Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Geest desgenen, die Jezus heeft opgewekt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Geest desgenen, die Jezus heeft opgewekt

11 minuten leestijd

PASEN

En indien de Geest Desgene, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, zo zal Hij, die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, die in u woont. Romeinen 8 : 11.

De Geest door de Paaskoning verworven

Alle feesten Gods zijn trinitarisch bepaald, d.w.z. op alle Christelijke feesten handelt de Goddelijke drieëenheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Op Kerstfeest daalt de Zoon in het vlees, gezonden door de Vader, ontvangen van de Heilige Geest. En op Pinksteren daalt de Heilige Geest neder als de Trooster, gezonden door de Vader, verworven door de Zoon. Dan moet ook het Paasfeest trinitarisch bepaald zijn. Nu lezen wij wel dat de Zoon is opgestaan, wij lezen ook dat de Zoon door de Vader is opgewekt. Maar waar blijft op Pasen de Heilige Geest en wat doet Hij op het Paasgebeuren? Of heeft de Heilige Geest lot noch erve in deze bedeling? Dat kan niet zijn. Als Christus is opgestaan, lezen wij dat Hij blies op Zijn discipelen en dat Hij zeide: „Ontvangt de Heilige Geest." Dat is de vrucht van Pasen, dat de Heere Jezus niet alleen uit de doden is opgewekt, maar ook dat Hij de Geest zo duur verworven heeft. Over het verband tussen de opstanding en het bezit van de Heilige Geest willen handelen.

Op wonderschone en geheel aparte wijze legt onze tekst Rom. 8 : 11 verband tussen Pasen en de inwoning des Heiligen Geestes, tussen Pasen en het werk van de Heilige Geest. De Geest wordt hier genoemd de Geest des Vaders, van die Vader, Die Jezus uit de doden heeft opgewekt. Zo moet er dan een nauw verband zijn tussen de opstanding en de Heilige Geest. Inderdaad is er dat. Mede door het offer op Golgotha wordt de H. Geest verworven. Daar wordt de schuld der kerk verzoend door de lijdelijke gehoorzaamheid van de Borg. Maar in Pasen in de opstanding ligt positieve waarde, waar de Heere opstaat uit het stof des doods, verbrekende de kluisters des doods en waar Hij oprijst uit de diepten der hel, de gevangenis gevankelijk wegvoerende. Dat is het eerste wat de Zoon Gods op de Paasmorgen doet, en het tweede is dit, dat Hij_ tot de prijs Zijns bloeds de Geest verworven heeft en die nu ook metterdaad rechtens ontvangt op de Paasmorgen. d I d s d v i

Ziet eens, het zit zo. v

Door de zondeval is de Geest Gods, Die eens zweefde op de wateren en die bij de schepping van de mens in zijn hart woning maakte, geweken van de mens. De Geest woonde niet meer in hem, maar kwam zelfs tegenover de mens te staan, zodat Hij twistte met de mensheid, die dieper en dieper in de zonde wegzakte. Toen dan ook de aarde vervuld werd met wrevel zeide de Heere: „Mijn Geest zal niet altijd twisten met de mens, dewijl hij vlees is." Zo was dus de Geest van de mens geweken en stond zelfs tegenover de mens. En nu komt Christus, G C s e v g G o t i k Die de schuld der zonde gaat boeten door Zijn kruislijden en dood. En nu gaat Christus niet alleen de schuld der zonde boeten, maar ook het verlorene voor de mens herwinnen. Dit deed Hij in Zijn lijden en sterven en als Hij herwint, dan herwint Hij niet slechts genade voor de mens en een plaats in het Vaderharte Gods, maar ook verwerft Hij voor de mens de Heilige Geest. Op Golgotha kon Hij Hem niet verwerven, want daar werd Hij als het Godslam zonde voor ons gemaakt, enkel zonde en waar Hij zonde was kon de Heilige Geestop Hem niet rusten. Diep heeft de Heere dat gevoeld, als Hij uitriep: „Eli, Eli, lama sabachtani." Hij was van God verlaten, dat is van Zijn Geest, van Zijn goedheid, van Zijn genade en gunst. Maar nu komt Hij op uit de diepte des doods en der hel als Overwinnaar en als Hij dan treedt op de eerste stap van Zijn verhoging, dan ontvangt Hij terstond Gods Vadergunst en Gods Geest weder. Zelf ontvangt Hij een verheerlijkt lichaam, dat door de Geest opgenomen wordt en geplaatst binnen gesloten deuren, een geestelijk en nieuw lichaam in heerlijkheid.

In de opstanding wordt de Zoon, Die van God, dat is van God de Vader en de Heilige Geest verlaten was, wederom met God verenigd, dat is dus wederom met de Vader en de Heilige Geest. En nu ontvangt Hij bovendien een beschikkingsrecht over de gunst des Vaders, zodat Hij zeggen kan op grond van Zijn offer: Vader, Ik wil, dat waar Ik ben ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt". En Hij ontvangt een beschikkingsrecht over de Heilige Geest. Het wordt nu de Geest, Die door de Vader geschonken wordt op grond van de verdienste van Christus. Deze kon de Vader niet geven op Goede Vrijdag, maar eerst als al de straf gedragen was en de overwinning behaald, dat is op Pasen. Zo nu zegt Rom. 8 : 11: ndien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft in u woont.

De Geest door de Verrezene geschonken

Ik weet niet of u de tekst voor u hebt open liggen. Dan moet u eens letten op een onerscheid dat de tekst maakt. Eerst staat er: Indien de Geest Desgenen die Jezus uit de doden opgewekt heeft in u woont, en dan staat er: zo zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw lichamen leend maken. Eerst Jezus, dan Christus. Hier is niet slechts de motivering van de ontangst van de Geest gegeven, maar ook de bemiddeling. Door Jezus als de Zoon van God is de Heilige Geest verworven, door Christus als de Middelaar wordt Hij daar geschonken waar Hij wezen moet. Op schone en diepzinnige wijze ligt in onze tekst het oorwerpelijke en het onderwerpelijke uitedrukt. Jezus de Zone Gods verwerft de eest en als Christus brengt Hij Hem ook p Zijn plaats. Hij wordt gebracht in de haren der uitverkorenen, Hij wordt gebracht in de harten dergenen, die verlost en geocht zijn door Zijn bloed.

Wij hebben met zo'n volkomen Zaligmaker te doen, die niet slechts de schuldafdoening tot stand brengt en nu het aanvaarden van dat offer maar overlaat aan de toeeigening der Zijnen, neen, ook dat brengt Hij hun nog thuis. Daarom is Hij opgestaan uit de doden, om nu als de Levende, Die niet aan tijd of plaats gebonden is, de Zijnen te bezoeken met Zijn heil. De Geest Gods is de Geest van Pasen, van de levende Christus. En waar brengt Hij nu Zijn bezoeken, waar brengt Hij die Geest? Aan verslagen harten en aan gebroken geesten. Gaat u heel de Paaskring maar rond: Maria Magdalena, Petrus, Thomas, de Emmaüsgangers. Wij hadden gehoopt, wij hadden gehoopt dat Hij het was Die Israël verlossen zou. En daar brengt Hij de Paasoverwinning, doordien Hij de geest levendig maakt. Was ons hart niet brandende in ons, als Hij met ons over de weg ging? En nu komt die Geest van Pasen in mensen, wier geest gewillig is, maar het vlees zwak. De Geest gaat wonen als het ware in gebroken tempelen.

Op tweeërlei wijze wordt onze tekst verklaard. De Statenvertaling ziet in de tekst een belofte voor de opstanding des vleses. Calvijn ziet er in niet de uiteindelijke opstanding, maar een door de Geest opgewekt worden van het vlees tot goede werken. De Engelse Godgeleerden, Patrick, Polus en Wells verbinden beide te zamen. Hoe men dit ook ziet, de Paasgave des Geestes neemt intrek in gebroken tempelen van een broos en vergankelijk lichaam. De tekst noemt ze sterfelijke lichamen. Onze lichamen dragen zelfs als wij naar de ziel genade ontvangen hebben, de kiem des doods reeds van onze geboorte af aan. Wij sterven alle dagen en weinig en het geopende graf van Pasen schijnt ons veel meer aan te grimmen dan doorzicht te geven. Ook Gods volk moet sterven. Zij in wie de Geest Gods woont, moeten sterven en zij dragen altijd de doding des Heeren in hun leden. Maar al is het nu dat hun lichamen sterven moeten, in de broze hulk, in die vergruisde tempel woont toch de Geest van Pasen. En het dan toch geopende Paasgraf doet de kerk zingen:

Daarom heeft zich mijn kwijnend hart verblijd; Mijn tong, mijn eer zingt Godgewijde tonen; Ook zal mijn vlees, thans afgesloofd, ten spijt Des vijands, in de grafkuil zeker wonen. Gij zult mijn ziel niet in de hel vergeten, Uw heil'ge zal van geen verderving weten.

De Geest tot Paaszegen werkzaam

Indien de Geest Desgenen, Die Jezus Christus uit de doden heeft opgewekt, in u woont. Indien... Woont Hij in u? Wat is dat een wonder van genade, dat die Geest in zo'n zondig hart wil intrek nemen. Maar wat is het een Paaszegen apart, dat Hij nu ook nog in zo'n zondig en gebroken lichaam wil tempelen. Of weet gij niet dat de Geest Gods in u woont? Omdat die Borg de Geest in een gestorven lichaam heeft willen ontvangen is het mogelijk dat de kerk die Geest ook in een gestorven lichaam mag ontvangen. Wat dragen wij de sporen der zonde toch in ons lichaam. Kreupel, lam, blind, doof, gerimpeld, vergrijsd, bevlekt, verzwakt, zo is ons lichaam. En dat nu in zo'n lichaam, dat de schandtekenen der zonde draagt, de Geest Gods wil wonen, dat is Paaszegen. Gij zijt duur gekocht, zo ver-

heerlijkt dan God in uw lichaam en ziel, welke Godes zijn.

Als ik dit Calvinistisch verband leg, dan ligt er een aparte Paasroeping voor de kerk. Waar die Geest intrek neemt in het lichaam, daar wordt ook het lichaam een kostelijke schat. Nee, daar mag men zijn lichaam, dat aan het graf ontroofd is, niet meer gebruiken tot wat men wil. Daar wordt drankzucht en ontucht tempelschennis. Daar wil men zijn lichaam niet oppronken met poederdoos, lippenstift, nagellak, krultang. Daar stelt men het niet door dans en sport tot ontwikkeling op de voorgrond. Daar laat men het niet door slordigheid en vervuiling verkommeren, maar daar verzorgt men het waardig tot een tempel des Heiligen Geestes.

Indien de Geest in u woont... Nu schakelen wij over naar de opvatting der Kanttekenaren, zo zal Hij, Die Christus opgewekt heeft uit de doden, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont. Pasen zegt, dat Hij, Die die levendmakende Geest heeft verworven, ook de sterfelijke lichamen van Zijn volk levend zal maken door die Geest, Die in hen woont. Waar nu de Heilige Geest intrek genomen heeft in dat broze lichaam om daar te tempelen, daar kan het niet zijn dat dat lichaam in het graf blijvend tot stof vergaat. Heeft de Borg gezongen in Psalm 16: „Gij zult Uw heilige niet overgeven om de verderving te zien", daar mag David dat ook zingen en met David de ganse kerk. En zie, daar hebt ge dan de vrucht van Pasen: „Gij zult mij in de grafkuil zeker doen wonen." Christus waakt over het stof van Zijn volk. Hij is in het graf gegaan om ook over het graf te waken. En hoe dan ook dat lichaam tot ontbinding overgaat en tot stof wordt, Hij zal eenmaal over het stof opstaan. En zoals Ezechiël de Geest ziet komen over de vallei der dorre doodsbeenderen, zo zal straks inderdaad de Geest die zeer dorre beenderen doen leven en elk been tot zijn been doen komen. En aan welke ziekte ge ook gestorven moogt zijn, hoe verminkt, hoe gehavend ook, ze zullen heerlijk opstaan, aan het volmaakte lichaam van Christus gelijk. Pasen garandeert dat.

Indien, indien maar de Geest Gods in u woont.

Of zijt gij in het vlees? Wandelt gij naar het vlees? Zij, die de werken des vleses doen, alleen maar werken om het vlees, zullen zo'n heerlijke opstanding niet hebben. Zij die in stofvergoding, sport en spel en dans najagen niet en zij die in wellust en dronkenschap leven niet, maar ook zij die op eerbare wijze werken voor hun brood en die hun geld opstapelen niet. En ook zij niet, die in uitwendige godsdienstigheid, zwaar of licht, dat doet er niet toe, geestledige belijders zijn. En ook zij niet, die in hun godsdienstige ijver velerlei strijd voeren en de kerk tot een politiek debating-house maken, maar vergeten zelf te srtijden de goede strijd des geloofs. Nee, voor hen is er een opstanding tot verderfenis. De zalige opstanding is slechts voor een Paasvolk, dat een levende Zaligmaker kent, voor een volk in wie de Geest Gods woont en werkt. g t W v m g w s w h h o

S.

W. L. T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1976

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

De Geest desgenen, die Jezus heeft opgewekt

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1976

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken