Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kleine kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kleine kroniek

12 minuten leestijd

De gereformeerde gezindte en samen-op-weg
Het lag reeds enkele weken te wachten, het verslag in het R.D. over de druk bezochte forumbijeenkomst, die in de eerste helft van december gehouden is te Utrecht over de vraag hoe de gereformeerde gezindte in ons land staat tegenover het samengaan van de hervormde en de gereformeerde kerken in de actie Samen-op-weg? Voor deze samenkomst was een grote belangstelling, veel groter dan de studentenvereniging van de gereformeerde gezindte CSFR — met name dan de reünistenorganisatie — die deze samenkomst had belegd, verwacht had. Duidelijk blijkt hoezeer de vraag naar de eenheid van de gereformeerde belijders onder hen leeft. In het forum zaten de confessionele ds. S. Kooistra, de hervormd gereformeerde ir. J. van der Graaf, de gereformeerde professor Runia, de christelijke gereformeerde professor Versteeg, van de Gereformeerde Gemeenten ds. A. Vergunst en van de „buitcnverbanders" prof. Veenhof. Aan een en ander werd ik weer herinnerd door een artikel van ds. S. Kooistra in het „Hervormd Weekblad", waarin hij deze samenkomst bespreekt. Hij zegt ervan:
„Allereerst ben ik er diep van onder de indruk geweest dat de belangstelling zó groot was. Er was een kleine zaal gehuurd voor ruim honderd personen. Bij de aankomst bleek al direct, dat wij verhuizen moesten naar een grotere zaal, die helemaal volstroomde. Het Reform. Dagblad noemde naar schatting ongeveer 500 belangstellenden. Dit is voor mij een teken, dat de vraag toch leeft, hoe de Geref. Gezindte samen (opnieuw) tot één Kerk komt. Ik kende de mensen voor het merendeel niet, die aanwezig waren. Vermoedelijk behoorden de meesten tot de Geref. Bond, de Chr. Geref. Kerk en de Geref. Gemeenten. Maar enige Gereformeerden, confessioneel Hervormden en Vrijgemaakten waren ook aanwezig. En al bleek wel uit de discussie, dat men het Samen op weg van de Herv. en Geref. Kerken nog niet zo zag zitten en bij beide Kerken het loslaten van de belijdenis vreesde, toch was men serieus met deze vraag bezig. Duidelijk voelde men zich onbevredigd vanwege de kerkelijke verdeeldheid der Geref. Gezindte. Ook iemand als drs. Vergunst, docent aan de Theol. Hogeschool van de Geref. Gemeenten in Rotterdam, had geen vrede met deze gespleten kerkelijke situatie. Wel verdedigde hij sterk de Afscheiding en meende hij, dat het behalve om de belijdenis ook gaat om het spirituele (geestelijke) leven uit de belijdenis.
Zo kom ik vervolgens op enkele inhoudelijke punten van het gesprek. Ir. v. d. Graaf heeft terecht gezegd, dat het Groen ging om een onbekrompen en ondubbelzinnige instemming met de belijdenis der Kerk. Flij waarschuwde voor het bekrompene naar de kant van bepaalde delen van de Geref. Gezindte. Hij miste het ondubbelzinnige bij de combi-synode van de Herv. en Geref. Kerken, door de verwerping van de motie van dr. Vlaardingerbroek. Nu was deze formulering van Groen ook de grondslag van de grote rechtzinnige Herv. predikantenvereniging, .die in de vorige eeuw ongeveer tegelijk met de Conf. hereniging werd opgericht. Zo is er m.i. nog een breed front in de Herv. Kerk, dat bij alle onderlinge spirituele verschillen tot de Geref. Gezindte gerekend mag worden. Het is mijn vaste overtuiging, dat ook Groen breed dacht over de Geref. Gezindte en daarom bij alle verschil nooit het contact met de ethischen heeft verbroken. In Utrecht heb ik gezegd, dat Groen wilde van Nicea naar Dordt. Het ging hem om de hoofdzaken van de Belijdenisgeschriften. Hij wilde in de eerste plaats christen zijn, in de tweede plaats Gereformeerd.
Ik had dit juist gelezen in de trein op weg naar Utrecht in het pas verschenen gedenkboek „Een staatsman ter navolging". Maar ik wil hier toch de passage nauwkeuriger citeren.. De uitspraak is eigenlijk van de Waals Herv. predikant Secrétan, welke Groen met instemming aanhaalt. Dr. M. E. Kluit vermeldt dit citaat in haar bijdrage over Groen van Pr. en het Reveil op pag. 113. Groen schrijft aan Koenen op 19 febr. 1835: „...Verleden Maandag hebben wij met Secrétan weder een zeer genoeglijken avond gehad. Secrétan sprak met veel kracht, onder anderen ook over de noodzakelijkheid om, bij de handhaving van het Gereformeerde beginsel, toch in geen onchristelijk exclusivisme te vallen... eerst zij men Chrétien, daarna rcforme; eerst handhave men de leer van het Concilie de Nicée, als deze weder bevestigd zal zijn geworden, zullen wij trapsgewijze ook weer komen aan de Synode de Dordt..." Dr. Kluit voegt daaraan toe: „Deze werkelijke christelijke verdraagzaamheid lag Groen van Prinsterer in die jaren." —
Wanneer dit zo is — zo zou ik hier aan toe willen voegen — was het Groen van Prinsterer er toch wel om te doen om weer bij Dordt, bij de gereformeerde belijdenis van de kerk, uit te komen. En daar moet het bij het kerkherstel inderdaad om te doen zijn, dat men met elkaar de 'gereformeerde belijdenis weer leert belijden.

Samen schuldig
Wat de verdeeldheid van de gereformeerde gezindte betreft, daar kan niet de schuld van gegeven worden aan één enkele partij, maar we zijn samen schuldig. Dat was wel de tendens die op deze samenkomst gehoord werd. Natuurlijk hebben de afgescheidenen niet alleen de schuld van de afscheiding. De toestand van de kerk, de onverzoenlijkheid van de kerkelijke besturen, de geestelijke nood van zovelen doordat niet de rechte prediking werd gebracht, zijn allemaal oorzaken van de afscheiding geweest. Daarbij kan men niet zeggen of het nu al dan niet de goede weg is geweest. Een hervormde zal daar allicht anders over denken dan iemand uit een gescheiden kerk. De geschiedenis van verschillende kerken die uit de afscheiding te voorschijn zijn gekomen geeft echter wel te denken. Toch moeten we er op bedacht zijn de eenheid te zoeken. Dat heeft ook Groen van Prinsterer gedaan. Hij heeft de hervormde synode gemaand om terug te keren tot de gehoorzaamheid aan Gods Woord, opdat ook de afgescheidenen weer terug zouden kunnen keren tot de hervormde kerk en daarmee de eenheid hersteld zou kunnen worden. Toch moet gesteld worden dat we samen schuldig staan. Uit het verslag in het R.D. geef ik het volgende door:
„Runia beaamde dat, maar wees erop dat de praktijk zo geheel anders is. Hij pleitte ervoor, eerst bij die ander het goede te zoeken en bij onszelf het kwade. Vergunst vond dat best, maar wilde niet dat dit leidde tot verdoezeling van het waargenomen afwijken door de ander van Schrift en belijdenis en Kooistra achtte de gescheidenheid der Geref. gezindte bijbels ondenkbaar, maar wilde de problemen van de kerk als instituut niet verwaarloosd hebben, terwijl Van der Graaf vond, dat Runia te ondiep sprak. Het gaat niet om het goed en kwade van de ander en onszelf, maar bijbels moeten we zeggen: samen zijn we onnut geworden; allen staan we schuldig. Met Christus moeten we het manco scherp durven zeggen: gepleisterde graven en dorre doodsbeenderen!
Is er één bepaalde visie van „de" Reformatie op de kerk? Runia kreeg die vraag te behandelen en belichtte het kerkbegrip bij Calvijn. De hervormer had een zeer hoog begrip van de Kerk als onze moeder. De zichtbare kerk is instituut èn gemeenschap en beide elementen zijn onscheidbaar.
De ware kerk heeft twee kenmerken: zuivere prediking en sacramentsbediening. (De veelal in dit verband genoemde kerkelijke tucht is door Calvijn zelf niet als criterium voor de zuiverheid der kerk genoemd, al was ze uiteraard ook voor hem niet onbelangrijk). Calvijn duldde, aldus Runia, eerder onzuiverheid in het leven dan in de leer, maar vond toch ook bij Rome nog elementen van de ware kerk, terwijl hij niets moest hebben van separatisme.
Daar sprong de Hervormde Van der Graaf boven op: wat moet Runia, die wil aansluiten bij Calvijn, als man uit de Doleantie nu hiermee en met de Afscheiding? De Kamper theoloog meende, dat Calvijn niet tot elke prijs breuk afwijst: zelf brak hij welbewust met de R.K. kerk. De mannen van 1834 en de Doleantie hebben het zo beleefd, dat ze werkelijk niet langer meer konden blijven; het ging niet om kleine dingen; men zag de parallel met Calvijns dagen.
Prof. C. Veenhof wees erop, dat Hendrik de Cock c.s. pas geruime tijd na schorsingen en herhaalde pogingen die ongedaan te maken, tot bij koning Willem I toe, uittraden en zulks nooit hadden gedaan als ze nog een andere weg gezien hadden. Kohlbrugge adviseerde hen trouwens ook, te gaan en hun ouderlingen eisten het min of meer.
Vergunst sloot zich aan bij Veenhof, benadrukte ook dat de Afscheidingsmannen zo lang mogelijk in de Herv. Kerk bleven, en dat Groen mogelijk als hij de Doleantie nog beleefd had, daarmee zou zijn meegegaan. Vergunst erkende, dat de verschrikkelijke verscheurdheid van de kerken en van de Geref. gezindte, hem ter harte ging en dat er vreugde zou zijn bij waarachtig kerkherstel, maar de Herv.- Geref. combi-synode en samensprekingen zag hij als een stuk ontrouw van de nazaten der Afscheiding en ook van de Hervormden.
Groen wilde alleen hereniging op grond van het Geref. belijden en dat kwam er bij de Geref.-Herv. besprekingen niet uit. De Afscheiding was een wonder Gods en de toenemende achteruitgang der kerk, ook der Herv. Kerk, bewijst dat ze niet een voorbarige daad was. Groen wilde kerkeenheid boven de instituten uit: „Gereformeerde Kerk" betekent bij hem: verbondenheid van alle Geref. belijders en die juicht Vergunst hartelijk toe.
Van der Graaf haakte erop in: Groen handhaafde de belijdenis onbekrompen en ondubbelzinnig. Dat is in bepaalde kringen (bedoeld werd o.a. de Geref. Gemeenten) wel anders als men soms bekrompen met de belijdenis omspringt. Hij citeerde in dat verband ds. H. G. Abma over „Gereformeerd, Gereformeerder en Gereformeerdst..." en laakte de verdere sphjtingen in de Geref. gezindte. Gingen die werkelijk — als de Afscheiding — om de grote zaken van het belijden of om kleine niet ter zake doende dingen? zo vroeg hij." —
Het is wel duidelijk dat men niet om kleine dingen tot afscheiding komt. Het gaat tenslotte om de fundamenten van de kerk. Die moeten duidelijk overeind blijven, want anders is de kerk geen kerk meer. Daar ging het ook Groen om wanneer hij zei dat de gereformeerde belijdenis onbekrompen en ondubbelzinnig gehandhaafd moest blijven.

Hoe nu verder?
Hoe moet het nu verder? Kunnen we de weg op van Samen-op-weg? Zal in zo'n verenigde kerk het gereformeerd beginsel geheel te gronde gaan? In de forumsamenkomst werd door verschillende leden hierover gesproken: „Wij kunnen slechts enkele momenten uit de gedachtenwisseling naar voren halen. Van der Graaf: echte hereniging alléén in gemeenschappelijk schuldbelijden, maar bij de Geref. Kerken zie ik nu dezelfde dwalingen als bij de Herv. Runia: Groens begrip van Geref. gezindte is wat dubbelzinnig; we kunnen er na 130 jaar nu niet veel meer mee doen en moeten uitgaan- van de situatie thans. Wij, als Geref. willen ook graag samen op weg met Chr. Geref., Geref. Gemeenten en die anderen van de Geref. gezindte, maar er kwam vandaar geen antwoord; wel van de Herv., die we niet mogen overvragen.
Kooistra: er is grote Herv. huiver in de combisynoden over de Geref. binding aan de belijdenis. (Van der Graaf bestreed dat: als de Geref. zich nog bonden, zouden de Herv. niet met hen in zee willen gaan! Slechts 37 van de 120 leden der combisynode wilden nog die band.) Runia: onze kerk verliest wat haar kleur, wordt diffuus, maar daarom hebben we die andere Geref. gezindte juist nodig. Er is wel een groot verschil in spiritualiteit (bevinding, geloofsbeleving), maar die was er óók al, toen we nog wèl goed Geref. waren. Vóór de oorlog praatten we ook niet met Geref. Bond en Geref. Gemeenten. We zullen elkaar moeten leren aanvaarden.
Versteeg: waarop is Runia's verwachting gebaseerd van een toegroeien naar de belijdenis? Wij willen over uw kerk duidelijkheid. Maar ook de Geref. Bond kan niet de sleutelfiguur spelen: die aanvaardt in eigen kerk, zij het met bezwaren, wat ze elders verwerpt. Zolang de „Bond" Hervormd blijft, kan hij geen reële bijdrage leveren.
Dat bestreed uit de zaal ds. J. Gijsbertsen (Herv., Gouda), die ook aan Runia vroeg, wat hij aanmoest met de vele Geref. gastleden in zijn gemeente. Ook Vergunst ging uitvoerig in op het verschil in bevinding: de kerken der Geref. gezindte vinden elkaar allemaal nog wel in de belijdenis, maar het komt aan op de religie van het belijden, de spiritualiteit, en daar liggen de grote verschillen. De Geref. Kerken zijn nu niet meer bijbelgetrouw; laat ons dat een waarschuwing zijn.
Van der Graaf onderscheidde diverse soorten spiritualiteit, roemde de vroegere steun van de VU en „Kampen", maar die is thans weggevallen, en miste alom in volle diepte bij alle kerken der Geref. gezindte de belijdenis van de rechtvaardiging des goddelozen. Er is óók bevindelijkheid die hieraan niet raakt.
Runia herkende de bevinding der Geref. Gemeenten wel, maar kon ze zelf zo niet meemaken, was bang dat de belijdenis erdoor omkapseld werd. Veenhof legde de nadruk op het belang van de plaatselijke situatie: daar zal men de ander moeten leren aanvaarden; de institutionele banden zijn de ergste hindernissen voor het Geref. samengaan. Ook voor mij, zei Runia, is mijn kerk veel te pluriform, maar er zijn ook tekenen van hoop, juist bij de jongeren." —
Het is wel duidelijk dat men nog niet veel verder is gekomen in deze discussie en dat de standpunten nog ver van elkaar afstaan. Prof. Versteeg heeft trouwens weinig oog voor de bijzondere positie van de hervormd gereformeerden. Als typische afscheidingsman kent hij waarschijnlijk niet zozeer het worstelen om de heerschappij der waarheid in het kerkelijk leven. Overigens ziet men die worsteling in de christelijke gereformeerde kerken ook wel opkomen. Het is nog erg moeilijk om tot de eenheid van de gereformeerde gezindte in ons vaderland te komen. Toch is het goed dat we erover nadenken. Daarom heb ik ook deze kroniek geschreven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 14 January 1977

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Kleine kroniek

Bekijk de hele uitgave van Friday 14 January 1977

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken