn hele huis aan de heiligen. Stephanas.

'k Heb altijd gedacht: e stokbewaarder werd bekeerd en van het gezin was het slechts een verbondsmatige gelovigheid, van welke men slechts kan hopen, dat het waar en echt bij hen was of werd! 1 Corinthe 16 : 15 laat ons zien: Ik bid u, broeders, gij kent het huis van Stephanas, dat het is de eersteling van Achaie, en dat zij zichzelven den heiligen ten dienste hebben geschikt." Ons teksthoofdstuk zegt, dat „hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was". God geve ons daaruit hope te koesteren voor ons en voor onze huizen, dat God toch machtig is meer dan overvloedig te doen boven al wat wij bidden en denken. Het is groot als er één zondaar bekeerd wordt. Daarover is büjdschap in de hemel. Maar het is niet

verboden, als een gezin volgt in die weg.

Tenslotte: De hoofdmannen laten de volgende morgen, als het dag werd, aan de gevangenis berichten dat die mannen losgelaten moesten worden. Dat was de laatste kracht, die de nachtelijke aardbeving deed. En het begon maar met een gebed en met een lied te middernacht.

Maar Paulus zeide: Neen, neen, zij hebben ons, die Romeinen zijn, onveroordeeld gegeseld en gevangen gezet, zullen zij ons nu heimelijk vrij laten? Paulus had als een rechtgeaard dienstknecht Gods ook zijn eer. En als dan Paulus en Silas de stad uitgaan, troosten zij eerst nog de broeders, na nog eerst in Lydia's huis te zijn geweest.

P.S. Het telefoonnummer van ds. W. L. Tukker te Sirjansland (Zld) is met iningang van heden gewijzigd en is nu 01114—1251.

S.

W. L. T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 juni 1975

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

In de gevangenis van Filippi

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 juni 1975

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken