Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gods wonderlijke leidingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gods wonderlijke leidingen

7 minuten leestijd

Onbegrijpelijk zijn soms de wegen waarop de Heere God ons doet gaan. En er komen nogal wat waaroms over onze lippen wanneer we op paden geleid worden waarop we dreigen te bezwijken. En toch heeft de Heere er Zijn goede bedoelingen mee. Dat wordt ons in de Bijbel op verschillende plaatsen geleerd. Soms op een zeer sprekende wijze. Ook Mozes heeft, toen hij voor de poorten van de dood stond, in zijn afscheidsrede nog gewezen op die wonderlijke leidingen Gods. Hij gebruikt daarin immers dit beeld: Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken: o leidde hem de Heere alleen en er was geen vreemd God met Hem" (Deut. 32:11—12).

Mozes heeft het dikwijls gezien op zijn zwerftochten door de woestijn heen. Boven op de hoge rotsen lag het nest van een arend of een adelaar, de koning van de lucht. En menigmaal is hij getroffen door iets heel bijzonders in het gedrag van de moederadelaar. En dat vreemde en geheimzinnige drukt hij in de volgende woorden uit: „Gelijk een arend zijn nest opwekt..." Mozes had de jonge arenden zien groeien, groot zien worden, en dan ziet Mozes dat onbegrijpelijke. Op een gegeven ogenblik staat de moederarend op en dan gaat ze met haar poten het nest uit elkaar rukken. Ze brengt onrust en angst en paniek en de arendsjongen weten niet hoe ze het hebben. Want tot nu toe is er zo goed voor hen gezorgd en nu schreeuwen die jonge arenden van angst, want straks vallen ze uit het nest en zullen ze dan niet te pletter vallen op de lager gelegen rotsen?

Wanneer Mozes dat ziet begrijpt hij het aanvankelijk niet, maar hij ziet er wel een beeld in van hetgeen de Heere ook in ons leven doet. Hij verstoort immers ook menigmaal ons nest en Hij keert het wel eens ondersteboven om ook onze rust weg te nemen en grote onrust in ons leven te brengen.

En wat nu die moederarend doet is goed. Die jonge arenden kunnen immers in het nest niet blijven. De oude adelaars brengen hun jongen groot opdat ze straks kunnen vliegen. Zolang ze klein zijn zorgen de oude adelaars voor hun jongen. Maar straks moeten ze leren op eigen wieken te drijven. Die jonge adelaars hebben het wel goed in dat nest, maar ze moeten er nu uit, ze moeten in het ruime hemelrond leren vliegen.

En dat geldt ook voor ons. We hebben ons zo genesteld in de tegenwoordige wereld en we hebben de zonde zo lief en we voelen ons in „ons nest" zo goed op ons gemak. Maar wanneer we er blijven hebben we geen toekomst, zullen we met deze wereld eeuwig omkomen. Want dat nest lijkt wel sterk, maar het is zo broos en zo teer. Soms valt het ineens uit elkaar en tuimelen we zo in de diepte der eeuwigheid zonder God en zonder Christus. Daarom komt God in ons leven met die onbegrijpelijke leidingen. Hij gaat net als die moederarend ons nest verstoren. Wat wordt het dan moeilijk in ons leven. Dat hadden we niet verwacht van de Heere. Want we willen wel de zegen uit Gods hand aanvaarden en voorspoed en welvaart, om daar rustig te kunnen blijven leven en zondigen. Maar de Heere zoekt ons behoud. En daarom gaat Hij ons nest „opwekken", zodat we de takken ervan horen kraken. We worden soms neergelegd op een ziekbed. Of het liefste van ons leven wordt weggenomen. Of een zwaar kruis wordt ons op de schouders gelegd. Zo komt de onrust in ons leven, en de tegenspoed en het kruis en de moeite en het verdriet.

En de Heere God laat ons dieper zien. Hij komt ons door Zijn Heilige Geest ontdekken aan onze zonde en schuld, zodat we onze verlorenheid leren zien en het oordeel Gods over ons leven aanvaarden als rechtvaardig en goed. Zo wordt de rust in „ons nest" verstoord. Rust noch vrede wordt gevonden, om mijn zonden, in mijn beend'ren dag en nacht...

Hebt u de takken van uw nest ook al eens horen kraken? Hebt u ook al eens over de rand in de diepte gekeken? Het is niet goed als de valse rust in ons leven blijft, als we rustig in ons wereldnest en ons zondenest kunnen blijven wonen. Dan zeggen de mensen misschien wel dat het goed met ons gaat en dan denken we misschien dat zelf ook wel. Maar het gaat slecht. We hebben die verontrustende leidingen zo nodig, opdat we tot de Heere onze toevlucht zullen nemen. In Christus roept Hij ons en lokt Hij ons, opdat we gered worden voordat ons nest uit elkaar valt en wij wegzinken in de donkere diepten van dood en eeuwigheid.

We moeten dat wereldse nest uit om ons

straks te kunnen verlustigen in de wijde ruimten van de eeuwigheid. En omdat we er niet uit willen moet de Heere ons nest wel „opwekken", zoals de adelaar dat met het nest van zijn jongen doet. Ze verstoort dat nest, ze duwt haar jongen naar de rand. Maar zullen ze straks niet naar de diepte vallen? Maar de jongen krijgen ook geen voedsel meer. En zo drijft de honger hen ook het nest uit. Maar wanneer ze tenslotte uitvliegen is de adelaar nabij zijn jongen. Wanneer ze dreigen weg te zinken is hij onder hen met zijn brede vleugels om hen op te vangen. En zo doet nu de Heere God met Zijn volk. „Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken, zo leidde hem de Heere alleen..."

En zo brengt de Heere God een mens tot geloof. Dat doet Hij door honger en nood. Door het onbewoonbaar maken van het wereldnest voor ons. Zodat we tenslotte onze toevlucht nemen tot die enige Redder en Zaligmaker, Die ons van God is gegeven: onze Heere Jezus Christus!

En wanneer we zo op de vleugels van gebed en geloof leren vliegen — al is dat vliegen nog zo gebrekkig — geen nood, want zoals de moederarend haar vleugels uitspreidt onder haar jongen, zo doet ook de Heere. Wanneer we voor de eerste keer uit het nest vallen is het net alsof we in de diepte zullen wegzinken. Maar daar worden we opgevangen door Hem. Daar voelen we die dragende vleugels onder ons, zodat we roemen moeten: Door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen.

Gods kinderen zijn ook tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed. Maar de Heere waakt over Zijn volk en er zal niemand van hen verloren gaan en niemand zal ze rukken uit de hand van de hemelse Vader. En eenmaal zullen we voor de laatste maal opstijgen op de vleugels van gebed en geloof om. thuis te komen bij die God, Die ons op aarde in die wondere leidingen van zijn souvereine regering heeft doen voortgaan, opdat we zouden thuiskomen en eeuwig bij de Heere zouden zijn. Wat een troost voor allen die worstelen en strijden, die zo dikwijls dreigen weg te zinken, maar die toch thuisgebracht worden. Kennen-we deze leidingen Gods in ons leven? Hebben we dat ook ervaren, dat de Heere met ons handelt zoals een adelaar met haar jongen doet en ons leert vliegen achter Christus aan?

Heeft de Heere God ons al over de rand van „ons nest" heengeworpen?

Wanneer we in ons eigen nest blijven komen we eeuwig om, dan hebben we geen andere toekomst dan de buitenste duisternis, waar wening zal zijn en knersing der tanden.

Maar waar de Heere een goed werk in ons begint, waar de Heere God ons leert vliegen op de vleugelen van geloof en gebed, daar zullen we niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben. Die wondere leidingen Gods hebben we nodig en zo leren we de Heere danken vooral ook voor de wegen waarin Hij ons heeft leren vliegen, wegen die door de diepte heen gingen, maar die ons brengen in het eeuwig licht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1976

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Gods wonderlijke leidingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1976

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken