Bekijk het origineel

Wij verwachten...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wij verwachten...

11 minuten leestijd

aar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe arde waarin gerechtigheid woont.

Daarom, geliefden, verwachtende deze dingen, benaarsiigt u dat gij onbevlekt en onbestraffelijk door Hem bevonden moogt worden in vrede.

(2 Petrus 3 : 13-14)

Wij verwachten. Dat deen we allemaal aan het begin van een nieuw ja? r. We zien allemaal op onze eigen manier de toekomst tegemoet. Wat is een mens zonder verwachting? Een zieke hoopt altijd nog op beterschap. De bejaarde, voor wie de winter zo lang duurt, kijkt uit naar het voorjaar. De" werkloze hoopt in het nieuwe jaar toch weer aan de slag te kunnen. De zakenman ziet in gedachten z'n omzet stijgen.

Alle mensen hebben verwachting. Maar wat verwachten wij? Waar wachten we op? Wij verwachten — schrijft Petrus — nieuwe hemelen en een nieuwe aarde.

1) De inhoud van die verwachting

Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, ja, want deze hemel en deze aarde zijn oud. Een voorbijgaande, een aflopende zaak. De aarde is om onze zonden vervloekt. De ganse schepping zucht. En alles is aan de ijde'heid, aan de vergankelijkheid onderworpen. Wal onze ogen zien, dat is maar voor een tijd.

Als een kleed zal 't al verouden. Niets kan hier zijn stand behouden. Wat uit 't stof is neemt een end Door de tijd die alles schendt.

Het gaat allemaal voorbij. Maar... er komt wel iets voor in de plaats. Wij verwachten nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Dat wil niet zeggen dat er een nieuwe schepping 'komt. Hemel en aarde verbranden niet, hemel en aarde worden gelouterd door het vuur van het laatste gericht. Alle sporen van de zonde worden uitgewist. Op die grote Nieuwjaarsmorgen zal de hele schepping weer God loven en prijzen. Dan zal het weer zijn zoals op de morgen van e schepping: God zag alles dat Hij gemaakt had en het was zéér goed.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hoe kan dat? Doordat er op deze vervloekte aarde een kribbe heeft gestaan. Daarin heeft Hij gelegen in Wie al de volheid der Godheid woont. Doordat er op deze verloekte aarde een kruis heeft gestaan. Daaraan heeft Hij gehangen Die de onmetelijke afstand tussen hemel en aarde heeft overbrugd. Dat kruis stond diep in de aarde gelant en het reikte hoog naar de hemel. Dat is die liefelijke Naam Die hemel en aarde erenigt te saam.

En Hij Die als spotkoning aan dat kruis genageld was, Hij heeft de volkomen overwinning behaald. Hij zit in heerlijkheid aan 's Vaders rechterhand en Hij heeft gezegd: Ziet, ïk maak alle dingen nieuw.

Zijn uw ogen wel eens opengegaan voor Hem? Want u kunt alleen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten wanneer Hij uw leven heeft vernieuwd. Wie in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. Dan gaat u er hier al iets van verstaan wat het straks zal zijn: nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Want dan hebt u hier bij tijden de hemel in uw hart. En dan mag u op aarde leven en uw werk doen, want de aarde is des Heeren en haar volheid.

Een nieuwe hemel. Daar woont God, daar wonen de heilige engelen, daar zijn de zielen van alle gezaligden. En daar zullen allen komen die in dit leven zijn vernieuwd naar het Beeld van Christus.

Maar ook een nieuwe aarde. Deze aarde, met haar hoge bergen en diepe zeeën. Deze aarde, met haar blauwe luchten en witte wolken. De aarde, waarop we leven en werken.

Waarin al zoveel graven zijn gedolven en waarop al zoveel tranen zijn gestort. Een aarde die vernieuwd is. Geen luchtverontreiniging en geen milieuvervuiling zal er meer zijn. Geen raketten zullen opgesteld staan, geen wapens zullen worden vervaardigd. Op die nieuwe aarde zal geen woningnood zijn, geen honger, geen armoede. In die aarde zal nooit meer een graf worden gedolven. Niets zal er meer zijn dat de sporen van de zonde draagt. De bergen zullen vrede dragen, de heuvels heilig recht.

ja, zegt Petrus, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont. Gerechtigheid. Wat wordt daarover gepraat, wat wordt daarom geroepen vandaag! Rechtvaardige verdeling van de welvaart. Gelijke rechten voor allen.

Het komt! Maar niet van onze kant. Wij kunnen de ongerechtigheid alleen maar erger maken. Als het ergens vandaan moet komen, dan van boven. Van Hem Wiens Naam is: de Heere, onze Gerechtigheid. In Hem hebben goedertierenheid en waarheid elkaar ontmoet, in Hem hebben gerechtigheid en vrede elkaar gekust.

Gerechtigheid. Niet voor een tijdje, zolang er een rechtvaardig bewind is, maar voorgoed. De gerechtigheid woont er. Ze resideert er, ze houdt er verblijf.

Dat zal wat zijn! Het zuchten der schepping niet meer te horen. Nergens meer een spoor van de zonde te ontdekken, ja, soms hadden we houvast aan de belofte van Christus: zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Maar altijd was er weer die ongerechtigheid in ons en rondom ons. Maar daar! Het recht zal in de woestijn wonen en de gerechtigheid zal op het vruchtbaar veld verblijven, en het werk der gerechtigheid zal vrede zijn en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid.

Wij verwachten! Waar rust die verwachting op?

2) De grond voor die verwachting

Dat moet wel een teleurstelling zijn voor wereldverbeteraars en maatschappijvernieuwers! Ze dachten dat het op deze aarde steeds beter zou worden. Het „bijgeloof" zou verdwijnen, de oorlog zou worden uitgebannen, de misdaad zou geen kans meer krijgen. Bouw scholen en ge kunt de gevangenissen sluiten . . .

Maar dat is een fiasco geworden. Iedereen ziet wel dat het met deze wereld niet goed gaat. Vervuiling en verontreiniging. Bewapeningswedloop. Oorlog en revolutie. En toch doet men nog aldoor pogingen om van deze „beroerde" wereld nog iets te maken. Dat is de overmoed van de gevallen mens, die gedroomd heeft als God te wezen.

Moeten we dan maar berusten in de ellende die er in deze wereld heerst? Nee, we moeten doen wat onze hand vindt om te doen. We zijn geroepen nood te lenigen en onrecht te bestrijden.

Als we maar bedenken dat de gerechtigheid niet van onze kant komt. .. Dat wij de gevolgen van de zonde niet uit de wereld zullen helpen. Petrus zegt niet: wij verwachten door onze inspanning. . . Wij verwachten, naar Zijn belofte!

Daarmee zal Petrus wel bedoelen de belofte uit Jesaja 65: „Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde".

Naar Zijn belofte! Dat is dus de grond voor die verwachting. Alléén maar een belofte? Moeten we het daarmee doen? Uit die vraag blijkt wel hoe onbetrouwbaar wij, mensen, zijn. Dat zegt ons wat onze beloften eigenlijk maar waard zijn. Wij beloven zoveel, maar wij doen zo weinig.

Maar de Heere is de Waarachtige en de Getrouwe. Al wat Hij ooit beloofd heeft zal bestaan. Wat uit Zijn lippen ging blijft vast en onverbroken. Daarop rust het geloof, daarop rust de verwachting. Op het Woord van de God Die niet liegen kan. Wiens beloften in Christus Jezus ja en amen zijn.

Hebt u hoop op Hem, verwachting van Hem? Daarin kunt u nooit teleurgesteld worden. Dat de Waarachtige Zijn Woord zou breken, dat mag zelfs niet in onze gedachten opkomen. Hij is geen man dat Hij liegen zou.

Zo zal er zeker een nieuwe hemel komen en een nieuwe aarde. De Vader heeft die belofte gegeven. De Zoon heeft de vervulling van die belofte verdiend. En de Heilige Geest verzegelt die belofte aan ons hart.

Kunt u het zo moeilijk geloven, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? Wel, heeft de Heere dan Zijn andere beloften niet vervuld? Heeft Hij niet beloofd: Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in het binnenste van u? Heeft Hij niet beloofd: Ziet, Ik zal wat nieuws scheppen? En was dat minder groot? Zou Hij dan déze belofte onvervuld laten liggen?

Ja maar, zegt u, ik met mijn onreine hart, ik met mijn verzondigde leven, wat moet ik doen in die nieuwe hemel, op die nieuwe aarde? Ja, wij denken altijd weer dat het van ons moet komen. Maar we worden immers naar Zijn Beeld vernieuwd?

Alleen — die belofte maakt niet lui of traag of werkeloos. Die belofte maakt ons aktief. Niet om het zo te verdienen, maar om tot eer van de Heere te leven.

3) Het leven in die verwachting

Daarom, geliefden . . . Petrus weet aan wie hij schrijft. Geliefden. Dat zijn de geadresseerden. Mensen van wie hij in de aanhef van zijn brief heeft gezegd dat ze een even dierbaar geloof met hem verkregen hebben. De liefde Gods is in hun harten uitgestort. Ze hebben God lief. En daarom hebben ze ook elkaar lief. En nu zijn die mensen, vreemdelingen die hij voor het merendeel nooit heeft gezien, geliefden! Mensen die dezelfde verwachting hebben.

Verwachtende deze dingen . . . Wat moeten ze in die wachttijd doen? Als je ergens naar uitziet, als je iets verwacht, wat doe je dan? Dan is héél je hart gericht op dat wat komen gaat. Een meisje dat gaat trouwen kijkt maanden van tevoren uit naar de dag van haar huwelijk. Kinderen die binnenkort jarig zijn kunnen het haast niet meer uithouden.

Nu, als je nu zulke grote dingen verwacht, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, wat moet héél je hart dan daarnaar uitgaan. En vooral: wat moet dat je heilig aktief maken. Wat moet je daar elke dag mee bezig zijn.

Benaarstigt u, zegt Petrus. In dat woord zitten twee dingen: de haast en de ijver. We moeten ons haasten om op tijd gereed te zijn. En we moeten de tijd die ons rest nuttig besteden.

Benaarstigt u dat gij onbevlekt en onbestraffelijk. door Hem bevonden moogt worden in vrede.

Onbevlekt en onbestraffelijk. Dat moeten we lezen tegen de achtergrond van de dwaalleer in de gemeente. Petrus heeft daartegen gewaarschuwd. De dwaalleraars hadden de gemeente wijsgemaakt: de Heere komt nog niet! En omdat je verlost bent kun je toch wel leven zoals je zelf wilt.

Nee, zegt Petrus, die dwaalleraars zijn vlekken en smetten. Als je naar hen luistert word je zelf ook bevlekt en besmet. U moet juist zorgen dat u zonder vlek en zonder smet bent. Dat er niets op u aan te merken is. Nauwkeurig en zorgvuldig wandelen. Afstand doen van alles wat u van de Heere aftrekt. De zonde haten en vlieden. Ijverig zijn in goede werken.

Moeten we dan toch onszelf verbeteren, onszelf opknappen? Dit doen en dat laten? Nee, dat bedoelt Petrus niet. Zich benaarstigen en onbevlekt en onbestraffelijk bevonden te worden, dat is niets anders dan leven bij het Woord der belofte. Met die belofte werkzaam zijn voor Gods aangezicht. Overdenken de heerlijkheid van het toekomende leven. Gemeenschap zoeken met Hem Die het grote Middelpunt is van die heerlijkheid. Kortom: op deze aarde wandelen als burgers van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Met het oog op onze naaste. Opdat de wereld niet de kans krijgt om te zeggen: zijn dat nu hemelburgers?

Maar vooral met het oog op Christus. Opdat ge onbevlekt en onbestraffelijk bevonden wordt door Hem! Het zal aan ons te zien moeten zijn dat we gewassen zijn in Zijn bloed en vernieuwd door Zijn Geest.

Maar ook met het oog op onszelf. In vrede, zegt Petrus. Als we zomaar een eind weg leven, dan is er geen vrede in ons hart. Dan ontsieren we ons eigen leven. Alleen de wandel met God geeft vrede in het hart. Vrede door het bloed van het kruis. Vrede met God en met de mensen. Vrede ook met de wegen die de Heere met ons gaat. Vrede met de kastijding waarmee Hij ons kastijdt, opdat we Zijn Beeld gelijk worden, opdat we Zijn heiligheid deelachtig worden.

Vrede in het hart met de eeuwige vrede in het vooruitzicht.

Benaarstig u om dat te zoeken. U hebt misschien uw plannen al klaar voor het maatschappelijk leven. Daarin mag u ijverig bezig zijn. U mag een man, een vrouw zijn die vaardig in zijn werk is. Maar zouden we dan één middel onbeproefd mogen laten om die nieuwe hemel cn die nieuwe aarde te beërven? En zouden we niet alles opgeven wat ons daarbij kan hinderen? Benaarstig u om vrede te vinden in Gods oog, om in Christus te zijn, om deelgenoten te worden van die grote zaligheid.

En benaarstig u om in Hem te blijven. Kinderkens, blijft in Hem, opdat, wanneer Hij geopenbaard zal zijn, wij vrijmoedigheid mogen hebben en wij door Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.

Wij weten niet wat ons te wachten staat. Maar dit weten we wel: die Uw Wet beminnen hebben grote vrede. Dan leven we als burgers van het nieuwe rijk waarin alles door de vrede zal bloeien. Dan zijn we een goede reuk van Christus. Zalig zijn ze die hun kleren gewassen hebben, want zij zullen door de poorten ingaan in de stad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1981

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Wij verwachten...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1981

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken