Bekijk het origineel

De kinderdoop in discussie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De kinderdoop in discussie

7 minuten leestijd

Het Verbond

We kunnen de kinderdoop niet handhaven wanneer we de Verbondsgedachte loslaten. Dat is echter de lijn die door de hele Schrift heenloopt. De HEERE heeft Zijn Verbond opgericht met Abraham en zijn nageslacht. Tot dat Verbond behoren — hoe vaak lezen we dat niet? — de mannen, de vrouwen en de kinderkens. En aan dat Verbond blijft de Heere trouw, ondanks de doorlopende ontrouw van Zijn Verbondsvolk. De psalmen zijn er vol van: , , Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht".

Ja maar, zeggen de tegenstanders van de kinderdoop, dat Verbond met Israël was een nationaal Verbond. Het ging daarbij om de band van het bloed. In het Nieuwe Testament is dat Verbond er óók, maar daar wordt het bepaald door de band van het geloof. Wie zó spreekt komt al dadelijk in strijd met wat Petrus zegt in Hand. 2 : 39: Want u komt de belofte toe èn uw kinderen . . ." Maar ook met Hand. 3 : 25, waar dezelfde Petrus spreekt: Gij zijt kinderen der profeten en van het Verbond dat God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: n in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden". Dat nationale Verbond met Israël wordt weliswaar uitgebreid tot de heidenen, maar dat brengt in wezen geen verandering. De Heere is en blijft de God van het Verbond, de God van de gelovigen en van hun zaad.

Er zou nog veel meer bewijsmateriaal aan te dragen zijn. Ik noem alleen de bekende tekst uit de Corinthe-brief: Want de ongelovige man is geheiligd door de (gelovige) vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door de (gelovige) man, want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig" (1 Cor. 7 : 14).

En natuurlijk mogen we niet vergeten de zogenaamde oikos-teksten uit de Handelingen der Apostelen. Het Griekse woord oikos betekent „huis", en met oikos-teksten worden bedoeld die teksten waarin gesproken wordt over iemand die gedoopt wordt met heel zijn huis. Dat lezen we bijvoorbeeld van Lydia in de stad Filippi en ook van de gevangenbewaarder in die stad. Het hoofd van het gezin wordt opgenomen in het Verbond, maar ook allen die bij hem of haar hoorden: kinderen en misschien wel personeel.

De Doop i.p.v. de besnijdenis

Een twistpunt tussen de mensen van de Pinksterbeweging en allerlei „vrije groepen" en ons is altijd weer die zinsnede uit het Doopsformulier dat „de Doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is". Waar staat dat? , zo vragen zij ons telkens weer. Dat zit uiteraard al in die doorgaande lijn van het Verbond dat onder het Nieuwe Testament niet anders is dan onder het Oude. Maar het staat óók in de Bijbel, namelijk in Coloss. 2:11 — 12: In Welke (Christus) gij ook besneden zijt met een besnijdenis die zonder handen geschiedt in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, zijnde met Hem begraven in de Doop waarin gij ook met Hem opgewekt zijt". Het werk van Christus wordt hier vergeleken met de besnijdenis. De zonde wordt uit het lichaam gesneden. Maar dit wordt bezegeld door de Doop. Niet meer zoals vroeger door het bloedige sacrament van de besnijdenis, maar door het onbloedige sacrament van de Doop.

Maar afgezien van deze tekst, de hele Verbondsgedachte die door de Schrift heenloopt, is al een bewijs dat de Doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. Hetzelfde Verbond, dat onder het Oude Testament werd betekend en verzegeld door de besnijdenis, wordt in het Nieuwe Testament gewaarmerkt door de Doop.

Individueel en verbondsmatig

Het zal niet de eerste keer zijn als ik beweer dat men in kringen waar men de volwassendoop propageert veel te indivi-dualistisch denkt. Het komt maar aan, zegt men, op een persoonlijk geloof, op een persoonlijke keuze voor de Heere. En pas wie die keuze gedaan heeft, wie tot die beslissing gekomen is, kortom wie bekeerd is en gelooft, die mag het teken van het Verbond ontvangen.

Nu is dat op zichzelf waar dat het geloof een strikt-persoonlijke zaak is. We kunnen voor elkaar niet geloven. We moeten, stuk voor stuk en hoofd voor hoofd, met God verzoend worden en de Heere Jezus leren kennen als onze persoonlijke Borg en Zaligmaker. We moeten weten Zijn eigendom te zijn.

Maar dan vraag ik: waar ligt nu het zwaartepunt? Gaat men bij bovengenoemde redenering, zonder dat men het zegt, en misschien wel zonder dat men het bedoelt, toch niet teveel uit van de mens en van zijn keuze? En wordt die Doop dan toch niet een bezegeling van die keuze? Maar dan zitten we al fout, want de Doop verzegelt niet mijn geloof, de Doop verzegelt niets anders dan Gods beloften.

Daar ligt nu juist de rijke betekenis van de kinderdoop, dat de Heere de Eerste is, dat Hij al aan mij gedacht heeft, lang voordat ik aan Hèm denken kon!

Het heil komt niet van mijn kant, het heil komt van de andere kant, van Gods kant. En de Heere handelt met de mens, zeiden ze vroeger, „Verbondsgewijze". We staan niet alléén op de wereld, we behoren tot een gezin, tot een familie, tot een gemeente. En in die gemeente wordt het heil in Christus verkondigd, uitgestald, aangeboden. Ik kan aan dat heil slechts deel krijgen door het strikt-persoonlijke werk van de Heilige Geest. Maar ik behoor wel tot de gemeente van de levende God, waarin die Heilige Geest dat heil werkt, en ik ben één van de leden van dat lichaam.

Verliezen we dat uit het oog, dan komt de mens onherroepelijk in het middelpunt te staan. De mens met zijn keuze, met zijn wedergeboorte, met zijn geloof, met zijn doop.

De herdoop

Dat laatste is ook het grote bezwaar tegen de herdoop. Deze wordt namelijk vaak begeerd en bediend als een bezegeling van het geloof of als een middel om te komen tot vervulling met de Heilige Geest.

In gesprekken met mensen die de herdoop hebben ondergaan blijken dat altijd weer de motieven te zijn: ik wilde er zo graag voor uitkomen dat ik bij de Heere behoor, ik wilde zo graag ook die blijdschap van het geloof die anderen hadden toen ze zich lieten overdopen.

Als dat nu een legitieme zaak zou zijn, dan mag de vraag worden gesteld of die herdoop dan niet méér dan eens zou moeten plaatsvinden . . . Want de zekerheid van het geloof en de blijdschap van het geloof en het gevoel van de vervulling met de Heilige Geest kun je toch weer kwijtraken? Of — maar dat is wat ondeugend bedoeld — kan dat in die kringen niet. . . ? En als ik deze kwijt ben moet ik dan niet wéér gedoopt worden?

Ik heb weieens de gedachte dat de herdoop voor sommigen — of voor velen? — zo ongeveer gelijk staat met het Avondmaal: het moet telkens herhaald worden, we hebben het iedere keer opnieuw nodig.

Maar dan is het wel een miskenning van de echte Doop. Want zoals we maar één keer geboren w T orden hoeven we ook maar één keer te worden wedergeboren en daarom ook maar één keer gedoopt. Bij de Doop, zegt Calvijn terecht, worden we opgenomen in Gods huisgezin. Welnu, een kind behoeft toch niet iedere keer te worden bijgeschreven in het trouwboekje? Eén keer is toch voldoende?

De beloften van God die aan ons voorhoofd betekend en verzegeld zijn blijven toch geldig? Hij is toch geen man dat Hij liegen zou? Hij zal nooit herroepen wat Hij éénmaal heeft gesproken. Dat is de zekerheid van Zijn Verbond en daarin ligt de kracht en de betekenis van de Doop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

De kinderdoop in discussie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1981

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken