Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pinksterbloei

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pinksterbloei

15 minuten leestijd

En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. Hand. 2 : 42.

De Heilige Geest heeft zijn genadevleugelen breed uitgespreid. In de eerste christengemeente bloeit de godsvrucht.

En zij... dat zijn de drieduizend zielen.

De Geest schept ruimte voor Christus, zet dc gemeente in het leven met Christus.

En zij... Deze christenen zijn nog maar beginnelingen. Naar het getuigenis van de Geest waren zij volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods en in de gebeden. Dat komt ervan als verslagen zondaren volslagen in de liefde van Christus worden overgezet. De Heilige Geest opent de ruimte en werkt in de breedte. Hij werkt ook in de diepte. Het werk van de Heilige Geest blijft nooit aan de oppervlakte hangen. Hij werkt de mens de diepte in, omdat Hij Christus kan verheerlijken en Hem verheffen boven het hoogste van onze blijdschap. De Heilige Geest verdiept de genade, opdat wij in de liefde van Christus geworteld en gegrond worden. Zo brengt Hij de kerk tot Pinksterbloei. Zo wordt het: niet ik, maar de genade Gods, die met mij is. U moet er eens op letten hoe Hij de gemeente in eer en godsvrucht doet bloeien.

En zij waren volhardende

Volharden! Het woord betekent: aan iets vasthouden, standvastig blijven bij. In dit geval bij de genade. Volharden is hèt kenmerk van het geloof. U verwacht het aan het einde van de geestelijke loopbaan. Zeker, daar heeft het ook zijn plaats. Ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden, zegt Paulus. De belofte van Christus luidt: Wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden. Hier staat het woord volharden aan het begin van het geestelijk leven, om de kwaliteit van het geloof naar voren te schuiven. Zij waren volhardende. De vorm van het werkwoord wijst er op dat zij onafgebroken bezig waren. Het echte geestelijke leven is maar niet een bevlieging, is ook meer dan ontroering of vervoering. Tekenend voor het werk van de Heilige Geest is de volharding. Een leerling die niet volhardt haalt nooit zijn diploma. Judas, Saul en Demas zijn bakens in zee, die ons dienen ter waarschuwing wat er van komt als u niet volhardt. Verharding is dan het enige wat overblijft.

Volharden is dieptewerking van de Geest. Het heeft met strijd te maken. Het geloof staat bloot aan aanvechtingen en beproevingen. Het wordt gelouterd in lijden, verdrukking, vervolging. Zelfs martelaarschap hoeft niet uitgesloten te zijn.

Zij waren volhardende. Wat een voorbeeld voor velen, die er niet eens zin in hebben om er aan te beginnen. Die hun bekering, onder allerlei vrome voorwendsels soms, op de lange baan schuiven. U houdt God toch niet op een afstand in uw leven? Of...?

Zij waren volhardende. Nee, dat komt niet over als een soort triomfalisme. Uiteindelijk staat deze volharding op rekening van de Heilige Geest en ligt het verankerd, niet bij de gelovige zelf, maar in Hem, die de Alpha en de Omega is. Jezus Christus, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. De kerk in Pinksterbloei bemoedigt ook nu ieder die worstelt in het strijdperk van dit leven. Van nature beginnen wij er niet eens aan, laat staan dat we volharden. Maar God houdt het met ons vol in Zijn eeuwige verbondstrouw. Kom, zing mee op kosten van Immanuël:

Neen, de Heer' der heren Doet ons triomferen!

Volharden! De tekst wil bemoedigen u die denkt de moed op te moeten geven. Volharden, dat ging daar en toen zó spontaan, bijna zou je zeggen vanzèlf. Vergeet echter niet dat de Geest het vuur brandend moet houden. Dan schroeft u uzelf niet op tot die geestelijke hoogte, maar de Geest maakt dodelijk vermoeide mensen, uitgeput neergezonken aan de voet van het kruis, vol met Christus.

De leer der apostelen

En zij waren volhardende in de leer der apostelen. De Pinksterbloei van de kerk w r ordt aangeduid in wat Luther noemde: de signa ecclesiae, de kentekenen van de kerk. Volhardende in de leer der apostelen, hier bedoeld als de verkondiging zoals die door de apostelen geschiedde. De Geest werpt altijd terug op het Woord. De apostelen hebben de grote daden Gods verkondigd. De heilsfeiten van geboorte en kruis, van opstanding en hemelvaart, van de uitstorting van de Geest en de wederkomst. In één woord: zij hebben Jezus Christus verkondigd. In die verkondiging is Jezus voor de gemeente gaan leven als Profeet, Priester en Koning. En zij, die dit woord van verzoening aangenomen hadden, zeiden niet: nu weten we alles. Neen, zij volhardden in deze leer. Zij begeerden nog meer schatten en rijkdommen uit Christus te putten. Ze zaten graag onder het Woord en kregen er niet genoeg van. Beschamend voorbeeld voor velen, die er geen zin in hebben om trouw onder het Woord te komen. Zo mist men toch wel het eerste kenmerk van het christen-zijn. Deze christenen bleven niet bij hun eigen standpunt staan, gelijk we hier en daar merken, verhard en verstard, dor en doods. Een christen houdt zich tevreden met leerjongen van Christus te zijn, om alleen te leren wat Hij ons aanwijst in Zijn Woord, zonder deze palen te buiten te gaan. De prediking wordt hem steeds dierbaarder. Niet iets extra's boven het Woord, waar velen mee aan de haal gaan. De klare, eenvoudige bediening van het Woord is alles, wijl deze ons Christus ontdekt, Die temidden van de zeven gouden kandelaren wandelt in het gewaad van de Schrift.

Hoor hoe Hij lokt: Wie Mij vindt, vindt het leven. Zie, hoe Hij ons met betraande ogen voorhoudt: Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen, maar gij hebt niet gewild. Wie echter zich stipt houdt aan het Woord en volhardt in de leer der apostelen mag van de prediking wonderen verwachten. Hier is de vol-ambtelijke bediening van Christus. Eenvoudig gezegd, kregen zij nooit genoeg van de Heere Jezus. Al dieper in Hem wortelen, al meer onze zaligheid buiten onszelf in Christus zoeken. De leer omvat het hele leven. Als u Christus hebt gevonden, en tot geloof in Hem bent gekomen, bent u

INHOUD: Pinksterbloei — Het merk en veldteken van Christus (1) — Aflossing van de wacht — Kerknieuws — Kleine kroniek — Boekbespreking — Advertenties.

er dan? Dan begint het pas. Christus is ons gegeven tot rechtvaardiging, tot heiligmaking en tot volkomen verlossing.

In de rechte verkondiging wordt een zondaar voor het eerst en daarna hoe langer hoe meer er buiten gezet. Christus wordt dierbaar. Is dat zo voor u? Dan drijven we tenminste niet op los zand van gevoeligheden, een woordje hier, een woordje daar. Het is onze zielsbegeerte: maak in Uw Woord mijn gang en treden vast. „De leer is de ziel der kerk" (Calvijn). En van Luther is het woord: „Mijn theologie heb ik niet geleerd op eenmaal, maar ik heb gedurig, dieper en dieper daarnaar moeten zoeken; daar hebben mijn aanvechtingen mij toe gebracht." De heilige Schrift kan nimmer verstaan worden buiten de praktijk van de aanvechtingen. In het Woord ligt uw leven verklaard, dat ook; maar HET LEVEN ligt erin verklaard, dat vooral.

Er ligt in Christus een rijkdom, die geen oog gezien en geen oor gehoord heeft en in geen mensenhart is opgeklommen. De Joodse Raad voegt de apostelen als aanklacht toe: n ziet, gij hebt met uw leer Jeruzalem vervuld en gij wilt het bloed van deze Mens over ons brengen (Hand. 5 : 28). Deze vijanden zeggen evenwel precies de waarheid. Dat begeren de apostelen en de dienaars van het Nieuwe Testament inderdaad. Heel de wereld vervullen met deze leer en het bloed van Christus over u brengen, maar dan in zijn vrijsprekende kracht. Heilige Geest, maak dat waar, aan ieder die dit Woord hoort en leest. Dan wordt er heel wat vroomheid opgeruimd en worden er goddelozen gerechtvaardigd. Dan houden we ons aan deze leer en leven en sterven daarbij. Niets meer en niets minder.

De gemeenschap

En zij waren volhardende in de gemeenschap. Met ere wordt dit tweede kenmerk genoemd. Wat een Pinksterbloei! De bloemen worden gezien in het land, waar de Geest Zijn milde regen over heeft uitgestort. Door dieper in het Woord en zo in de liefde van Christus te wortelen, wordt de gemeenschap geboren en onderhouden. Want u weet het, toen wij God de rug toekeerden in het paradijs, is elke gemeenschap verbroken. Verticaal met God en horizontaal op menselijk vlak. Wij zijn vijanden van God en onze naaste. Vindt u dat te scherp? Leg dan het Woord van God en de practijk van uw leven maar eens naast elkaar. Doet u dat heus en serieus? Ach, waarom is heden de stok liefelijkheid en samenbinders verbroken in het midden van de kerk Gods? Omdat zij niet volharden in de gemeenschap. Ik kan ook zeggen: omdat er zo weinig uit Christus wordt geleefd. Bekeer u en doe de eerste werken.

Volhardende in de gemeenschap. Welke gemeenschap wordt hier bedoeld? De gemeenschap zoals Paulus die beschrijft in 1 Corinthe 1:9: od is getrouw, die u geroepen heeft tot de gemeenschap met Zijn Zoon. Christus vormt het middelpunt van die gemeenschap. Toen deze christenen door het geloof op de Pinksterdag met Hem verbonden werden, werd de kloof tussen God en hun ziel overbrugd. Hoe diep waren zij verslagen, toen zij ontdekten dat zij met al hun vrome vijandschap zonder God in de wereld waren. Maar de Borg sloeg de brug. En als er nu staat dat zij volharden in de gemeenschap, dan begeren en beoefenen zij dat ze meer en meer als bruid aan de Bruidegom verbonden mogen worden. Kent u dat, zoekt u dat? Hoor de Bruid in de zangtijd zingen: n deze onze gemeenschap zij met de Vader en de Zoon. Moest die Zoon niet alle gemeenschap missen in mijn plaats? Hij van God verlaten, opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden. Niets liever dan daarin te volharden. Niets erger dan de verberging van Gods aangezicht, die ons dan bitterder is dan de dood. Uit deze gemeenschap wordt ook de gemeenschap onderling geboren en... onderhouden, met allen die een even dierbaar geloof met ons verkregen hebben. Ach ja, er is dikwijls meer gemenigheid dan gemeenschap. Wat een gepraat en verdachtmakingen van elkaar. Hoe wordt soms het prille geestelijk leven onderling op dc korrel genomen. Een groot geestelijk gebrek komt openbaar. Erger, gebrek aan de Geest. Want waar de Geest is, daar is gemeenschap.

Volharden in de gemeenschap is volharden in zeventig maal zevenmaal vergeven. Daar komt de broederlijke liefde openbaar. Bij alle verscheidenheid in het genadeleven is er de diepste eenheid. Gods gemeente is één huisgezin. We ruimen dan een plaats in — en niet eens de slechtste — voor de zuigelingen, voor de kinderen, voor de jongelingen in de genade. De laagste plaats nemen nu de mannen en vaders in. Hier bekomt het lichaam van Christus zijn geestelijke wasdom tot deszelfs opbouwing in de liefde. Daarin volharden zij, in het verdragen, in het vergeven en in het geven van de rechterhand der gemeenschap aan elkaar. Waar zo Christus verschijnt verdwijnt twist en wrok.

De breking des broods

En zij waren volhardende in de breking des broods. Soms denkt men bij deze uitdrukking aan de liefdemaaltijden, waar christenen elkaar onderling ontmoetten. Soms ook aan het Heilig Avondmaal alleen (Calvijn). De Kanttekenaren denken aan beide. Een liefdemaaltijd besloten met het vieren van het Heilig Avondmaal.

In elk geval zeggen we niet teveel als hier de gemeente getoond wordt in haar trouw aan de Sacramenten. U denkt: ja, dat zal wel. Dat kón daar, het waren echte christenen, stuk voor stuk. Praat u daarmee uw ontrouw goed, zelfs het ontrouw zijn in het opgaan naar Gods huis op de avondmaalszondagen? Velt u met dit waardeoordeel over de eerste christenen — hoe waar het ook is — niet uw eigen vonnis? Weet u wat u zegt als u van uzelf zegt: ik ben geen echt christen? Zomaar er bij lopen, zo maar langs Christus heenlopen. Wat zal daarvan het gevolg zijn als er nooit in uw leven betrekking is op Christus? U wordt in elk geval geraden u te bekeren. Volharden in de breking des broods. We houden het nu maar op Avondmaal vieren. Waarom waren ze daar zo trouw in? Omdat het in het Avondmaal zo bijzonder om Christus gaat. Omdat de gemeenschap met Christus en Zijn gemeente daar met nadruk beleefd wordt. Zijn lijden en sterven wordt ons als enige grond onzer zaligheid opnieuw ontdekt. Bij beker en bij brood verkondigen wij des Heeren dood, de Bron van ons leven. Kennis van schuld en genade wordt verdiept. Het geloof in de Gekruisigde en Opgestane wordt bevestigd. Hoe schittert Zijn hartelijke liefde en trouw. We zien weer de spijkers door Zijn handen, we horen weer hoe Hij klaagt in Godverlatenheid. We zien Hem weer kruipend in het stof van de hof, onder de last van Gods toorn. En het maakt zo klein, zo klein. O, dat voor mij, voor mij. Wie volhardt in het Avondmaal vieren is altijd met Jezus bezig. Heft het hart omhoog waar Christus is, opgestaan uit de dood en waar Hij nu eeuwig is aan Gods rechterhand, onze Voorspraak bij de Vader. Woord en Geest en Avondmaal, ook deze drie zijn één. Jezus, ik kan u niet missen. Hierdoor moet de gemeenschap in stand worden gehouden. Deze gemeenschap blijft niet automatisch bestaan, gelijk ze niet automatisch ontstaat. Een voorbijgelopen Avondmaal is een misgelopen weldaad Gods. Sta nu niet met uw oordeel klaar. „Hij wil zeker dat iedereen aan het avondmaal komt." Ik wilde wel dat niemand meer buiten de genade Gods in Christus kon leven. Die komen om te sterven aan Zijn voeten, worden in doorboorde handen opgevangen en gedragen in de rust aan Gods Vaderhart.

Daarom volharden in de breking des broods, niet om iets anders te beleven, maar om de zaak van verzoening en vrede met God weer eens langs de andere weg te mogen beleven. Dan bloeit hier de Pinksterweelde in het: Ik verzeker u van mijn hartelijke liefde en trouw.

En in de gebeden

En zij waren volhardende in de gebeden. Is Christus als Fundament des geloofs het draagvlak van het geestelijk leven, dan is het gebed de draagkracht. Volhardende in de gebeden. In persoonlijke gebeden. Maar zeker en niet minder in de gemeenschappelijke gebeden. Wie draagt in de gebeden, draagt ook elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus. Ze hielden biddend de Heere op — en elkaar in het oog. Door hun gebeden golft de adem van het gebed van « hun biddende Hogepriester. Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude. Zo buigt aan het eind de tekst weer naar het begin. Hij volhardt, Hij houdt vol. Onze gebeden zijn in Zijn bidden opgenomen en geheiligd. Door hun gebeden weeft de Geest met vaardige hand Zijn onuitsprekelijke zuchten, dewijl Hij naar God voor, maar ook dóór de heiligen bidt. In de gebeden. Let even op het meervoud. Niet alleen meervoud omdat een oprecht christen nooit met bidden klaar komt in deze levenstijd en in deze levensstrijd. Dat is ook waar. Maar onder die gebeden zijn begrepen de dankzegging, de stille aanbidding, de lofprijzing voor Gods onverdiende genade. O, die stille verwondering; o, wat een hemelse zaligheid is

bidden toch. Wat is een mens zonder gebed? Een schip zonder roer. Hij kan de juiste koers nooit vinden. Bidden! Soms kom je het nog tegen als een laatste restant van een christelijke opvoeding. „Ik ben niet ongelovig, dat moet u niet denken. Ik bid en dank nog voor mijn eten." Hoe is het ware bidden op die manier uitgesleten tot een dode vorm. Bidden is God aanroepen, geperst uit de nood der ziel. Ook God prijzen in dankbare verwondering, aanbidden die grote God die wonderen deed en doet.

Wat zegt God de Heere van u? Zegt Hij: want zie, hij bidt? Laat God niet aan Zijn plaats. Ik bid u bij de ontfermingen Gods, roep de Heere aan terwijl Hij nabij is. Mensen kunnen zo koud zeggen: Ja, er komt niet van, begrijpt u? Neen, ik begrijp het niet, hoe iemand persé verloren wil gaan als hij behouden kan worden. Is dat uw nood geworden, roep dan de Heere aan. Volhard in het gebed. Dit volharden houdt de weg open naar de troon der genade. De Geest houdt ons in gebedsverkeer. Voor uzelf en voor anderen. Voor dienaren des Woords en voor onbekeerde mensen. Voor uw kinderen en voor de kerk. Laten we volharden in de gebeden. Dat zijn de door de Geest geëigende kanalen, om in te gaan langs een verse en levende weg, om toe te gaan tot de troon der genade. Zo komt de kerk tot Pinksterbloei. Laten we ook bidden met en voor elkaar.

Iemand drukte het eens zo uit: Een volkspetitionement neerleggen aan de troon der genade en smeken om de uitstorting van de Geest.

Dan komt er weer Pinksterbloei waar het nu vaak een woestijn is.

Zo worden we bevestigd in de leer der apostelen, geoefend in de gemeenschap, leven we bij de tekenen van het gebroken lichaam en het vergoten bloed des Heeren, en dankend, aanbiddend krijgen we de voorsmaak van het Avondmaal van de bruiloft des Lams.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Pinksterbloei

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken