Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heere voedt Zijn kinderen met honger

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heere voedt Zijn kinderen met honger

6 minuten leestijd

Vroeger hoorde men uit de mond van Gods kinderen, die de verborgen omgang met de Heere kenden, soms van die kernachtige uitdrukkingen, die men nooit meer vergeten kan. Zo zei eens een „moeder in Israël" die verschillende weken ziek was geweest en daarom niet onder de Woordbediening had kunnen komen, dat ze zo'n verlangen had naar de prediking. En ze voegde daarbij: „De Heere voedt zijn kinderen met honger." Daar moeten we aan denken nu het woord van Petrus voor ons ligt: „En als nieuwgeboren kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat ge door dezelve moogt opwassen; indien gij anders gesmaakt hebt dat de Heere goedertieren is."

Er wordt hier gesproken van „nieuwgeboren kinderkens".

Ja, dat is het wonder dat gebeuren moet. We zijn gevallen mensen, ja we zijn in het paradijs „doodgevallen". En nu moeten we levend gemaakt worden, we moeten opnieuw geboren worden: zonder dat wonder van de wedergeboorte kunnen we het koninkrijk Gods niet ingaan. En dat wonder werkt de Heere door Zijn Woord en Geest. Hij maakt ons van dood levend.

Hij leert ons onze zonde en schuld zien, onze ellende kennen.

Hij drijft ons uit naar het Lam Gods, Wiens bloed reinigt van alle zonden.

Hij werkt het geloof in onze harten, dat ons de zonden vergeven zijn en wij met God verzoend zijn.

Hij leert ons ook vragen: „Leer mij naar Uw wil te handelen, 'k 'zal dan in Uw waarheid wandelen, neig mijn hart en voeg het saam tot de vrees van Uwen Naam."

Zo maakt de Heere God ons tot Zijn levend kind. En levende kinderen hebben honger. Wanneer die honger in een gemeente of in een hart niet gevonden wordt dan is het grondig mis met ons. In de gemeente van Laodicea was men rijk en verrijkt en had men geensdings gebrek, maar men wist niet dat men arm en blind en jammerlijk en naakt was. Het is echter een teken van waarachtig geestelijk leven wanneer men honger heeft. d d d m v t w a

Ja, de Heere voedt Zijn kinderen met honger. t

En waar heeft men dan honger naar? Petrus zegt hier: „naar de redelijke onvervalste melk". Van melk moet een pasgeboren kind groeien, door die redelijke onvervalste melk moet ook een kind Gods opwassen. i h o m w

Misschien doet dat woord „redelijk" wat vreemd aan. Maar we moeten dit verstaan van het Woord Gods, het geestelijk voedsel van nieuwgeboren kinderen in het geloof. Daarom moeten we honger hebben naar het Woord Gods, naar de prediking van het Woord. H m w G d „

We moeten honger hebben naar de prediking van het evangelie van de Heere Jezus Christus, Die gekomen is om zondaren te zoeken en zalig te maken. Maar we moeten H o daarbij wel hongeren naar de onvervalste „melk". Er mag geen water bij de melk gedaan worden.

In onze tijd worden dikwijls menselijke gedachten verkondigd, zodat de mensen „vervalste melk" te drinken krijgen. Daar kunnen Gods kinderen niet van groeien en ook niet opwassen in de Heere. Maar er moet wel honger zijn. Als er geen honger is kwijnt het leven, ook het geestelijk leven. Als men het kostelijk voedsel niet eten wil dan krijgt de dood een kans. Dan sterft een gemeente af.

Het eenvoudige evangelie van genade, van vergeving, van verzoening, van het bloed des Lams dat reinigt van alle zonde, het eenvoudige evangelie dat God de zondaars aanneemt die met schuldbelijdenis tot Hem komen, daar kan een mens van leven. En waar dat onvervalste evangelie uitgedeeld wordt, daar gaat de Heilige Geest de harten openen, opdat we ervan eten zullen. De Heilige Geest neemt het altijd uit Christus, opdat Hij ons geestelijk leven daardoor zou voeden en sterken.

Er zijn kerkgangers die alleen maar naar de kerk gaan om het gepredikte Woord te horen. Maar die onvervalste melk moet ook uitgedeeld worden.

En er moet van gedronken worden. We moeten de prediking „opeten", zodat we verzadigd worden van Gods heil en door Gods vertroostingen onze zielen worden verkwikt. Een hongerige gemeente krijgt voedsel. En waar de Heere Zijn kinderen wil voeden, daar geeft Hij eerst honger.

Nu kan de Heere Zijn kinderen soms leien op moeilijke en donkere wegen, opdat we honger krijgen naar Hem en Zijn genade. Petrus schrijft aan de vreemdelingen, aan e christenen die verstrooid zijn, aan hen ie zich menigmaal eenzaam en alleen voelen, aan hen die verdrukt en benauwd woren. En we hebben die verdrukkingen menigaal nodig, omdat de voorspoed en de welaart ons menigmaal van God en Zijn Chrisus afvoeren.

De zware tijden in ons leven-kunnen juist el eens gezegende tijden zijn, waarin we ls „vreemdelingen op aarde" die onvervalse melk gaan begeren.

Er zijn mensen die naar de kerk gaan om ets moois te horen. Wat kan die dominee et prachtig zeggen!

Maar we moeten niet naar de kerk gaan m te „snoepen", maar om te eten. We oeten gevoed worden, opdat we zullen opassen in het geloof.

Als we niet groeien dan kwijnen we weg. et moet ons wel om God te doen zijn. We oeten behoren tot de schapen van Zijn eide. We moeten naar de stem van de oede Herder luisteren en Hem volgen in e grazige weiden. Daarom zegt Petrus ook: Indien gij anders gesmaakt hebt dat de eere goedertieren is." Daar komt het wel p aan.

Het moet wel echt zijn in ons leven.

We moeten wel echt als een arme en verloren zondaar voor de Heere buigen, en we moeten wel echt onze toevlucht genomen hebben tot het Lam Gods, en we moeten wel echt van Gods genade hebben leren leven.

Als het niet echt is, als het niet waar is dat wij met ons leven, met onze zonden, met onze schulden, met onze noden, tot de Heere gevlucht zijn. als we de goedertierenheid Gods niet hebben leren kennen, als we Zijn genade in Christus Jezus niet geproefd en gesmaakt hebben, dan mogen we duizendmaal bij een kerk horen, maar dan zijn we geen levende rank in de wijnstok, dan zijn we een dorre rank. Dan hebben we ook geen honger. Dan sterven we af.

Wat is dat erg wanneer we op zo grote zaligheid geen acht hebben gegeven, wanneer de prediking maar langs ons heen gaat, wanneer we er alleen maar eens een enkele keer van snoepen, maar er niet echt van eten.

Hoe erg is het wanneer we maar voortleven zonder God en zonder Christus en dus zonder hoop.

Hoe erg is het als we nog dood zijn, dood in de zonden en de misdaden, op weg naar de eeuwige dood, naar de buitenste duisternis. Hoe erg zal het zijn wanneer we op het eind van onze levensreis de poort gesloten zullen vinden.

Maar als we honger hebben — weet dan wel dat die honger uit het leven opkomt.

Dan verlangen we naar de onvervalste redelijke melk, naar dat geestelijk voedsel, naar de Heere Jezus Christus en Die gekruisigd, naar gerechtigheid waarmee we voor God kunnen bestaan.

Dan komt de uitnodiging ook tot ons om bij de Heere aan tafel te gaan zitten: O alle gij dorstigen, komt tot de wateren, tot de onvervalste redelijke melk...

O alle gij hongerigen komt, want de Heere voedt Zijn kinderen met honger, opdat... ze zullen eten en verzadigd zullen worden.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1976

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

De Heere voedt Zijn kinderen met honger

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1976

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken