Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tussen Hemelvaart en Pinksteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tussen Hemelvaart en Pinksteren

8 minuten leestijd

Toen de Heere Jezus ten hemel was opgevaren, zijn de discipelen, die bij die hemelvaart aanwezig zijn geweest, naar Jeruzalem teruggekeerd. Dat was ook in overeenstemming met de opdracht van de Heiland: „Maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte" (Lukas 24 : 49).
Niemand heeft het opgemerkt in Jeruzalem dat ze met de Heere Jezus zijn weggegaan naar de Olijfberg en dat ze zonder Hem zijn weergekeerd. Ook nu nog weet de wereld het niet dat de Heere Jezus is opgevaren naar de hemel. En ze zoekt ook niet de dingen die Boven zijn. Buiten de kleine kring van de discipelen en van allen die de Heere Jezus hadden liefgekregen, was er niemand die de Heiland mist. Het leven gaat gewoon door alsof er niets bijzonders is gebeurd. Er wordt in Jeruzalem gegeten en gedronken, ten huwelijk gegeven en ten huwelijk genomen, maar niemand staat er en ziet op naaide hemel. In de tempel worden gewoon de offers weer gebracht. En het is alsof men de Heere Jezus, Wiens kruisdóod zo'n geweldige beroering verwekte, helemaal vergeten is.
Maar de discipelen blijven samen. In welk huis ze hun intrek hebben genomen is niet bekend. Lukas zegt alleen dat ze in de opperzaal gingen. En langzamerhand groeien de aanwezigen aan. Allen die de verschijning van de Heere Jezus hebben liefgekregen voegen zich bij de discipelen. Ze hebben gehoord van Zijn hemelvaart. Ze hebben ook gehoord van de belofte dat er een nieuw wonder zal gebeuren. Ze worden daarom naar elkaar toegetrokken. Het is alsof een liefdeband hen trekt en samenbrengt, het is de . trekkende liefde des Vaders. Zijn discipelen worden hier met name genoemd in Handelingen 1. Het is duidelijk dat Lukas, de schrijver van de Handelingen der Apostelen hiermee wil zeggen dat al de discipelen bewaard zijn gebleven bij het geloof, behalve die éne, die zijn Meester verraden heeft. Verder worden genoemd Maria en de andere vrouwen die de Heiland hebben gediend. Maar ook de broers van de Heere Jezus.
Het is een ontroerende zaak dat hier Maria met haar andere zonen genoemd wordt. Van alle vrouwen is zij die door de engelen de 'gezegende onder de vrouwen' genoemd werd haar grote Zoon het naaste geweest. Zij heeft immers het vleesgeworden Woord onder het hart gedragen. En om Zijnentwil is een zwaard door haar ziel gegaan toen Hij aan het kruis hing. Maar nu verheugt ze zich in Zijn heerlijkheid aan de rechterhand Gods, Zijns Vaders. Maar wat is ze blij dat ook haar andere zonen in Hem geloven. Want dat Maria die andere zonen had, moeten we toch zeker, aannemen. Zeker, vooral door Rome is steeds beweerd dat hier niet bedoeld worden echte broers van de Heere, maar veel eerder bloedverwanten, neven. Maar het is duidelijk dat men met deze verklaring is gekomen omdat men als dogma heeft aangenomen dat Maria ook na de geboorte van de Heere Jezus maagd is gebleven. Calvijn en Luther en andere mannen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de reformatie, hebben deze gedachte echter zeer beslist verworpen. Wanneer men de Bijbel immers onbevangen en zonder enig vooroordeel leest, moet het ons duidelijk zijn dat met „Zijn broederen" heel duidelijk zijn echte broers bedoeld worden. Aanvankelijk hebben die broers niet willen geloven in de Heere Jezus als de Messias en Verlosser. Voor Maria moet dit een moeilijke zaak geweest zijn, die haar veel verdriet heeft gedaan. Maar hoeveel vreugde moet het haar dan gegeven hebben dat ze nu in de opperzaal wel aanwezig zijn, dat hun ongeloof gebroken is en dat ze ook belijders van Hem geworden zijn. Zo kunnen ze in dubbele zin „broeders" van de Heere Jezus genoemd worden, omdat er niet alleen meer sprake is van bloedverwantschap, maar ook van een geestelijke band, van een band des geloofs.
En zo wachten ze daar met elkaar op de komst van de Heilige Geest, de Trooster Die komen zou om hen in alle waarheid te leiden en Die eeuwig bij hen zou blijven. We lezen dat ze daar biddend bijeen zijn. De Heere Jezus had hen voor Zijn heengaan beloofd dat Hij de Vader zou bidden om hun een andere Trooster te zenden. Maar ze moeten ook zelf bidden, ze moeten ook zelf de Vader aanroepen, ze moeten ook zelf trekken aan het gouden gebedskoord. Zo zijn ze daar eendrachtig bijeen. Er is een gevoel van geestelijke eenheid in hun harten. Het is alsof de hemelvaart van de Heere Jezus Christus hen nog nauwer aan elkaar verbonden heeft. Zo bidden ze eendrachtig en in liefde samen om de vervulling van de belofte van de komst van de Heilige Geest. Bovendien staat er dat ze in het gebed volharden. Ook al laat de Heere hen nog wachten, ze houden aan en ze blijven bidden om de beloofde Geest.
De wereld van onze tijd heeft het bidden vergeten. Ze heeft aan het gebed geen behoefde meer. Ze heeft immers de dingen die boven zijn, waar Christus is, niet nodig. Ze wil hier en nu op aarde gelukkig wezen. Hun koninkrijk is alleen van deze wereld. En ze lachen om hen die in Christus geloven en in Zijn hemelvaart, die hopen op hun eigen hemelvaart om eeuwig bij de Heere te zijn. Maar veel erger is het wanneer de kerk het bidden vergeet en meent de hemel niet meer nodig te hebben. Veel erger is het wanneer de kerk haar hoop op de hemel verloren heeft en het paradijs alleen op deze aarde zoekt. En zover is het menigmaal in onze dagen gekomen, zo groot is de geestelijke nood van velen gestegen. Daarom moet het ons inspireren dat de discipelen met a'1 die andere mannen en vrouwen die in die opperzaal aanwezig zijn blijven bidden, dat ze volharden in het gebed. En dat ze weten dat hun Heiland in de hemel is en die daarom de harten ook opheffen naar de hemel: ,,'t Oog omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet, 't ware leven, lieven, loven, is maar waar men Jezus ziet."
Zo blijven de discipelen met allen die met hen vergaderd zijn aanhouden in het gebed. En nu blijkt al het nut van het heengaan van de Heere Jezus. Ze voelen zich nu immers als wezen — en de zondag tussen hemelvaart en pinksteren wordt dan ook menigmaal de weeszondag genoemd — en ze verlangen naar de komst van de Trooster, die hen beloofd was en ze bidden om de vervulling van de belofte die ze van de Heere hadden ontvangen. En het bidden wordt smeken. De genadetroon Gods wordt als 't ware bestormd door hun gebeden. En ze weten dat de Heere Zich zal ontfermen op hun gebed. Want ze bidden in de naam van de Heere Jezus, hun Borg en Middelaar, hun Heere en Koning, Die alles voor hen volbracht heeft, ze pleiten op het offer dat Hij gebracht heeft, op dat volkomen offer waardoor de zonde verzoend is en de schuld betaald en de straf gedragen. En ze bidden om de komst van de Heilige Geest, Die hen nu zal begeleiden in dit leven, Die hen zal Ieren en onderwijzen, Die hen in vuur en vlam zal zetten voor hun Heere en Koning, Die hen de waarheid van de weg des Heeren zal leren verstaan en Die hen zal leren der waarheid getuigenis te geven. Zo zou de kerk van onze tijd bezig moeten zijn voor het aangezicht des Vaders, zo zou ze in bidden en smeken bezig moeten zijn om de komst van de Heilige Geest, zo zou ze moeten roepen en schreeuwen om stromen van die Heilige Geest, Die uitgestort is .en Die leven geeft, Die het alles uit Christus neemt om het ons te schenken.
We hebben de hulp en de leiding, het vuur en het licht van de Heilige Geest nodig in ons leven, opdat we levende getuigen mogen zijn in het midden van de wereld en de Heere Jezus zullen aanprijzen aan ieder die het maar horen wil. -We moeten persoonlijk en als kerk bidden om die Pinkstergeest, we moeten roepen en schreeuwen om die levendmakende Geest, we moeten eendrachtig en volhardend bidden zoals die eerste gemeente van de Heere Jezus Christus die daar in Jeruzalem vergaderd was. Waar we zo eendrachtig en zo volhardend bidden, komen de wonderen openbaar, zoals ook die wonderen op de eerste Pinksterdag openbaar gekomen zijn en dan komt er ook een gemeente die de lof des Heeren verkondigt en dan worden er ook tot die gemeente die zalig wordt toegedaan. Want wat de Heere belooft zal Hij ook doen. Op de Hemelvaart van Christus moet de uitstorting van de Heilige Geest wel volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1977

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Tussen Hemelvaart en Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1977

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken