Bekijk het origineel

Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen

8 minuten leestijd

De vraag naar gezangen

Veertien dagen geleden schreef ik onder de titel „Bonders met een gezang? " over de problematiek rondom de kandidaten en predikanten die een beroep in overweging nemen naar een Hervormde Gemeente in het hoge noorden. Deze eerwaarde en weleerwaarde heren zien zich geplaatst voor de vraag of ze bereid zijn in de eredienst één of meer gezangen te laten zingen. Ik heb toen getracht aan te tonen dat deze vraag hen in gewetensnood kan brengen. Enerzijds is daar een gemeente die de rechte prediking begeert en ziet men een roeping het Woord uit te dragen, waar dat ook gevraagd wordt. Anderzijds moet er — liturgisch gezien — water bij de wijn worden v gedaan door het principe „in de eredienst alléén psalmen" te laten varen.

Inmiddels hebben we uit de dagbladen kunnen opmaken dat wij niet de enigen zijn binnen de Gereformeerde Gezindte die met deze problemen te maken krijgen. De Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken — een kerkgroep die tot voor kort óók alleen maar psalmen zong — zal zich hebben te buigen over de vraag of ook bepaalde gezangen tolerabel zijn. En men hoeft de profetenmantel niet om te hangen om te voorspellen dat er op deze Synode over die vraag zeker geen eenstemmigheid zal zijn . ..

Zo zien we in twee sektoren van de Gereformeerde Gezindte ongeveer tegelijkertijd de „gezangenkwestie" opduiken. De gezangenkwestie die zo oud is als het Gereformeerd Protestantisme zelf.

Waarom eigenlijk niet?

Het is een typisch Hollands probleem: psalmen of ook gezangen. Zoiets als een „gezangenkwestie" kent men in het buitenland niet. De Amerikaanse gemeenten van Hollandse oorsprong zingen vrolijk uit het „psalter", een bundel waarin van dezelfde psalm soms wel vier of vijf verschillende vrije bewerkingen voorkomen. Zelfs de Schotse kerken, toch waarlijk wel goed gereformeerd, hebben hun „hymns". De beroemde prediker Spurgeon liet gezangen zingen en Kohlbriigge in zijn Elberfeldse gemeente deed het óók.. . Waarom dan in de Nederlandse kerken van het gereformeerde type alleen maar psalmen?

Bovendien, zo vragen ons de voorstanders van gezangen, is het wel bijbels? In Efeze 5 vers 19 zegt de apostel: „Spreekt onder elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen". Waarom dan zo stug en stijf vasthouden aan het principe van uitsluitend psalmen in de eredienst?

Deze vragen kunnen alleen beantwoord worden vanuit de historie.

De opvatting van Calvijn

In tegenstelling tot Maarten Luther die (dikwijls zelf gemaakte) liederen gebruikte in de eredienst, wenste Calvijn in Genève zich te houden aan de tekst van de Heilige Schrift. Geen vrije liederen dus, maar hoog-

stens nauwkeurig berijmde Schriftgedeelten. „Wij wensen", zo schreef hij in 1537, „dat de psalmen in de kerk worden gezongen zoals wij daarvan in de oude kerk een voorbeeld hebben." En later, in 1542: „Wij vinden geen betere zangen dan de psalmen die dc Heilige Geest Zelf ons heeft gegeven". Calvijn beriep zich voor dit standpunt op Augustinus die had gezegd: „Niemand kan waardige dingen tot God zingen als Hij Zelf ze niet eerst heeft gegeven".

Dat betekende voor Calvijn overigens niet: alleen de 150 psalmen. Ook andere berijmde Schriftgedeelten mochten in de samenkomsten van de gemeente worden gezongen, mits de tekst daarvan nauw aansloot bij de Schrift zelf. Reeds in zijn dagen zong de gemeente van Genève de bekende lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon, alsook de Wet en het Gebed des Heeren. Deze „cantiques" w T erden door Calvijns opvolger Béza vermeerderd met andere berijmde Schriftgedeelten, zoals de lofzang van Hanna, de lofzang van Mozes en berijmingen van Jesaja 12 en 26 en van Habakuk 3. Deze later toegevoegde liederen hebben echter van het begin af weinig ingang gevonden.

„Enige Gezangen"

De Nederlandse Kerken, die zich ook in liturgisch opzicht op Calvijn oriënteerden, hebben deze traditie voortgezet. Van het begin van de Reformatie af zong men uitsluitend de psalmen in de berijming van Petrus Datheen en daarnaast de ons bekende lofzangen, de zogenaamde „Enige Gezangen". Helemaal consequent was dat natuurlijk niet. Want de Wet en het Gebed des Heeren mogen dan berijmde Schriftgedeelten zijn, evenals de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon, maar de Morgenzang en de Avondzang en de Bedezang voor de predikatie zijn dat zeker niet. Deze laatste vallen onder de categorie „vrije liederen".

De Nationale Synode van Dordrecht heeft het verschil zuiver aangevoeld, want deze bepaalde als volgt:

„In de kerken zullen alléén gezongen worden de 150 psalmen Davids, de Tien Geboden, het Gebed des Heeren, de Artikelen des Geloofs en de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon. Het gezang „O God Die onze Vader zijt.. ." etc. wordt in de vrijheid der kerken gelaten, dat ze hetzelve gebruiken of niet, zoals zij goed vinden. De rest van de gezangen zal men uit de kerken weren en zo er misschien enige airede in de kerken zijn ingevoerd zullen die op de gevoeglijkste wijze daaruit verdreven worden". „Dordt" maakte dus wel degelijk onderscheid tussen berijmde Schriftgedeelten en vrije liederen. De lofzangen, dat mocht, want dat waren berijmde Schriftgedeelten. De Bedezang voor de predikatie, dat kón nog net, althans dat werd „in de vrijheid der kerken" gelaten. Maar andere gezangen mochten niet ingevoerd worden en waar het al gebeurd was, daar moesten ze worden afgeschaft.

Dit standpunt van Dordt heeft de Kerk twee eeuwen lang gehandhaafd. Toen in 1773 de nieuwe berijming van de psalmen kwam, die in 1775 overal moest zijn ingevoerd, stuitte dat hier en daar op tegenstand, omdat dc kerkgangers zo gehecht waren aan Datheen. Maar voor gezangen was de tijd nog niet rijp.

De Evangelische Gezangen

Toch werd de vraag naar gezangen steeds duidelijker uitgesproken. In 1803 kreeg een commissie opdracht liederen te verzamelen en in 1805 was deze commissie met haar werk gereed. Het resultaat was de bundel „Evangelische Gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde Gemeenten gebruikt te worden", welke bundel op last van de Synode met ingang van 1 januari 1807 overal moest zijn ingevoerd.

Hoewel verreweg de meeste gemeenten zonder slag of stoot van de nieuwe gezangbundel gebruik maakten, stuitte het zingen van gezangen in sommige streken en plaatsen ook op tegenstand. Allereerst om de manier waarop de gezangenbundel aan de kerk was opgedrongen, vervolgens ook om de inhoud van sommige (of moeten we zeggen: van vele? ) gezangen.

Het was wel erg optimistisch van de samenstellers van het gezangboek dat zij opmerkten „geene andere gezangen te hebben geplaatst dan die met de belijdenis der Nederlandsche Hervormde Kerk, uitgedrukt in hare formulieren, overeenkomen". In werkelijkheid bevat de oude gezangbundel meer liederen die opkomen uit de geest van die tijd dan liederen die Schriftmatig en belijden isgetrouw zijn.

Maar de Synode hield voet bij stuk en onderstreepte nogmaals dat iedere predikant in elke dienst ten minste één gezang moest opgeven. En aan ua t synodale bevel hebben alle predikanten voldaan, de één gewillig, de ander ongaarne. En zelfs de dienaren van het Woord die onophoudelijk bij de Synode protesteerden tegen de ondermijning van de belijdenis en tegen de „wind van leer" die van de kansels ongehinderd werd verkondigd, hebben niet of nauwelijks geprotesteerd tegen het verplichte gezang.. .

Afscheiding en Doleantie

Het spreekt bijna vanzelf dat de „gezangenkwestie" ook een rol speelde bij de Afscheiding van 1834 en bij de Doleantie van 1886, hoewel het: niet in de eerste plaats ging over het al of niet zingen van gezangen. Ds. H. P. Scholten in Doeveren weigerde consequent gezangen te laten zingen. Ds. H. de Cock van Ulrum zong ze wèl, maar schreef een „Woord vooraf" in een boekje van een zekere Jacobus Klok: „De zoogenaamde Evangelische Gezangen, de oogappel der vervoerde en verleide menigte in de Synodaal Hervormde Kerk". Een inleiding die hem duur te staan zou komen . . .

Ook Abraham Kuyper, de leider van de Doleantie, was een tegenstander van de gezangen. Overigens achtte hij de zaak weer niet van zó groot belang, zeker niet om „er de harten der broederen om te verkoelen of er de kerken om te verdelen".

De Gereformeerde Kerken hebben zich dan ook van het begin af gehouden aan het uitsluitend psalmen-zingen. Later zijn de Enige Gezangen verschillende malen aangevuld en tot op de dag van vandaag zingt men in de Gereformeerde Kerken even lustig uit het Liedboek als de broeders en zusters in de kerk der vaderen die men in de vorige eeuw verlaten had .. . Het kan verkeren!

Volledigheidshalve: in 1938 kreeg de Hervormde Kerk haar nieuwe gezangbundel, die nog niet overal door het Liedboek is verdrongen.

De traditie van Dordt

Tot nog toe werd de Dordtse traditie van „alleen psalmen" in ere gehouden bij de kerken en groepen aan de rechterzijde van de Gereformeerde Gezindte: de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten, de Oud-Gereformeerde Gemeenten, enz. En ook de Gereformeerde Bond houdt principieel vast aan de liturgie van Dordt.

In het licht van de visie van Calvijn zou er uiteraard in de eredienst plaats zijn voor het Schriftgebonden lied. Maar de ervaring heeft geleerd dat met de gezangen ook gemakkelijk dwalingen de kerk worden „ingezongen". Vandaar dat we de huiver kunnen aanvoelen voor het vrijgeven van de gezangen in de eredienst. En bovendien is het woord dat Kuyper eens heeft gesproken maar al te zeer waar gebleken: „dat de invoering van gezangen schier overal ten gevolge heeft gehad dat de psalmbundel daardoor verdrongen werd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1980

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1980

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken