Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jong leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jong leven

11 minuten leestijd

„Zo legt dan af alle kwaadheid en alle bedrog en geveinsdheid en nijdigheid en alle achterklappingen. En als nieuwgeboren kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen.

Indien ge anders gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is."

1 Petrus 2 : 1—3.

Gezond voedsel

In vers 1 klinkt de herinnering door aan het oude leven van de wedergeborenen. Een gelovige heet terecht een twee-mens. Hij draagt een oud, verkeerd leven bij zich èn hij ontving een nieuw leven dat uit God geboren is.

Steeds komt u in het Nieuwe Testament de vermaning tegen dat de gelovigen dat oude leven moeten onderkennen en dan ook moeten tegenstaan om in het nieuwe leven op te wassen. Meermalen klinkt de vermaning in Paulus' brieven: doet uit de oude mens met zijn boze werken en doet aan de nieuwe mens die uit God geschapen is. En nu is in de bekering dat oude leven wel onder gegaan en onder het oordeel geplaatst en het wordt door de kracht van de Geest ook tegen gestaan, maar het is nog lang niet teniet gedaan. Pas mijn laatste snik, bevrijdt me van mijn eigen ik. En nu gebruikt Paulus meermalen het beeld van een kleed dat uitgedaan moet worden. Dat kleed is dan die oude mens met z'n boze werken. Eigenlijk speelt dat beeld ook Petrus door de gedachten in het eerste vers als hij zegt: Zo legt dan af alle kwaadheid en aile bedrog en geveinsdheid en nijdigheid en alle achterklappingen. Afleggen moet u dat allemaal, zegt Petrus. Daar moet je jezelf niet in stijven, daar moet je jezelf niet aan overgeven. Maar als nieuwgeboren kinderkens zijt daarentegen zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk.

U voelt die tegenstelling. Een nieuwgeborene krijgt de opdracht alls boosheid af te leggen en daarnaast eveneens de opdracht begerig te zijn naar het zuivere voedsel, dat wil zeggen: om te horen naar en te leven uit 't Woord van God. Waar voeden wij ons mee? Ik bedoel niet uw maag, maar uw innerlijk leven, uw zieleleven. Welk voedsel dient u dat toe? Het is onthutsend te bemerken wat er ook onder ons en in onze gezinnen voor slechte lectuur vaak te vinden valt. Het is volop te bemerken welk een uitwerking dat heeft op de geest van velen. Velen zijn geestelijk afgestompt. De reine leer van de zaligheid wordt door velen niet meer gekend noch verstaan. De diepten van het Woord gaan velen te hoog. De preek moet simpel zijn, anders wordt het niet meer verslaan. Vandaar de vraag: waar voedt u zich mee?

Voedt u niet met kwade begeerten in uw hart, voedt u niet met onnuttige en soms onbenullige gesprekken, maar voedt u met de spijs die van boven is. Zijt zeer begerig n^ar de redelijke onvervalste melk.

Dat zou wel moeten, denkt u misschien. Maar er komt vaak zo weinig van terecht. Jp gaat soms zo vaak de kerk uit als je er binnen ging. Hoe komt dat? Omdat we mensen zijn die al hun begeerten reeds zien verzadigd met dingen van de tijd. Al onze begeerten zijn door de wereld vervuld en etis geen begeerte, geen levend begeerte naar het Woord.

Waarom hebt u zo weinig honger naar het Woord? Omdat u te veel opgaat in de wereld en omdat u veel te weinig de Heere zoekt in het gebed. Hoe meer gebed, des te meer honger krijgt u, schreef iemand eens. Voorspoed en tegenspoed krijgt een mens zomaar, maar geestelijke gaven worden ons in de weg van het gebed geschonken. „God wil Zijn Heilige Geest geven aan hen die met hartelijk zuchten daarom bidden en daarvoor danken" (Zondag 45 H.C.). Misschien bidt u wel vaak: O God, dat ik óók bekeerd mag worden! En dat is goed. Maar hoe denkt u dat de Heere dat gebed zal verhoren? Zomaar ineens, door een plotselinge gebeurtenis. Dat moet van Boven komen, zeggen we dan. Zeker, maar van Boven gaat via de middelen, via het Woord beneden. En dat wordt vaak wel uiterlijk toegestemd, maar zo weinig werkelijk doorleefd. , , We bidden om bekering, maar we laten het Woord dicht. We bidden om een nieuw hart, maar we hebben er geen erg in dat de Heere dat geeft door Zijn Woord en Geest. Wie bekeerd wil worden, die moet daarom maar veel Gods Woord onderzoeken" (ds. L. Blok).

En als dat Woord ons helemaal niets zegt, dan is het niet goed met ons. Dan wandelen we in de duisternis. Dan moet u niet zeggen: ik zal maar wachten tot ik die rechte begeerte óók nog eens krijgen mag. De melaatsen werden genezen terwijl ze naar Jezus gingen. , , Zo wordt uw dode hart verlevendigd door het lezen en het horen van het Woord, niet vóór het lezen en horen van het Woord".

Zijt zeer begerig! Dat Woord is het voedsel. Voor u niet? Dan hebt u daar het bewijs dat u geestelijk dood bent. Erken het heden de Heere: dat is mijn eigen schuld. En bidt om de levendmaking door Woord en Geest. Als nieuwgeboren kinderkens zijt gij zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk. .

Kinderkens! Wat een erenaam. Uit God geboren door de levendmakende kracht van het Woord Gods. Kinderkens. Dat zijn mensen die hun leven hebben leren zoeken buiten zichzelf in de Heere Jezus Christus. Het zijn nog maar kindertjes. Die moeten hun mond nog leren houden als hun grote Meester spreekt. Die moeten alleen maar gevoed en geholpen worden. Hoe meer geloof en hoe meer licht iemand van de Heere in zijn of haar leven heeft ontvangen, des te meer gaat hij verstaan dat hij zo onkundig en zo blind is in de dingen van God en zijn dienst. En des te meer behoefte krijg je dan aan die „melk", van het Woord. Het Woord een mens maar op wachten. Nee, er staat vermaant ons dan heden: zijt zeer begerig! Opvallend is dat bevel eigenlijk. Er staat niet: mocht u nog eens een rechte begeerte krijgen naar de onvervalste melk van het Woord. Met andere woorden: daar moet een mens maar op wachten. Nee, er staat een opdracht. Zijt zeer begerig! Hier staat een eis, een opdracht, een plicht die de Heere Zijn kinderen op de ziel bindt. Richt uw hart en zinnen daar veel en gedurig op. Stel u die gekruisigde Christus steeds voor ogen. Hij is de melk, zuiver en onvervalst.

Zeer begerig naar Christus. Dat is een kenmerk van het ware kinderleven: zeer begerig naar Christus. Dat voedsel, Christus, kunnen die nieuwgeboren kinderkens niet missen. Moet je zo'n pasgeborene maar eens een uur lang in de wieg laten liggen of 's nachts niet op tijd te drinken geven, dan laten ze zich wel horen. Zo is het ook hier. Wie nooit honger heeft, is óf dood óf ziek. Maar dan hapert er in ieder geval wel van alles aan. Daarom zijt zeer begerig naar naar het voedsel Christus.

Wedergeboren zijn wil zeggen: ik kan Christus niet missen. Ja, dat klinkt sommigen in onze geestelijk verwarde tijd als dwaasheid in de oren. Want, zeggen ze, een mens kan volop wedergeboren zijn en Christus helemaal niet kennen. Hoe is er toch leven mogelijk buiten de levende Christus, is dan mijn wedervraag. Daarom, waar leven kwam, daar werd begeerte naar de Bron geboren, naar Christus zelf. Wedergeboren zijn wil zeggen: ik kan Christus niet meer missen. Niet meer. Vroeger wel. Vroeger kon ik Hem wel missen. Want toen was ik rechtzinnig en vroom en godsdienstig en degelijk, maar zonder Christus. Maar nu is dat allemaal anders geworden. Al dat eerste is weg, en Christus is me dierbaar en onmisbaar geworden. Zonder Hem wil zeggen: dood, een diepe put, een stikdonkere nacht. Wat schiet er daarom op over? Tot Hem uitgaan. Zijt zeer begerig naar...

Wedergeboren zijn en geen leven uit Christus kennen mag ons geen dag vrede geven. Leven zoekt leven. En dan vervolgens: leven doet leven. Dat staat er ook: „...opdat gij door dezelve moogt opwassen". Door dezelve, dat is door die melk. Opwassen. Wat is dat? Als een pasgeborene niet groeit, zelfs afvalt, dan is dat een signaal dat er iets niet goed is. Nieuw geboren leven werkt drang naar voedsel en het gebruik van voedsel werkt groei. Alleen, die groei in het Koninkrijk Gods verloopt anders dan in het natuurlijk leven. Opwassen in het geloof is minder worden in jezelf. Dat Woord breekt meer in je af, dan dat het opbouwt. Het neemt je soms meer af dan dat het aan je geeft. Het werpt soms meer neer, dan dat het opricht. Het verwondt je meer, dan dat het heelt. Het Woord werkt als een zwaard dat doorgaat tot verdeling der ziel en des geestes, is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. Opwassen, dat is groter zondaar worden in eigen oog en al meer bepaald worden bij eigen schuld en onwaardigheid. Opwassen is naar beneden groeien. Hij moet wassen, maar ik minder worden. Dat te leren wil zeggen: geestelijk te groeien. Steeds meer

gaan verstaan en inleven dat je zaligheid en je leven buiten jezelf ligt. Steeds meer gaan verstaan dat je zalgheid alleen in Christus ligt. Daarom schrijft Petrus aan het slot van zijn tweede brief: maar wast op in de genade en in de kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Opwassen is dus opwassen in de kennis van Christus. Christus meer en meer leren kennen in Zijn persoon, in zijn ambten, in zijn werken.

Daarnaast is het opwassen mede een opwassen in de genade. We krijgen er steeds meer inzicht in dat het maar geen beetje genade is, maar dat het oneindige genade is die ons redt. Niet genade die ik begrijpen kan, maar onbegrijpelijke genade. Niet genade die ik vatten kan, maar onbevattelijke genade. En zo leer ik meer en meer Christus de eer geven.' 1 God wordt al groter, Christus wordt al dierbaarder en de Heilige Geest wordt al onmisbaarder. Daar hebt u de vrucht van het al begeriger zijn naar de zuivere melk van het Woord.

Opwassen. Het is tevens opwassen vanuit Christus in heiliging des levens, in zelfverloochening, in liefde. Hoe meer Christus ons leven is, des te meer zal dat openbaar komen in onze handel en wandel.

Opwassen is vrucht dragen. Vruchten der bekering waardig. „Indien ge tenminste gesmaakt hebt dat de Heere goedertieren is." Ja, je kan wel zeggen wedergeboren te zijn. Maar hieraan weet u het onder meer zeker. Wie wedergeboren is, die heeft gesmaakt dat de Heere goedertieren is. Gesmaakt, geproefd, ondervonden dat de Heere goed is. Door bedoelde wedergeboorte immers werden we tot het geloof in Christus gebracht. En in Christus smaken we Gods eeuwige goedertierenheid.

Echte godsdienst heeft een smaak. Wat voor smaak heeft voor u de godsdienst, uw kerkgang, de sacramenten? Ik denk weieens dat er kerkmensen zijn die denken: God is wat mij betreft doof, Hij hoort mij niet. Anderen: God is zo ver weg, die kan ik nooit bereiken. Nog anderen: God is zo verschrikkelijk streng en hard, daar is voor mij bij Hem nimmer genade. Het is zo van belang hoe God u wordt verkondigd en voorgesteld. Gods kinderen leren hun God smaken ais een goedertieren God. We vinden hier een citaat uit Psalm 34: „Smaakt en ziet dat de Heere goedertieren is". Wat is dat voor een mens die smaakt dat God goedertieren is? Die zichzelf ais diep schuldig leerde kennen. En waar is ons Gods goedertierenheid het meest duidelijk bekend gemaakc? Is het niet in Christus? Daar wordt ons getoond hoe goedertieren de Heere is. Alzo iief immers de wereld gehad dat Hij gegeven heeft Zijn eniggeboren Zoon.

Wedergeboren mensen zijn mensen die hun dood om Christus' wil achter zich hebben en het leven voor zich. Omdat Christus hun dood verkoos en het leven heeft verworven. Gesmaakt dat de Heere goedertieren is! Daar danken we dan ons leven aan. Wat een verwondering leeft er dan bij tijden in ons hart: dat de Heere goedertieren is voor een goddeloos mens. Wie die smaak eenmaal proefde, die wil altijd meer van God en van Christus en van Zijn goedertierenheid genieten. Vandaar de vermaning: zijt zeer begerig naar de zuivere melk van het Woord, indien ge tenminste gesmaakt hebt dat de Heere goedertieren is. Zoek het goede voedsel. Zoek niet wat u graag lust of wat u wel ligt of wat mensen u aanprijzen, maar zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk van Gods Woord opdat ge daardoor moogt opwassen, indien ge anders gesmaakt hebt dat de Heere goedertieren is.

W.

J. M.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Jong leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken