Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit genade zalig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit genade zalig

14 minuten leestijd

De zegen die uit de Bron der genade vloeit

Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Efeze 2:8-9..

In onze tekst gaat het om iets dat overbekend is en wat toch nog velen onbekend is. Iets w r at u jarenlang hebt vernomen en nooit „oud nieuws" wordt, omdat het altijd nieuw blijft. Iets wat u allemaal nodig hebt, u ook voluit wordt aangeboden en... als het er op aankomt wil niemand het hebben. U hebt het al begrepen? Het gaat over één woord, één zaak, genade! Kennen wij genade? Velen nemen het woord in hun mond zonder genade te kennen in het geloof. Dan maar onvermoeid verder met de genadeverkondiging. Dat doet Paulus ook en hij wijst ons in de tekst op

De bron waar de genade uit voortkomt

Genade! Paulus heeft het woord in ons teksthoofdstuk eerder laten vallen. Het was hem niet per ongeluk uit de mond gevallen, maar hij heeft er bewust zijn mond voor opengedaan. Toen hij het woord genade uitsprak is zijn mond van verbazing erbij opengevallen. Verwondering en grote liefde tot God brengt het mee,

We lezen het eerder, uit genade zijt gij zalig geworden (vs. 5). In vers 8 haalt Paulus het weer naar voren en begint dan de zin met „want". Het woordje want legt tussen beide verzen een strikt verband. Paulus wil er attent op maken: ik heb het al eerder gezegd, maar ik wil het nog eens extra onderstrepen. Ook tot verduidelijking van zijn prediking in Efeze 2. Daar gaat het over het verloren paradijs en over Pasen. Het verloren paradijs met één woord geduid, namelijk de dood. En dood is vervreemding van de levende God. Ook Pasen wordt geduid met één woord, namelijk het leven. En leven is hereniging, gemeenschap met God. Door Pasen heen waren de Efeziërs en met hen al Gods kinderen overgegaan van de dood in het leven. Van het paradijs in Pasen. In dit verband valt niet alleen het woord genade, maar past het er volledig in. Hier staat het nu op zijn plaats. Het komt voortuit de enig denkbare genadebron, uit God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren. God is de Bron van alle genade.

Zo heet Hij zelfs, zo is Zijn Naam en dat is Zijn faam, de God aller genade. De Vader van onze Heere Jezus Christus. Gezegende Vader. Gij hebt geen lust in de dood van de goddeloze en de zondaar. Gij hebt er geen rust van dat wij in de dood liggen, buiten het paradijs. U wilt met deze verloren wereld naar Pasen toe.

Uw weg daarheen liep via de kribbe en het kruis van Uw Zoon, dwars door de dood heen. Geloofd zij God die Zijn genade aan mij heeft groot gemaakt. Hoewel die zondaar de dood kiest voor het leven, bent U de overvloedige Fontein van alle goed, een Vader, die niets liever doet dan verloren zonen en dochters welkom heten. U wilt in genade zondaars aannemen tot Uw kinderen. Zo ligt de weg naar de troon der genade open voor allen die door Christus tot God gaan. Uw hart en Uw huis stelt ge open. Gods genade wordt openbaar in de eeuwige verkiezing, treedt aan het licht in de verlossing, wordt bevestigd in de dood en bloedstorting van Christus. Wordt aangeboden in het evangelie en uitgedeeld door Hem, die gestorven is om onze zonde en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. O diepten des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, die in Gods Vaderhart van eeuwigheid de Raad der verlossing besloot. Een Bron die al begon te vloeien toen God de mens zocht die al bevende voor Hem vlood. Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Ik rust in U, 'k ben stil in U, ik word door U gedragen; één doel nog slechts, waarnaar ik streef Uw liefelijk welbehagen.

God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo bidden wij dan u, die dit leest, van Christus' wege, alsof God door ons bade: laat u met God verzoenen. We scheppen helder bronwater als wij leren leven van genade.

De zegen die uit de Bron der genade vloeit

Is de God aller genade de Bron, dan is de zegen die uit deze Bron vloeit enkel genade. Of om het met onze tekst te zeggen, zaligheid. Uit genade zijt gij zalig geworden. Gij Efeziërs, die eertijds dood waart, die in uw zonden verloren, in vijandschap tegen God leefde. U lag besloten onder de toorn van God. Gij! Klinkt uw naam hier in door? Weet gij u aangesproken? Gij, kind van God die eens verkeerde in een vreemd land, net als de verloren zoon. De vader van die jongen zei toen hij zijn kind weer aan tafel zag zitten, dat hij dóód geweest was en weer lévend geworden.

Wat is dood? In geestelijke zin is dat vervreemd van God, zonder God en zonder hoop in de wereld. Maar nu... zalig geworden. Levend gemaakt met Christus, opwekking uit de dood, dat heet hier zalig worden. Wat een genade vloeit er uit die Bron. Genade van God is het, dat Hij u heeft uitverkoren in de Geliefde, en voor de grondlegging der wereld. Daar heeft Hij het niet bij gelaten. Genade was het dat Hij u riep — en nog roept — uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Deze roeping is de naar de mensen gekeerde openbaring van Gods eeuwige liefde. U vroeg niet naar Hem. Hij riep u. Daarop bent u gaan roepen uit uw verlorenheid. De Vader trekt, de Zoon klopt aan, de Geest leert bidden met onuitsprekelijke zuchtingen. Zo knielen we neer en smeken gena o God gena! Gods genade brengt zondaren tot de schuldbelijdenis. Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan en ik zal zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U en ben niet waardig om Uw zoon genaamd te worden.

Genade zoals die gevat is in de eigen woorden Gods: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Genade zijn wij onwaardig. Gods gramschap zijn we dubbel waardig. Maar ik heb een genadevolle boodschap voor u. Deze ellendige riep en de Heere hoorde. God neigt zijn oor. Wat is dat anders dan genade. God opent mijn ogen

voor het Lam Gods, de verdienende oorzaak van mijn zaligheid. God rechtvaardigt goddelozen. Hij spreekt vrij op grond van het hartebloed van Jezus. Dat is zalig worden, gered worden. Behouden worden staat er letterlijk. Gered van de zonde. Behouden van de toorn. Wat enen genade. Vrijspraak op grond van het bloed van het Lam. Zit u met uw zonden en schuld? Daar zijn maar één paar schouders goed voor. De schouders van het Lam, die het kruis en de vloek daarin hebben getorst, gedragen. Gered van het oordeel van God. Want waar het Lam tussenbeide treedt voor Gods en des zondaars aangezicht, daar wordt genade verleend. Ik zal nooit meer op u toornen zegt de Heere dan en nooit meer op u schelden. Zalig geworden uit genade.

Mogelijk denkt iemand, dat is rijk voor mensen die dat kunnen zeggen. Maar is er voor anderen die nog niet zalig zijn ook een boodschap? Zeker, en ik haast me om het er bij te zeggen. Zo ruim is Gods genade dat ze u om niet wordt aangeboden, al de zaligheid en dat keer op keer.

Wilt u genade hebben, van genade leven? Van nature bedanken wij er toch zeker voor? Met onze vijandschap staan we vrije genade in de weg. Vindt u dat niet verschrikkelijk? Op de markt van vrije genade is brood en wijn te koop en nog wel zonder prijs en zonder geld. Maar dat vertrouwt u niet. U denkt: als je iets voor niets krijgt, als iemand zo maar iets weggeeft dan zal het wel niet veel bijzonders zijn.

U bent bang voor rouwkoop. Maar vraag het eens aan Mozes, die liever de versmaadheid van Christus koos, dan de schatten van Egypte. U bent vast te hoogmoedig om van genade te leven. Ootmoed is ook een zegen uit de bron van de genade. De eerste en de blijvende zegen. Genade is voor ons vlees, vroom of goddeloos, vreemde koopwaar. Het is om niet te krijgen en niemand wil het hebben. Niemand, behalve rechtelozen, tollenaren, goddelozen. Tegen dit aanbod valt niet op te bieden. Voer geen verzachtende omstandigheden aan, kruip niet weg achter uw onmacht, want u kunt uit genade zalig worden. Geen zonden verhinderen God om u genade te bewijzen. Komt Gods barmhartigheid op het slachtveld, dan worden alle wapens die wij tegen de genade in het veld brengen, stuk geschoten. De zegen van de genade is dat er voor de Heere niets te wonderlijk is. Genade moet u met hoop vervullen. U mag bidden, bedelen, pleiten op genade om genade. Uit genade zalig worden.

't Gekrookte riet verbreekt Gij niet; de wiek die walmt en uit wil gaan, tot helder vlammen blaast Gij haar aan. Het hart dat breekt en tot U smeekt, de ziel vol wonden, die tot U vliedt, Uw grote liefde verstoot ze niet.

Het middel waardoor genade verkregen wordt

Er is zalig worden door genade mogelijk. Dat roept de vraag op: Hoe kom ik aan die zaligheid door genade? Luister naar Gods Woord. Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof. Het geloof is vaak genoemd de hand van de bedelaar. Nauwkeuriger is het nauwelijks te omschrijven. Geloven is God voor een waarachtig Man houden (Kohlbrugge). Zich met alles — in volstrekte veroordeling van zichzelf — op die genade verlaten, zodat men zich overgeeft en kwijtraakt aan Christus

Dit geloven is allerminst prestatie van de mens. Het is niet uit u, het is Gods gave. Geloof is een werk van de Heilige Geest, die het geloof in het hart werkt, door het Woord. Als u zegt: het geloof is gave Gods, dan spreekt u een bijbelse waarheid uit. Maar als u dat zo goed weet, waarom smeekt u dan niet om die gave. Geloof en genade zijn geen tegenstellingen. Geloof en genade zijn niet met elkaar in strijd.

Uit genade vloeit het geloof voort. En het geloof grijpt Gods genade aan tot behoud. Geloof claimt Gods beloften, niet als rechthebbende, maar zoals een bedelaar, een veroordeelde om genade smeekt. Kom dan, leg uw wonden en uw zonden voor de Heere neer. Leg ze op het Lam. Stel geen voorwaarden, van zo hoog en zo diep en zo groot en zo klein. Leg de Heere voor dat u geen recht hebt op genade, maar dat God wel beloofd heeft niet naar recht, maar naar genade met u te handelen.-Geloof legt zich neer net als de Kananese vrouw met de bede: Heere, help mij, en in de wetenschap dat ook de hondekens eten van de tafel en het brood der kinderen, al zijn het de kruimels maar. Het geloof laat de klopper op de deur van de genade kennen en... wie klopt wordt opgedaan.

Geloof is niet zonder strijd, maar aan het einde brengt het toch de vrede. Ja, zelfs het einddoel van het geloof is dat wij verkrijgen de zaligheid onzer zielen. Het geloof gelooft de vreemde vrijspraak. Van'" Paradijs naar Pasen. En door Pasen heen naar de open poorten van Gods nieuw paradijs, zoals Luther dat zei.

Door het geloof zalig geworden. De stórm gaat liggen, het onweer verstomt, vrede doet zijn intree. Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus. De doorbraak van het geloof brengt ons in Christus tot het Vaderhart en wij horen het suizen van een zachte stilte. Geloof beaamt: genade is onverdiende gunst. Het beaamt ook: Heere Jezus, U bent mijn één en al. Geloof is heilig brutaal. Het spreekt tot voor Gods oren en het durft onder Gods genadig oog te komen, zeggende: God van genade. Gij hebt Uw Zoon aan het kruis laten nagelen en U kunt uw belofte nooit meer terugnemen. Want Gij hebt gezegd: Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Daarop antwoordt de God aller genade: ga heen in vrede, uw geloof heeft u behouden,

Door het geloof. Vindt u het te gemakkelijk? Wilt u er liever wat voor doen? Een of andere wonderlijke ervaring hebben, een stem, een teken? Neen, zei Naaman eerst, als het zó moet, mij niet gezien. Gelukkig kwam hij er later op terug. Bent u ook al op uw weigering teruggekomen? Naaman viel voor het woord van zijn slaven, die zeiden: mijn vader, zo de profeet een grote zaak tot u gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel temeer nu hij tot u gezegd heeft: was u en gij zult rein zijn. Wanneer zult u eens vallen voor het Woord van God, voor het woord van Christus? Hoor, Hij, die de Opstanding en het Leven is, vraagt het u af: heb Ik u niet gezegd dat indien gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult? Ja, zegt het geloof. En het ja-woord van de bruid is nooit prestatie. Zij heeft met haar . ja-woord de liefde van haar bruidegom niet verdiend. Voordat zij ja kon zeggen had hij haar lief. Maar om in de liefde van haar bruidegom te delen is haar ja-woord onvoorwaardelijk nodig. Nu, dat is de tekst in beeld. Het is niet uit u, het is Gods gave. Ook het ja-woord is nog van Hem, die ons zo uitnemend heeft liefgehad en de Geest,

Die het geloof werkt, leert gelovig pleiten:

In Uw Woord woudt Gij beloven, dat G' aan allen die geloven Volle vrede wildet schenken. Heer', wil aan Uw Woord gedenken.

Het doel waartoe de genade geschonken is

God schenkt genade. Met welk doel? Genade, zaligheid, geloof, de apostel zegt het hier, is niet uit de werken. Wie meent dat niet, dat het wel zo is? Paulus hamert het zijn lezers in. Hij weet het zelf zo goed. Hij wilde eerst ook niet door de enige Deur, door God geopend, niet door het geloof in Christus. Hij had zo zijn eigen achterdeurtjes en reserves. Mogelijk hebt u die ook nog wel. Hoor het evangelie. Niet uit de werken. Niet door nu eens de wet te gaan onderhouden, niet door naar voren te brengen dat u er zo diep door moest, zoveel geestelijke ervaringen hebt. Niet dat u zo vurig gebeden, zo bitter geweend hebt. Zeker, God voert Zijn kinderen met smeking en geween. Maar daar zit toch geen verdienste in. Dat kan niet worden afgeschreven op uw hemelhoge schuld. Om van het verloren paradijs in Gods Pasen te komen is alleen genade nodig. Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Dat is het doel van genade. God wil verheerlijkt zijn. En hoe wordt God verheerlijkt, hoe wordt Christus verheerlijkt en hoe wordt de Heilige Geest verheerlijkt?

In een zondaar, die zich schuldverslagen op de borst klopt en bedelt om genade. Als u er tevreden mee bent dat we als goddelozen gerechtvaardigd zijn en als goddelozen gerechtvaardigd blijven, Alles, alles is genade. Wij zijn radicaal niets, maar houden ons tevreden met Christus, tot roem van Gods genade. Ergens anders staat, en het is ook een woord uit de Schrift: wie roemt, roeme in de Heere. Roemen in woorden en roemen in ons lied. Maar ook roemen metterdaad. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus, tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

Dat is ook genade, dat is de heiligmaking in de vreze Gods. Zijn maaksel, Zijn schepping zijn wij. Letterlijk staat er: wij zijn Gods poëem, Gods gedicht. We zingen niet alleen de lofzang, we zijn een en al lofzang, tot meerdere glorie van God. Door onze goede werken een wandelend lied. Het krampachtige is er uit. Een gedicht is spon-

taan. Zo is Gods liefde spontaan en als God die uitstort in de harten, dan zijn we een instrument in Zijn hand, waarop God het lied van vrije genade speelt. Levende Paasgedichten, blijde zangers, die de liefde van Christus aanbidden, uitdragen, uitleven, uitzingen en door ons leven speelt dc melodie:

Alle roem is uitgesloten. Onverdiende zaligheên Heb ik van mijn God genoten, 'k Roem in vrije gunst alleen. N.Tonge.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Uit genade zalig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1979

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's