Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BARNABAS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BARNABAS

13 minuten leestijd Arcering uitzetten

(7)

En als de Joden uitgegaan waren uit de synagoge, baden de heidenen, dat tegen de naasten Sabbat kunde zelfde ivoorden zouden gesproken worden. En als de synagoge gescheiden was, volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten Paulus en Barnabas; welke tot hen spraken en hen vermaanden te blijven bij de genade Gods. En op den volgenden Sabbat kwam bijna de gehele stad tesamen om het Woord Gods te horen. Doch de Joden, de scharen ziende, werden met nijdigheid vervuld, en wederspraken hetgeen van Paulus gezegd werd, wedersprekende en lasterende. Maar Pau lus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: et wat nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou ivorden; doch andermaal gij het verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, zie wij keren ons tot de heidenen. Want alzo heeft de Heere ons geboden, zeggende: Ik heb n gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, aan het uiterste der aarde." Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord des Heeren, en daar geloofden zo velen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven en het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid. Maar de Joden maakten op de godsdienstige en achtbare vrouwen en de voornaamsten van de stad, en verwekten vervolging tegen Paulus en Barnabas, en wierpen hen uit hun landpalen. Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen hen en kwamen te Ikonium; en de discipelen iverden vervuld met blijdschap en met den Heiligen Geest. Handelingen 13 : 42—52

1. Barnabas en Paulus en de Joden

Andermaal vraagt de figuur van Barnabas onze aandacht, nu voor de zevende maal. Dat wij hem vóór Paulus noemden, komt om zijn leeftijd en ook omdat deze figuur het is, die wij uit zijn bescheiden achtergrond willen belichten. Van Paulus' leven weten wij al zo veel meer. Met Paulus is hij van Cyprus in Antiochië in Klein Azië, waarvan wij lezen de eerste grote Evangeliewinst, die zij behaalden, en tevens de smadelijke bejegening, die hun daar te beurt viel, welke echter voor ons tweetal gezegend afliep!

In de synagoge van Antiochië vroegen de oversten van de synagoge de twee vreemdelingen een woord tot vertroosting tot het volk te spreken. Waarvan Paulus dankbaar gebruik maakte. Na in vogelvlucht Israël's voorgeschiedenis geschetst te hebben, komt Paulus via David op de Davidszoon, dc Zaligmaker, Jezus. Welken Paulus voluit predikt. 't Is een preek met aanbieding van het heil en daarachter een waarschuwing dit heil toch niet te verwerpen.

De preek heeft blijkbaar nogal indrukt gemaakt, want als de synagoge uitging, wilden de Jodengenoten, de proselieten uit de heidenen, er meer van horen. Zo in de week, op de dagen tussen Sabbat en Sabbat. Die zelfde woerden, diezelfde preek wilden zij nog eens horen. Dat komt niet alledag voor, - dat men een preek tweemaal wil horen. En die Jodengenoten vroegen dat niet slechts, maar zij baden dit: Een preek nog eens willen horen en diezelfde preek nog eens willen horen — en dan met zo'n dringend verzoek! Een bede! Dat moet tijdens de dienst in de synagoge gebeurd zijn. Dit verzoek kwam dus van de heidenen. Dat lezen wij nadrukkelijk in vers 42. En dan bij het uitgaan van de synagoge — als de synagoge gescheiden was — wij zouden zeggen: toen de kerk uit was! — volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten (dat waren dus prozelicten, die tot het Jodendom waren overgegaan) Paulus en Barnabas. Waar Paulus en Barnabas verkeerden, waar zij hun verblijf hielden, lezen wij niet, maar zij gingen uit de kerk met hen mee. Dat is vers 2. Zij vroegen dus niet alleen om in de week alles nog eens te mogen horen, maar zij kleefden hen na de dienst op de Sabbatdag nog aan.

En dan lezen wij, dat na die dienst Paulus en Barnabas tot hen spraken, dat deed de spraakzame Paulus, maar dat deed ook de bedachtzame, de zwijgzame en bezonnen Barnabas, zomaar dc een en de ander, hetzij afwisselend, om beurten, hetzij de één onder deze groep Joden en Jodengenoten, de andeonder die groep Joden en Jodengenoten. Het was ook voor die Jodengemeente in de verstrooiing helemaal nieuw, te midden van dat heidenland, de prediking van Jezus, de prediking van de vervulling der wet, de prediking van dc gekomen Zaligmaker. Die mensen stonden versteld: het Evangelie in plaats van de wet. Nooit van gehoord! Nooit zó gehoord! De twee apostelen vermaanden hen ook te blijven bij de genade Gods, te blijven bij de leer der zaligheid, te blijven bij de leer van het Evangelie, de leer van Jezus.

Moesten zij die mensen, die zo heilbegerig waren, nog vermanen, bij deze leer der genade te blijven? Het zal wel blijken, dat dat nodig was. Den komende Sabbat kwam bijna de gehele stad Antiochië tesamen. Die prediking en de indruk, die zij maakten, was in die week als een lopend vuurtje door de stad gegaan: zo'n ihdruk had de rede van Paulus en Barnabas gemaakt. En ook die vermaning, woordrijk als van Paulus, bedachtzaam als om de waardige Barnabas. Bijna de hele stad liep die volgende Sabbat uit — en dat niet zo maar uit nieuwsgierigheid — maar om Gods Woord te horen.

En daar had u het! Net als bij de Heere Jezus: scharen mensen. En dat nu was voor die Joden te veel. Zij werden nijdig — met nijdigheid vervuld. Zij begonnen te vitten op wat zij van Paulus hoorden. Dat Barnabas sprak horen wij nu niet. Er staat „wedersprekende lasterden zij". Zij spraken de preek tegen en zij lasterden: Paulus — Barnabas — Jezus. Zij vertelden dus kwaad van Paulus, van Barnabas, van de goede Barnabas, van Jezus. Tegenspreken en lasteren! Wat is dat lelijk. Wat is dat lelijk ook van die Joden. De goeden niet te na gesproken. Tegenspreken tegen het Evangelie. Tegenspreken tegen dc predikers van het Evangelie. Tegenspreken tegen Jezus. Dat is echt duivels werk. Daar is die al mee begonnen in het Paradijs. Dat is zijn werk. Dat is zijn lust. Dat is ook zijn schande.

Met vrijmoedigheid spreken de beide apostelen tot die tegensprekende en lasterende Joden: er staat dat zij vrijmoedigheid „gebruikten". Omdat het nut van die Joden dit vorderde. Predikers zijn doorgaans niet de vrijmoedigste mensen, eerder te bescheiden. Dat brengt de godsdienst, dat brengt het Evangelie met zich. Maar als het het heil van mensen betreft, dan moeten zij wel vrijmoedigheid gebruiken. Het heil van die nieuw bekeerde proselieten vorderde dit en het heil van die weerbarstige Joden vorderde het! „Het was nodig eerst tot u het Woord Gods te spreken". Zo heeft de Meester het ons geboden: „Eerst de Jood en ook de Griek het Evangelie verkondigen". Beginnende van Jeruzalem. Dat zullen de discipelen ook altijd doen, ook hierna. Dan zeggen zij: „Gij verstoot het Woord Gods." Gij ver-

stoot het Evangelie. Gij verstoot de genade. En „gij oordeelt uzelf daarmee het eeuwige leven niet waardig". Gij betoont uzelf daarmee een verworpene te zijn. Wie God verwerpt, wordt van God verworpen. Wie God verlaat, wordt van God verlaten. En daar om keren wij ons tot de heidenen, en worden de Joden verlaten. De Heere Jezus is niet voor niets tot een licht der heidenen gesteld. En daarom zijn ook Zijn knechten tot een licht der heidenen gesteld. Daarom ziet u thans het licht over die mensen opgaan, die gij proselieten noemt. En daarom stroomt de hele stad leeg tot dit woord.

2. Barnabas en Paulus en de christenen

Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord des Heeren, en daar geloofden er zo velen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven." De heidenen, hetzij dan die Jodennenoten, hetzij dan dat volk uit de stad, dat bij scharen tot de synagoge kwam op de Sabbat, die horen' enerzijds het heil in Christus en anderzijds het vermanende oordeel.over de Joden, , .het eeuwige leven niet waardig", en dat grijpt ze aan, dat grijpt ze in het geweten. Ik lees van die mensen drie dingen, drie bewijzen van rechte genade: e. zij verblijdden zich, 2e. zij prezen het Woord des Heeren, 3e. daar geloofden zovelcn, als er verordineerd waren tot het eeuwige leven. Drie dingen dus:1. blijdschap, dat is de blijdschap der eerste liefde. 2. Zij prezen het Woord. Dat is een vast kenmerk van genade. 3. Zij geloofden en er geloofden er zovelen als er van God verkoren waren. Zij geloofden en zij eindigden in de verkiezing. De verkiezing openbaart zich in de roeping. En dat alles tot het eeuwige leven! Dat openbaart zich reeds hier, dat begint hier. En zet zich eeuwig voort.

En dan lees ik in de tekst: „En het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid.." Daar was onze trouwe Barnabas, daar was de moedige Paulus, en daar waren die vele bekeerlingen (er geloofden er zo velen!), die het woord verbreidden. Denkt ook niet gering over de scharen uit de stad. Wat een predikers. In het vuur van de eerste liefde verkondigden en verbreidden zij dit geloof door het hele land. Ziet u wat onze trouwe Barnabas waard was? Ziet u wat onze bekwame en moedige Paulus waard was? En wat denkt u van de christenen daar?

Uw hoop, Uw kudde woonde daar Uit vrije goedheid waart Gij haar Een vriendelijk beschermer; En hebt ellendigen het land Bereid door Uwe sterke hand O Israëls Ontfermer! De HEER' gaf rijke juichensstof. Om Zijne wond'ren en Zijn lof Met hart en mond te melden; Men zag welhaast een grote schaar Met klanken van de blijdste snaar' Vervullen berg en velden.

3. Barnabas en Paulus en Christus

De Joden, vertoornd door de enorme toeloop van de stadsbevolking van Antiochië, en nog meer vertoornd op de bekering van zo veel proselieten uit het heidendom tot het Christelijk geloof en dus over de entree, die plotseling de christelijke leer maakte, keerden zich tegen Paulus en Barnabas. Die gaven zij de schuld van alles! Waren die maar niet op de Sabbat, voor een week, in hun synagogedienst gekomen! Waren die maar niet zelfs in hun stad gekomen! Eruit rnet die mannen.

Zij bedachten een plan. Daar waren uit de Antiocheense stedelingen vrouwelijke proselieten, die zich al eerder bij het Joodse geloof hadden aangesloten. Hun veelgodendom van het heidendom hadden zij verlaten voor het ééngodendom, het monotheïsme, van de Joden. Waar de diaspora-Joden vele en rijke en invloedrijke lieden geworden waren. Daar zat het geld en daar zat de godsdienst. Het stond dus bij de élite, om bij de joden aansluiting te zoeken. En vooral de datnes van de stad — vrouwen zijn doorgaans gevoeliger voor de godsdienst! — hadden zich bij de Joden en bij hun synagogen aangesloten — waren zulke godsdienstige en achtbare vrouwen. In de élite van de stad zaten deze godsdienstige vrouwen. Achtbare vrouwen waren zij — lieden, dames van standing. Die dames hadden via hun mannen invloed in de voornaamste kringen, de regering van de stad. Daarop richtten die ontevreden synagoge-Joden hun aandacht. Zij maakten deze dames op! Godsdienstige vrouwen, die moesten zij voor hun wagen spannen... Godsdienst maakt gevoelig. Godsdienst kan ook fanatiek zijn. Voeg bij gevoelige godsdienst achting, eerzucht: het bewind van de voorname, de voornaamste echtgenoten en niet alleen de synagoge en de Joodse godsdienst, maar ook de stad kwam in gevaar. Alzo werden de godsdienstige en achtbare vrouwen opgezeten daar achter de voornaamsten van de stad. Die nieuwe godsdienst van een „christendom", die leer van die Jezus, Die ook Jeruzalem al in beroering gebracht had, die moest kort en goed uit de stad gebannen worden. Die twee predikers, zo'n stille oudere man en zo'n vurige jongere man moesten uit de stad gezet worden, en ook uit de provincie, uit de landpalen! Die hadden nota bene de hele stad al doen uitlopen — en dat met hun bijbel en een verlengstuk daarvan! De godsdienstige en achtbare dames begrepen dat. En hun voorname echtgenoten evenzeer. Zo werd dan een complete vervolging tegen Paulus en Barnabas verwekt. Eerst die kleine - -de woordvoerder — en dan die oudere: Paulus en Barnabas. Het ging er niet zachtmoedig langs: zij wierpen hen uit hun stad — en ook nog zelfs uit hun landpalen, uit hun provincie, 't Is nogal wat, als twee mensen uit een stad en ook nog uit een land geworpen werden. Verbannen, de poort uit, verbannen, de grenzen over: stads-gevaarlijk, staatsgevaarlijk! En dat om een preek, en dat om het W T oord Gods, en dat om het Evangelie, en dat om Christus wil. Christus werd hier verbannen. Het Woord Gods werd hier verbannen. Het Evangelie werd hier verbannen. Een oude geschiedenis, die zich nogal eens herhaalt.

De twee apostelen schudden bij de poorten en bij de grens stof van hun voeten... tégen hen, die dit deden: tegen de voornaamsten, de regenten der stad, tegen die „godsdienstige" en „achtbare" vrouwen, tegen de opstandige Joden, die vervolging verwekten tegen de apostelen. Dat is in opdracht van Christus. Men kan Christus, Zijn Woord, Zijn knechten wel uitwerpen, maar dan zal het stof op het hoofd van die vervolgers zijn, die zullen als stof en as straks vergaan: èn die regenten èn die achtbare, godsdienstige vrouwen én die leidende, oproerige Joden, die eerst al tegenspraken en lasterden. Men komt zomaar niet van het verzet tegen Gods Woord af, men komt zo maar niet van het verwerpen van Gods gezanten af! Het stof van Barnabas' voeten, van Paulus' voeten keert zich tegen hen. Was dan alles tevergeefs geweest? Was dan Paulus' en Barnabas' prediking en de bekering van dat volk tevergeefs geweest?

Geenszins. De discipelen werden vervuld met blijdschap. Met blijdschap als je vervolgd wordt, met blijdschap als je uitgeworpen wordt? Ja hun overkomt wat de Meester overkomen was.. Uitgeworpen uit de heilige stad, naar het kruis. Uitgeworpen uit Antiochië en uit dat land. 't Is geen kleinigheid. De voetstappen van de Meester drukken. En dat zoekt een mens zelf niet, maar het overkomt hem. De eigengerechtige godsdienst keert zich altijd tegen de religie. De religie, het leven uit Christus, is nog altijd de joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid. Wij hebben een religie — de leer der genade — de leer van Christus - de leer van het kruis van Christus en de leer van het kruis voor de christen, achter Jezus aan en die wordt altijd a) tegengesproken, b) gelasterd, c) uitgeworpen. Die is nooit en nergens welkom.

Verblijdt u dan in de Heere, want Zijn Koninkrijk is ook niet van deze aarde, nergens op deze aarde, Zijn Koninkrijk is van de hemel. Richt uw ogen derwaarts en verblijdt ti. Vervuld met blijdschap, zelfs in druk, in verdrukking, in ballingschap.

En de discipelen werden ook vervuld met de Heiiige Geest. Als u alles ontnomen wordt, zelfs een plaats om te leven, een plaats om te kerken, een plaats om God te dienen en met het volk van God te verkeren en dat om Jezus' wil, dan zal toch de Geest van Christus niet van u wijken. Omdat Hij de Geest van Christus is. En die was met Barnabas en met Paulus en ook met de toegebrachten in Antiochië. Zij leefden van de ene Sabbat naar de andere Sabbat en zij waren ook in de dagen van de weck, daartussen, vol van de preek, vol van het Woord, vol van Christus en daarom — ook zij - vol van de Heilige Geest.

A.

W. L. T.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1980

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

BARNABAS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1980

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's