Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLEINE KRONIEK

9 minuten leestijd

Bezinning over diakonaat

Al enkele keren schreven we in deze rubriek over Hervormd-gereformeerde bijdragen aan de overdenking van de problemen en vragen waar deze tijd de kerk voor stelt. Ging het toen over de bijdrage vanuit de IZB ten aanzien van het rapport „Zending in Nederland", dit keer willen we u wijzen op een Hervormd-gereformeerde bijdrage aan het door de Gen. Diakonale Raad georganiseerde project „Samen Beleid Maken". Een werkgroep „Hervormd Gereformeerd Diakonaal Beraad" werd gevormd, voorzitter ds. A. Romein, secr. drs. A. Noordegraaf. Uit het beraad van deze werkgroep kwam een stuk uit de bus, dat gevormd wordt door een aantal stellingen. In het blad „Diakonia", maandblad ten dienste van het diakonaat in de Ned. Hervormde Kerk, jan. 1979 troffen we het eerste deel aan van de bijdrage van deze werkgroep. We nemen dat hier voor u over:

Diaken en gemeente

„1. Bijbels gesproken gaat het diakonale handelen van de gemeente aan de figuur van de diaken vooraf. De aandacht voor de diakonale aard en roeping van de gemeente en haar leden is legitiem (vgl. Handelingen 4 : 32—35; 6 : 1—7). 2. Hoewel het noodzakelijk is aandacht te vragen voor de diakonale aard van de gemeente, moet toch bedacht worden, dat het diakonale aspect niet het enige en allesbeheersende van het gemeente-zijn is.

Prof. dr. H. Jonker wees eens op het gevaar van wat hij noemde 'diakonialisme'.

Andere aspecten van het gemeente-zijn zijn de lofprijzing, de bevinding, de gemeenschap (vgl. Hand. 2 : 42). Het is niet aan te bevelen, eenzijdig, steeds de uitdrukking 'de diakonale gemeente' te gebruiken. Wat in 2 Korinthiërs 5 geldt van de diakonia der verzoening, geldt gelijkelijk voor de gehele diakonia.-

3. De diaken is van Christuswege tot ambtsdrager geroepen om met het Woord van God, dat spreekt van priesterlijke barmhartigheid en koninklijke gerechtigheid, de gemeente op te roepen tot dienstbetoon.

De diaken staat namens Christus in de gemeente, in zekere zin 'tegenover' haar, niet omdat zijn persoon daartoe gewijd is, maar met het Woord Gods, dat opwekt tot diakonia.

4. De diaken is echter anderzijds door de gemeente gekozen in zijn ambt en verpersoonlijkt daarin mede het diakonaat van de gemeente.

5. Namens de gemeente is de diaken werkzaam in het diakonale dienstbetoon, doordat aan hem vormen van dienst zijn toevertrouwd, terwijl hij anderzijds de gemeente opwekt tot, voorlicht over en voorgaat in het diakonaat. Zo wordt de gemeente gestimuleerd en geactiveerd tot bijbels dienstbetoon.

Ordinantie 15.1.1 van de kerkorde spreekt over het diakonaat van de gemeente 'onder de leiding van of door de arbeid van de diakenen'. Hij is zelf diakonaal werkzaam èn leidt tot diakonale arbeid. 6. De diaken arbeidt in samenhang met de andere ambten, die van dienaar des Woords en ouderling. De drie ambten zijn duidelijk te onderscheiden, maar niet te scheiden.

7. In de onderscheiding tussen de drie ambten van Christus en — in Hem — van de christen, wordt het ambt van diaken terecht vooral verbonden met het priesterlijke (barmhartigheid), al is er in dit ambt ook een koninklijke trek (gerechtigheid) en een profetische trek (getuigenis).

8. De diaken moet voor de gemeente duidelijk als ambtsdrager herkenbaar zijn, doordat aan hem zijn toevertrouwd de inzameling en goede besteding van de diakonale collecten, het dienen aan de avondmaalstafel en het diakonale huisbezoek.

De eenheid van inzameling en besteding is een belangrijk element, dat ook gevonden wordt in het oude bevestigingsformulier.

9. Het diakonale huisbezoek dient onderscheiden te worden van het pastorale huisbezoek, al heeft het op zichzelf wel pastorale aspecten.

Dit pastorale element is wezenlijk krachtens de eenheid van Woord en daad, waaraan de bekende zinsnede over 'troostelijke redenen' in het oude formulier herinnert.

10. De diaken vraagt van de gemeente allereerst aandacht voor de noden van de gemeente, vervolgens van de wereld.

Een eerste verantwoordelijkheid voor de eigen gemeente betekent geen kerkelijk egoïsme, maar het zuiver functioneren van haar eigen organisme, zie Galaten 6:10. Na de plaatselijke gemeente komt ook de regionale en de landelijke kerk.

11. Eerst binnen, dan ook buiten de gemeente gaat de zorg van het diakonaat bijzonder uit naar personen, die in nood zijn. Bij dit persoonsgerichte dienstbetoon valt te denken aan weduwen, wezen, zieken, gehandicapten, eenzamen, verslaafden, vreemdelingen en anderen.

12. Het diakonaat ontmoet op het veld van de hulpverlening de Overheid ('sociale zaken'), naast wier arbeid ruimte blijft voor een eigen diakonaal dienstbetoon. Daarbij wordt steeds gewerkt in goede relatie tot de Overheid.

13. De diaken wijst ouderling en predikant op de eigen plaats van het diakonaat in de Heilige Schrift en in de gemeente, op het diakonale element in de prediking en de catechese en op de noodzaak tot voorbede 'voor alle nood der Christenheid'.

14. De diakenen dienen de gelegenheid te zoeken en te krijgen tot ruime informatie aan de gemeente via de geëigende publiciteitsmiddelen." —

Ook van het tweede deel willen we enkele stellingen overnemen en wel de eerste acht:

Diakonaat en samenleving

„1. In verbondenheid met de profetische roeping van de kerk, strekt het diakonaat zich uit ook over de grenzen van de gemeente heen. Waar de kerk gevolg geeft aan de opdracht van Christus om met Zijn evangelie uit te gaan in de wereld, zal vanuit

de fundamentele bijbelse eenheid van Woord en daad gesproken moeten worden van een diakonale roeping niet alleen ten opzichte van de leden van de gemeente, maar ook van in nood verkerende personen of groepen in de samenleving.

De (diakonale) dienst der barmhartigheid op het terrein van de samenleving dient echter steeds gezien te worden in haar verbondenheid met het apostolaat (denk bijv. aan de diakonale aspecten van de zgn. 'inwendige zending'; zie ook art. 8 van de kerkorde).

2. Nu is van de grootste betekenis dat de diakenen en de gemeenteleden zich bij hun diakonale activiteiten in de samenleving gebonden, gestimuleerd en geleid weten door het Woord van God en de belijdenis der kerk. Toerusting daartoe en bezinning daarop zijn dringend noodzakelijk, opdat diakonaat in de samenleving niet verwordt tot puur humanistisch bezig zijn.

3. Het diakonaat in de samenleving blijve primair dienst der barmhartigheid. Voorzover het daarbij ingaat op de sociale vragen en noden, moet dit gezien worden (opnieuw in nauwe verbondenheid met het apostolaat) als behorend tot de arbeid der kerstening, welke ten doel heeft dat het leven en het samenleven der mensen worde ingericht overeenkomstig Gods beloften en geboden (zie kerkorde art. 8), onder de barmhartige heerschappij van Jezus Christus.

4. Het is een gevaarlijke en af te wijzen ontwikkeling wanneer de in het kader van het apostolaat gevatte arbeid tot 'kerstening van de samenleving' vervangen wordt door het zgn. 'politiek diakonaat', dat gericht is op maatschappijhervorming. Een dergelijk politiek diakonaat, losgemaakt van het profetisch getuigenis, loopt immers telkens het gevaar zijn inhoud en vulling te krijgen niet vanuit Gods Woord, maar vanuit ideologieën van allerlei snit.

In 2 Kronieken 28 vloeit het dienstbetoon in de politieke situatie: van die tijd voort uit het profetisch getuigenis van Oded, dat vanuit de geboden en beloften des Heeren oordelend en kritisch staat tegenover alle partijen.

5. Bij het vervullen van haar diakonale roeping in de samenleving zal de kerk telkens ook stuiten op maatschappelijke verschijnselen, waaraan moeilijke politieke vragen verbonden zijn. Het kan daarom nodig zijn niet alleen in allerlei noodsituaties daadwerkelijk hulp te verlenen, maar ook de oorzaken van het ontstaan of voortbestaan van deze nood aan te wijzen en te (helpen) bestrijden.

Te denken valt in dit verband aan het signaleren van misstanden, die voortvloeien uit bepaalde onbarmhartige maatschappelijke economische of politieke structuren (bijv. bepaalde verslavingen, bescherming van het ongeboren kind, produktievormen als glijdende werkweek e.d., uitbuiting van buitenlanders, discriminatie van bepaalde groepen enz.).

6. Wanneer via het diakonaat misstanden gesignaleerd worden, kan de kerk geroepen zijn, vanuit haar theokratische belijdenis (zoals deze bijv. gefundeerd is in Psalm 72), te getuigen tot de overheid en tot de desbetreffende verantwoordelijke instanties. Dat houdt tegelijk in dat de leden van de gemeente zich als leden van de samenleving bewust moeten zijn van hun politieke verantwoordelijkheid om daaraan uiting te geven binnen de daartoe geëigende verbanden van een demokratisch staatsbestel.

Om vereenzelviging van het evangelie met welke maatschappelijke structuur dan ook te vermijden, dient de kerk, ook bij de vervulling van haar diakonale taken, te weten dat zij iets anders is dan een politieke partij, actie-groep, vakbond of werkgeversorganisatie.

7. Waar en wanneer het mogelijk is verdient het een zekere voorkeur dat de gemeenten (c.q. de kerk) hun (haar) diakonale roeping zelf via hun (haar) diakonale organen vervullen (vervult) in plaats van bepaalde takken van hulpverlening over te laten aan particuliere (christelijke) organisaties.

Afhankelijk van de situatie kan daarom van geval tot geval bezien worden óf de gemeente (c.q. de kerk) haar leden moet stimuleren op persoonlijke wijze deel te nemen aan organisaties of activiteiten die gericht zijn op hulpverlening óf dat de gemeente (c.q. de kerk) zelf een bepaalde taak ter hand moet nemen, al of niet samen met andere christelijke of niet-christelijke gemeenschappen.

8. De diakenen mogen niet zozeer belast worden met de verplichting tegenwoordig te zijn in allerlei besturen dat zij niet of nauwelijks meer toekomen aan hun meer directe ambtstaak in hun eigen gemeente. Het verdient daarom aanbeveling dat zoveel mogelijk bekwame gemeenteleden betrokken worden in de diakonale arbeid en allerlei taken worden gedelegeerd, mits er goede verbindingen blijven tussen deze gemeenteleden en de diakenen, bij wie de uiteindelijke diakonale verantwoordelijkheid berust (vgl. 1 Kor. 12)." —

Instemming

Dankbaar zijn we voor deze bijdrage uit eigen kring. Veelal is dit terrein aan anderen overgelaten, niet altijd tot opbouw van de kerk. Hopelijk dragen deze stellingen èn die nog zullen volgen ertoe bij dat de gemeente voluit diakonale gemeente mag zijn naar het Woord. En we zouden onze diakenen willen aansporen dit alles diepgaand te overwegen en te bespreken in kleinere kring. Laat ook in de gemeente het diakenambt niet onderschat worden, zoals maar al te vaak is en wordt gedaan. Het is voluit een ambt, evenals dat van de dienaar des Woords en de ouderling. Wie deze stellingen leest, kan mede daardoor concluderen dat ook van de diaken veel gevraagd wordt. Ook voor hen geldt dat het „mannen zullen zijn vol van de Heilige Geest". Vol van Hem die onder ons was als een Diaken, namelijk als Een Die dient. Kroniekschrijver.

Kroniekschrijver.

Naar mijn inzicht is het vanuit het christelijk geloof nooit goed te keuren, wanneer voor een orgaan dat wordt afgestaan geld wordt gevraagd. Een dame in Zuid-Afrika die in het bezit is van drie nieren schijnt één daarvan ter transplantatie aangeboden te hebben a raison van ƒ 50.000, — plus de onkosten verbonden aan het wegwerken van het litteken. Wie zo koophandel gaat drijven met zijn eigen lichaam, is blijkbaar alle besef van het rentmeesterschap kwijt. Ons lichaam is niet allereerst van onszelf, maar allereerst van de Heere. Het is dan ook een gelukkig besluit van het nederlandse Rode Kruis om ook bij het afstaan van bloed geen geldelijke blijk van waardering te geven. Het menselijke lichaam is ten principale een zaak die buiten de handel moet blijven.

G.

J. H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken