Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ONDER DE STREEP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDER DE STREEP

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

Kerkelijke huwelijksbevestiging (2)

In ons vorig artikel hebben wij het wezen van de kerkelijke huwelijksbevestiging zoeken te bepalen en ons verzet tegen het gebruik van het woord: huwelijks inzegening. Uit het opgemerkte kan het duidelijk zijn waarom. Het woord inzegening zegt te weinig, ook al is het waar dat het wordt verklaard: „door zegen inwijden; een huwelijk inzegenen, naar de gebruiken der Kerk bevestigen, voltrekken (van Dale Gr. N. W.).

Men moge het woord dan aldus omschrijven, bevredigen doet het toch niet. Bovendien heeft het voor ons een roomse bijsmaak. Daarop wil ik nog even wijzen om zo het woord bevestiging onder ons als het geijkte woord te behouden voor de handeling der Kerk bij het sluiten van het huwelijk. Zowel op de kaart van aankondiging als bij de afkondiging van de kansel, moge het in ere blijven, gelijk ook ons huwelijksformulier het bezigt. Het woord inz.egening klinkt wel zeer liturgisch en wijdingsvol, daarom wordt het wellicht door velen gebruikt. Dit maakt het voor ons zeker niet aannemelijker ook al twisten wij niet over een woord. Volgens de roomse kerkleer is het huwelijk een der zeven door Christus ingestelde sacramenten (Conc. Trid. Sess. 24 Can. 1). Zonderling is daarbij, dat het coelibaat (de ongehuwde staat of het blijven in maagdelijke staat) beter en zalige is dan het huwelijk (Canon 10). Doch dit nu daargelaten, wijzen wij erop, dat het woord inzegening een roomse bijsmaak kreeg.

Reeds door Tertullianus (Ad Uxorem 2. 8) werd groot gewicht gehecht aan de inzegening (benedictio) die op de huwelijkssluiting, ten overstaan van een priester en enige getuigen geschied, volgde. Deze benedictio verleent de actuele genade om ) het echtelijk samenleven op Gode gevallige wijze te beginnen en verzekert voorts de gemakkelijke en volle verkrijging van het drievoudig huwelijksgoed: het goed der nakomelingschap, des geloofs en der wederzijdse opofferende liefde (bonum prolis, bonum fidei et bonum sacramenti).

De roomse kerk deelt zegen mede aan de huwenden op sacremenLele wijze. Bij het huwelijk is het dan een zegen van aanroeping (benedictio invocativa). Rome toch kent ook de wijdingszegen (benedictio constitutiva) waardoor een blijvende uiterlijke heiligheid en bovennatuurlijke waardigheid wordt verleend. Zo zegent Rome in spijzen, een nieuw huis, enz. Bij de wijdingszegen verkrijgt de zaak of persoon een blijvende uitwendige heiligheid, b.v. door de inzegening van subdiaken, abten, kerken, altaren en kerkhoven, palmen, kaarsen, wijwater enz. Wij laten dit alles nu voor hetgeen het is en leggen er nadruk op dat wij beter doen het woord bevestiging te gebruiken. Inzegening zegt te weinig en teveel. Men wachte zich aan de zogenaamde inzegening een soort magische kracht toe te kennen.

Het kan toch niet worden ontkend dat bij niet weinigen het vragen van de inzegening een roomse trek vertoont en de ware betekenis die de Kerk heeft bij het huwelijk niet wordt verstaan. Ook weten wij, dat, helaas, bij velen van onze mensen de huwelijksbevestiging niet wordt begeerd en de betekenis der Kerk en der ambtelijke bediening wordt miskent en zo niet veracht, dan toch niet op waarde wordt geschat. Ook komt het, helaas, veelvuldig voor dat het huwelijk gedwongen is, zodat men zich reeds daarom niet tot de K< ? rk wendt. Helaas is het heden geen bewijs meer van een eerbaar huwelijk wanneer het niet gedwongen is, omdat ook onder ons — de bewijzen zijn er te over — goddeloze praktijken worden toegepast vóór en in het huwelijk om de kinderzegen te vöorkomen. Ook die vloek dringt door en de Heere zal zeker over dat alles bezoeking doen.

De zonde is zwanger van oordeel en kan niet ongestraft blijven. Het is wel noodzakelijk dat de kerkeraad volle aandacht besteedt aan de huwelijksvragen in het midden der gemeente, en zich, voorzover mogelijk, vergewist of wel een eerbaar huwelijk wordt gesloten.

Nog een paar vragen willen wij nu beantwoorden:

1. Is het geoorloofd het huwelijk van een gedoopte met een ongedoopte kerkelijk te bevestigen?

Meermalen doet zich dit geval voor en het blijkt noodzakelijk zich te vergewissen of de zich aanmeldende personen wel gedoopt zijn, en of zij belijdenis deden. De vraag hierboven gesteld was reeds aan de orde op de synode te 's Gravenhage in 1586 en werd daar ontkennend beantwoord. Art. 9 van de particuliere vragen luidde: Ofmen een ghedoopt persoon met een ongedoopte zal moghen trouwen? Antwoord: dat zulk niet geraden en is, dewijle de ongedoopte persoon door de verworpinge des doops niet en kan gerekend worden int verbondt Gods. ende oock zuick trouwen voer de Gemeente is groote lasteringhe".

Niet anders oordeelde de Nationale synode van Dordrecht (1618/19; Postaca Sessie 162, 3). De huywelijcken van diegheene die voor den doop de christelijke kercke nog niet ingelijfd zijn en behoort men met den publieken ende solemnelen seghen in de kercken gebruikelijk niet te solemniseeren voor ende aleer zij haren doop ontvangen hebben".

Dit oordeel der Dordtse synode kunnen wij onderschrijven. Het was een beslissing over een vraag van de synode van Delft in 1618 aan de Dordtse synode voorgelegd. De synode van Delft

had Joh. Becius, predikant te Dordrecht, een rapport laten opstellen om deze zaak Schriftuurlijk te ontwikkelen. Voetius heeft dit rapport in zijn geheel opgenomen in zijn beroemde (helaas weinig gekende) werk over Kerkrecht, (Liber III p. 117— .123). Enkele hoofdzaken slechts uit dit rapport willen wij hier weergeven.

God verbiedt het huwelijk tussen een ongedoopte en een bondeling in Zijn Woord, omdat deze als een ongelovige moet worden beschouwd. Immers, wie tot jaren des onderscheids komt zai moeten kiezen of hij (of zij) het onderwijs der Kerk begeert en in de schoot der Kerk wenst opgenomen te worden door de doop. Die doop kan door schuld der ouders zijn nagelaten, maar wordt nu bij verachting van het sacrament door de a.s. echtgenoot eigen schuld en sluit hem uit het verbond. De gelovigen zullen alleenlijk in de Heere trouwen. Zij, die niet willen gedoopt worden, moeten toch naar de regel des Woords voor onheiligen gehouden worden. Zo zou een vermenging ontstaan tussen christenen en vreemdelingen van het verbond der genade omdat zij aan haar leden verboden zijn. Hoe zal men de naam des Heeren aanroepen, dat Hij een door Hem verboden huwelijk zegene, hoe zal de Kerk het bevestigen?

We weten wel, dat het door sommigen niet zo nauw wordt genomen. Zo deed nog niet zo lang geleden het geval zich voor dat een predikant weigerde zulk een huwelijk te bevestigen (hij kende het geval door en door). Maar wat gebeurde? Een bondsdominee (kerkhersteller) stoorde zich aan deze bezwaren niet en vond wel een weg om het huwelijk kerkelijk te komen inzegenen. Zo zijn blijkbaar sommiger manieren! Ik zal er nu maatniet meer van schrijven. Het is wel droevig! Kerkherstel moet ge weten!! Kunnen dan dergelijke verachters van God en Zijn Woord genoemd wor-den medeërfgenamen van de belofte des verbonds? Hoe zuilen zij op de vragen bij het huwelijk antwoorden? Zij aanvaarden de eisen van het christelijke huwelijk en verwerpen het sacrament!

Maar kan de ene echtgenoot de andere niet winnen? Laat hij dat dan eerst doen vóór hij gaat trouwen. Het gevaar om zelf verleid te worden is bovendien zeer groot. Gewoonlijk getuigt zulk een huwelijk ervan dat ook de gedoopte het met God en Zijn Woord het niet te nauw neemt. Maar al is iemand ongedoopt dan staat hij toch niet buiten het verbond als zijn ouders er nog toe gerekend moeten worden?

Voetius merkt terecht op: Zij, die niet alleen missen het teken des verbonds, maar het ook verwerpen, kunnen niet voor bondgenoten gehouden worden. Immers, zij stellen zich moedwillig buiten het verbond. Zo oordeelde ook de Nationale synode van Dordrecht.

Een vraag, die hier kan opkomen, wil ik nog beantwoorden. Als uit zulk een huwelijk kinderen geboren worden, zijn dan die kinderen geen bondelingen? Mogen zij gedoopt worden? Ja, indien een der beide ouders gedoopt is en tot de Kerk behoort, want dan geldt het woord van de apostel: dat de kinderen geheiligd zijn door de gelovige vader of moeder. Natuurlijk is hier nog meer aan de orde, maar dit is toch de hoofdzaak.

De Dordtse synode bepaalde terecht dat het niet betaamde, dat huwelijken aangegaan met geexcommuniceerden (in den ban: afgesnedenen van de Kerk) ende die van de gereformeerde Kerke gansch vreemd zijn, in dc Gereformeerde Kerken openlijk bevestigd worden.

De vraag hoe de overheid hierin heeft te handelen, houdt ons nu niet bezig.

Nu moeten wij wel onderscheiden. De oude synoden bedoelden uit te sluiten van de kerkelijke huwelijksbevestiging degenen, die de doop verachtten, of althans verwaarloosden. Wanneer nu iemand ongedoopt bleef, maar op later leeftijd beseft, dat hij tot de Christelijke Kerk wil behoren en de aangewezen weg daartoe wil bewandelen, dan kan niet meer gesproken worden van verachters van het sacrament en een zich opzettelijk stellen buiten het verbond der genade. Dan is natuurlijk de aangewezen weg, dat zo iemand belijdenis doet en gedoopt wordt.

Het geval zou zich kunnen voordoen, dat door zeer bijzondere omstandigheden dat afleggen van belijdenis nog niet kon plaats hebben vóór het huwelijk. Dan zou de kerkelijke bevestiging overwogen kunnen worden onder belofte en begeerte van belijdenis doen zodra mogelijk. Maar als regel stelle men het huwelijk uit en doe eerst belijdenis.

Natuurlijk moet hier wel toegezien worden, dat het belijdenis doen niet uit bijoogmerken geschiede, want een mens is arglistig. Er zijn toch ongedoopten, die naar kerk of gebod Gods niet omzien, maar wel even belijdenis zouden willen doen en gedoopt worden en dan...?

De Kerk houde het verbond heilig en mene niet, dat zij er is om de wereld een genoegen te doen, maar om Gods geboden te bewaren. Daarin zal zij gezegend worden.

De Kerk moet dergelijke huwelijken en de bevestiging ervan weigeren. ontraden

P.S. Voetius gebruikt de woorden: confirmatio, ratihabitio, legitimatio, inauguratio. Daarbij sluit aan of daarvan maakt deel uit de precatio cn bencdictio.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1979

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

ONDER DE STREEP

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1979

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's