CORRESPONDENTIE
A. A. C. R. te R. U zond mij het nieuwsblad „Straks" van de uitgeverij „In de Ruimte" te Soest. Tot nog toe was ik van deze stichting niet op de hoogte. Bij het doorlezen van dit exemplaar komt 't mij voor hier met een bijzonder extreme Pinkstergroep te doen te hebben. Op de door u aangewezen pagina's komen „voorbeelden" van uitbanning van boze geesten en zelfs de opwekking van een dode voor.
Wat ik er van denk?
De afstand is te ver om de verhalen als echt te achterhalen. Het „gebeurde" is te fantastisch om waar te zijn. Beste mensen, schenk aan dergelijke verhalen geen enkele aandacht. Hier is een soort geestdrijverij en een dusdanig voorwaardelijk evangelie aan het licht getreden, dat we daar ons eenvoudig over verbazen hoe zinnige mensen zoiets durven te publiceren.
Natuurlijk zal men mij tegenwerpen dat dit vijandschap is en gebrek aan het geloof in de macht van Christus en God de Vader.
Dat schreeuwerige kitserige gedoe heb ik geen goed woord voor over. Natuurlijk komen er in de Bijbel bijzondere wonderen voor. En zeker gebeuren er wonderen op het gebed. Dat laatste schakelt het gebruik der middelen niet uit. Maar ik geloof niet dat de demonen worden uitgebannen op een manier zoals hier beschreven is.
Zo zou bijvoorbeeld een toverdokter in het Zoeloeland (Zuid-Afrika) het voorwerp van zo'n demonenuitdrijving zijn. Op het moment dat de demonen uit haar gingen en nu citeer ik letterlijk „toen schreeuwden er varkens uit haar, daarna begon het te blaffen als een groep honden. Zo realistisch was het dat de honden buiten op het hondengeblaf afkwamen. Het was een harde strijd.
Toen riepen de demonen in haar: Wij zijn driehonderd krijgers sterk, wij laten onze prooi niet los. Maar Jezus is Overwinnaar. Erlo (een Duitse evangelist) en zijn mannen bevalen de demonen uit te gaan in de Naam van de Drieënige God. Tenslotte zeiden de demonen: Wij wisten al van God de Vader en van God de Zoon, maar nu de Heilige Geest gekomen is, is het te heet voor ons geworden. Zij voeren uit..."
Lees dat nu eens rustig over. U vraagt om een theologische weerlegging van deze dingen. Binnen deze rubriek is dat niet mogelijk; ik meen bovendien niet eens nodig. Wie weloverwogen leest zegt op grond van Gods Woord tegen zulke sprookjes NEEN.
Wat staat daar nu tegenover?
In de eerste plaats dat we geloven dat de wonderen die Christus en de apostelen deden dienden om het koninkrijk der hemelen onder de mensen te bevestigen. Dat de tekenen en wonderen in deze zin voor ons hebben afgedaan.
In de tweede plaats dat we ons houden aan het Woord des Heeren. Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.
Tenslotte: dat we hier met een buitengewoon extreme vorm van geestdrijverij te maken hebben en dat we het antwoord op uw vraag kunnen besluiten met het apostolische vermaan: Geliefden pelooft niet een iedere geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn.
U vindt het jammer dat in onze gezinnen zo weinig goede jeugdbladen bekend zijn voor de jeugd tussen 12 en 18 jaar. Ik zou zeggen niet het vele is goed, maar het goede is veel. Mij dunkt dat onze H. G. J. B. nog wel het een en ander in het blad „Leiding" op tafel legt. Wie dat bestudeert krijgt op vele terreinen goede bijbelse voorlichting.
Een specifiek jeugdblad in de zin van de Gezinsgids (uitgave „De Banier" en uitgaande van de Gereformeerde Gemeente) kennen wij in onze kring (Herv. Ger.) niet. Wel ben ik er van overtuigd dat wanneer we iets dergelijks zouden opzetten we wel heel goed moeten weten wat we van plan zijn. Maar misschien wil men daar waar men het jeugdwerk organisatorisch ter hand neemt over het één en ander nadenken?
H. de ]. te R. Om te beginnen ben ik het hartelijk eens met wat u citeert uit het Dagboek van wijlen Ds. E. van Meer en wat hij daar schrijft over Lukas 13 : 23.
Een brief van een zekere v. d. P. is niet in mijn bezit en die kan ik dan ook niet beantwoorden. Zou v. d. P. de vraag nog eens willen herhalen?
H.V.
Mevr. C. E. v. M. - B. te B. U komt nog even terug op het geschrevene in het G.W. van 3 mei j.1. betreffende de uitdrukking „God verheerlijkt in degenen die verloren gaan". Met name de zin die ik schreef dat God zich niet zal verlustigen in degenen die verloren gaan.
En als u dan schrijft „ja maar wanneer ik dan denk aan de tranen die Jezus weende over Jeruzalem, hoeveel verdriet-moet God dan niet hebben over deze hel".
U geeft toe dat u op wat menselijke wijze over God spreekt. Maar wat u hier naar voren brengt wijkt toch niet af van wat ik schreef? Het sluit er alleen maar bij aan.
Er verder op in te gaan zou niet goed zijn. Gods geopenbaarde waarheid zij ons genoeg dat Hij geen lust heeft aan onze ondergang, maar wel aan ons behoud en leven.
De andere vraag is er één die vertolken zal wat er leeft in het hart van velen, wat eigenlijk de geloofsstrijd uitmaakt van Gods kerk. Vasthouden aan de genade, tegen al het zichtbare in, is niet alleen wat Kohlbrugge zo sterk benadrukt, maar is naar de Schrift. En dan denk ik aan het Woord: Wie is de man die de Heere vreest als hij in duisternis zit en geen licht zal hebben, dat hij dan betrouwe op de Naam des Heeren en steune op zijn God.
Dat is het beeld van Christus' gelijkvormig worden, Die de overste Leidsman en Voleinder, des geloofs is, die aan Zijn Vader en God heeft vastgehouden door de nacht van Gethsemane en Golgotha heen.
En als je dan bij jezelf niets gewaar wordt vraagt u en in plaats van groeien altijd met het ongeloof hebt te strijden, en dat je niet bidden kunt en het met de vruchten van het geloof maar slecht gesteld is. Wat dan?
Dan zal het feit dat we geen volkomen geloof hebben en dat wij ons met zulk een ijver om God te dienen (gelijk wij schuldig zijn) ons niet begeven en dat we dagelijks met de zwakheid van ons geloof en de boze lusten van het vlees te strijden hebben ons niet verhinderen dat God ons niet in genade wil aannemen (Avondmaalsformulier). Vergeet dan ook niet dat Christus ons twee sacramenten gegeven heeft tot versterking van dat geloof.
U vraagt of ik over deze dingen iets wil schrij ven. Ik hoop daar binnenkort in ons blad dieper op in te gaan.
Maar die zijn gelukkig te prijzen die geen andere grond hebben dan de trouw van hun God. Eeuwig zal Uw trouw bestaan!
H. V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1979
Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1979
Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's