Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KLEINE KRONIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLEINE KRONIEK

7 minuten leestijd

Gevaren die de kerk bedreigen

In „De wekker" orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken is prof. dr. W. van 't Spijker bezig aan een reeks artikelen onder de titel „Het beginsel van de Afscheiding". Hij signaleert dat velen in zijn kerken langzamerheid dat beginsel niet meer kennen. Hij realiseert zich dat het dit jaar 90 jaar geleden is dat zijn voorvaderen niet mee gingen met de Vereniging van 1892 tussen de Christelijke Gereformeerde. Kerk en de kerken die uit de Doleantie waren voortgekomen. Ook zal het in 1884 150 jaar geleden zijn dat de Afscheiding een feit werd. Uiteraard schrijft prof. van 't Spijker een en ander met het oog op de actuele situatie in zijn kerken. Toch vond ik in het vijfde artikel (van 5 maart j.1.) over dit thema een aantal thema's die ook op onze situatie als Gereformeerden in de Hervormde Kerk aangaan. Drie gevaren signaleert prof. van 't Spijker die de Afscheiding hebben bedreigd en nog altijd bedreigen hen die uit het beginsel van de Afscheiding leven. Het eerste is

Kerk of gezelschap

Ik citeer prof. van 't Spijker:

„De afscheiding heeft vooral in het begin bloot gestaan aan het gevaar, dat zij verzeild zou raken in de gevaarlijke wateren van het conventikeldom. Men kende in Nederland, .zoals in vele andere landen de z.g. conventikels of gezelschappen. Het waren bijeenkomsten van de vromen, waar men elkaar ontmoette om over de zaken van het kerkelijke en geestelijke leven te spreken. De Nadere Reformatie was uitgelopen op een beweging, die min of meer critisch of onverschillig stond ten opzichte van de officiële kerk. In de kerk werd wel gepreekt, de sacramenten werden er bediend, de doop werd er voor de kinderen gezocht, het avondmaal werd door vele gelovigen gemeden en men hield in de eigen bijeenkomsten zich bezig met het bespreken van Gods Woord en van de vragen van het geloofsleven. Een grote rol werd op deze gezelschappen gespeeld door de z.g. oefenaars. Zij vormden een soort van lekepredikers, die zonder enige wetenschappelijke toerusting, maar soms begaafd met een grote geestelijke wijsheid, de gelovigen voorgingen. We mogen vaststellen dat deze gezelschappen in tijden van geestelijk verval een kanaal hebben gevormd, waarlangs het levende water bleef stromen. Maar er kleefde aan deze gezelschappen ook wel een groot bezwaar. Men vervreemdde zich van de middelen der genade, die God heeft ingesteld om de kerk te bouwen. Een en ander bezwaar was, dat men een gemeenschap ging stichten, die haar diepste grond vond in de sfeer van het gevoel. Men herkende elkaar aan de manier van spreken. Men hoorde klanken die rechtstreeks ontleend waren aan het evangelie, maar de overeenstemming die men vond was niet zozeer gegrond in dit evangelie zélf, en ook niet zozeer in de vertolking van de boodschap van het evangelie, maar veel meer in de vertolking van de gevoelens, die het evangelie en zijn boodschap wakker riepen.

Het is een bijzonder boeiende geschiedenis, die van de gezelschappen. Maar men kan niet ontkennen, dat er zich een ontwikkeling voordeed, die wel haar bedenkelijke kanten had. Een ontwikkeling in gelijkgezindheid en een overeenstemming in het gevoel. En er is een wezenlijk verschil wanneer men spreekt van overeenstemming in gevoelen of van overeenstemming in gevoel. In de kerk mag en moet men vragen naar het gevoelen van de mensen. In de kerk moet de kwestie van het gevoel ook beslist niet ontweken worden. Maar wanneer het gaat om de bouw, om de eenheid van de kerk, dan staat het wel vast dat men geen kerk kan bouwen en ook geen werkelijke eenheid kan bereiken dan alleen op grond van een overeenstemming in gevoelen, d.w.z. in belijden en beleven, d.w.z. in de belijdenis.

De Afscheiding is niet te verklaren zonder de Nadere Reformatie. In meer dan een opzicht is er sprake van een zekere ononderbroken samenhang. Maar niet in alle opzichten. Wanneer in de nadagen van de Nadere Reformatie het conventikel-

wezen sterk bloeit en de gezelschappen een bewarende functie hebben, zien we de lijn doorlopen naar de Afscheiding Maar in één opzicht is er een breuk: zij heeft plaats in de waardering van de kerk.

Het maakt een groot verschil of men een kerk zoekt, zoals de belijdenis ons dit leert, of dat men in het gezelschap vlucht, waar het gevoel overheerst. Welnu, de Afscheiding heeft de Kerk gezocht en niet de club, niet het conventikel, niet het gezelschap. Daarom hebben de Cock en Van Velzen vooral overal kerken geïnstitueerd. Zij hebben ouderlingen en diakenen aangesteld en zij hebben kinderen gedoopt en zij hebben het avondmaal in het midden van de gemeente gevierd.

Laten wij niet menen, dat in onze individualerende tijd de gevaren voorgoed bezworen zijn. De grote vraag voor de kerk is altijd nog of zij Kerk wil zijn of gezelschap, conventikel, club van gelijkgezinden en gelijkvoelenden. We menen, dat dit gevaar in onze tijd en ook binnen onze kerken permanent aanwezig is. Alleen zien we dat het in een ietwat andere vorm tot ons komt. In de plaats van het gevoel stellen velen vandaag de mate van vooruitstrevendheid of van de behoudendheid.

Maar het zijn zeer oneigenlijke factoren, die met het kerk-zijn niets, maar dan ook niets te maken hebben. Wij weten, wij als christelijke gereformeerden weten na bijna honderdvijftig jaren nog steeds niet, wat een Kerk is. Vandaar...! Vandaar de vleugels, links en rechts, die een weinige hoge vlucht beloven."

Kerk of secte

Prof. van 't Spijker ziet in het woordenpaar kerk of secte een tweede dilemma, toen en nog steeds. Wat bedoelt hij met de uitdrukking secte in relatie tot de kerk? „Wanneer men zozeer de nadruk legt op een deelwaarheid, op een stukje van de volle waarheid, dat men daarmee de kerk laat vallen of staan, dan is men sectarisch geworden", „Wanneer men b.v. op de wedergeboorte alle nadruk zou leggen ten koste van andere stukken van de leer, dan is men evenzeer sectarisch geworden".

Van 't Spijker schrijft dan dat men in de Afscheiding voortdurend bloot heeft gestaan tot een secte te worden, omdat er een grote hoeveelheid verschilpunten aanwezig waren. Maar men hield elkaar vast en heeft het sectarische afgewezen. Maar hij constateert dat men na 1892 hoe langer hoe meer uitgekristalliseerd heeft wat tot 1892 bijeen werd gehouden. Ik citeer prof van 't Spijker opnieuw:

„En daarom is er een sectarische trek in de gereformeerde gezindheid: men heeft in duidelijk gemarkeerde groepen ondergebracht, kerkelijke gescheiden, wat in de Afscheiding bijeen behoorde. Vandaar dat er vruchteloosheid over de „gereformeerde gezindheid" is gekomen, die met de beste middelen niet meer is te genezen.

Het sectarische heeft de eigenschap om steeds méér te verfijnen, om steeds zuiverder beeld na te streven. Ik weet van een doperse stroming binnen een doperse gemeente in de tijd van de reformatie te Emden. Men schorste daar totdat er niets meer te schorsen viel. De predikant en zijn vrouw bleven alleen over. En het was de vraag, wie van deze twee het 't langst zouden volhouden. Het sectarisme kan niet rusten voordat het gekomen is tot een grootheid, die niet meer te splitsen valt."

Slot

Ook al is onze plaats niet in één van de kerken der Afscheiding, de problemen die prof. van 't Spijker signaleert, zijn ook te vinden onder hen die Gereformeerd willen zijn in de Hervormde Kerk. Prof. Graafland heeft in het jubileumboek van de Gereformeerde Bond, Béproefde Trouw, aangetoond dat één van de achtergronden van het ontstaan van de Bond te vinden is in het conventikelwezen. Begrijpelijk dat ook onder ons vaak de spanning merkbaar is geweest en nog is tussen kerkelijk denken en groepsdenken. En het sectarische is eveneens niet vreemd. Vereenzijdiging in de leer heeft sectarische trekken. Prof. van 't Spijker spreekt over de vruchteloosheid van de „gereformeerde gezindheid", maar het is tevens haar machteloosheid. En dat is ontstellend triest, juist in deze tijd, waarin nihilisme ons volk meezuigt van God en de vastig-

heden van het Woord weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1982

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

KLEINE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1982

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken