Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLEINE KRONIEK

9 minuten leestijd

Reorganisatie of reformatie?

Deze vraagstelling: reorganisatie of reformatie, was voor de invoering van de nieuwe kerkorde een onderwerp van gesprek. Van hervormd gereformeerde zijde wees men er op dat de kerk niet gered zou zijn door een reorganisatie, door een verandering van kerkorde, maar alleen door innerlijke vernieuwing, door de werking van de Heihge Geest. Van confessionele zijde werd echter de reorganisatie naar voren gebracht, alsof dat het middel zou zijn om de kerk gezond te maken. Zeker, die reorganisatie was ook nodig. Het „dwangbuis" van 1816, waarin koning Willem I de kerk had gevangen, kon niet langer worden geduld. Maar met een verandering van inrichting van het kerkehjk leven naar meer bijbelse normen, waren de kerkmensen nog niet bekeerd en wedergeboren. Wanneer de leden van de kerk zich willen buigen onder de heerschappij van Gods Woord kan er zelfs onder een slechte kerkorde nog sprake zijn van een opgewekt kerkehjk leven. Maar met de beste kerkorde is een kerk nog niet een levende kerk, een ge-reformeerde kerk die leeft uit en bij het Woord Gods. Ook onder de Dordtse Kerkorde is het kerkehjk en geestehjk leven tot groot verval gekomen. En onder de nieuwe kerkorde van 1951 is het geestehjk verval der kerk er niet minder op geworden. Dat gaat men nu ook van confessionele zijde erkennen. In het „Hervormd Weekblad" herinnert dr. C Bezemer aan een geschrift uit 1940: Waarom thans confessioneel? Hij citeert daaruit:

„Gedurende haar meer dan vijf-en zeventigjarig bestaan heeft de Confessionele Vereniging de Kerk en Synode er op gewezen, dat zij bij haar verantwoordelijke arbeid naliet enerzijds de belijdenis te handhaven, anderzijds duldt, dat de Kerk gebonden bhjft in een organisatie welke eens door de Staat haar opgelegd, aan haar wezen vreemd is. Dit vindt zijn oorzaak hierin, dat de Confessionele Vereniging er zich van bewust is, dat de nood der prediking principieel en empirisch de nood der Kerk is. Daarom ijvert zij voor een kerkorde, welke de Kerk in staat stelt zichzelf te zijn niet door de macht, maar door het recht der „meerdere vergaderingen". Naar haar overtuiging is dan de Kerk in staat haar Heere te behjden zowel binnen haar muren als tegenover de wereld!" —

Hier wordt dus gesteld dat de kerk heeft nagelaten haar behjdenis te handhaven. De oorzaak daarvan wordt vooral gezocht in de verkeerde organisatie van de kerk. Wanneer er een reorganisatie zal hebben plaatsgevonden zal de kerk in staat zijn haar Heere te behjden zowel binnen haar muren als tegenover de wereld. Het is thans na vijfentwintig jaar echter wel duidehjk dat er niets van terechtgekomen is wat zo dapper in artikel X van de kerkorde wordt uitgesproken: De kerk weert al wat haar behjden weerspreekt. En wat de prediking betreft zegt dr. Bezemer zelf:

„In de derde plaats wordt gezegd, dat de nood der Kerk gelegen is in de nood der prediking. Men heeft deze opmerking in de loop der jaren vele malen gemaakt, met het gevolg, dat menigeen haar beschouwt als een dood-doener, die we zo langzamerhand wel weten. Dat de nood der kerk daarin alleen gelegen zou zijn, is niet waar, maar het vormt in die nood wel een heel belangrijk element. Opmerkelijk is overigens, dat we nu zeggen: hadden we nog maar de prediking van voor de oorlog (dat is dus 30 a 40 jaar geleden), terwijl in die tijd reeds gesproken werd van de nood der prediking." —

Inderdaad, in vele vroeger confessionele gemeenten klaagt men steen en been, dat de prediking zo mager is en dat er zo weinig in terug te vinden is van de gehoorzaamheid aan de Heihge Schrift en de gemeenschap met de gereformeerde behjdenis, met de drie stukken van de catechismus en met de behjdenis van de vrije souvereine genade Gods.

Spelen met de kerkorde, of met de behjdenis?

Van de hooggestemde verwachtingen bij de invoering van de nieuwe kerkorde uitgesproken is weinig of niets terechtgekomen. Dr. Gravemeijer heeft destijds de Bijbel gelegd op de toenmalige kerkorde, maar later heeft hij ook begrepen dat er meer nodig is dan een nieuwe kerkorde, dat er wedergeboorte en bekering van het hart nodig is. Men heeft het in de confessionele kring verwacht van de reorganisatie, maar wat heeft het opgeleverd? Dr. Bezemer zegt ervan:

„In de vierde plaats wordt gesproken van „ijveren voor een Kerkorde, welke de Kerk in staat stelt zichzelf te zijn niet door de macht, maar door het recht der „meerdere vergaderingen". Dat is gezegd in een tijd, toen men nog vol goede moed was. Die stemming overheerste ook nog in de vijftiger jaren, toen de nieuwe Kerkorde een feit was, hoewel al spoedig bleek, dat men zat met het probleem van de handhaving van de kerkehjke tucht. En wat is er nu na enkele tientallen jaren van het functioneren van de nieuwe Kerkorde overgebleven? Allerwege wordt gespeeld met de Kerkorde op een wijze, dat wanneer ze niet overeenkomt met persoonlijke visies en belangen menigeen haar laat voor wat ze is. Daarom kan het wel zijn, dat de Kerkorde de Kerk in staat stelt zichzelf te zijn (haar identiteit te bewaren), maar

wanneer ze vrijblijvend gehanteerd wordt (en wat dat betreft is er weinig verschil tussen het hanteren van de Kerkorde en van de vroegere Reglementenbundel), dan heeft dat „in staat stellen" weinig om het lijf. En wat is er in allerlei classes overgebleven van het recht van de meerdere vergaderingen, in dit verband dus de classicale vergadering? Het is zelfs de vraag, of de gehele indeling in classes niet op de helling zou moeten, om tot een meer rechtvaardige vertegenwoordiging in de Generale Synode te komen.

Het gaat er uiteindelijk niet om, waartoe de Kerk in staat is, maar wel wat ze doet. Het handhaven van haar identiteit, het zichzelf zijn, in en tegenover de haar omringende wereld is onlosmakelijk verbonden met het zich onderworpen weten aan Gods Woord en het handhaven van de belijdenis, vervat in de belijdenisgeschriften. De Kerkorde stelt haar daartoe in staat. Functioneren doet ze helaas niet. Het zou wel eens kunnen zijn, dat ook de Kerkorde volledig op de helling moet. Alleen moeten we ons afvragen, wat daarvan de zin zou zijn, als het toch een kwestie blijft van spelen met de Kerkorde. Men is aan dat spel al zo vele jaren gewend!" —

Van de invoering van een nieuwe kerkorde verwacht ik niets. Alleen van waarachtige bekering kan het komen. En die bekering is een werk Gods. We mogen de Heere wel aanlopen om een krachtige werking van Zijn Heilige Geest. Nu wordt er niet alleen met de kerkorde gespeeld, maar ook met de belijdenis, ja met de Bijbel als Gods Woord zelf. ik heb het van meetaf gevoeld en geschreven: Die woorden uit artikel X van de kerkorde zijn voor velen alleen maar woorden, waar men mee speelt. Immers zelfs de vrijzinnigen zeggen binnen artikel X te gaan. Wanneer dat zo is, is de formulering ondeugdelijk en is er zo'n ruimte voor interpretatie dat het niet waarachtig meer is om een dergelijke formulering te gebruiken.

Een leerzaam verhaal

Een lezer zond mij een knipsel toe, dat ik een leerzaam verhaal vind, zodat ik er mijn kroniek ditmaal mee wil beëindigen:

„Een oude landman en zijn zoon dreven hun ezel voor zich uit om deze in een nabijgelegen stadje op de markt te verkopen. Een voorbijganger zei: „Als ik u was, zou ik wijzer zijn dan zo die ledige ezel voor mij uit te drijven en er beiden te voet achter te gaan." De oude man vond, dat er wel iets in die opmerking zat en zette zijn zoon op de ezel. En zo gingen zij verder. Al spoedig hield een tweede persoon hen echter staande en sprak tot de knaap: „Wel luie rekel, laat je je zelf rijden en moet je oude vader lopen? " De knaap steeg af en liet zijn vader op de ezel zitten.

Een derde die hen tegenkwam zei nu: „Wel oude heer, ge hebt een mooi vaderhart om uw kind zo achteraan te laten sukkelen." Toen namen zij beiden plaats op de ezel. Een volgende passant plaatste nu de opmerking, dat dit dierenmishandeling was. Ten einde raad besloten zij Tiu de ezel aan een stok te binden met zijn vier poten en hem zo verder te dragen.

Daarop kwam een menigte volks achter hen aan om hen om hun dwaasheid uit te jouwen. Ten slotte wierp de man de ezel in een gracht en keerde zonder ezel en geld naar huis terug.

__ Dezer dagen hoorde ik, onder ons gezegd, van een jonge predikant, die van verschillende zijden kritiek kreeg op zijn preken in de gemeente, waar hij stond. Voor de één was hij te zwaar en voor de ander te licht. Wat deed nu die jonge prediker? Hij legde zijn oor te luisteren naar beide zijden en probeerde het de ene zondag eens zus en de andere zondag eens zó. Het resultaat was echter omgekeerd evenredig aan zijn bedoelingen, want het kerkbezoek verminderde bij de week en op het laatst kwam er bijna niemand meer.

Daarbij moest ik denken aan bovenstaand verhaal van de ezel. Wanneer men in de prediking des Woords zijn oor laat hangen naar de verschillende wensen der hoorders, komt men nooit aan een eind en hef resultaat is, dat het niemand meer bevredigt. In zo'n geval is het dan ook veel beter om zijn oor niet naar mensen te laten hangen, maar eenvoudigweg te vragen: „Heere, wat wilt Gij dat ik zeggen zal? " Wie zo in biddend opzien naar de Heere zijn predikarbeid mag verrichten, zal zeer zeker tegen de stroom op moeten roeien en het soms zwaar te verduren krijgen. Maar hij krijgt de Heere me» en Zijn goedkeuring in het hart. Bovendien zal dan die God ook zorgen, dat er precies zoveel hoorders komen als in Zijn raad besloten is en dat getal, we geloven het vast, zal dan altijd meevallen.

De praktijk heeft het al zo vaak bewezen dat, waar in oprechtheid, zonder bijbedoelingen in eenvoudigheid, naar de mening des Geestes, het Woord bediend wordt, altijd nog mensen gevonden worden, die zulks graag mogen beluisteren. Dan wordt men uiteindelijk ook niet tot een spot, maar dwingt respect af, zelfs bij de tegenstanders.

Maar het voornaamste is, dat we dan de goedkeuring des Heeren mogen omdragen in de ziel en die is meer waard dan alle mensengunst tezamen, onder ons gezegd." —

En bij het laatste wil ik me graag aansluiten. Gehoorzamen is beter dan offerande. Beter ook dan een nieuwe kerkorde.

Kroniekschrijver.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1976

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1976

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken