Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op Gods leerschool

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op Gods leerschool

13 minuten leestijd Arcering uitzetten

HEERE, maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.

Leid mij in Uw waarheid en leer mij, want Gij zijt de God van mijn heil.

U verwacht ik de ganse dag. Ps. 254 en 5

Uw wegen

We hebben gezien, hier bidt een mens in de spanning van vertrouwen en vrees. Hij vertrouwt op God, Die hij zo persoonlijk kent, dat hij Hem Zijn God noemt. Als een kind bij moeder zo schuilt hij bij God weg. En toch wat zien die vijanden er grimmig en dreigend uit. Straks zullen ze nog de overhand over hem krijgen. Ze zullen nog van vreugde opspringen over hem. En angstig bidt hij: HEERE laat het zo ver niet komen. Laat mij met mijn vertrouwen op U toch niet bedrogen uitkomen. Maak mij niet beschaamd.

En terwijl hij zich zo aan zijn God: vastklampt, breekt het vertrouwen weer door. Allen die u verwachten zullen ook niet beschaamd worden. U houdt getrouw Uw Woord.

Nu bidt deze mens verder. Hij bidt, of God hem Zijn wegen bekend wil maken en hem Zijn paden wil leren. Dat kan ons verwonderen. Hoe komt hij daar nu op? Hoe komt het dat hij het al biddend zo te doen krijgt met de wegen van God. Voor het antwoord; hierop is van belang, wat we onder die wegen verstaan.

Gods wegen dat kunnen zijn de wegen, die God gaat met een volk bijvoorbeeld. Hij heeft een bepaalde bedoeling, een bepaald plan met zo'n volk. In de Bijbel licht heel duidelijk op de weg, die God is gegaan met Zijn? volk Israël. Die weg moest op de Messias uitlopen en zo op het heil voor al de volken. Maar zo houdt de HEERE God: ook Zijn weg met één enkel mens. Als we Davids leven overzien bespeuren we duidelijk de hand van God, die hem in alles leidde. God, de HEERE heeft Davids leven tot zijn bestemming gebracht.

Zo verstaan zou dit gebed: kunnen betekenen: Laat mij zien, dat ik niet in de handen ben van een grillig noodlot. Geef mij er zicht op dat ik geen speelbal ben van duistere machten, maar dat ik in Uw handen ben. Laat mijn hand, die in het duister van de beproeving rondtast toch houvast vinden in Uw hand. Geef rnij het vaste vertrouwen; dat U mijn weg leidt. Ook al staan de vraagtekens om mij heen. Al begrijp ik niet en zie ik niet, doordring mij ervan dat er geen ding bij geval geschiedt. En als we vers 5 erbij betrekken: Laat mij zien dat Uw wegen en Uw paden, Uw waarheid' zijn. Dat wil zeggen: Uw getrouwheid. Laat terwijl de vijanden rondom mij zijn het geloof vast zijn in mijn hart dat U trouw Uw beloften vervuld!, dat Uw Woord de waarheid is.

Misschien kent u dit gebed. Het is ook allemaal zo moeilijk en raadselachtig in uw leven. Als u nu maar vertrouwen mocht dat God's hand u veilig leidt. Vaak denk je dat het de machten zijn van deze eeuw, die het voor het zeggen hebben in de geschiedenis, in je eigen, leven, in» het leven van je kinderen, en verward en verslagen zit je neer. Daarom, als het maar weer eens door mocht breken, dat oud vertrouwen, dat alles mij uit de hand van die God toekomt, die om Christus' wil mijn God en Vader wil zijn.. Dan zou u het aan Hem over kunnen geven-Hij zal wel alles zo maken, dat u zich verwonderen moet. Dan kan het door duisternissen en raadselachtigheden heengaan, het komt eeuwig goed. U hoeft slechts te volgen met gesloten ogen naar het onbekende land. Daarom, HEERE maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Ik < rxi dat vertrouwen zelf niet opbrengen. Ik raak zo maar verstrikt in de raadsels en de onmogelijkheden. Bevrijdt U mij. Zet U mij in dë ruimte van Uw waarheid: en Uw wijsheid.

Toch moeten we hier meer nog aan wat anders denken. Gods wegen dat kunnen ook zijn de wegen Gods die wij moeten gaan. De dichter bidt dan of die HEERE hem zicht wil geven op wat hem te doen staat. Hij wil niet op zijn eigen wegen gaan, maar op Gods wegen. En nu bidt hij of de HEERE hem met die wegen bekend wil maken en hem op die wegen wil leiden.

Daar heeft hij zijn reden voor. We hebben gezien hij verwacht het in de strijd met zijn vijanden van de HEERE God. Maar hij beseft wel dat die verwachting en dat vertrouwen hem ook bindt aan het Woord van God en de wet van God. Je kunt het niet van God verwachten en toch niet op Zijn wegen willen gaan. Of met andere woorden, geloof en bekering zijn niet te scheiden. Hij heeft toch zelf al beleden. Allen die u verwachten zullen niet beschaamd worden. Zij zullen beschaamd worden die trouweloos handelen zonder oorzaak. Die hebben niets van God te verwachten, hun verwachting zal ijdel blijken.

Is het niet nodig dat te onderstrepen? Bestaat het gevaar niet dat we zo met God omgaan? Wel geborgenheid zoeken bij Hem, wel vertrouwen koesteren op Hem, maar niet in Zijn wegen willen gaan. Wel op Hem willen rekenen, maar niet met Hem. Wel om hulp bij Hem aankomen, maar het laten afweten wat Zijn geboden betreft. Laten we ons daar eens op onderzoeken. En vraag u dan zelf ook eens af of het u werkelijk gaat om heel het gebod van God. Niet maar alleen om dat wat u past, maar ook om dat andere, dat ti liever terzijde schuift, omdat het teveel van u vraagt!

Met zo'n houding sta je toch niet recht voor God. Ze is dwaasheid en je komt er ook mee om. Zij zullen beschaamd worden die trouweloos handelen zonder oorzaak. Hem verwachten op LIem hopen dat veronderstelt toch in Zijn wegen gaan. Niet dat het één de voorwaarde is van het andere. Alsof God op grond van onze gehoorzaamheid ons zou moeten helpen en zegenen. Dat is al een even grote dwaasheid. Wie zichzelf een beetje heeft leren kennen weet dat er dan van God geen heil te wachten is. Maar het een is wel onlosmakelijk aan het andere verbonden.

• Wie oprecht is voor God, die hoopt op Hem en die begeert Zijn wegen te gaan. Dat is immers de weg waarin wij de HEERE verwachten mogen. Verlaters van Zijn wet doet Hij in het dorre wonen. Daarom HEERE maak mij Uw wegen bekend, leidt mij in Uw paden.

Er is misschien ook nog een andere reden. We zagen al: De wegen en paden Gods zet de dichter in vers 5 op een lijn met Gods waarheid. Hij wil die wegen kennen, niet alleen om wat erbij komt, maar ook om die

geven. Zijn binnenkamer lag dan weer eens in de tempel, dan weer midden onder het volk, als Hij zucht in de Geest; nu eens op een berg aileen, en ook tussen het door de maan verlichte geboomte van de Olijvenhof, op een steenworp afstand van zijn slapende discipelen. Zijn binnenkamer gaat Hij binnen als hij voor Zijn aardse rechters staat cn bidt, terwijl één van Zijn getrouwen hem verloochent, dat zijn geloof niet op zal houden. Zélfs aan het kruis heeft Hij Zijn binnenkamer cn omvat Zijn bede ook degenen die Hem haten: Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En nu Hij van de aarde verhoogd is, in het binnenste heiligdom is ingegaan, leeft Hij om daar voor ons te bidden.

Zijn woord tot ons is ontdekkend en vertroostend tegelijk: n wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken van de straten staande te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar Ik zeg u dat zij hun loon weghebben. Maar gij wanneer gij bidt ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen dat zij door de veelheid van woorden zullen verhoord worden. Wordt dan hun gelijk; want uw Vader weet wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. (Matth. 6:5-8).

En toch, hoezeer het waar mag zijn dat we de intimiteit van de verborgen omgang met God dienen te respecteren, en de bidder met zijn of haar God alleen willen laten, we hoeven niet onkundig te zijn van wat er achter die gesloten deuren afspeelt. In de eerste plaats niet omdat zoals reeds is opgemerkt, God zelf het in de wijze van verhoring wereldkundig maakt, in het openbaar vergeldt; maar ook omdat we soms in de Schrift gelegenheid krijgen om de stem van de bidder op te vangen, het geluid naar buiten dringt, of dat er ook achteraf verslag gedaan wordt door de begenadigde bidders zelf van wat er in de binnenkamer gezegd, gezucht en gedacht is. We zullen dit uit de oorkonde van Go^s getuigenis naar voren mogen brengen, want daarin is het vastgelegd. Ook van de gebeden die ons overgeleverd zijn geldt immers dat we door de vertroosting der Schriften hoop op God zullen hebben.

Door heel de Bijbel heen vindt u allerlei gebeden, die opgezonden zijn in allerlei situaties. Soms vinden we daar gelijkluidende gebeden, die sterke overeenkomst met elkaar vertonen.

Een sterk voorbeeld daarvan is het gebed van Jona zoals dat ons nagelaten is in Jona 2. Dit gebed staat vol met herinneringen uit de psalmen, bij uitstek het Gebedenboek der Kerk. Als profeet, geoefend in de woorden Gods, heeft hij in de loop van zijn leven gebeden opgevangen, die door de deur van meerdere binnenkamers naar buiten aijn gekomen. In de nood waar hij thans in verkeert, maakt hij er gebruik van. We kunnen misschien niet altijd met eigen woorden bidden, maar wat is het dan als we met de woorden der Schrift mogen bidden. Woorden die dikwijls zo trefzeker de nood en de begeerte en ook de blijdschap van het hart weten te raken.

Om nog even bij dit voorbeeld van Jona te blijven. Luther zegt ervan: „Door de vele woorden en gezegden overeenkomstig aan de woorden uit de Psalmen, bewijst de bidder, dat hij leeft in het Woord Gods, en dat hij heeft leren bidden, gelijk alle ernstige bidders met de Psalmen van David.

Er komen woorden in Jona's gebed voor die rechtstreeks ontleend zijn aan Ps. 3, 18, 31, 69, 42, 142. Levende woorden Gods, die weer betekenis krijgen voor de bidder in dat donkere gewelf van de buik van de grote vis. Woorden zoals de Geest der genade en der gebeden ze ons leert uitspreken. Met andere woorden het komt in ons bidden niet zozeer of eigenlijk helemaal niet op onze orginaliteit aan, maar op de echtheid. Als Jona bidt dan zijn het woorden die de Heilige Geest leert.

Hij alleen is oorspronkelijk want Hij is de Oorsprong, de Auteur der ware gebeden. W r at horen wij dan als van achter de gesloten deuren de gebeden naar buiten komen? Wij horen vragen, bidden, roepen, smeken. Vaak zit er een kiimax in de gebeden als de verhoring op zich laat wachten en het gebed indringender wordt. We horen schreeuwen waarom God toch zwijgt en vragen of Hij toch niet doof wil blijven voor het hulpgeschrei. We merken soms hoe het bidden van de heiligen overgaat in smeken, en het roepen gepaard gaat met tranen. De intensiteit, de innerlijke kracht en hevigheid waarmee sommige gebeden gepaard gaan — leest u de psalmen er maar eens aandachtig op na — wordt uitgedrukt door een woord dat schreien en heftig emotioneel schreeuwen betekent. In Ps. 39 : 13 vinden we drie verschillende uitdrukkingen naast elkaar: oor Heere mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore, zwijg niet tot mijn tranen. De bedoeling is dat bidden niet alleen met roepen, schreeuwen en wenen gepaard gaat, maar dat wenen en schreeuwen zelf ook bidden is.

Bidden heet soms ook zuchten of het hart uitstorten voor de Heere. Bidden kan aan - zetten tot klagen, luid misbaar maken, brullen. Des morgens en des middags en des avonds zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.

Wat een drukte zeggen mensen die geen verstand van kermen hebben. Het moet er maar op aan komen. De binnenkamer moet maar eens op een dodencel lijken, waar je schijnt te moeten wachten op je executie. Dat kan toch? Of hebt u zo'n binnenkamer van binnen nog nooit gezien? Jacob wel toen een Man in Pniël met hem worstelde en hij hing aan de hals van de Engel des Verbonds, omdat zijn leven er van afhing en David ook toen hij in de spelonk was en bad: Voer mij uit mijn gevangenis. En Heman dan, de man die bedrukt en doodbrakend riep tot de God van zijn heil?

Is sterven met Christus soms iets anders dan in de nood leren bidden, wat Hij het diepst doorworsteld heeft, maar waar ook David iets van doorleefd heeft toen hij zei: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van de stem mijns brullens?

U merkt stap voor stap zijn we toch, heel schroomvallig in de binnenkamer terecht gekomen. Ik hoop dat u dit niet beschouwt als een museum van oudheden. Mooi om er eens een kijkje te nemen, maar niet geschikt voor bewoning. Wij kunnen helaas nog altijd beter over bidden praten en hoe het gebeuren moet dan het beoefenen. Dat laatste leert u op de school van de Heilige Geest. Maar in die binnenkamer worden ook andere geluiden gehoord.

Bidden is een ruim begrip. Het is ook vragen, roepen, smeken, schreien, brullen en soms woordeloos zuchten, maar het is tevens loven, danken, roemen, prijzen. Het lof-en dankoffer heeft ook een plaats op het reukaltaar van de gebeden der heiligen en deze lofliederen, deze dankoffers completeren het gebed. Het gebed als dankzegging neemt een niet minder grote plaats in in het verkeer met God, in dc binnenkamer, dan het smeken en vragen.

De psalmen klagen en juichen, het gebed stijgt in de binnenkamer tot in de tempel van Gods heiligheid, maar ter plaatse waar we ootmedig en nederig knielen wordt het lofoffer om strijd Gode juichend opgedragen.

De psalmdichters roepen wel uit de diepte, doch niet om in de ellende te verzanden maar om in de lofzegging weer aan te landen. Niet die zichzelven prijst, omdat hij er zo diep door moest, maar die de Heere prijst omdat Zijn goedheid, die het al te boven gaat uit de ruisende kuil mij trok, die is beproefd. Zingt u mee? God heb ik lief want die getrouwe Heer'.

Hoort mijne stem... Er is een weg van dc binnenkamer naar de voorhoven des Heeren. Ik zal met vreugd in het Huis des Heeren gaan. Om daar met lof Uw grote Naam te danken. Dankgebeden zijn ook gebeden en het diepste gebed is de aanbidding. In de donkerste binnenkamer klinkt het lied: Het heil is des Heeren.

K. a. Z.

H. V.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1981

Gereformeerd Weekblad | 10 Pagina's

Op Gods leerschool

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1981

Gereformeerd Weekblad | 10 Pagina's